Pont-château

Dit weekend vinden de Europese kampioenschappen veldrijden plaats in het Franse Pont-château. Het EK heeft, zoals in alle sporten, een beetje een merkwaardige reputatie. De waarde ervan is niet echt duidelijk, daarvoor bestaat het nog niet lang genoeg. Desalniettemin staat er wel een trui op het spel. En of je die nu mooi vindt of niet: een trui toevoegen aan je palmares, daar droomt iedere renner van.

Maar voor de echte veldritliefhebber is het EK in Pont-château vooral een terugkeer naar de plek waar al eerder een belangrijke cross is gereden. In 2004 om precies te zijn. Ergens eind januari. Jawel, een wereldkampioenschap.

Ik kan ze me allemaal voor de geest halen, de WK’s van de laatste 2 decennia. Maar er zijn er maar enkele waarbij het spannend was tot in de laatste ronde. Waarbij elk miniscuul foutje werd afgestraft. Waarbij het hart van iedere supporter een paar tellen te veel sloeg en de hartslag van de renners ver over de limiet ging.

Er is er maar één WK waarbij het spannend was tot de laatste seconde, tot in de laatste 20m. Het was een Belgisch onderonsje, een toenmalige clash tussen de oude en de nieuwe generatie. Tussen de man van het jaar en de man die er elk WK opnieuw stond. Met een duizelingwekkende sprint werd het parcours van Pont-château onsterfelijk.

mathieu

Mathieu Van Der Poel in De kuil van Zonhoven – oktober 2016

Een parcours dat allesbehalve spectaculair genoemd kon worden. Ook vandaag strijden ze op quasi datzelfde rondje. Je zou het zelfs saai kunnen noemen. En zonder regen zal het snel zijn, heel snel, te snel. Maar de inzet is wel opnieuw een trui…

De omloop van Pont-château bewijst dat je niet altijd een prachtig parcours nodig hebt om een fantastische wedstrijd te krijgen. Pont-château zal door het WK van 2004 voor altijd iets mythisch hebben. Voeg daar vandaag de onderlinge strijd tussen Van Der Poel en Van Aert aan toe. Hoe dicht zij bij elkaar liggen. Het kan niet misgaan!

Voor de volledigheid: in 2004 won Bart Wellens met nog geen halve seconde voor op Mario De Clerq. Sven Vanthourenhout kwam als derde over de meet. Geen van deze renners zal vandaag de koers bepalen. Maar neem het van mij aan dat ze met veel nostalgie en trots zullen terugdenken aan die ene wedstrijd, wanneer de winnaar van vandaag over diezelfde eindmeet rijdt.

P.S. ook vorig jaar schreef ik over het EK.

Sterretjes

Nee, ik ga het niet hebben over Twitter die deze week zijn sterretjes in hartjes veranderde. Ik ga het hebben over andere sterretjes. Over de sterretjes in het veldrijden. De cross telt vele stercoureurs maar allemaal zien ze momenteel de sterretjes voor hun ogen vliegen. Dat is de schuld van één man. Nu ja, van een jongetje van nauwelijks 21 jaar.

8/10. In acht van de tien wedstrijden waaraan Wout Van Aert deelnam reed hij als eerste over de streep. Dat zijn de feiten. Wat de feiten niet weergeven is dat hij die acht wedstrijden heeft gewonnen met overmacht. Met belachelijk veel overmacht. Las Vegas, Neerpelt, Erpe-Mere, Gieten, Ronse, Kruibeke, Zonhoven, de Koppenberg,… Toegegeven, hij smeet niet elke keer met minuten maar het oogde allemaal zo vlotjes, zo gemakkelijk.

Oké, behalve dat ene moment in Ronse waar Wout tot een paar ronden voor het einde niet de sterkste in koers leek. Dat was hij waarschijnlijk ook niet, maar hij was wel de slimste. Hij reed weg waar niemand volgde en kwam uitgeteld over de meet. Toen leek het mogelijk om de heerschappij te doorprikken. En dat deed Lars Van Der Haar de week erna in zijn Valkenburg.

Maar die nederlaag in Valkenburg betekende niet dat de zegereeks ten einde was. Lars versloeg Wout nog wel in Boom maar de demonstraties van Van Aert in Zonhoven en Oudenaarde waren fenomenaal. Op de mythische Koppenberg, het echte begin van het seizoen, had niemand een antwoord op die ene moordende versnelling. Hij finishte ruim een halve minuut voor de rest.

Van Der Haar is in de vorm van zijn leven. Nys is terug op niveau. Pauwels is goed, Meeusen begint onder de mensen te komen. Er staat bovendien een hele horde jonge renners te springen om het beste van zichzelf te geven met Sweeck, Merlier en de kleine Vanthourenhout op kop. En toch zien ze allemaal sterretjes. Ze zien hem vertrekken en weten dat het weer voorbij is. Op maandag dan maar terug de fiets op en hopen dat je dit weekend beter kunt of dat hij minder goed is. Het is de enige manier… (En laat ons niet vergeten dat er thuis nog een jongetje staat te trappelen om ook eens een cross te rijden en Van Aert alle kleuren van de regenboog te laten zien.)

Als al de rest nu al weken sterretjes ziet, wie houdt hem dan tegen in Huijbergen om de sterretjes te plukken? Want dat is de inzet komende zaterdag op het Europees kampioenschap. Een blauwe trui met sterretjes. Ik zie hem al schitteren. Of toch niet?