Op het nachtkastje #21

In deze rubriek vertel ik jullie wat er leeft tijdens dat spreekwoordelijke laatste uur voor ik ga slapen. Welke boeken ben ik aan het lezen? Aan welke series ben ik hooked? En wat is er de afgelopen maand allemaal gebeurd?

Gelezen

  • Nog steeds bezig in deel 3 van de Millenniumtrilogie. De conclusie nadert en ik weet niet of ik mentaal al klaar ben om afscheid te nemen.
  • In Parijs las ik Noord van Sien Volders, je weet wel, de vrouw van Lieven Scheire. Ik denk niet dat ik een negatieve review van dit boek heb gelezen. Sorry, maar dan zal de mijne de eerste zijn. Ik vond het ontzettend melodramatisch, cliché en helemaal geen originele schrijfstijl zoals iedereen dat verwoordde. De schrijfstijl was ontzettend inconsistent en de personages allesbehalve sympathiek. Het boek was dun en alles werd snel afgehaspeld. Enfin, geen fan hier. Overrated much vind ik.
  • Ik ben dan toch eindelijk eens begonnen aan een klassieker. Rebecca van Daphne Du Maurier. Gothic romance wordt het genoemd. Voorlopig is het nog wat wennen en heel inleidend allemaal, maar ben benieuwd of het terecht is dat dit boek de tand des tijds heeft doorstaan. Het leest alvast heel vlot voor een klassieker.

Gekeken

  • Eindelijk begonnen aan Baptiste. Ik vind het één grote mindfuck en heel wat lijnen door elkaar precies. Ik kijk dus liever niet te veel afleveringen na elkaar. Maar goed gemaakt alweer. Ik ben fan!

Meegemaakt

  • Project huis is begonnen en dat heb ik geweten. Er is veel minder tijd voor rust in mijn hoofd. En om boeken uit te lezen, laat staan series te bingen. Maar het loopt goed voorlopig en dat is het belangrijkste.
  • Vijf dagen Parijs. Het was zalig! Ik had helemaal niet verwacht dat Parijs een stad voor mij zou zijn. Want groot, veel verkeer en brede boulevards (en dus helemaal niet meer middeleeuws) en dure winkels en weet ik veel wat allemaal. Maar ik vond het een verrassend fijne stad met veel mooie en rustige plekjes. Belleville en Montmartre zijn by far mijn favoriete wijken.
  • En dus ook één dag naar Versailles. Daar komt ooit een super enthousiaste post over online, of twee. Zoveel foto’s! Nee echt, paleizen en kasteeltjes, ik doe dat zo graag en zeker als ik vrij veel ken van de geschiedenis die zich daar heeft afgespeeld, zoals in Versailles. Ik vond het fantastisch. Gelukkig was het er ook niet te druk. En ik moet nog eens terug. Ah ja!
  • Verder nog heel wat leuke dingen zoals een quiz gewonnen (dat stond op de bucket list), het lief gaan aanmoedigen op de 100km run en genoten van de zon in de wellness.

Uitkijken naar

  • Geen grote dingen gepland voorlopig dus het is uitkijken naar de kleine dinges des levens. Rust. Zon. Gezellige momentjes met vrienden en het lief.
  • Het einde van 40 dagen bloggen. Want ik ben niet meer mee, sorry voor mijn weinige/late reacties alvast. Ik probeer zo veel mogelijk te komen lezen en reageren. En al die korte berichtjes zijn mijn ding sowieso ook wat minder want dan weet ik precies niet wat reageren.

Geblogd

Hoe was jouw maand?

 

Advertenties

Opposites attract?

Recent hadden we op het werk een sessie rond MBTI. Een hele dag lang zelfs. Ik zou er ondertussen een boek over kunnen schrijven. Maar ik had het er hier al eens over (spoiler: de test zorgde opnieuw voor een andere uitslag bij mij, ik ben blijkbaar niet zo makkelijk in een hokje te stoppen). Misschien wijd ik er nog wel eens een post aan, maar voorlopig viel mijn aandacht op een andere zinnetje dat besproken werd.

Opposites attract. Oftewel: de meesten onder ons worden verliefd op iemand die andere persoonlijkheidskenmerken heeft dan hij- of zijzelf. Bijvoorbeeld: een introvert voelt zich aangetrokken tot een extravert omdat die hem/haar naar buiten trekt en altijd een gesprek weet aan te knopen, een extravert valt voor een introvert omdat die zo goed kan luisteren. Samen ga je elkaar uitdagen en ontwikkel je de tegenovergestelde skills door de jaren heen meer en meer. Zo zal de introvert steeds makkelijker extravert uit de hoek kunnen komen en omgekeerd.

Er begon meteen een soort kritisch alarmbelletje af te gaan in mijn hoofd. Het lief en ik zijn niet alleen twee introverten, maar verschillen verder maar één letter van elkaar blijkbaar. T & F. Ofwel de typische verdeling dat de man een thinker is en de vrouw een feeler. Dit klopt bij ons ook, gelukkig maar, want ik ben een vrij harde feeler en heb absoluut iemand nodig die me helpt relativeren.

Interessante sidenote: ik kwam een T uit op mijn test, omdat ik als feeler (dat blijkbaar zorgt voor een groot aanpassingsvermogen) had geleerd om mij meer als thinker te gedragen doordat mijn omgeving heel thinkgericht is. Zoals ‘de expert’ het zo plat verwoordde ‘den IT, dat is een typische thinkerswereld’. Heerlijk toch, die veralgemeningen?

Onze expert zei er natuurlijk ook meteen bij dat na twee jaar relatie de verschillen steeds meer en meer beginnen opvallen en dit kan zorgen voor frustraties. En het eeuwige elkaar proberen veranderen (waarbij hij meteen bevestiging vroeg aan een van de wat oudere vrouwen uit de groep: “En hoeveel is uwe man al veranderd in al die tijd?” “Niets?” “Exact!”)

Ik kon het niet laten om na de sessie nog eens even langs te gaan met wat kritische vragen rond het opposites attract thema. Of het soms niet beter is dat mensen iets meer op elkaar lijken. Omdat het net die frustraties kan verminderen, omdat er op langere termijn meer begrip is.

Neem nu het voorbeeld dat Susan Chain in haar boek Quiet aanhaalt over een introvert-extravert koppel. Mevrouw wil graag elke vrijdagavond rustig in de zetel zitten, meneer doet niets liever dan op vrijdag vrienden uitnodigingen voor een etentje. Ik moet je niet vertellen wie de introvert en wie de extravert is zeker? Susan stelt dat het koppel hun ‘crisis’ heeft overwonnen met een compromis. Twee avonden in de maand een etentje, de overige twee avonden rust.

*Insert mijn kritische geest*. Als meneer en mevrouw allebei introvert of allebei extravert zouden zijn, zouden ze elke vrijdagavond hebben wat ze willen, toch?

Ik kreeg de repliek terug dat 75% van de koppels, twee of drie MBTI-letters verschillen. En zeker bij drie letters is dat al best moeilijk en zorgt dat vaak voor vuurwerk. Een koppel met 0 of 1 letter verschil komt veel minder voor. Maar dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Feeler-thinker zorgt sowieso voor de sterkste tegenstellingen, dus daar blijven wij niet van bespaard. We gaan enkel iets minder gedwongen worden om de andere eigenschappen te ontwikkelen. Zo kunnen we niet van elkaar leren om ons extraverter te gedragen.

Gelukkig zijn clichés niet altijd correct. In den IT zijn zogezegd ook alleen maar introverten. Dat wij absoluut geen standaard IT-bedrijf zijn was na die dag wel duidelijk. We hebben heel wat extraverten en gelukkig ook een heel aantal feelers. Dus wat dat betreft zijn er leermogelijkheden genoeg om mijn extraverte kant te ontwikkelen denk ik.

Opposites attract? Het zal voor mij nog wat een mysterie blijven denk ik.

En hoe zit dat bij jullie? Lijk je qua persoonlijkheid net wel of net niet op je partner?

 

8 willekeurige feitjes over mij

Onder het motto het moeten niet altijd diepzinnige posts zijn vol inzichten om mij wat beter te leren kennen deel ik vandaag acht random dingen over mezelf. Gratis en voor niks, jawel. Feitje nummer 7 geloof je nooit. 😀

  • Ik eet elke dag chocola en ik merk – zonder zever – een effect als ik dat niet doe. Op vakantie is die chocola niet altijd vanzelfsprekend en dan ontstaat er na een aantal dagen een ontzettende drang naar chocola waardoor ik chagrijnig word als die onvervuld blijft. Er zijn ergere verslavingen waarschijnlijk, maar zonder mijn dagelijkse cocoashot kan ik echt niet.
  • Ik was als kind altijd een moeilijke eter, maar heb de laatste jaren een serieuze inhaalbeweging gedaan. Het resulteert alleen nog in het feit dat ik absoluut geen vis eet. En nee ook geen schaaldieren. Ik lijd dus meestal wat langer honger op etentjes aangezien de hapjes en het voorgerecht vaak met vis zijn. Waardoor ik ook altijd veel medeleven voel met mensen die om andere reden bepaalde zaken niet eten bv. een allergie of een veggie/vegan levensstijl.
  • Ik heb eigenlijk een grondige hekel aan sociale media en was er ook heel laat bij met Facebook, Instagram en aanverwanten. Facebook maakte ik aan omdat er op de unief te veel groepswerken waren die daar werden besproken. Als online marketeer moet ik daarnaast wel de nodige accounts in stand houden om mijn werk te kunnen doen. En er is mijn blogpagina natuurlijk. Maar als ik echt kon kiezen mochten ze dat afschaffen.
  • Ik haat het om materialistische dingen te kopen. Aka ik ben geen shopping queen. Niet alleen kledij, schoenen, handtassen, maar ook gsm’s en andere praktische zaken. Minimalisme is al mijn levensstijl van in de vroege jaren 2000 (eat that hipsters) en ja dan loop ik soms rond in schoenen die eigenlijk kapot zijn of te grote broeken omdat ik wat ben afgevallen. Zolang ik maar niet naar de winkel moet.
  • In dezelfde categorie heb ik nog een grotere hekel aan de supermarkt. Hoe altijd alles van plaats verandert, mensen die met hun kar in de weg staan, jengelende kinderen, het hoogste schap waar je net niet aan kan, mensen met te veel klein geld aan de kassa, jengelende kinderen… Ik wil hier weg.
  • Ik heb niets met sporten die je alleen en op eigen initiatief moet gaan doen. Zoals lopen of fietsen. Naast saai, is het moeilijk om me te motiveren na een lange dag en dus stel ik het uit met de gedachte dat het morgen ook nog kan. Maar dat dan elke dag. Samengevat: ik ben nogal lui en blijf graag in de zetel liggen. Daarom heb ik een soort sociale druk nodig om op een vast tijdstip per week naar een groepsles te gaan. Vandaar dat mijn danslessen en de zumba zo goed werken. Ik heb even weinig zin om die sportkleren aan te trekken en die zetel uit te komen, maar anders ben ik niet meer mee met de pasjes dus ja, ik moet wel.
  • Ik ben nogal direct in de omgang. Ik zeg wat ik denk.Maar ik heb daar vaak wel zeer grondig over nagedacht. Het is dus niet zo dat ik er zaken uitflap. Ik denk gewoon zo hard na over de inhoud, dat ik vergeet aandacht te besteden aan de vorm. En dus kan ik al eens fel of bot overkomen. Maar nooit zonder dat wat ik zeg ook op iets slaat. Waardoor ik er vaak mee weg kom. En mijn naaste omgeving dit aan mij apprecieert. Maar iemand die mij niet kent die kan soms raar opkijken. Sorry not sorry.
  • Ik heb zodus een hekel aan smalltalk. Vooral aan de telefoon. Mensen bellen jou met een reden, dus maak maar direct je punt. In mijn job heb ik leren smalltalken aan de telefoon en tijdens meetings. Maar ik heb het niet zo graag over hond van de tante van de ex-vriendin van je schoonbroer. Dat boeit me helemaal niet. Geef mij maar diepgaande gesprekken die echt over iets gaan.

Herkenbare puntjes? Of helemaal niet?

Gastblog: Talitha over haar quarter life

Of we een keer van gastbloggen konden doen? Op die vraag van Talitha zei ik heelhuids ‘Hoe kan het zelfs dat dat nog nooit eerder is gebeurd?’. Waarop mijn blogje bij haar verscheen vol lovende woorden. En nu is het aan mij om deze intro vol te lullen over haar, met even positieve noten. Dat kost me gelukkig geen enkele moeite!

Maar ik ga het kort houden. Talitha is één van de beste copywriters/creatives die ik ken. En neen, ik ken haar niet persoonlijk. Dat gevoel heb ik wel door haar blog te lezen, haar persoonlijkheid spat namelijk van het scherm. Ik zag wel ooit haar portfolio. En believe me, you’re a lucky bastard als je met haar mag samenwerken.

We hebben dus wel wat gemeen. Naast onze gemeenschappelijke achtergrond in reclame en schrijven, ergeren we ons aan veel zaken, eten we graag taart (wie de foto bovenaan niet snapt komt duidelijk te weinig op haar blog), kunnen we zeer ironisch uit de hoek komen (en Talitha ook heel DRAMATISCH) en volgens mij houdt ze ook niet van trappen met gaten in. Want WIE WEL? De levende hel zeg ik je.

Enfin, genoeg inleiding. Het woord is aan copyqueen Talitha.


Annelies heeft al een paar keer over de zogeheten quarterlifecrisis geschreven. Je weet wel, dat ding dat wij millennials een tijdje geleden hebben verzonnen om nog een pakske meer te kunnen zagen over al ons ingebeelde leed en entitled zelfmedelijden. Right. Ik roep nogal vaak dat ik me inmiddels al aan de verkeerde kant van 25 bevind – waarop doorgaans met gegrinnik (-25-jarigen) dan wel met gesputter (+25-jarigen) wordt gereageerd – maar ik ben wel degelijk nog een twintiger. Ik kan evenwel niet direct antwoorden op de vraag of ik zélf met zo’n crisis zit of die wellicht al achter de rug heb. Enfin, zo’n grote crise zal het dus sowieso wel niet zijn, maar toch. 

Ik begrijp de quarterlifecrisis namelijk wel. Annelies verwoordde het al treffend: als twintiger begin je naarstig tje eigen leven te vergelijken met anderen. En daar loopt het veelal mis. Want hoe de fuck spelen die anderen dat allemaal klaar? Een droomjob vinden, de perfecte relatie onderhouden, een geweldig huis kopen, waanzinnig veel vrienden hebben waarmee ze exotische vakanties beleven en zowat elk weekend spectaculaire feestjes mee vieren,… Terwijl ik in een permanente staat van verwarring en met droogshampoo gemaskeerd semi-vettig haar lijk te verkeren en al die exotische vakanties vooral passief in mijn Instagram feed meemaak, languit in vegetatieve toestand op de zetel met hier en daar wat popcorn in mijn bh (als ik er al eentje draag).

Het is een soort checklist, zegt Annelies. Eentje waarvan we met z’n allen onszelf hebben wijsgemaakt dat het gelijkstaat aan hoe geslaagd ons leven is. Laten we ‘m even overlopen.

Een coole job waar je gelukkig van wordt en die ook nog eens achterlijk goed verdient

Ik beken: mijn job is heel belangrijk voor mij. Het is een essentieel stukje van mijn identiteit. Ik haal er veel voldoening en, sure, ook wel een hoop eigenwaarde uit. Ik ben echter geen workaholic: ik weiger om structureel over te werken en zodra de deur achter me dichtgaat, zet ik alle werkgerelateerde gedachten uit mijn hoofd. Ben ik erg goed in. Maar tijdens de uren die ik op mijn werk doorbreng, wil ik wel gelukkig worden van wat ik doe. En dus heb ik me al aan wat job hopping gewaagd, tot ik iets vond dat ik echt tof vond. Als ik het ergens niet meer leuk vind, heb ik er ook geen probleem mee om weg te gaan en iets anders te zoeken. Maakt dat mij verwend? Misschien. Maar ik weiger om me 40+ uur per week ergens ongelukkig te voelen, puur omwille van de zekerheid/het geld/de prestige/het gemak/de toffe mensen. En het boeit me werkelijk geen ene moer wat de rest van de wereld daarvan vindt. 

Ik vind zelf dat ik een heel coole job heb (native reclamecampagnes bedenken bij Medialaan/De Persgroep). Ik word er gelukkig van. Verdient helaas niet achterlijk goed, maar zeker wel voldoende. Dus ja, aan deze checkbox hecht ik zeker wel belang en ik heb me er in mijn beginjaren op de arbeidsmarkt ook écht wel zorgen over gemaakt, ettelijke uren slaap aan verloren en een paar liter tranen om verspild. Check, check, check.  

De perfecte relatie met de perfecte man/vrouw en dan nog een hoop perfecte kinderen ook

Ik ben al zowat driehonderd miljoen jaar samen met mijn Lief, give or take a few. Oké ja: zeven en een klets, om iets preciezer te zijn. Wij hebben zeker niet de Perfecte Relatie. Maar wij amuseren ons nog elke dag kostelijk met elkaar. Hij is mijn favoriete persoon ter wereld en kent me door en door. Alles is leuker en beter met hem erbij. Het is geen Perfecte Relatie met hoofdletters, maar hij is wel mijn Lief met hoofdletter. Technisch gezien is hij, sinds een paar maanden, zelfs mijn Verloofde. Dus ja, deze checkbox kan ik in elk geval afvinken. Ik ben al sinds mijn twintigste van ’t straat, dus ik heb me nooit zorgen hoeven maken over ‘op tijd’ een lief vinden. Dat onderdeel van de grote QLC ken ik dus niet. Integendeel: ik heb het stiekem zelfs altijd wel wat jammer gevonden dat we elkaar zo snel zijn tegengekomen, omdat ik het oprecht tof vond om single te zijn als student. 

En wat betreft kinderen: neen, dank u. Kan ik nu echt nog niet aan. Ik voel daar ook hoegenaamd geen druk over. Onze kat is op dit moment ruim voldoende kots- en kakopruimwerk, dank je feestelijk. 

Een eigen huis met oprit en grote tuin en vrijstaande brievenbus die bij de bakstenen van de voorgevel passen enal

Aaah, de Belgische droom. Ik heb zelf de voorbije negen jaar in Amsterdam doorgebracht, alwaar iedereen in veredelde schoendozen van 50m2 op elkaar gepropt zit, daar huurprijzen van vier cijfertjes voor neertelt en dat allemaal heel normaal vindt. Bijgevolg heb ik bijlange nog niet genoeg geld kunnen sparen om ook maar in de buurt te komen van een enigszins realistische eigen inbreng. Een eigen huis ligt voor ons dus zeker nog niet direct in het verschiet. Da’s een heel gekke aankondiging voor de meeste van mijn leeftijdgenoten, kan ik u vertellen, gezien de doorsnee Vlaming je basically beschouwd als gefaald in het leven als je voor je dertigste nog geen eigen appartement of huis bezit. Het liefst plant je er natuurlijk zelf nog eentje neer, rap-rap voor de broodnodige betonstop, maar tot die tijd koop en verbouw je dat het een lieve lust is. 

Tja. Bouwen interesseert me echt helemaal niets. Ik vind nieuwbouwhuizen ook nooit echt mooi, dus dat scheelt. Ik hoef geen grote tuin, hoef niet op een vrijstaand stuk grond in de suburbs te wonen, hoef geen 3 aparte wc’s en dubbel zoveel slaapkamers als er eigenlijk ooit mensen in het huis gaan wonen. Ik vind het prima om iets kleiner te wonen. Maar ik wil uiteindelijk wel een huis kunnen kopen en, toegegeven, daar maak ik me soms ook wel wat zorgen over. Vooral als ik het vergelijk met leeftijdsgenoten, die zo goed als allemaal al een eigen woning bezitten. Kan ik soms wel een beetje panisch of verdrietig door worden. Maar dan bedenk ik even later ook: ik heb bijna een decennium van mijn leven in de, wat mij betreft, mooiste stad ter wereld doorgebracht en dat pakt niemand mij meer af. Ik heb er financiële achterstand door op gelopen, maar in vergelijking met mijn leeftijdsgenoten heb ik er wel een heel bijzondere studententijd aan overgehouden. Worth every euro of it, zeg ik u. 

Alles uit het leven halen want je bent jong en je wil wat en al die Pinterest-tegeltjes-bullshit

Ja, je moet feesten en festivals afschuimen en elke vrijdag comazuipen en al je zuurverdiende geld opmaken aan hipstervakanties met rugzakken in Thailand en op een opblaasbare zwaan ronddobberen in een zwembad in Bali en elk vrij weekend gaat cityhoppen all over Europa. Ik weet het allemaal wel. Ik wil ook wel graag groots en indrukwekkend en meeslepend leven, maar tegelijkertijd is het nieuwe seizoen van Queer Eye net op Netflix en is mijn zetel zo zacht en was mijn week zo druk en stond ik net al een uur in de file, so fuck it. Ik heb al lang geen last meer van FOMO – een van de beste voordelen van aan de andere kant van 25 zitten, geloof ik. Het zal allemaal wel, met je feestfoto’s op Instagram. Lijkt me allemaal erg vermoeiend. 

Over all denk ik dus dat het wel goed zit met mijn QLC. Over dingen als FOMO en mijn carrière heb ik me vroeger een pak drukker gemaakt dan nu. Het zal wel de berusting van de latere twintigerjaren zijn, I guess. Daar staat tegenover dat de serieuzere topics des levens, zoals een eigen huis kopen en hoe-ga-ik-in-godsnaam-ooit-een-bruiloft-organiseren-laat-staan-betalen, me nu ineens zorgen beginnen te baren. Omdat, ja, ik mijn situatie vergelijk met anderen. Ik heb er dus wel een beetje last van. Maar evengoed besef ik: ik kan mijn situatie niet één-op-één vergelijken met die van anderen. Om handenvol geld uit te geven aan hun frequente verre vakanties werkt een bevriend stel soms weken aan een stuk zeven dagen op zeven. Om haar enorme huis te kunnen betalen, blijft een vriendin van mij al drie jaar noodgedwongen bij een job die ze haat. Dat zijn dingen die ik er bijvoorbeeld niet voor over heb. En dus heb ik minder geld en huur ik nog steeds een appartement. You win some, you lose some. Je maakt keuzes and you deal with it.

That’s grown-up life, hastn. En we hebben nog een jaar of dertig om keihard aan al die gemaakte keuzes te gaan twijfelen, wanneer onze mid-life crisis aanbreekt. HOEZEE!

Over onze kantoortuin en mijn zaagcactus

Mijn vorige werkupdate was misschien niet zo positief. Ik vertelde hoe ik mij moest aanpassen aan de veranderende groepsdynamiek door alle nieuwe mensen. En dat is nog steeds zo, want ook in 2019 zijn er alweer twee nieuwe collega’s bijgekomen. Daarnaast had ik het ook al eens over mijn twijfels of ik niet op sommige vlakken kenmerken van hoogsensitiviteit vertoon en dat werken in een kantoortuin of open office daardoor niet evident was.

Vandaar dat ik wel eens even een post wil wijden aan mijn relatie met onze kantoortuin. Toen ik 2,5 jaar geleden begon met werken vond ik zo’n open office echt heel fijn. Het zorgt voor een dieper contact met je collega’s. Je bent namelijk in dezelfde ruimte, maakt veel meer praatjes en het zorgt voor verbinding. Die verbinding had ik nodig na BAS, waar ik me een jaar lang niet zo oké voelde in de groep. Die verbinding zorgde er ook voor dat ik me snel thuis voelde.

Maar niet alles is rozengeur en maneschijn natuurlijk, ondertussen besef ik dat er ook nadelen zijn verbonden aan deze indeling. Vroeger zat ik op een hoek van de lange tafel die ons bureau doorkruist, vandaag zit ik in het midden. Meer mensen rondom mij en dat betekent ook meer lawaai. Daarnaast zit ik ondertussen in het meest extraverte team van allemaal (het strategieteam) en dat zijn de mensen die in de buurt zitten. Daarvoor zat er een developmentteam in de buurt en dat is toch wel iets anders ;). Vroeger waren er plaatsen over aan tafel, nu zitten we gewoon vol. Dus again, meer geluid. Was vroeger dan alles beter? Neen, dat is wat kort door de bocht.

Ik krijg nog steeds energie van de mensen rondom mij en vind het heerlijk dat er zoveel ruimte is voor smalltalk en verbinding. Maar ik leer mezelf elke dag beter kennen. Ik vertoon op het werk hoogsensitieve eigenschappen. Ik hoor namelijk alles. Ik luister onbewust heel wat gesprekken mee en dat leidt af. En hoe ouder ik word, hoe gevoeliger ik word voor geluid, zo blijkt.

Voor mijn 25ste verjaardag kreeg ik van enkele collega’s een zaagcactus. Als grapje uiteraard. (Dat is een plant ja en die staat mooi op mijn bureau, nog steeds, hij leeft nog, ik kan blijkbaar toch voor een plant zorgen. Oké oké, het is een collega die hem water geeft. Eigenlijk doe ik helemaal niks daarvoor. Maar hij leeft nog!). En soms komt die innerlijke zaagcactus in mij naar boven. Dan moet ik vragen of het wat stiller kan. Dan zijn er zoveel gesprekken, is er zoveel geroezemoes en wil ik nog dingen gedaan krijgen. Dan moet ik streng zijn. En soms vind ik dat heel erg, ik mag dan een van de weinige introverten zijn in mijn team (we zijn met 4 op een totaal van 9 nochtans), ik ben niet op mijn mondje gevallen. Soms moet er gewerkt worden. Maar het is vervelend om anderen hun smalltalk af te nemen.

Uiteindelijk ben ik dan toch gezwicht voor een koptelefoon. Niet geluidsbestendig, maar gewoon eentje om af en toe muziek te spelen en zo het geroezemoes te sussen. Ik was lang tegen een koptelefoon omdat ik in de flow van het kantoor wou zijn. Maar het woog te zwaar op mij. Ik kon het even niet meer.

Werk dan van thuis hoor ik je denken? Ik doe dat regelmatig, maar al na één dag mis ik de sfeer op kantoor enorm. Het is soms echt nodig om even te kunnen doorwerken, maar elke week een dag thuiswerken zou mijn ding niet zijn. Privé en werk gescheiden houden is dan ook niet zo evident.

Toch wil ik niet naar een systeem waarbij iedereen een eigen kantoor heeft of elk team apart zit. We zijn exploratief aan het kijken naar een nieuwe locatie en ergens heb ik schrik dat de indeling helemaal anders gaat zijn. Ik zou het nog altijd fijn vinden mochten alle teams vrij dicht bij elkaar zitten, maar dan in een iets meer geluidsisolerende ruimte ofzo. Dat in combinatie met wat meer plekjes om je terug te trekken zoals een buiten en wat verborgen hoekjes en kantjes zou voor mij helemaal werken.

Ik hou enorm van de sfeer op kantoor, ik hou ook enorm van mijn collega’s, extravert of niet. Maar ik besef dat ik sneller overprikkeld ben dan iemand anders en dat zorgt ervoor dat ik de laatste tijd iets anders moet tewerk gaan. Nog evenveel smalltalk, maar iets meer focus af en toe. En meer muziek in mijn leven, dat is zeker niet slecht.

Ik ben dus duidelijk nog op zoek naar een evenwicht. Mijn zaagcactus heeft water nodig, maar niet te veel want het blijft een cactus. Hetzelfde gevoel heb ik bij een kantoortuin, ik vind het fijn en heb het soms nodig, maar het mag niet te veel worden. Met mate, zoals alles in het leven.

Werk jij in een kantoortuin?

Malta #1: Van Marsaskala naar Marsaxlokk

Eind augustus 2018 trokken het lief en ik voor 7 dagen naar Malta & Gozo. Over onze planning en alle praktische zaken zoals vervoer en verblijf kon je al lezen in deze heuse overzichtspost. Malta bleek veel meer te bieden dan we hadden verwacht en daarom post ik met plezier van elke dag ook een meer gedetailleerd verslag.

Tijdens onze eerste dag vertrokken we al vroeg voor onze vlucht en landden we vlak voor de middag op de enige luchthaven die het eiland rijk is. Het was eventjes zoeken naar de juiste bushalte, we moesten ook ergens overstappen volgens Google Maps en dat ging even fout, maar dankzij Google Maps en wat geduld kwamen we dan toch uiteindelijk aan in Birgu waar we zouden overnachten. Na het inchecken hadden we een hongerke en we probeerden meteen de lokale specialiteit uit: pastizzi. Dit zijn bladerdeeggebakjes met ofwel kikkererwten ofwel ricotta in. Ik was niet overdonderd. Die met kikkererwten was wel lekker, die met kaas vooral zwaar. Een adjectief waarmee je de Maltese keuken trouwens in één woord kan samenvatten.

Marsaskala

In de namiddag deden we deze wandeling van Visit Malta, met route B langs St. Peter’s Pool. Al volgden we niet de witte bordjes zoals beschreven, maar had het lief de route op zijn sporthorloge opgeslagen, we zullen dus hier en daar wel wat anders gelopen hebben dan op het kaartje. Startpunt was het vissersdorp Marsaskala en de wandeling was in totaal 12km lang.

IMG_20180826_135117.jpg

thumb_P1130071_1024.jpg

Marsaskala bleek een schattig dorpje met een haven waar je rond kan. Opvallend is dat de vissserbootjes in Malta niet aan een steiger liggen, maar gewoon in het midden van de haven voor anker. Hoe je op de bootjes raakt is ons een raadsel, al zagen we ook wel van die hele kleine bootjes aan de buitenkant liggen die daar misschien voor gebruikt worden.

Eens je de haven rond bent kom je aan een brede wandelboulevard en voorbij een zwemzone met enkele zoutpannen. Strand vond je niet aan deze kant van het eiland, mensen zonnen hier op de rotsen.

thumb_P1130074_1024.jpg

Op weg naar de tweede inham kom je voorbij enkele villa’s en een leegstaand gebouw met mooie street art. De enige street art die we die week zouden zien.

thumb_P1130078_1024

thumb_P1130080_1024

Het tweede haventje leek ons meer gericht op pleziervaart, met vervallen huisjes, veel auto’s, rommel. Beetje chaotisch en typisch mediterraans zeker?

thumb_P1130089_1024.jpg

thumb_P1130090_1024.jpg

You see what I mean? 😀

Eens Marsaskala uit wenkt een mooi stukje natuur met zicht op witte ‘kliffen’, al zijn ze niet hoog genoeg om de naam kliffen waardig te dragen. Maar het zandweggetje stijgt wel dus dat is even bijten voor de enkels. Het uitzicht loont gelukkig. Ik vond het er prachtig.

thumb_P1130092_1024.jpg

Het weggetje naar omhoog.

thumb_P1130103_1024

Het uitzicht

thumb_P1130102_1024

De zon stond ook goed, waardoor je het water zag verkleuren door het witte zand.

_VDW1951.jpg

Even bekomen van de klim

Hierna wandel je nog een tijdje langs een zandweggetje met veel cactussen, verlaten oude gebouwen, een muur… Het was wat van alles wat. In de verte lonkt de haven van Marsaxlokk al.

thumb_P1130113_1024.jpg

Maar wij namen nog een omweg langs St-Peters Pool. Hiervoor moesten we langs een lange asfaltweg en dat viel zwaar tegen. Heel de tijd auto’s die passeren, heel druk want het was een zondag en eigenlijk is de weg naar het einde van de Pool gewoon te klein om met een auto door te kunnen, maar daar laten Maltezen zich niet door kennen. Zolang ze maar zo dicht mogelijk kunnen parkeren en vooral niet te ver moeten stappen. *Zucht*.

Ook naar het uiterste punt van de uitham wandelen viel wat tegen, zo’n mooie uitzichten vonden we niet meer. Uiteindelijk rustten we wat uit bij St. Peters Pool, waar het druk was en daarom niet zo ons ding.

thumb_P1130119_1024.jpg

Durfals kunnen hier van de rotsen in het water springen, maar daar bedankten we voor. Weer naar beneden dan, via dezelfde asfaltweg, en zo kwamen we in Marsaxlokk. Befaamd om zijn zondagse vismarkt, die al dicht was (ik eet toch geen vis) en de typische schattige Maltese bootjes.

thumb_P1130123_1024.jpg

thumb_P1130127_1024.jpg

Het contrast met de containerschepen in de verte was opvallend.

We waren moe en ploften neer op een terrasje met zicht op de haven. Veel meer hebben we van het dorpje niet verkend. We waren vroeg moeten opgestaan voor onze vlucht en dat eiste zijn tol. Aan het terras zat een uitgemergeld katje met maar één oogje te bedelen voor eten. Ik begon meteen te wenen. De komende dagen zou ik nog een aantal keer geconfronteerd worden met het straatkattenprobleem op Malta en Gozo. Het was soms echt zielig. Mijn klein hartje had het daar heel moeilijk mee.

We namen vlot de bus terug naar onze B&B. We vroegen de eigenares restauranttips in Birgu, het stadje waar wij zaten, omdat ze geen zin hadden om nog ver te gaan. Uiteindelijk aten we heerlijke pasta en risotto bij Osteria VE op het terras in een van de vele kleine straatjes die Birgu rijk is.

IMG_20180826_200707

Malta staat bekend om zijn religieuze feesten en het afsteken van vuurwerk en daar maakten we meteen kennis mee. In Birgu was alles namelijk versierd met kleurrijke lichtjes en middeleeuwse doeken en er werd rondgegaan met een soort mariabeeld in een heuse processie. Er was een fanfare en uiteraard veel vuurwerk. Het gaf onze trip meteen iets extra, zo mee ondergedompeld worden in de lokale cultuur. Birgu is echt prachtig, zowel overdag als ’s avonds. Later meer foto’s, maar nu was het tijd om ons bedje op te zoeken.

Ben jij ook al eens toevallig op een lokaal folkklorefeest beland?

Lichtpuntjes #12

Het is belangrijk om dankbaar te zijn voor die kleine alledaagse dingen die je blij maken. De lichtpuntjes die je door donkere of moeilijke periodes helpen. Als je goed rond je kijkt, zie je overal van kleine dingen die de dag een beetje beter maken. En daar wil ik regelmatig bij blijven stilstaan. Zodus deze rubriek.

En we vliegen er meteen in:

  • Het goede weer in februari. Blauwe lucht en zon all over the place. ZALIG. Ik word hier zo gelukkig van.
  • Goede gesprekken op het werk. Waardoor ik me toch weer wat meer begrepen voelde.
  • Vitaminesupplementen die aanslaan waardoor ik me energieker voel en meer concentratie had.
  • Wat meer projecten op het werk in combinatie met de verbeterde concentratie waardoor het weer wat beter gaat met de productiviteit en de motivatie.
  • Tijdens de middag even buiten in het zonnetje in het park gaan zitten en een boek lezen.
  • Diepe gesprekken met vrienden over het leven. Want ja, het leven hé.
  • Het eerste terrasje van 2019.
  • Het eerste ijsje van 2019.

IMG_20190307_222521.jpg

  • De laatste cross van het jaar. In het zonnetje.
  • Zei ik al dat het zonnetje een lichtpuntje is voor mij?
  • Een aantal daagjes vakantie om wat uit te blazen en praktische zaken in orde te brengen.
  • Helen Wyman die mijn blogbericht over/voor haar heeft gelezen en erop antwoordt.
  • Nog meer goede gesprekjes en etentjes met vrienden.
  • Florence+The Machine in het Sportpaleis, hallokes rosse vonk.
  • Het Statikweekend, met een boksinitiatie en een wandeling door het prachtige Hombourg met dit uitzicht als letterlijk hoogtepunt.

IMG_20190309_153655_2.jpg

Welk lichtpuntje vind jij het delen waard?