De generatie die het niet waarmaakte

Het viel me ineens op. Tijdens een samenvatting van de veldrit in Neerpelt. Niet, het publiek dat er niet stond. Want ja, vergane glorie die cross. Een gebrek aan toppers en geen echte live tv-uitzending (serieus Telenet, hoeveel volk kijkt er live via die betaalzender van jullie?) zorgen voor weinig animo naast het parcours.

Nee, er viel mij iets anders op. David Van Der Poel nam de kopstart met net daarachter Kevin Pauwels. De man die op voorhand heeft aangekondigd dat zonder goede resultaten dit zijn laatste seizoen zal zijn. De man die ik vergeten was. Het was precies de eerste keer dat hij mij opviel dit seizoen. Wat moet er door zijn hoofd gaan? Is hij al bezig met stoppen?

Kevin is 34. Een mooie leeftijd om te stoppen voor sommigen, maar nog niet echt de leeftijd om die fiets aan de haak te slaan, toch? Pauwels werd in 2002 wereldkampioen bij de junioren, in Zolder nota bene. Twee jaar later mocht hij als tweedejaarsbelofte opnieuw die wereldtitel aan. De kleine zou sowieso wereldkampioen worden bij de profs, dat riep elke door zichzelf verklaarde ‘veldritexpert’ van de daken. Nys en Wellens konden niet eeuwig blijven domineren.

P1060621

En dat is van zovelen gezegd. De jeugd na Nys en Wellens, zij zouden het gaan maken. België zou die overheersing nooit meer afstaan. In de afgelopen 15 jaar zijn daar 5 renners in geslaagd: Boom, Albert, Stybar, Van Aert en Van Der Poel. De vraag is in welke mate je van die eerste drie kan zeggen dat ze ooit echt gedomineerd hebben. Daarvoor was hun aanwezigheid in de cross misschien net te kort. En geen van alle drie, neen ook niet Albert, hebben ooit een volledig seizoen gemaakt. 

Maar wat met al die andere leeftijdsgenoten? Ik heb het over al die (begin) dertigers die elke wedstrijd nog zouden moeten meestrijden. Hoeveel 30ers vind je aan de top momenteel? In de profselectie voor het EK in Rosmalen van afgelopen weekend is geen dertiger te bespeuren. Tim Merlier is met zijn 26(!) lentes de ouderdomsdeken van de groep.

Er lijkt een generatie van de kaart geveegd. Maar kan je hen dat kwalijk nemen?

Toen ze bij de elite binnenstroomden kregen ze de moeilijke, de bijna onmogelijke, opdracht om te strijden tegen iconen. Sven Nys. Niels Albert. Zdenek Stybar. 7 wereldtitels in 6 woorden. Slokoppen is het correcte woord. Het lukte Pauwels om in 2011 zijn voet ernaast te zetten. Ze werden plots ‘de grote 4’ genoemd.

Wanneer deze toppers door allerlei omstandigheden van het terrein verdwenen (respectievelijk fin de carrière, hartproblemen en een overstap naar de weg) zouden hun gloriejaren echt aanbreken. Maar als zelfs de grootmeester in zijn laatste jaar moet wijken voor twee jonge veulens met bakken talent zag je het al aankomen. Net als de papa van Simba die de kudde antilopes hoorde aankomen en wist hoe laat het was (uit The Lion King), voelden ook zij de bui al hangen. Ze zouden vertrappeld worden.

Ze worden de tussengeneratie genoemd. Maar ze zijn helemaal nooit ergens tussen geweest. Er was geen jaar zonder Van Aert of Nys. Zonder Albert of Van Der Poel. Ze hebben altijd moeten vechten voor hun plaats. Ze hebben elkaar moeten vertrappelen voor een plek in de selectie van het WK. Het heeft hen kapot gemaakt. 

Pauwels en Meeusen (29, nog geen 30) mag je gerust de moedigen noemen. Ik ben eens even in de analen van hun hoogdagen tijdens de jeugd gaan kijken wie daar nog rondreed. Wie won er toen de prijzen bij elkaar?

Bart Aernouts, wereldkampioen junioren in 2000 (Sint-Michiels-Gestel). Geeft ondertussen al meer dan 2 jaar co-commentaar op Proximus en vult zijn dagen als brandweerman. Rob Peeters. Vorig jaar gestopt omdat hij crossen niet meer plezant vond. Philip Walsleben. Het Duitse talent die bij de jeugd geen wedstrijd verloor is gedesillusioneerd gestopt voor zijn 30ste. Radomir Simunek Jr. zal nooit zo’n carrière uitbouwen als zijn vader. Martin Bina, die andere Tsjech, die na een aantal mentale dipjes en een heroïsche wereldbekeroverwinning in Hoogerheide, compleet van de radar is verdwenen. Julien Taramarcaz verhuisde hebben en houden naar, jawel, Baal om bij een Belgische ploeg te kunnen rijden, maar zit ondertussen met zijn gezin opnieuw in Zwitserland. Thijs Van Amerongen, gestopt toen hij geen ploeg meer vond om hem te sponsoren, of rijdt hij toch nog ergens rond?

Ja makkelijk van mij he, de buitenlanders eruit halen? En Aernouts en Peeters zijn nu niet echt de grootste talentjes ooit geweest, ik geef het toe. Weet dan dat Joeri Adams ooit de hoop is geweest voor onze toekomst na zijn wereldtitel bij de junioren in 2007. Het loopt niet altijd zoals wij, of zijzelf, denken.

De cross is zo’n kleine wereld dat het dodelijk is voor wie net niet dat reuzetalent heeft. Alle respect voor Pauwels dat hij het week na week probeert. Maar die topcarrière en die derde wereldtitel in de hoogste categorie zal er niet komen. Een trui zal daar in Kalmthout nooit aan de muur hangen. En hij is niet de enige voor wie die droom uitblijft.

Thibau Nys kan dan wel aanzien worden als een talent, maar hem een toekomstige kampioen noemen is een stap te ver. Hij zal sowieso deel uitmaken van de generatie die tegen Van Aert en Van Der Poel moet vechten, een even onmogelijke opdracht als die van Pauwels. Of wie weet ligt de weg naar succes wel net open na een overstap van beide toppers naar de weg of de mountainbike. Geen krantenkop die het ons nu al kan vertellen.

Want ook te vinden in de medaillelijst van een WK bij de junioren: Jaroslav Kulhavy, Peter Sagan en Julian Alaphilippe. Geen van hen heeft die trui toen mee naar huis gekregen, maar dat zal hen nu niet zoveel meer kunnen schelen.

Vind je de cross saai geworden door de dominantie van Van Aert en Van Der Poel?

Advertenties

Anna & Annemiek

Rio 2016. Een Olympische wegrit. Jullie denken ongetwijfeld aan onze Greg. Het schitterende goud. Belgisch goud. Wat een overwinning. De overwinning die ik live heb gemist omdat ik niet verwachtte dat we zouden scoren. Omdat ik net de vrouwenkoers had gezien en dacht dat het beste achter me lag.

Want die vrouwenkoers zit wel in mijn geheugen gegrift. De weelde en overmacht van Nederland. Marianne Vos op de terugweg na lang out geweest te zijn. Ze zou uiteindelijk 6de en tweede Nederlandse worden. Toch waren het twee andere Nederlandse namen die de koers kleurden: Anna en Annemiek. Hun namen lijken evenzeer op elkaar als hun talent. Hun souplesse. Hun koersinzicht. Hun guitigheid.

Als Anna aangaat dan zie je ze niet meer terug. Dus je moet mee of je breekt.

Annemiek kan zo hard rijden dat ze de concurrentie verschroeit met haar snelheid. Ze maakt snel een achterstand goed.

Daar in Rio reed ze vooruit. Alleen. Annemiek gaat winnen. Een scherpe bocht. Een val. Een lichaam dat stil blijft liggen. In een houding die niet veel goeds voorspelt. Minutenlang. Een peloton dat passeert. Anna zit mooi mee voorin. Een ambulance. Een Nederlandse overwinning. Een meisje met een A en guitige wangetjes wint goud. Een ander meisje met een A is het lachen vergaan. Marianne Vos verzamelt handtekeningen op een kaartje en gaat op bezoek.

Een maand en een revalidatie later wint Annemiek dan echt. Geen goud. Dat is ze verloren. Maar sinds Rio heeft ze leren winnen. Annemiek en vooral Anna domineren het daaropvolgende voorjaar. En dat jaar krijgt Annemiek dan toch wat ze verdient. Geen goud, maar wel een regenboogtrui op het WK tijdrijden in het Noorse Bergen. Samen met Tom Dumoulin staat ze in de buitenlandse pers en krijgt ze ook in eigen land eindelijk erkenning.

Een paar dagen later is er de wegrit. Anna en Annemiek zijn beiden topfavoriet. Niet langer in dezelfde ploeg. Opnieuw domineert Nederland. Maar Anna en Annemiek laten elkaar niet los. En hoe gaat dat dan? Een derde hond, ook een Nederlandse uiteraard, profiteert. Ploeggenote van Anna en dus heeft die ook redenen om te lachen. Maar niet zo guitig als anders. Ze had die trui graag gehad. Annemiek heeft een trui.

Anna en Annemiek blijken gedoemd om samen te strijden, tegen elkaar, op kampioenschappen ook met elkaar. Maar altijd op topniveau. Dit jaar wint Anna de Ronde Van Vlaanderen. Ze vertrekt en niemand kan mee. Haar succesrecept. Annemiek maakt indruk in de Giro Rosa die ze met overtuiging wint.

Een paar dagen later is het La Course, een eendagswedstrijd die de allure heeft van de Tour De France, maar dan voor vrouwen. Het wordt misschien wel de meest directe confrontatie tussen de twee dames. Anna rijdt weg volgens haar recept. Annemiek kan hard rijden. De benen staan bij allebei op springen. Anna is als eerste boven. De ploeg gelooft niet meer in Annemiek. Maar ze blijft hard rijden. Anna blokkeert. Zit steendood. Annemiek komt erbij. Ze is er over. En 5 seconden later is daar die streep. Allebei steendood nu. Een roes van overwinning. Ontgoocheling. Emotie. Pijn.

De sport heeft rensters als Anna en Annemiek nodig. Anna en Annemiek hebben elkaar nodig. Voor de sport. De spanning. De uitstraling. De voldoening na een winst. De strijd is nog lang niet gestreden. Een verademing tijdens het Skytijdperk bij de mannen.

Zag jij die fantastische aankomst van La Course? Of volg je liever de tour?

Pauline

‘Datgene wat ik al mijn hele leven het liefst doe, fietsen, is mijn grootste nachtmerrie geworden.’ Najaar 2016. Een zeer openlijke Pauline Ferrand-Prévot in tranen na de Olympische Spelen in Rio De Janeiro. Een verre ereplaats tijdens de Olympische wegrit en een opgave in de mountainbikewedstrijd 14 dagen later zorgde dat ze met veel twijfels de Braziliaanse grond verliet.

Het jaar daarvoor won ze in minder dan 365 dagen tijd de regenboogtrui op de weg, in het veld en op de mountainbike. Dat was ongeëvenaard. En dat zal het nog wel een tijdje blijven. Uiteraard werden de Spelen het nieuwe hoofddoel. Wie zou haar daar wat doen?

Rio dus. Daar waar ze enkele weken voor de wegrit nog in een hevige publiekelijke discussie verwikkeld raakte met toenmalig wereldkampioene Elizabeth Armistead, Deignan tegenwoordig. Armistead kwam in opspraak met haar whereabouts, maar daar werd door de UCI geen gevolg aangegeven. Pauline vond dit niet kunnen en reageerde openlijk, waarna Lizzie zo elegant was om Pauline te verwijten dat ze een affaire heeft met een getrouwde man.

Die getrouwde man is trouwens Julien Absalon, tweemalig Olympisch en vijfmalig Wereldkampioen in de cross-country mountainbike. Een levende legende. Ik ben 24 en heb nooit anders geweten dan dat Absalon wereldbekerwedstrijden wint. Straffer dan Nys, dat staat vast. Helemaal niet zo dom van Pauline om zo’n man aan de haak te slaan. Het maakt haar alleen maar beter.

Tot hier is het dus allemaal een sprookje. En toen kwamen die fatale Spelen. Je zou denken dat ze de maanden nadien, na die nachtmerrie-uitspraak, niets meer van zich laat horen. Maar dan ken je Pauline niet. Een tijdje later plaatste ze een foto van haar nieuwe hondje. Ze heeft het hondje Rio genoemd. Rio. Relativeren dat kan de kleine blonde française als geen ander. Pauline had toen al lang mijn hart gestolen, maar dat hondje bezorgt me nog steeds een lach op mijn gezicht wanneer ze weer eens foto van hem post.

Ik maakte met haar kennis toen ze opdook in het veld. Ik die al jaren fan was, en dat nog steeds ben van Marianne Vos (die toen een blessure had en die winter niet zo geweldig zou presteren). Na Pauline’s eerste wedstrijd was ik al verloren. Amper een jaar ouder dan mezelf (ze nog steeds maar 25!), een prachtige stijl op de fiets en altijd die innemende glimlach. Ze reed een prachtig WK in Tabor en terwijl onze Sanne in de coulissen stond te wenen om een gemiste kans, straalde zij op dat podium. Sanne kon die dag niet dezelfde klasse opbrengen als het Franse talent. Gegokt en verloren, Sanne. Geen schande om van een iemand als Pauline te verliezen. Jouw tijd zou nog komen.

thumb_P1100657_1024

Pauline tijdens de opwarming van de wereldbekercross in Zolder (2017). Mijn eerste keer dat ik haar live aan het werk zag.

Ik bleef haar volgen. Op sociale media is Pauline gelukkig diezelfde innemende persoonlijkheid. Ze is niet het type renster om enkel haar overwinningen te posten. Dat hebben de dames sowieso veel minder dan de heren. Ze toont hoe ze echt is, ze doet zich niet anders voor. Een jaar na Tabor kwam ze niet in het veld wegens de voorbereidingen voor de Spelen, het jaar nadien ook niet, want niet bekomen van de pijnlijke naweeën van diezelfde Spelen. Ik leefde met haar mee. Het was pijnlijk om die gewonnen regenboogtrui in Tabor nooit één keer in het veld te mogen aanschouwen.

Deze zomer stond Pauline er terug. Nog niet helemaal op haar oude topniveau, maar ze reed wel netjes tussen de toppers. Op het WK in Bergen pareerde ze een eerste belangrijke versnelling van de Nederlandse dames. De tweede beslissende versnelling miste ze. Een week daarvoor haalde ze een tweede plaats op het WK Mountainbike. Net als Julien trouwens. Aan zilver geen gebrek ten huize Absalon – Ferrand-Prévot.

Ik durfde niet meer hopen dat ze opnieuw in het veld zou verschijnen. Maar stiekem bouwde ze ook in deze discipline aan haar comeback. En toen was ze daar plots en niet zomaar om zich te amuseren. Een vierde plaats in Essen en winst in de moeder van alle crossen, Overijse. Haar blonde vlecht onder de modder, de tegenstand door de vele valpartijen ook, maar Pauline’s lach blijft stralen. Of ze het WK gaat rijden? ‘Peutêtre’.

Wees maar zeker dat ze rijdt in Valkenburg. Geen enkele kampioen, ook vrouwen niet, laat een titel liggen. En dat ze kans maakt daar bestaat geen twijfel over. Marianne en Sanne gaan hun werk hebben aan haar. En ik zit als supporter met een luxeprobleem.

Ja, ik ben supporter van een française. Pauline is de naam. U leert maar best een mondje Frans om die dubbele achternaam van haar uit te spreken. Dat gaat nog van pas komen.

Dominantie

Het blijft krantenkoppen regenen. “De dominantie van Van Der Poel”, “Kan Van Aert de kloof nog dichten?”, “Wie houdt Mathieu tegen in Tabor?”. Of deze titels echt in de krant hebben gestaan, dat weet ik niet. Ik lees geen kranten. De reden daarvoor geef ik aan het einde van dit stuk.

Het regent daarnaast ook opiniestukken. Hoe lang houdt Mathieu dit nog vol? Nys en Wellens spreken zich publiekelijk uit dat die dominantie nog niet meteen zal stoppen. Van Aert wedt namelijk op 2 paarden met de weg in het vooruitzicht en zolang er geen modder is wordt het moeilijk. Mathieu is technisch te superieur.

En dan heb je nog de mening des volks. De ene helft van de publieke opinie vindt de cross saai geworden. Het is over en out voor de concurrentie na ronde 1. Deze mensen raad ik de vrouwencross, een uurtje vroeger, aan. En voor wie afgelopen woensdag de Koppenbergcross heeft gezien weet dat deze groep ongelijk heeft. Over en out na één ronde, vergeet het maar! De andere helft vindt het net mooi om Van Der Poel bezig te zien. Hij is een kunstenaar op zijn fiets en vermaakt het publiek op zijn manier. Ik hoor bij deze helft. Publieke opinie is een vies woord.

Dominantie is niets nieuw. Ik kan het hier hebben over diezelfde Nys en Wellens. Maar dit seizoen doet me vooral terugdenken aan de seizoenstart die Stybar maakte in 2010-2011. Hij won toen ook de eerste crossen met een ruime voorsprong in zijn nieuwe regenboogtrui. De tegenstand stond er bij en keek er naar. Dezelfde krantenkoppen en opiniestukken doken toen op. En ja, Stybar werd dat jaar opnieuw wereldkampioen in Sankt-Wendel. Maar in de tussenperiode ging hij wel degelijk de mist in. Albert, Nys, Pauwels en Meeusen (in zijn eerste seizoen bij de profs) wonnen elk hun wedstrijden. Ik herinner mij de wereldbekermanche in Heusen-Zolder waar zelfs Boom kwam winnen in een spannend besneeuwd duel met Albert (vooral omdat Lars zijn fiets constant in de prak reed ^^). Stybar was daar niet te zien in de top 10. Hij miste enkele wedstrijden door een blessure aan zijn knie en was in Zolder bezig aan de heropbouw.

mathieu

Het lijkt allemaal zo ver weg dat seizoen. Het valt me wel op hoe weinig er nog wordt gepraat over Stybar in de cross. Hij werd 3 keer wereldkampioen in 5 jaar tijd! Het gaat nog minstens 3 jaar duren voor iemand dat weer kan zeggen. En ergens vind ik dat Van Der Poel mij nog het meest aan die sympathieke Tsjech doet denken. Technisch vernuft, sympathiek en altijd een eerlijke uitleg. En waar werd Stybar voor het eerst wereldkampioen bij de profs? Juist, Tabor! Daar waar vandaag Mathieu naar alle waarschijnlijkheid Europees Kampioen zal worden.

Tabor, waar in 2001, Vervecken en De Clerq samen met eendagsvogel Dlask streden om de wereldtitel. De Clerq die toen letterlijk alles in de strijd gooide, inclusief zijn fiets. Daar waar in 2010 een Tsjech in zijn eigen land de titel pakte. Vandaag is er amper nog een Tsjech te zien in de cross. Zelfs bij de jeugd is er geen nieuwe topper uit die contreien te vinden (of het moet komen van Kopecky bij de junioren?). Is het wishful thinking om te hopen dat Zdenek ooit nog eens echt komt meestrijden?

Oh en Tabor waar in 2015 de jongste wereldkampioen bij de profs ooit werd gekroond. Mathieu kent dit parcours goed genoeg.

Tabor dus. Dat vandaag nog eens een topcross mag organiseren. En waar we er vanuit gaan dat hij wint. Maar dat dachten we vorig jaar in Pont-chateau ook. En in Huijbergen twee jaar geleden was het voor de tegenstand zogezegd een verloren zaak tegen Wout. Toch hebben geen van beide toppers al eens een trui met sterretjes gedragen bij de profs. Om te eindigen met een cliché: de cross moet altijd eerst gereden worden.

En dat zal zo zijn voor de rest van het seizoen. Elke cross opnieuw zal Mathieu zichzelf moeten bewijzen. Die streep als eerste oversteken. In Ronse is dat niet gelukt. In Boom door zijn eigen stomme fout ook niet. In alle andere crossen wel.

Een balans op voorhand opmaken is niet exact afwegen, maar speculeren. En speculeren is altijd gevaarlijk. Daar doe ik niet aan mee. Daar hebben we kranten voor. En daarom lees ik dus geen kranten.

Kan jij de dominantie van Van Der Poel wel smaken?

Koersmeisje

Vandaag staat Vlaanderen’s mooiste op het programma. En dan heb ik het niet over Romanie Schotte. Dat is blijkbaar de naam van de huidige Miss België (ja, ik heb dit moeten opzoeken). Nee, vandaag is het koers. En hoewel voor mij Parijs-Roubaix dé wegwedstrijd van het jaar is, zie ik de Ronde toch wel als het hoogtepunt van koersen op onze hobbelige Vlaamse wegen.

P1000616

Een vroege vlucht toen de Tour De France 2 jaar geleden vlakbij passeerde

De laatste jaren ben ik van crossmeisje in hart en nieren nog meer geëvolueerd naar een koersmeisje tout cours. Niet alleen meer met hart en nieren, maar met elke vezel van mijn lichaam. Met het kijken naar programma’s zoals Alles voor de koers, Kroonprinsen en het lezen van het prachtige, maar emotionele boek De Val is het de laatste maanden alleen maar erger geworden. De koers, dat is een passie. Een passie die in mijn omgeving maar weinigen snappen.

En ook hier worden de artikelen in de categorie Op wieltjes significant minder gelezen. Waardoor ik er al aan heb gedacht om voor het wielrennen een aparte blog op te starten. Maar eigenlijk wil ik hier kunnen schrijven over alles wat me fascineert en daar hoort de koers nu eenmaal bij. Dus hopelijk vinden jullie dit toch een beetje boeiend 😉

P1040733Toch weet ik dat ik niet alleen ben. Want vandaag staan we massaal langs de kant van de weg, of op de top van een berg (of ja een Vlaamse heuvel dan toch ^^) om onze stem schor te roepen terwijl een groep renners één keer aan een immense snelheid passeert. De helft van de toppers zat verscholen in het pak en heb je dus gemist. Maar het bier smaakt eens zo goed na die vermeende aanblik van Sagan toch?

En wie niet langs de kant staat, omdat hij zijn zondagse croissant liever verwerkt terwijl hij de krant leest met koppen als Boonen zijn laatste Ronde of Wie klopt van Avermaet, zet zich in zijn zetel om per beklimming een nieuw glas uit te schenken en hopelijk niet naar het toilet te moeten op het moment van de cruciale ontsnapping. De Ronde, dat is magie, dat wisten ze 100 jaar geleden ook al.

Of ze nu de Koppenberg oprijden vandaag of op 1 november met iets plattere tubes, of ene Nino Schurter een duizelingwekkende afdaling neemt in die prachtige wielersport die, bij gebrek aan toppers, in ons Belgenlandje veel te weinig aandacht krijgt. Vergeet ook de vrouwen niet, zij zorgen elke keer weer voor een eigen portie spektakel.

Ik ben een koersmeisje en vandaag ga ik mij daar ook gewoon keihard naar gedragen. Vanuit mijn zetel naar de wedstrijd kijken en in die laatste kilometers net iets enthousiaster supporteren. Een zondag zoals zondag moet zijn, toch?

Kijk jij vandaag naar de Ronde?

Marianne Vos

Een ode aan het vrouwenveldrijden

We schrijven 2000. Het zijn wereldkampioenschappen in het Nederlandse Sint-Michielsgestel. Een WK dat geschiedenis zal schrijven. Richard Groenendael wint bij de profs en de Belgische ploeg maakt er een zooitje van. Met twee wenende Belgen op het podium spant dit WK de kroon in de categorie drama. Maar het allerbelangrijkste aan die wereldkampioenschappen in 2000 hebben we niet allemaal onthouden.

In 2000 organiseerde de UCI voor het eerst een wereldkampioenschap voor vrouwen. Dames die graag in de modder, sneeuw en koude rijden, dat klinkt misschien een beetje vreemd. Maar het was eindelijk een erkenning in deze door mannen gedomineerde sport. Hanka Kupfernagel wint uiteindelijk die eerste regenboogtrui in een vrouwenmodel. Het zou niet haar laatste wereldtitel worden. En als we vroeger waren gestart met kampioenschappen te organiseren zou ze er nog veel meer verzameld hebben. Hanka werd het eerste icoon in deze sport en organiseert ondertussen met succes een wereldbekermanche. De cross in het Duitse Zeven zal namelijk ook in 2017-2018 deel uitmaken van de wereldbeker.

Na 2000 ging het gewoon verder: Kupfernagel, Leboucher, van den Brand, Leboucher, Kupfernagel, Vos, Salvetat, Kupfernagel, Vos, Vos, Vos, Vos, Vos, Vos, Ferrand-Prévot, de Jong en nu Cant. Dat zijn ze allemaal. De vrouwelijke wereldkampioenen in het veld. Kende u ze vanbuiten? Sinds vorig jaar is er daarnaast – eindelijk – een manche voor dames beloften, dus kunnen we ook Richards en Worst in de bloemetjes zetten.

p1060391

En ja, er zijn jaren geweest dat deze categorie pover was om naar te kijken. Dat je blij was wanneer Marianne Vos even opdook, zo tussen haar vakantie en wegprogramma door. Om haar klasse te demonstreren. Maar alles heeft tijd nodig. 16 jaar later zijn alle crossen van de vrouwen in België – het crossland bij uitstek – live op TV te volgen. De Vlaming kan dit bovendien best smaken. Er keken 1 miljoen (!) mensen naar de Belgische titelstrijd tussen Cant en Verdonschot. 16 jaar na Sint-Michielsgestel stond er voor het eerst – of toch dat ik mij kan herinneren – een massa volk langs de kant daar in Luxemburg op een zaterdag met de vrouwen als hoofdaffiche.

De eerste tekenen van erkenning zijn er dus. Afgedwongen door de dames zelf. Want we praten alsmaar door en door over dat ene duel tussen Van Aert en Van Der Poel. We hopen op een spannende laatste ronde. Wel, bij de vrouwen is dat ondertussen bijna een zekerheid. Het loont om die televisie twee uurtjes vroeger al op te zetten. Om wat vroeger in de kou te gaan staan langs een parcours. Het vrouwenveldrijden maakt reclame voor zichzelf. Dat moeten ze wel, van de UCI en de pers gaat het namelijk niet komen.

We spreken allemaal van een grote vooruitgang in het vrouwenveldrijden. Daar zijn we blij om. Maar we moeten eerlijk zijn: dit had vroeger moeten gebeuren. En we moeten nog eerlijker zijn: we zijn er nog helemaal niet. We staan nog onderaan een stijle trap. België stuurde slechts één meisje naar het WK beloften. Als crossland bij uitstek kunnen en moeten we beter doen.

Wegrensters als de Jong en Brand rijden ondertussen meer dan een half seizoen in het veld – met succes. Ook de vrouwelijke topploeg op de weg, Boels-Dolmans, heeft met Majerus en Brammeier rensters in de cross. Olympisch kampioene Van Der Breggen tweette een foto waarop ze samen met de wereldkampioene Dideriksen al breiend naar een wereldbeker veldrijden zat te kijken. Marianne Vos geeft haar comeback nog meer kleur met haar overwinningen in de cross. Ellen Van Loy doet me steeds opnieuw glimlachen met haar humor en zelfrelativering. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan.

Beste meisjes, dames, vrouwen in het veld. Het zijn jullie die elke dag opnieuw bikkelhard werken om een hoog niveau te halen. Al dan niet gecombineerd met een andere job. Door jullie inspanningen is de sport zo populair geworden. Jullie die zo eerlijk, open en grappig communiceren op sociale media. Bij jullie geen gezever over parcoursen en jankers. Jullie antwoorden wel met de pedalen in de koers. Jullie maken de sport groots. Doe alsjeblieft zo verder.

Mijn respect voor jullie is oneindig. Ik maak met veel plezier een hele diepe buiging. Bedankt en tot ziens, daar ergens ter velde.

Pont-château

Dit weekend vinden de Europese kampioenschappen veldrijden plaats in het Franse Pont-château. Het EK heeft, zoals in alle sporten, een beetje een merkwaardige reputatie. De waarde ervan is niet echt duidelijk, daarvoor bestaat het nog niet lang genoeg. Desalniettemin staat er wel een trui op het spel. En of je die nu mooi vindt of niet: een trui toevoegen aan je palmares, daar droomt iedere renner van.

Maar voor de echte veldritliefhebber is het EK in Pont-château vooral een terugkeer naar de plek waar al eerder een belangrijke cross is gereden. In 2004 om precies te zijn. Ergens eind januari. Jawel, een wereldkampioenschap.

Ik kan ze me allemaal voor de geest halen, de WK’s van de laatste 2 decennia. Maar er zijn er maar enkele waarbij het spannend was tot in de laatste ronde. Waarbij elk miniscuul foutje werd afgestraft. Waarbij het hart van iedere supporter een paar tellen te veel sloeg en de hartslag van de renners ver over de limiet ging.

Er is er maar één WK waarbij het spannend was tot de laatste seconde, tot in de laatste 20m. Het was een Belgisch onderonsje, een toenmalige clash tussen de oude en de nieuwe generatie. Tussen de man van het jaar en de man die er elk WK opnieuw stond. Met een duizelingwekkende sprint werd het parcours van Pont-château onsterfelijk.

mathieu

Mathieu Van Der Poel in De kuil van Zonhoven – oktober 2016

Een parcours dat allesbehalve spectaculair genoemd kon worden. Ook vandaag strijden ze op quasi datzelfde rondje. Je zou het zelfs saai kunnen noemen. En zonder regen zal het snel zijn, heel snel, te snel. Maar de inzet is wel opnieuw een trui…

De omloop van Pont-château bewijst dat je niet altijd een prachtig parcours nodig hebt om een fantastische wedstrijd te krijgen. Pont-château zal door het WK van 2004 voor altijd iets mythisch hebben. Voeg daar vandaag de onderlinge strijd tussen Van Der Poel en Van Aert aan toe. Hoe dicht zij bij elkaar liggen. Het kan niet misgaan!

Voor de volledigheid: in 2004 won Bart Wellens met nog geen halve seconde voor op Mario De Clerq. Sven Vanthourenhout kwam als derde over de meet. Geen van deze renners zal vandaag de koers bepalen. Maar neem het van mij aan dat ze met veel nostalgie en trots zullen terugdenken aan die ene wedstrijd, wanneer de winnaar van vandaag over diezelfde eindmeet rijdt.

P.S. ook vorig jaar schreef ik over het EK.