Helen’s laatste ronde

Tijdens de laatste cross van het seizoen in Oostmalle is er traditioneel ook net iets meer aandacht voor zij die de fiets aan de haak slaan. Kevin Pauwels kreeg terecht veel aandacht (ik schreef eerder al eens hoe moeilijk zijn generatie het gehad heeft) en gaat voortaan als ex-crosser door het leven.

Maar Kevin was niet de enige voor wie het de laatste ronde was. Helen Wyman is vanaf deze maand niet langer een actieve veldrijdster. Een logische keuze, na een iets minder seizoen. En na een carrière als die van haar met overwinningen in nationale en Europese kampioenschappen en een paar fenomenale aankomsten op de Koppenberg. Maar Helen Wyman is zo een van die rensters waarvan je niet kan geloven dat ze er ooit mee stoppen. Alsof ze er altijd is geweest en ze er altijd zal zijn.

En dat is ook zo. Helens successen zullen niet stoppen. Helen blijft verrassen. Na een succesvolle eerste editie van een juniorencross voor meisjes in Loenhout zullen er volgend seizoen meerdere van die wedstrijden zijn binnen de DVV-verzekeringen trofee en krijgen de meisjes junioren ook een eigen trofee. Diezelfde meisjes rijden in 2020 ook hun eerste WK. Hoog tijd, als je weet dat er voor junioren mannen al regenboogtruien worden uitgedeeld sinds 1979.

Het is een beetje tegendraads, een Britse die in België aan de kar moet komen trekken om jonge meisjes een eigen koers te laten rijden. We kunnen nu al zeggen dat er in 2020 geen Belgische wereldkampioen zal worden bij de dames junioren, en de vijf jaren daarna waarschijnlijk ook niet. We hebben de boot gemist.

Helen stopt misschien als voltijds veldrijdster, maar niet als voltijds ambassadrice. Ze zal de jeugd begeleiden met evenveel passie als ze de afgelopen 15 jaar op de fiets zat. Helens succes zit in al die Britse jeugd die het zo goed doet. Of wat dacht u van Tomas Pidcock, Evie Richards en Ben Tulett?

Helens succes zit in haar eerlijkheid, in haar oprecht geloof in een droom en dat die droom voor iedereen werkelijkheid kan worden als je er meer hard genoeg in gelooft en openstaat voor de mensen rondom je. Ik kan het niet mooier verwoorden dan zijzelf:

“Wat ik wil overbrengen is dat onze levens bubbels zijn en dat we het soms moeilijk hebben om er buiten te kijken. Maar je kunt de bubbel ook uitbreiden. We leven in een ongelofelijke wereld, vol met bijzondere mensen die bereid zijn hun huis open te stellen en hun leven te delen met jou.”

(Uit de prachtige tekst waarmee ze haar afscheid aankondigde.)

Het was haar laatste ronde, maar zij zal nog vaak een nieuwe koers rijden. Samen met al die jonge vrouwelijke talentjes die ze begeleidt. En terwijl de eerste voorjaarsklassiekers hun nieuwe winnaar kennen, droom ik al van die eerste regenboogtrui in de nieuwe categorie daar in Dübendorf. Met Helen Wyman aan de zijlijn en een grote glimlach op haar gezicht.

De generatie die het niet waarmaakte

Het viel me ineens op. Tijdens een samenvatting van de veldrit in Neerpelt. Niet, het publiek dat er niet stond. Want ja, vergane glorie die cross. Een gebrek aan toppers en geen echte live tv-uitzending (serieus Telenet, hoeveel volk kijkt er live via die betaalzender van jullie?) zorgen voor weinig animo naast het parcours.

Nee, er viel mij iets anders op. David Van Der Poel nam de kopstart met net daarachter Kevin Pauwels. De man die op voorhand heeft aangekondigd dat zonder goede resultaten dit zijn laatste seizoen zal zijn. De man die ik vergeten was. Het was precies de eerste keer dat hij mij opviel dit seizoen. Wat moet er door zijn hoofd gaan? Is hij al bezig met stoppen?

Kevin is 34. Een mooie leeftijd om te stoppen voor sommigen, maar nog niet echt de leeftijd om die fiets aan de haak te slaan, toch? Pauwels werd in 2002 wereldkampioen bij de junioren, in Zolder nota bene. Twee jaar later mocht hij als tweedejaarsbelofte opnieuw die regenboogtrui aan. De kleine zou sowieso wereldkampioen worden bij de profs, dat riep elke door zichzelf verklaarde ‘veldritexpert’ van de daken. Nys en Wellens konden niet eeuwig blijven domineren.

P1060621

En dat is van zovelen gezegd. De jeugd na Nys en Wellens, zij zouden het gaan maken. België zou die overheersing nooit meer afstaan. In de afgelopen 15 jaar zijn daar 5 renners in geslaagd: Boom, Albert, Stybar, Van Aert en Van Der Poel. De vraag is in welke mate je van die eerste drie kan zeggen dat ze ooit echt gedomineerd hebben. Daarvoor was hun aanwezigheid in de cross misschien net te kort. En geen van alle drie, neen ook niet Albert, hebben ooit een volledig seizoen gemaakt. 

Maar wat met al die andere leeftijdsgenoten? Ik heb het over al die (begin) dertigers die elke wedstrijd nog zouden moeten meestrijden. Hoeveel 30ers vind je aan de top momenteel? In de profselectie voor het EK in Rosmalen van afgelopen weekend is geen dertiger te bespeuren. Tim Merlier is met zijn 26(!) lentes de ouderdomsdeken van de groep.

Er lijkt een generatie van de kaart geveegd. Maar kan je hen dat kwalijk nemen?

Toen ze bij de elite binnenstroomden kregen ze de moeilijke, de bijna onmogelijke, opdracht om te strijden tegen iconen. Sven Nys. Niels Albert. Zdenek Stybar. 7 wereldtitels in 6 woorden. Slokoppen is het correcte woord. Het lukte Pauwels om in 2011 zijn voet ernaast te zetten. Ze werden plots ‘de grote 4’ genoemd.

Wanneer deze toppers door allerlei omstandigheden van het terrein verdwenen (respectievelijk fin de carrière, hartproblemen en een overstap naar de weg) zouden hun gloriejaren echt aanbreken. Maar als zelfs de grootmeester in zijn laatste jaar moet wijken voor twee jonge veulens met bakken talent zag je het al aankomen. Net als de papa van Simba die de kudde antilopes hoorde aankomen en wist hoe laat het was (uit The Lion King), voelden ook zij de bui al hangen. Ze zouden vertrappeld worden.

Ze worden de tussengeneratie genoemd. Maar ze zijn helemaal nooit ergens tussen geweest. Er was geen jaar zonder Van Aert of Nys. Zonder Albert of Van Der Poel. Ze hebben altijd moeten vechten voor hun plaats. Ze hebben elkaar moeten vertrappelen voor een plek in de selectie van het WK. Het heeft hen kapot gemaakt. 

Pauwels en Meeusen (29, nog geen 30) mag je gerust de moedigen noemen. Ik ben eens even in de analen van hun hoogdagen tijdens de jeugd gaan kijken wie daar nog rondreed. Wie won er toen de prijzen bij elkaar?

Bart Aernouts, wereldkampioen junioren in 2000 (Sint-Michiels-Gestel). Geeft ondertussen al meer dan 2 jaar co-commentaar op Proximus en vult zijn dagen als brandweerman. Rob Peeters. Vorig jaar gestopt omdat hij crossen niet meer plezant vond. Philip Walsleben. Het Duitse talent die bij de jeugd geen wedstrijd verloor is gedesillusioneerd gestopt voor zijn 30ste. Radomir Simunek Jr. zal nooit zo’n carrière uitbouwen als zijn vader. Martin Bina, die andere Tsjech, die na een aantal mentale dipjes en een heroïsche wereldbekeroverwinning in Hoogerheide, compleet van de radar is verdwenen. Julien Taramarcaz verhuisde hebben en houden naar, jawel, Baal om bij een Belgische ploeg te kunnen rijden, maar zit ondertussen met zijn gezin opnieuw in Zwitserland. Thijs Van Amerongen, gestopt toen hij geen ploeg meer vond om hem te sponsoren, of rijdt hij toch nog ergens rond?

Ja makkelijk van mij he, de buitenlanders eruit halen? En Aernouts en Peeters zijn nu niet echt de grootste talentjes ooit geweest, ik geef het toe. Weet dan dat Joeri Adams ooit de hoop is geweest voor onze toekomst na zijn wereldtitel bij de junioren in 2007. Het loopt niet altijd zoals wij, of zijzelf, denken.

De cross is zo’n kleine wereld dat het dodelijk is voor wie net niet dat reuzetalent heeft. Alle respect voor Pauwels dat hij het week na week probeert. Maar die topcarrière en die derde wereldtitel in de hoogste categorie zal er niet komen. Een volwassen regenboogtrui zal daar in Kalmthout nooit aan de muur hangen. En hij is niet de enige voor wie die droom uitblijft.

Thibau Nys kan dan wel aanzien worden als een talent, maar hem een toekomstige kampioen noemen is een stap te ver. Hij zal sowieso deel uitmaken van de generatie die tegen Van Aert en Van Der Poel moet vechten, een even onmogelijke opdracht als die van Pauwels. Of wie weet ligt de weg naar succes wel net open na een overstap van beide toppers naar de weg of de mountainbike. Geen krantenkop die het ons nu al kan vertellen.

Want ook te vinden in de medaillelijst van een WK bij de junioren: Jaroslav Kulhavy, Peter Sagan en Julian Alaphilippe. Geen van hen heeft die trui toen mee naar huis gekregen, maar dat zal hen nu niet zoveel meer kunnen schelen.

Vind je de cross saai geworden door de dominantie van Van Aert en Van Der Poel?

Marianne Vos

Een ode aan het vrouwenveldrijden

We schrijven 2000. Het zijn wereldkampioenschappen in het Nederlandse Sint-Michielsgestel. Een WK dat geschiedenis zal schrijven. Richard Groenendael wint bij de profs en de Belgische ploeg maakt er een zooitje van. Met twee wenende Belgen op het podium spant dit WK de kroon in de categorie drama. Maar het allerbelangrijkste aan die wereldkampioenschappen in 2000 hebben we niet allemaal onthouden.

In 2000 organiseerde de UCI voor het eerst een wereldkampioenschap voor vrouwen. Dames die graag in de modder, sneeuw en koude rijden, dat klinkt misschien een beetje vreemd. Maar het was eindelijk een erkenning in deze door mannen gedomineerde sport. Hanka Kupfernagel wint uiteindelijk die eerste regenboogtrui in een vrouwenmodel. Het zou niet haar laatste wereldtitel worden. En als we vroeger waren gestart met kampioenschappen te organiseren zou ze er nog veel meer verzameld hebben. Hanka werd het eerste icoon in deze sport en organiseert ondertussen met succes een wereldbekermanche. De cross in het Duitse Zeven zal namelijk ook in 2017-2018 deel uitmaken van de wereldbeker.

Na 2000 ging het gewoon verder: Kupfernagel, Leboucher, van den Brand, Leboucher, Kupfernagel, Vos, Salvetat, Kupfernagel, Vos, Vos, Vos, Vos, Vos, Vos, Ferrand-Prévot, de Jong en nu Cant. Dat zijn ze allemaal. De vrouwelijke wereldkampioenen in het veld. Kende u ze vanbuiten? Sinds vorig jaar is er daarnaast – eindelijk – een manche voor dames beloften, dus kunnen we ook Richards en Worst in de bloemetjes zetten.

p1060391

En ja, er zijn jaren geweest dat deze categorie pover was om naar te kijken. Dat je blij was wanneer Marianne Vos even opdook, zo tussen haar vakantie en wegprogramma door. Om haar klasse te demonstreren. Maar alles heeft tijd nodig. 16 jaar later zijn alle crossen van de vrouwen in België – het crossland bij uitstek – live op TV te volgen. De Vlaming kan dit bovendien best smaken. Er keken 1 miljoen (!) mensen naar de Belgische titelstrijd tussen Cant en Verdonschot. 16 jaar na Sint-Michielsgestel stond er voor het eerst – of toch dat ik mij kan herinneren – een massa volk langs de kant daar in Luxemburg op een zaterdag met de vrouwen als hoofdaffiche.

De eerste tekenen van erkenning zijn er dus. Afgedwongen door de dames zelf. Want we praten alsmaar door en door over dat ene duel tussen Van Aert en Van Der Poel. We hopen op een spannende laatste ronde. Wel, bij de vrouwen is dat ondertussen bijna een zekerheid. Het loont om die televisie twee uurtjes vroeger al op te zetten. Om wat vroeger in de kou te gaan staan langs een parcours. Het vrouwenveldrijden maakt reclame voor zichzelf. Dat moeten ze wel, van de UCI en de pers gaat het namelijk niet komen.

We spreken allemaal van een grote vooruitgang in het vrouwenveldrijden. Daar zijn we blij om. Maar we moeten eerlijk zijn: dit had vroeger moeten gebeuren. En we moeten nog eerlijker zijn: we zijn er nog helemaal niet. We staan nog onderaan een stijle trap. België stuurde slechts één meisje naar het WK beloften. Als crossland bij uitstek kunnen en moeten we beter doen.

Wegrensters als de Jong en Brand rijden ondertussen meer dan een half seizoen in het veld – met succes. Ook de vrouwelijke topploeg op de weg, Boels-Dolmans, heeft met Majerus en Brammeier rensters in de cross. Olympisch kampioene Van Der Breggen tweette een foto waarop ze samen met de wereldkampioene Dideriksen al breiend naar een wereldbeker veldrijden zat te kijken. Marianne Vos geeft haar comeback nog meer kleur met haar overwinningen in de cross. Ellen Van Loy doet me steeds opnieuw glimlachen met haar humor en zelfrelativering. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan.

Beste meisjes, dames, vrouwen in het veld. Het zijn jullie die elke dag opnieuw bikkelhard werken om een hoog niveau te halen. Al dan niet gecombineerd met een andere job. Door jullie inspanningen is de sport zo populair geworden. Jullie die zo eerlijk, open en grappig communiceren op sociale media. Bij jullie geen gezever over parcoursen en jankers. Jullie antwoorden wel met de pedalen in de koers. Jullie maken de sport groots. Doe alsjeblieft zo verder.

Mijn respect voor jullie is oneindig. Ik maak met veel plezier een hele diepe buiging. Bedankt en tot ziens, daar ergens ter velde.

Pont-château

Dit weekend vinden de Europese kampioenschappen veldrijden plaats in het Franse Pont-château. Het EK heeft, zoals in alle sporten, een beetje een merkwaardige reputatie. De waarde ervan is niet echt duidelijk, daarvoor bestaat het nog niet lang genoeg. Desalniettemin staat er wel een trui op het spel. En of je die nu mooi vindt of niet: een trui toevoegen aan je palmares, daar droomt iedere renner van.

Maar voor de echte veldritliefhebber is het EK in Pont-château vooral een terugkeer naar de plek waar al eerder een belangrijke cross is gereden. In 2004 om precies te zijn. Ergens eind januari. Jawel, een wereldkampioenschap.

Ik kan ze me allemaal voor de geest halen, de WK’s van de laatste 2 decennia. Maar er zijn er maar enkele waarbij het spannend was tot in de laatste ronde. Waarbij elk miniscuul foutje werd afgestraft. Waarbij het hart van iedere supporter een paar tellen te veel sloeg en de hartslag van de renners ver over de limiet ging.

Er is er maar één WK waarbij het spannend was tot de laatste seconde, tot in de laatste 20m. Het was een Belgisch onderonsje, een toenmalige clash tussen de oude en de nieuwe generatie. Tussen de man van het jaar en de man die er elk WK opnieuw stond. Met een duizelingwekkende sprint werd het parcours van Pont-château onsterfelijk.

mathieu

Mathieu Van Der Poel in De kuil van Zonhoven – oktober 2016

Een parcours dat allesbehalve spectaculair genoemd kon worden. Ook vandaag strijden ze op quasi datzelfde rondje. Je zou het zelfs saai kunnen noemen. En zonder regen zal het snel zijn, heel snel, te snel. Maar de inzet is wel opnieuw een trui…

De omloop van Pont-château bewijst dat je niet altijd een prachtig parcours nodig hebt om een fantastische wedstrijd te krijgen. Pont-château zal door het WK van 2004 voor altijd iets mythisch hebben. Voeg daar vandaag de onderlinge strijd tussen Van Der Poel en Van Aert aan toe. Hoe dicht zij bij elkaar liggen. Het kan niet misgaan!

Voor de volledigheid: in 2004 won Bart Wellens met nog geen halve seconde voor op Mario De Clerq. Sven Vanthourenhout kwam als derde over de meet. Geen van deze renners zal vandaag de koers bepalen. Maar neem het van mij aan dat ze met veel nostalgie en trots zullen terugdenken aan die ene wedstrijd, wanneer de winnaar van vandaag over diezelfde eindmeet rijdt.

P.S. ook vorig jaar schreef ik over het EK.

De kuil

Het is weer zover. De eerste bladeren verkleuren en laten daarna kale boomtoppen achter. Het wordt kouder en natter. We halen die kleurrijke sjaal en muts weer boven. En we zitten sneller bij de dokter met een stevige verkoudheid dan we gehoopt hadden.

Ik heb best wel al heimwee naar de zomer, maar toch trek ik vandaag met veel plezier die muts over mijn hoofd en zet ik die verkoudheid even opzij. Want vandaag trek ik naar ‘de kuil’. In minder dan 5 jaar tijd een echt begrip geworden in het veldrijden.

De cross in Zonhoven wil maar één ding zeggen: zand. Massa’s zand. Van dat zand dat hoe droger, hoe moeilijker ligt om door te rijden (en laat het nu net niet veel geregend hebben ^^). En dan heb je de kuil. Geliefd door het publiek, gevreesd door de renners. Metershoog en vooral heel stijl. Je moet hier als crosser maar liefst twee keer per ronde induiken en weer uit klauteren.

p1020485

Daar bovenaan in dat mulle zand heb je als veldrijder maar één keuze: niet denken, maar durven! Naar beneden, zonder omkijken, op gevaar van eigen leven en onder het kabaal van al die supporters. Oorverdovend naar het schijnt. Alsof je een Olympische arena betreedt.

En ja, het lukt menig renner niet om heelhuids beneden te raken. ‘Ooooh’ klinkt het dan als een Mexican wave door het publiek. En ben je wel goed beneden geraakt, dan moet het zwaarste nog komen. Naar boven. Voetje per voetje. Pijnlijk voor de enkels. Dat beseffen ook de supporters wanneer ze een cross en enkele pinten later de warmte van de feesttent willen opzoeken.

Na een uur heb je hier sowieso een verdiende winnaar. De sterkste. En de rest? Die baalt dat ze weer een jaar zullen moeten wachten om deze oh zo mooie cross op hun palmares te schrijven. Want als je in Zonhoven hebt gewonnen, ben je een topper. Het geeft je talent dat klein beetje meer glans.

Ze zeggen altijd dat het veldritseizoen pas begint op 1 november. Op de Koppenberg in Oudenaarde. Laat ons zeggen dat dit niet meer klopt. Nee, de echte cross start wanneer in de eerste ronde daar in die kuil in Zonhoven duizenden supporters hun keel openzetten. Een klassieker in wording. Of is het dat al?

p1020406