De niet zo Pinterestwaardige gids voor 7 dagen op Malta & Gozo

Jullie weten ondertussen wel dat ik van een beetje ironie hou. Zo ook deze titel. Toen we 7 dagen boekten naar Malta heb ik volgens mij letterlijk elk blogartikel gelezen dat hierover geschreven is in het Engels of Nederlands. En ik kwam zo vaak hetzelfde tegen (dat Malta een tijdje geleden travel bloggers heeft betaald helpt natuurlijk niet). Enfin, voornamelijk hipstergrieten met allemaal dezelfde foto’s. No offence, maar ik zocht naar verhalen die me konden helpen met bepalen hoe ik mijn reis best kon indelen. Wat was allemaal te combineren op één dag en wat was realistisch? En dan vooral met een focus op cultuur en natuur want uren aan een strand of zwembad liggen zagen we niet zitten. En dat vond ik gewoon niet zo veel. Ik vond vooral foto’s van meiden in hun zomeroutfits. Dat was het toch niet zo ^^.

Uiteindelijk vind ik wel dat we best een goede planning hadden uitgetekend (dankzij wat vrienden die er wel al waren geweest) en zoals altijd moet die ter plaatse nog wat hertekend worden. De komende tijd zal ik van elke dag nog een verslagje maken, maar in deze post wou ik graag ons algemeen reisplan en overzicht tonen, zodat jij er inspiratie kan uithalen. En wat algemene tips. Zodat je kan leren uit onze fouten en winners. Maar dan zonder de hipsterfoto’s jongens. Sorry.

Vervoer

We namen twee ochtendvluchten op zondag vanuit Charleroi met Ryanair (en die hebben zelfs gevlogen toen!). We waren sowieso niet van plan om bagage in te checken dus we vonden dat dit volstond (vliegtuigtickets heen en terug lagen slechts rond de 100 euro per persoon en dat in het hoogseizoen!). Je kan ook opteren voor een vlucht met Air Malta, die vliegen wel vanuit Zaventem.

Op Malta zelf is het huren van een auto logisch. Je hebt dan alle vrijheid en het eiland is uiteindelijk maar een scheet groot. Toch hebben wij erover gekozen om dit niet te doen (dat telt namelijk al snel op voor 7 dagen). We hebben ons een week lang verplaatst met de bus. Via een Explore Tallinja card kost dit je slechts 21 euro voor de volle 7 dagen. Hallo, zo goedkoop dat kan je je toch niet voorstellen?

Met dit kaartje neem je eender welke bus, want alles is daar sinds kort publiek georganiseerd. Ik had horrorverhalen gelezen over overvolle bussen die zich niet aan hun tijdschema houden en soms gewoon niet komen opdagen en dat je dan een uur moet wachten in de snikhete zon. Voor iemand zonder geduld (Jep, that’s me) leek het een uitdaging, maar het is allemaal supergoed meegevallen. Ja, de eerste dag was een zondag en toen namen we iets lokalere bussen en moesten we soms even wachten. Maar nadien hebben we hier geen problemen mee gehad.

De bussen zijn voorzien van airco en soms moet je wel even rechtstaan. Chauffeurs zijn niet altijd even vriendelijk. Maar: we zijn overal vlot geraakt. Tip: start steeds in Valletta vandaar geraak je overal en naar toeristische plekken rijden bussen genoeg per uur. Op Gozo rijden de meeste bussen via de hoofdstad Victoria waar je makkelijk kan overstappen.

Van die nachtmerries kwam dus niets in huis. De bus was een echte winner! Daarnaast namen we vaak de ferry van de Three Cities naar Valletta om daar dan een bus te nemen en de ferry van en naar Gozo natuurlijk. Zwemmen was wat ver ^^.

Verblijf

De meeste bloggers deden Gozo, het tweede eiland, aan in één dag. Soms zelfs nog in combinatie met Comino. Snel even naar Victoria, een foto waar het vroegere Azure Window stond en weer weg. Dat vonden wij wat te weinig, zeker omdat heel wat mensen zeiden dat ze Gozo veel rustiger, lokaler en mooier vonden dan Malta. Wij besloten dus om ons verblijf op te splitsen over de twee eilanden. En je raadt het al: ook dat was een echte winner!

En we sliepen ook twee keer geweldig! In Malta verbleven we in Nelli’s B&B in The Three Cities (aan de overkant van Valletta). Super rustig (alleen wat nachtlawaai van de drukke baan) en totaal niet toeristisch. De Three Cities is een prachtig stukje Malta en het was zalig om er te verblijven met de ferry naar Valletta vlak voor de deur. En ontbijt met zicht op de haven vanop het dakterras. Zalig!

IMG_20180827_100539.jpg

Zicht vanop het dakterras bij Nelli’s.

Op Gozo sliepen we wel in een toeristisch badplaatsje: Marsalforn. Veel alternatieven waren er niet, behalve een typisch Gozo farmhouse, maar we waren te laat met boeken en in het hoogseizoen was dat boven ons budget. Murella Living zit ergens tussen een B&B en kleinschalig hotel in en heeft goede kamers op 2 minuten stappen van het water. Geen fenomenaal uitzicht deze keer, maar je kan niet alles hebben. En in Marsalforn hebben we een aantal keer super lekker gegeten wat dan weer een voordeel is van een bedrijviger stadje!

Planning

Dag 1: aankomst en van Marsaskala naar Marsaxlokk

thumb_P1130103_1024.jpg

  • Op voorhand twijfelden we wat over hoe we deze halve dag konden invullen, maar deze visserdorpjes bleken een perfecte optie.
  • Eigenlijk ook wel één van de mooiste wandelingen die we hebben gedaan. De inspiratie kwam van Visit Malta (we namen route B van deze wandeling), omdat we ook via St. Peter’s Pool wilden passeren, wat uiteindelijk wat tegenviel want heel druk.
  • Het uitzicht tussen beide dorpjes was fenomenaal (je moet er wel even voor klimmen) en de visserdorpjes zijn heel charmant. Ik vond Marsaskala wel minstens even mooi als het toeristisch populaire Marsaxlokk, maar de befaamde zondagmarkt was wel al gedaan als we er arriveerden.
  • Onze wandeling was 12 km in totaal en we deden er ongeveer 3u30 over. Het was meteen een eerste test in de loodzware hitte, maar ik heb het gevoel dat we direct wel wat gezien hadden ook.
  • Enkel bij St. Peter’s Pool vond ik het te druk en stoorde ik me vooral aan de auto’s die per se zo dicht mogelijk wilden parkeren terwijl de straatjes veel te smal waren. De wandeling ging daar ook gewoon over de weg, wat wat stom was. Dat deel zou je dus kunnen overslaan en je zou sneller richting Marsaxlokk kunnen gaan om dat dorpje te verkennen, uiteindelijk waren we nu best moe en hebben we enkel wat aan de haven gezeten.

Dag 2: Valletta

Annelies

  • Het volledige stadscentrum binnen de oude stadsmuren is Unesco werelderfgoed en Valletta is de culturele hoofdstad van Europa 2018. Reden genoeg om deze stad zijn eigen dag te geven in onze planning.
  • We wandelden willekeurig door de vele oude straatjes en hadden twee bezienswaardigheden op de planning staan. Het Grand Masters Palace en de barokke St-John’s basiliek. Allebei achteraf gezien de moeite!
  • Er staat wel vaak een rij voor de ingang van de basiliek, zeker in de voormiddag. Het is dus aan te raden om de kerk in de namiddag te bezoeken, dan was het veel rustiger.
  • Verder moet je zeker de Upper en Lower Barakka Gardens doen en kan je om 12u het kanonschot meepikken in de Upper tuinen.
  • Valletta is niet super, groot maar als je een paar dingen bezoekt ben je snel een dag zoet. Mocht je tijd overhebben kan je de ferry nemen naar The Three Cities en daar ronddwalen, ik vond het daar zelfs nog mooier dan in Valletta (we deden dit op dag 3).

Dag 3: van Dingli naar Blue Grotto

thumb_P1130371_1024.jpg

  • En dan de dag van de rode wandeling van Visit Malta, officieel net geen 12 km. Startend op het hoogste punt van Malta, de Dingli Cliffs, via de tempels van Hagar Qim & Mnajndra, zouden we uiteindelijk uitkomen bij de Blue Grotto. Het werd de wandeling met de mooiste views, maar ook een enorm saai stuk én een gevecht tegen de hitte, dat ook.
  • De Dingli Cliffs. Twee dingen moet je daarover weten. 1. Ze zijn de moeite 2. Het panoramapunt waar alle bussen toeristen stoppen is dit echter niet. Dit is het hoogste punt. Wat wil zeggen dat de kliffen onder jou zijn, want je staat erop. Je ziet ze dan dus niet. Wil je snel tussendoor even de kliffen zien dan raad ik dus zelfs aan om het gewoon over te slaan, want je zal teleurgesteld worden. Het wordt alleen de moeite als je een heel stuk naar beneden gaat wandelen. Dat kan ook met de auto, maar er is zo’n mooi offroad stuk waar je alleen te voet op kunt. Daar was het uitzicht echt fenomenaal. Ik weet nu wel waarom de kliffen bij veel mensen tegenvielen, ze zagen gewoon het verkeerde.
  • Na 5 km is er tot aan de tempels helemaal niks meer te zien op deze wandeling. Eerst wandel je nog op een rustig paadje, daarna kom je op een grote weg waar de hitte uit het asfalt komt, je iets te ver bent van de zee om wind te voelen en de weg gaat ook nog eens naar omhoog. De tempels zie je in de verte maar zijn dus nog ver weg. Zorg voor voldoende water en neem iets om te eten mee als je deze wandeling volledig doet. Mocht je de kans hebben om halverwege de bus te nemen: doen, want je mist dus echt niks eens je weer de weg bereikt hebt.
  • Het tempelrestaurant sla je best over, de tempels zelf niet. Ik vond deze net een beetje interessanter dan de Ggantija tempel op Gozo.
  • Blue grotto vanuit een bootje. Toeristisch ja, maar leuk na een dag stappen, het is wel meer de moeite in de voormiddag door de lichtinval. Dus ik zou dit persoonlijk ’s morgens plannen.
  • Ik denk niet dat ik de wandeling nog opnieuw zou doen, maar ik zou wel een manier zoeken om de kliffen en zeker de tempels met de blue grotto te bezoeken. De zuidkust van Malta is in ieder geval een aanrader.
  • We hebben die dag ook nog een dik uur rond gewandeld in de straatjes van Birgu/Vittoriosa, de mooiste van The Three Cities volgens het internet. The Three Cities is een must, het geeft echt de sfeer van het authentieke Malta weer en je ziet er amper een toerist.
  • Uiteindelijk hebben we die dag meer dan 5u lang gewandeld en veel meer dan die 12km. Ook in Birgu zijn er nog wel wat stappen gezet. We zaten over de 30.000 stappen ’s avonds. En we waren moe. Ah ja.

Dag 4: Mdina en Rabat

thumb_P1130676_1024.jpg

  • Oorspronkelijk zou dit een halve dag worden en zouden we in de namiddag de Victoria Lines tot in Mosta wandelen. De dag ervoor had stevig in onze fysiek gehakt en we waren allebei doodop. Het werd dus een volledige dag cultuur. En qua stadjes was dit mijn favoriete dag.
  • Mdina: dit is geen stille stad. Hier rijden wel effectief auto’s. Meteen ook datgene waar ik me opnieuw aan heb gestoord. En aan de toeristen, die vielen me hier meer op dan in Valletta.
  • Mdina zelf was wel helemaal mijn ding: smalle middeleeuwse straatjes, we bezochten de mooie basiliek (vroeger gebouwd dan die van Valletta dus nog geen barok, hoera!) en slenterden maar wat rond.
  • Rabat had ergens nog meer charme dan Mdina. Hier was het allemaal wat echter, met de was die over het straat hangt, de bloempotten aan de gevels… Dit was de minder opgekuiste versie.
  • We bezochten St Paul’s Catacomben. Het was een speciale belevenis, je doet het niet elke dag. Helemaal niet te druk en indrukwekkend. Zo’n grote begraafplaats die uit rots is gehakt. Straf!
  • Je kan nog heel wat andere dingen bezoeken in Rabat zoals de Romeinse villa. Een dag ben je er dus snel zoet.

Dag 5: vertrek naar Gozo en Marsalforn

thumb_P1130816_1024.jpg

  • Je doet er ongeveer een halve dag over om met het openbaar vervoer van Valletta tot in Marsalforn te geraken. Je neemt een bus tot in Cirkewwa, dan de ferry en in Mgarr opnieuw een bus (al dan niet via Victoria) tot Marsalforn.
  • We deden een stuk van de zoutpannenwandeling. Van Marsalforn tot in Wied-Il-Ghasri. Waar we het mooiste natuurwonder zagen van de hele reis, even childen en een plonsje deden aan het rotsige strandje.

Dag 6: Comino en Victoria

thumb_P1130931_1024.jpg

  • Opnieuw richting Mgarr om een bootje te nemen naar Comino. We vaarden met Ebson Comino Ferries. Check zeker even op voorhand de prijzen want alle ferries zijn privaat georganiseerd. 10 euro heen en terug is een normale prijs.
  • Ga vroeg naar de Blue Lagoon, vanaf een uur of 12 stroomt de massa het eiland binnen, inclusief partyboten en al wat de sfeer niet echt bevordert.
  • Er staat stroming op The Blue Lagoon want je zit nog altijd in de zee.
  • Wandel eens het te druk wordt naar Saint Mary’s Tower. Het is een hele klim, maar het uitzicht is wonderlijk. Je ziet heel Comino, Gozo en Malta. De tower zelf kan je beklimmen voor een kleine donatie. Niet veel toeristen doen dit, maar echt ga ook eens uit het water voor dit uitzicht aub :).
  • Rond half 3 stonden we terug op Gozo en namen we de bus tot in Victoria/Rabat, de hoofdstad van het eiland.
  • Bezoek de Citadella voor een 360 graden uitzicht van het eiland. Indrukwekkend! Het uitzicht is gratis, voor de musea in de Citadella moet je betalen, maar die gingen al dicht als wij er waren. Je zou dus zeker wat meer uren kunnen spenderen in de Citadella dan wij met ons blitsbezoek. Aan het eind van de dag was het er dan weer super rustig, mooi meegenomen.

Dag 7: Ramla en Xaghra

thumb_P1140081_1024.jpg

  • We deden de Ramla Walk in omgekeerde richting. We genoten van een rustig strand in de voormiddag om dan in de namiddag ook weer weinig volk tegen te komen aan de tempels. Ideaal.
  • Ramla beach zorgde voor verfrissing door te gaan zwemmen, maar op het strand zelf vind je geen schaduw. Als je lang wil gaan zonnen is een parasol wel aan te raden.
  • De beklimming van Ramla naar Xaghra was pittig door de hitte, maar valt wel mee in hoogtemeters. Omgekeerd van Marsalforn naar Xaghra lijkt het mij steviger.
  • Met je ticket voor de Ggantija tempel in het leuke stadje Xaghra heb je ook toegang tot de Ta’Kona windmolen een straat verderop. Een super schattig klein museum om mee te pikken. We waren er volledig alleen ook.
  • De wandeling zelf ging niet veel over de grote weg zoals de andere wandelingen die we gedaan hadden en was dus aangenaam. Zeker ook tijdens de afdaling hadden we mooie uitzichten.

Dag 8: met een shuttledienst naar de luchthaven.

  • Het was niet mogelijk om via het openbaar vervoer tijdig op de luchthaven te geraken. We boekten via onze B&B een gesplitte shuttledienst. Een taxi tot aan de ferry in Mgarr, de ferry namen we zelf en weer een taxi in Cirkewwa tot aan de luchthaven. We betaalden hiervoor 37 euro, wat ik best vind meevallen.

Met deze planning heb je een leuke week vol cultuur en natuur op Malta & Gozo zonder de benen van je lijf te lopen of je achterste te slijten op een Hop On Hof Off bus vol Japanners.

Hoe plan jij je perfecte vakantie?

Advertenties

Sevilla #3: rond de Guadalquivir + Casa de la Lebrija

Begin november 2017 ging ik 4 dagen de winterzon opzoeken in het Spaanse Sevilla. Ik had niet echt verwachtingen van deze stad waardoor ik omver werd geblazen door de schoonheid, gezelligheid, palmbomen, het eten <3. Vorige keer lazen jullie hoe we een voormiddag spendeerden in het prachtige parque Maria Luisa. In de namiddag trokken we richting de rivier.

Rond de rivier

De Quadalquivir loopt dwars door de stad en verbindt het centrum met de volkse wijk Triana, waar je het hart van de Flamenco kan vinden. Vanaf het park wandelden we langs het water richting Torre del Oro.

P1090946.JPG

P1100503De Torre del Oro is een middeleeuwse uitkijktoren die ooit deel uit maakte van de stadsmuren. Nu kan je een scheepvaartmuseum in de toren bezoeken en zo kan je er ook bovenop. Dat hebben wij niet gedaan. Maar ik heb een zwak voor torentjes dus probeerde ik het langs alle kanten op de foto te krijgen.

We lieten de rivier even achter om onze maag te vullen. We passeerden het hospital de Caridad en kwamen uit bij El Postiguillo. Een tapasbar met stierenkoppen aan de muren.

Sevilla is niet alleen de broeihaard van de Flamenco, maar ook het stierenvechten vindt zijn oorsprong in het warme Andalusie. De Plaza de Toros is de oudste stierenarena van de stad. Deze kan je enkel bezoeken via een rondleiding (we lieten dit aan ons voorbijgaan). In de zomer kan je ook effectief gevechten meemaken. Wat ik nooit zou willen doen, maar tradities fascineren me, zo ook deze.

P1090964.JPG

P1090965.JPG

We wandelden de brug over richting Triana waar we het Castillo de San Jorge passeerden en de mercado de Triana doorwandelden waar locals hun inkopen deden. Wandel je verder langs het water en steek je de volgende brug weer over dan kom je aan het station. Daar vind je een prachtige streetartmuur.

P1090977.JPG

De muurschildering van het slapende kind (El Niño) is een beschermd werk en mag niet overgeschilderd worden. Hierna staken we brug opnieuw over om richting het museum van moderne kunst te wandelen, maar daar was geen doorgang en dus moesten we het hele eind terug. The joy. Je blijft dus best aan de kant van het station en steekt de brug recht voor het oude klooster over (je ziet de schoorstenen al van ver uitsteken).

Aan de overkant vind je onder de brug de jardin Americano, nog een overblijfsel van de wereldtentoonstelling. Het is een – niet meer zo goed onderhouden – park met een cactus- en watertuin.

P1090986.JPG

P1090991Het Monasterio de la Cartuja was oorspronkelijk een fabriek waar aardewerk en keramiek werd gemaakt voor het een klooster werd. Ondertussen is het centrum voor moderne kunst (CAAC) hier gevestigd. Het is bepaalde dagen gratis te bezoeken voor EU-burgers. Wij trokken verder omdat we nog een ander doel hadden: het bezoeken van een paleis in het hart van het centrum.

Maar niet voor we ons te goed deden aan een super lekker ijsje. Bij Puro & Bio maken ze heerlijk artisanaal biologisch ijs. Het was die dag best warm in Sevilla, maar dan nog was het echt van het lekkerste ijs dat ik al gegeten heb (we gingen de dag erna dan ook terug). Aanrader!

Casa de la Lebrija

Laatste stop van de dag was dit ‘palacio’. Dit huis is kleiner dan de andere palacio’s die we bezochten en zit wat verborgen in een klein straatje. Maar het herbergt een prachtige patio met een vloer in Romeinse mozaïek. Ja kijk, daar werden wij gelukkig van #sorrynotsorry. Je betaalt 6 euro om de begaande vloer te bekijken en 9 euro om ook een rondleiding te volgen boven.

P1090995.JPG

P1100083.JPG

Het is niet dé toeristische trekpleister en het is er ook niet bijster groot. Maar als je nog wat tijd over hebt vind ik het wel echt de moeite. De hertogin van Lebrija had zeker smaak toen ze dit pand inrichtte en naast de patio werd ik vooral ook verliefd op het felgele buitenkoertje. Geef mij een boek en laat me hier ontspannen lezen. Dat moet echt zalig zijn.

P1100053.JPG

Hierna aten we heerlijke taart bij Orfeo. Een niet hipster koffiezaak waar locals met hun kinderen komen ontspannen. We brachten nog een bezoek aan de basiliek de Jesus de Gran Poder met een houten Christusbeeld waarvan je hiel kan aanraken om zijn zegening te ontvangen. Het plein voor de kerk is gezellig en volks.

P1100103.JPG

Toen was het echt wel tijd om ons neer te zetten voor we ons bed opzochten. In de buurt van ons hotel (vlakbij bij de tuinen waar onze dag was gestart) dronken we geweldig goede wijn en aten we heerlijke tapas in Vineria San Telmo. Een iets duurdere tapasbar, maar dat proefden we dan ook in de kwaliteit van de wijn en de speciale smaakcombinaties.

Meer lezen over Sevilla?

Hou jij ook zo van steden waar een rivier doorloopt?

Vlaanderen Wonderland: the Crystal Ship in Oostende

Het is altijd fijn om even een uitstap te doen naar een mooie plek in België. Dat zorgt vaak voor een instant vakantiegevoel. Want Vlaanderen is soms echt een schoon land! Sinds ik in Shoreditch in Londen op street art tour ging en lovend enthousiast werd, kijk ik op een andere manier naar deze kunstvorm. Ik zoek het dan ook bewust op als ik in een nieuwe stad ben. In Glasgow deed ik mijn tweede grote street art wandeling. En mijn derde? Die wandeling was in een stad waar ik al 100 keer was geweest: Oostende.

Sinds 2016 is the Crystal Ship aangemeerd in de koningin der badsteden. Geen echte boot natuurlijk. Dit schip brengt kunst naar de openbare ruimte. Met zowel grote als kleine werken, door bekende of minder bekende kunstenaars, zowel nationaal als internationaal. Het is ondertussen al de derde editie (ieder jaar komen er werken bij) waardoor het totaal aantal kunstwerken in en rond Oostende al meer dan 50 bedraagt.

Dat laatste was compleet nieuw voor mij. Ik kom al van jongs af in Oostende en ik vond het altijd een vrij grauwe stad. Het werd dus echt wel tijd om de kunst te verkennen en het deed me met een heel ander oog naar Oostende kijken.

Praktisch

Toerisme Oostende heeft een fietsroute van 30 km uitgestippeld waarbij je voorbij zo goed als alle grote werken komt. Daarnaast is er ook een wandelroute van 11 km die een groot deel van de werken aandoet in het centrum van de stad en de wijk aan de oude viswijn. Je kan op voorhand het plannetje online aanvragen, maar ik vond het ontzettend onleesbaar/onhandig op mijn smartphone. Gelukkig kan je in het toerismeloket een grote kaart gaan afhalen.

Met de kusttram stap je hiervoor uit aan het Marie-Joséplein, om de hoek vind je het toerismekantoor en ook het eerste werk van Strook waarmee de wandeling/fiestroute start. Het handige aan het plannetje is dat de nieuwe werken van dit jaar in een andere kleur zijn aangeduid. Als je de wandeling dan al gedaan hebt kan je je wat aanpassen aan de nieuwe.

thumb_P1120809_1024.jpg

Strook is een Belgische artiest en gebruikte voor dit werk onder andere hout van de Mercator.

Volgens het plannetje zagen we 27 werken. Het is wat veel om deze allemaal te laten zien, maar ik haal er mijn persoonlijke favorieten even uit.

Eigenlijk vond ik het eerste deel van de wandeling het leukst. Het is weg van de drukte van de toeristen en je komt in toffe straatjes die zijn aangelegd met fonteinen. Het was eens wat anders.

IMG_20180714_141114 thumb_P1120839_1024

De eerste favoriet is een werk van Faith47, een feministe. Het werk toont een omhelzing (of meer) tussen twee vrouwen. Ik vind het tegelijk heel gedetailleerd en toch nog abstract. Het laat ruimte voor interpretatie. Ik vind vooral de muur waarop het staat heel interessant: er zitten gaten in, er hangt een soort elektriciteitskast aan, de klimop groeit rustig verder. Het werk is echt een deel geworden van de omgeving.

thumb_P1120841_1024.jpg

Dit werk vind je op de gevel van een parking aan een ziekenhuis. Het dateert uit 2016. Het jaar van de aanslagen in Brussel. Het is een hommage aan de slachtoffers. Het Amerikaanse duo Cyrcle gebruikt wel vaker thema’s als dood in hun werken. Wat ik hier zo mooi aan vind is het marmeren effect op de volledige muur. Je zou er bijna aan willen voelen of het niet echt is.

thumb_P1120852_1024

Soms is een werk ook gewoon mooi omwille van de kleur die het brengt in een omgeving. Deze is aan de achterkant van een garage van de Delhaize. Het Hell’O Collective gebruikt geometrische figuren om iets moois te scheppen.

thumb_P1120873_1024.jpg

Misschien wel mijn absolute favoriet. Een nieuw werk ook van dit jaar en op een heel toeristische plaats vlak aan de haven. De Amerikaan Gaia gedenkt alle mensen die stierven op zee met een reddingsvest gevuld met bloemen. De kleuren zijn super fel en gewoon prachtig. Net als de details. De zee komt echt tot leven. Jep, echt mijn favoriet!

thumb_P1120887_1024.jpg

En dan misschien wel de bekendste kunstenaar: de Belg ROA. Zijn zwarte-witte reuzegrote dieren vol details vind je op verschillende plaatsen in Europa (bv. Shoreditch in Londen). In Oostende zijn het knaagdieren geworden die op elkaar liggen. Enorm gedetailleerd. De vraag rest: zijn deze dieren aan het slapen of zijn ze dood?

De werken aan de ouwe vismijn zijn ook zeker de moeite waard. Sla dit deel van de wandeling dus niet over. Het werk van Phlegm was voor mij de blikvanger. Het is een vreemd beeld, maar met zoveel details. Elk vogeltje is sterk uitgewerkt. Ja, dit is echt kunst.

thumb_P1120945_1024.jpg

Naast de grote werken vind je op het plannetje ook kruisjes. Dit zijn kleinere werken, waar je soms even moet naar zoeken, van de interventionisten. In het begin hebben we er een paar gewoonweg niet gevonden, maar zoals dat dan gaat ontwikkel je doorheen de wandeling een street art blik waardoor je ineens wel de kleine details spot.

Favorieten zijn hier het Outings Project waarbij historische kunstwerken uit hun context gehaald worden. Geplakt met papier hebben we ze zo bijvoorbeeld gevonden op een verlaten gebouw.

thumb_P1120860_1024.jpg

Oakoak gaat dan weer voor humor, zoals met dit zebrapad.

thumb_P1120915_1024.jpg

En dan heb je nog Bué The Warrior die de stad van de nodige vogeltjes voorziet en Jaune die vuilnismannen overal laat opduiken.

thumb_P1120898_1024.jpg

Het maakt je wandeling nog net wat leuker. Wij hebben zeker niet altijd het kruisje gevonden. Dat is oké zo. Een stad is voortdurend in beweging, street art ook.

Ik kan nog heel wat werken besprekenn maar je gaat best gewoon zelf op ontdekking. Het is niet ver en het is eens wat anders om te doen aan de Kust.

Kende jij the crystal ship al? Waar spotte jij de leukste street art?

Glasgow #1: the city

Glasgow is de tweede grootste stad van Schotland, maar het verbleekt in de reisboekjes vaak naast het veel populairdere Edinburgh. Toch heeft Glasgow ook zeker wat te bieden voor een weekendje weg. De voormalige moordhoofdstad van Europa kende een echte opwaardering en staat garant voor indrukwekkende kunstgalerijen, veel shopplezier, mooie groene parken én prachtige street art.

Het lief liep eind april 2018 een ultra trial in the Highlands en Glasgow was daardoor de perfecte uitvalsbasis voor de voorbereiding en vooral het uitrusten achteraf. De uitgelezen kans om deze stad te ontdekken. Zeker onder een prachtig lentezonnetje!

thumb_P1120279_1024.jpg

Praktisch

Vanuit België wordt er niet rechtstreeks gevlogen op Glasgow (edit: ik denk dat KLM dit wel doet, maar daar waren wij ons niet bewust van, er was toch geen vlucht op onze afreisdatum. Edit 2: waarschijnlijk gaat het Britse Loganair binnenkort van Brussel naar Glasgow vliegen). Wij namen de vlucht van Brussels Airlines tot in Edinburgh vanwaar je een rechtstreekse bus kan nemen tot in het hart van Glasgow. Van daaruit was het slechts 5 minuten stappen tot aan ons hotel: het Citizen M. Een alternatief is dat je toch vliegt op Glasgow Airport via Dusseldorf. En voor de Nederlandse lezers: na wat research ontdekte ik dat o.a. KLM vliegt op Glasgow vanaf Schiphol of Eindhoven.

Omdat ons hotel zich bevond in het centrum oftewel the Merchant City waren dit de eerste straten die we verkenden. Het lief was er al 2x geweest en was – net als in Rotterdam – de ideale gids.

Want Glasgow was ooit een industriële havenstad en nam daardoor een belangrijke handelspositie in. Maar het is ook een heel arme stad geweest waar arbeiders woonden in schamele tenement houses. De regering heeft serieus moeten ingrijpen waardoor mensen onteigend en gescheiden van hun familie werden. Het was in de jaren ’80 een criminele stad waar niemand wou komen. Het is nog steeds een stad van contrasten, het moderne steekt sterk af tegen de oudere soms vervallen gebouwen. Maar de stad is uit de crisis geraakt en is niet alleen Europese hoofdstad van het jaar geweest als eerste niet-hoofdstad ooit, maar mocht ook in 2014 de Commonwealth Games organiseren. En dit jaar vindt het EK wegwielrennen er plaats.

George Square

Elke grote stad heeft wel zijn bekend plein. Zo ook Glasgow. Daar leiden alle wegen naar George Square. Het plein had elke keer dat ik er passeerde wel een andere vibe. Het is de centrale plek waar mensen samenkomen en waar het bekende People make Glasgow spandoek (of hoe noem je dat?) hangt. Die campagne is jaren geleden gestart om de stad aantrekkelijker te maken voor toeristen.

thumb_P1120446_1024

Op het plein staan uiteraard de typische standbeelden maar vooral de city halls trekken de aandacht. Eén van de grootste marmeren gebouwen ter wereld blijkbaar, je kan het bezoeken via een rondleiding. Staat nog op het lijstje.

thumb_P1120449_1024.jpg

Gallery of modern art

De galerij voor modern kunst zit in een prachtig neoclassicistisch gebouw en is gratis te bezoeken. Toch trekt er nog iets anders de aandacht. Voor de galerij zit de Duke Of Wellington (je kent hem wel: de man die Napoleon heeft verslagen in Waterloo in 1815) op een paard. Met een verkeerskegel op zijn hoofd. Jep. Het leverde het standbeeld een plaatsje op in de top van meest bizarre monumenten ter wereld. Uhu, ook die top 10 bestaat.

thumb_P1120445_1024.jpg

Maar hoe komt die kegel er nu? Wel het is ooit begonnen als een stunt van studenten die ’s nachts een verkeerskegel op de man zijn hoofd plaatsten. Want wat doe je anders als je studeert? En nu gebeurt dit nog steeds. Het kost de stad een fortuin om die kegel elke keer te verwijderen, maar er kwam heel veel protest toen ze het standbeeld hoger wilden maken om dit te voorkomen. De inwoners vinden dat het ondertussen bij de stad hoort en een hoger standbeeld zou alleen maar leiden tot meer ongelukken van mensen die het toch proberen. Schotten koppig? Hell yeah!

Buchanan street en co

thumb_P1120439_1024

Glasgow is daarnaast een echt shoppingparadijs en zou de tweede grootste shoppingstad zijn van Europa (afhankelijk van welke bron je raadpleegt uiteraard). Buchanan street is de bekendste winkelstraat van Glasgow, maar ook op Sauchiehall street en Argyle street kan je terecht bij de grote ketens. Want ja, dat is een beetje het jammere. Je vindt er vooral de grote ketens H&M, Marks & Spencer, Niké… en de volgende straat zie je dezelfde namen opnieuw… Voor mocht de ene H&M 2 stappen te ver zijn voor jouw hakken (*insert sarcasme*). Het aanbod is dus zeker groot, maar veel van hetzelfde. Er hangt wel een gemoedelijk sfeertje. Wij plunderden enkel de grote Waterstones op Sauchiehall Street waar we ook hemelse pistache cake aten #prioriteiten.

Glasgow heeft niet echt enorm oude gebouwen. En zeker in the merchant city zie je dat veel plaats heeft moeten maken voor het nieuwere en het commerciële. Maar hier en daar vind je nog gekke overblijfselen van vroeger terug. Zo wandel je onder een kerktoren en staat er een andere toren in het midden van de straat.

thumb_P1120485_1024        thumb_P1120489_1024

The Tolbooth Tower (deel van een vroegere kerk) en de Tolbooth Steeple (deel van een vroegere gevangenis) dateren beiden uit de 17de eeuw.

Veel grote bezienswaardigheden heeft het centrum niet echt, wel hele lekkere eetplekjes en koffiebarretjes. Een overzichtje:

  • Italiaanse pasta en pizza to die for vind je bij Sarti. Bestel zeker een lookbroodpizza als side, dat alleen al is de moeite waard.
  • Gourmet burgers eet je bij Handmade burger & co. Ruime keuze, ook aan sides in een leuke setting.
  • Originele Mexicaanse tapas proef je bij Topolabamba. Zwaar (en) de moeite!
  • Turkse tapas smaakt goed bij Mezzidakia.
  • Straffe koffie drink je bij Laboratorio Espresso.
  • Zoetebekken vinden gegarandeerd hun gading tussen de gebakjes van Riverhill Coffee (en de koffie is er ook goed uiteraard).

En verder moet je gewoon wat rond wandelen en dan spot je sowieso mooie plaatjes. Aan de oost- en westzijde van de stad vind je nog meer trekpleisters. Maar dat is voor een volgende keer :).

thumb_P1120474_1024.jpg

thumb_P1120517_1024.jpg

Dit is de plaats waar Frank en Claire zogezegd trouwen in seizoen 1 van Outlander, voor de fans onder ons 😉

thumb_P1120300_1024.jpg

Het blijft ook wonderlijk hoe een prachtig weer we hadden.

Ben jij al eens in Glasgow geweest?

Lissabon #1: Biaxa & Chiado

Omdat Sevilla zo goed was meegevallen boekten Leen en ik een tweede citytripje naar Zuid-Europa. Zelf was ik nog nooit in Portugal geweest en hoewel ik ondertussen al weet dat ik hou van de mediterraanse sfeer wist dit land met zijn eigen accenten me heel erg te bekoren. We vertrokken midden april. De week na de paasvakantie was het allemaal wat rustiger en goedkoper. Het werden 5 dagen vol hoogtemeters, tuktuks, smalle straatjes, uitzichtpunten waar je tanden van uitvallen én kloosters. Amen.

We verbleven in Tings Lissabon. Ons hotel lag op het hoogste punt van het centrum. Verder was het volledig in orde. Maar als je een hotel boekt in Lissabon kan het dus nuttig zijn om te checken hoe hoog je hotel ligt. Want elke avond 100 meter klimmen na een hele dag citytrippen in de hoogte kan al eens tegenvallen.

Langs de andere kant: we werden elke ochtend wakker en het eerste wat we zagen was dit prachtige uitzicht. De Miradouro da Senhora do Monte is met voorsprong de mooiste miradouro (Portugees voor uitzichtspunt), je moet er alleen even voor zweten. Pro-tip: trappen zijn niet beter dan omhooglopende weg. Ik herhaal niet: trappen zijn niet alleen de hel, ze zijn dat bootje in de onderwereld waar je nooit meer uit kan. Nah.

thumb_P1120155_1024.jpg

Op onze eerste dag (na heel wat gesleur met de koffers) besloten we de modernste wijken in de stad te bezichtigen. Dat leek ideaal voor een halve dag en dat was het ook! Daarnaast was het een perfecte kennismaking met de geschiedenis van Lissabon. Alles komt eigenlijk neer op de verwoestende aardbeving, gevolgd door een tsunami en enorme brand in 1755. Lissabon was volledig van de kaart geveegd. Je ziet heel duidelijk het verschil tussen de wijken die voor een deel overeind bleven en nu dus in de categorie ‘oud’ vallen en het nieuwe ‘moderne’.

Onze wandeling startte aan het hooggelegen Parque Eduardo VII en zou ons leiden tot aan de Taag. Het park is heel straightforward aangelegd met twee brede wandelboulevards. Bovenaan is er een monument ter herdenking van de ramp in 1755 én heb je uiteraard een prachtig uitzicht.

thumb_P1110348_1024.jpg

thumb_P1110350_1024.jpg

Beneden aan het park is een druk verkeersplein met in het midden een standbeeld van de Marqués de Pompal. Hij was premier na de aardbeving en heeft meegeholpen om dit stadsdeel, Biaxa, weer op te bouwen. Hier vind je ook veel grote hotels en officiele gebouwen zoals ambassades.

thumb_P1110356_1024.jpg

De Avenida Da Liberdade kan je vergelijken met de Champs-Elysees in Parijs (of dat denk ik toch, Leen gaat mij eens meenemen naar daar). Een brede laan die uitkomt in het hart van het centrum. Er stonden marktkraampjes, zijn leuke winkels en veel fijne pleintjes. Aan de rechterkant kwamen we langs de elevador da Gloria, een trammetje (het was ons eerste trammetje dat we zagen!) dat je kan nemen om je voeten te laten rusten als je het hogergelegen Chiado wil verkennen.

thumb_P1110364_1024.jpg

Toeristenfoto: check! Wij bleven nog even beneden en stapten richting Rossio, langs het mooie station naar misschien wel het bekendste plein. Met het theater en fonteinen, maar toch is het vooral het zwart witte gegolfde vloerpatroon dat de aandacht trekt.

thumb_P1110372_1024.jpg

thumb_P1110380_1024

Ik nam er ook mijn favoriete foto van de hele vakantie. Ongewild. Het gaat namelijk om een heuse photobomb:

thumb_P1110376_1024.jpg

Rossio is dé toeristische wijk met de winkelstraat met alle grote ketens. Je vindt er ook de bekendste lift van Lissabon, gemaakt door een leerling van Eiffel. De Elevador de Santa Justa brengt je naar Chiado voor 5 euro. Als je heel veel geduld hebt. De rij aan de kassa is namelijk immens lang (of toch toen wij er passeerden). We stapten naar boven – weliswaar trager dan met een lift – waar je langs de ruïnes van Carmo eigenlijk exact hetzelfde uitzicht hebt als in de lift. 5 euro bespaard check, zei het met wat verloren zweet.

thumb_P1110439_1024.jpg

Maar eigenlijk waren we naar boven gestapt om de ruïnes van het klooster van Carmo te bezoeken. Het was de grootste kerk voor de aardbeving en wonder boven wonder zijn de pijlers van deze gotische kerk blijven staan. Het is zeer mooi behouden allemaal en in het grasveld lagen zelfs mensen te chillen. Een oase van rust in een wereldstad. Ik was onder de indruk hoe sterk de constructie geweest moet zijn om de ramp te overleven. Jammer genoeg stond de zon heel slecht om goede foto’s te kunnen nemen. Toegang tot de ruïnes en het archeologisch museum binnen kostte 3,50 euro. Een koopje!

thumb_P1110402_1024

thumb_P1110419_1024

We lesten onze dorst bij een kiosk op het gezellige pleintje voor de kerk. Kioskjes zijn daar een typisch iets, toffer dan binnen zitten op café in ieder geval.

Daarna was het tijd voor de laatste stop: het paleizenplein. Alleen staat er geen paleis meer, opnieuw door de aardbeving. Het Praca do Comércio blinkt vandaag als weleer met een mooie arc en felgele gebouwen die dienst doen als ministerie én natuurlijk een ruiterstandbeeld van een koning. Een wereldstad zonder, dat kan niet.

thumb_P1110470_1024.jpg

Dit mooie plein ligt aan de Taag. Ik had geen idee dat het zo’n brede rivier zou zijn. En door de golven kreeg ik echt een beetje een zeegevoel.

thumb_P1110474_1024.jpg

Nadien was het welletjes en namen we de metro richting hotel waar ons nog een beklimming wachtte. We aten in het Aziatische restaurant van ons hotel met een verrukkelijke chocoladetaart als dessert. Geslaagde dag!

Ben jij al in Lissabon geweest?

Rotterdam #1: het centrum

Rotterdam is zo’n stad die niet meteen een top-of-the-bill plaats bekleedde op mijn bucketlist. Ik had namelijk geen idee wat er te beleven viel. Hierdoor kon ik er twee dagen zonder vooroordelen rondstappen. Het verrassingstripje van het lief was op dat vlak dus al volledig geslaagd. En hoewel het niet 100% mijn stad is genoot ik toch met volle teugen. Een stad langs het water met een grote haven, dan waaien al je zorgen letterlijk weg.

Het lief was er wel al enkele keren geweest en loodste me dan ook foutloos langs de belangrijkste bezienswaardigheden. Zo zelf niets gepland hebben was best nieuw voor mij. Met deze wandeling ben je even zoet, maar dan heb je ook wel wat. Een aanrader, zelfs als je tenen en vingers ervan afvriezen!

Want begin maart hadden we niet verwacht dat we zouden ontwaken in een stad onder een sneeuwtapijt en al helemaal niet in een gevoelstemperatuur van -10°C. Het was koud, dat is een understatement. Maar de volgende dag voorspelden ze regen dus wilden we toch vandaag de wandeling maken. Spoiler alert: de dag erna scheen de zon en de enige regen die we zagen was die toen we weer in België waren #MyLife.

Vandaag deel 1 van de wandeling: de bezienswaardigheden die pal in het centrum liggen.

De kubuswoningen en markthal

We sliepen in het fantastische Citizen M hotel midden in het hart van de stad met zicht op de oude haven. Die dus voor de gelegenheid was voorzien van een wit laagje. Ontbijten deden we bij Lot & Daan aan de overkant. Het is een beetje een hipsteradresje met schommels en ontbijtbowls enzo. Maar de porties zijn ruim dus prijs-kwaliteit zit je heel goed (op een stoel, ik weiger op een schommel te eten).

thumb_P1110123_1024.jpg

Uitzicht op de oude haven vanuit de kamer

Het hotel is vlakbij de kubuswoningen, die ik al kende van op foto’s. Rotterdam is volledig platgebombardeerd tijdens WOII en dat zie je. Heel wat gebouwen dateren uit de jaren 60 en 70 en zijn niet bepaald vrolijk. Piet Blom wou al in de jaren 80 het stadscentrum wat opfleuren en ontwierp de gele zeshoekige kubuswoningen naar een model van die in Helmond. Ik blijf het wat rare architectuur vinden en zou er niet graag wonen, maar het is leuk om er eens door te wandelen. Je kan één van de huisjes ook bezoeken mocht je dit willen.

thumb_P1110019_1024.jpg

thumb_P1110021_1024.jpg

Naast de grijze blokken uit de naoorlogse tijd vind je in de stad veel ultramoderne kantoorgebouwen die de laatste 10 jaar in de hoogte zijn neergepland. Het geeft Rotterdam een apart karakter waardoor je het moeilijk kan vergelijken met andere steden. Die hippe moderne feeling vind je niet echt in oostbloksteden, waar Rotterdam mij nog het meest aan deed denken.

Wandel je vanaf de kubushuisjes het station Blaak voorbij dan kom je aan de markthal, wat dit moderne karakter meteen mooi illustreert. Het is een soort glazen gebouw, het doet wat denken aan wat ze in Gent hebben neergezet, maar dan volledig overdekt waar je allerlei marktkraampjes en permanente eetplekjes vindt. Er wonen mensen in de appartementen, wat opnieuw mijn wenkbrauwen deed fronsen. De binnenkant van het gebouw is prachtig beschilderd en de geuren van lekker eten komen je tegemoet. Je moet het zeggen zoals het is: in Nederland kennen ze wel iets van goed en veel eten.

thumb_P1110033_1024.jpg

Binnen valt het kleurrijke plafond meteen op

thumb_P1110031_1024.jpg

Detail van het glas en het beschilderde plafond

Vanaf de markthal loop je de Binnerotte af, waar af en toe een markt wordt gehouden, je wandelt door een parkje en zo kom je voor de spoorweg links de Nieuwe Delftse Poort tegen. Het is een reconstructie van de stadspoort die hier heeft gestaan tot aan WOII. De poort is niet afgebrand door de Duitsers trouwens, de Rotterdamse bevolking heeft ze indertijd zelf weggehaald.

thumb_P1110039_1024.jpg

Fotogeniek is het niet echt, maar fijn om even langs te wanelen

Steek je de drukke steenweg over dan kan je daarna ook de spoorweg oversteken via een houten felgele constructie. Op elke plank staat volgens mij de sponsor van die plank, maar door heen de jaren heen zijn er natuurlijk ook de nodige grafittitags aangebracht.

thumb_P1110049_1024.jpg

thumb_P1110050_1024.jpg

Er was geen mens te bekennen toen wij er waren 🙂 Zo koud was het. Aan de overkant namen we trap naar beneden, om de hoek zit een gezellig koffiezaakje. Lokaal belooft eerste klas koffie in een gezellig interieur. Dat opwarmertje hadden we wel verdient.

thumb_P1110055_1024.jpg

thumb_P1110059_1024.jpg

Hierna wandelden we richting haven op zoek naar de fameuze Erasmusbrug, maar dat is voor een volgende keer.

Ben jij al eens in Rotterdam geweest?

Een dunne lijn

We schrijven half april. Een regenachtige zondag in Lissabon. We besluiten Alfama, een bekende wijk onder toeristen, te verkennen. We kopen een kaartje voor een klooster waar we bijna alleen rondlopen. De andere toeristen slapen uit of wachten tot de bui voorbij is. Op een bus Japanners na. De regen kan ons niet deren. We genieten van het uitzicht. De geschiedenis van het gebouw. We nemen veel te veel foto’s. Mislukte selfies. Ergeren ons aan de Japanners.

Weer buiten hebben we honger. De Time To Momo (een reisgids) leidt ons naar een hipster Burgerrestaurant aan het water. Op het terras hebben we uitzicht op een cruiseschip. Er wordt afval uitgeladen. Na een uur eten zijn ze nog steeds niet klaar. De ene camion afval wisselt de andere af. Terwijl een nieuwe lading passagiers aan boord stapt.

P1110601

We vertrekken naar de wijk Alfama. Kleine gezellige straatjes. Veel foto’s. Met toeristen erop deze keer. Het is gestopt met regenen en dus wat drukker. De huizen zijn schattig. Klein. Vervallen. De was hangt buiten aan het raam. Hier en daar ligt er afval. Bomma’s staan op de eerste verdieping toe te kijken hoe toeristen selfies nemen met de deurtjes. Kleine deurtjes. Heel dicht tegen elkaar. Wat verderop aan de kade in het moderne deel van de stad bouwen ze een spiksplinternieuwe cruiseterminal. In Alfama zijn ze niet bezig met cruises. 2018 heeft hier niet zo hard zijn intrede gedaan. Jonge kinderen spelen op de trappen. Kijken al niet meer op van toeristen.

Het voelt allemaal wat raar aan. Alfama is de armste wijk van de stad. Het is ook de wijk die in alle reisboekjes staat. Het heeft charme dat zeker. Maar het voelt als binnengluren. En dat is iets waarvan je moeder altijd heeft gezegd dat je dat niet mag doen. Hier verdienen ze niets aan het toerisme. Want na de selfies trekken de mensen verder naar een hippe bar voor een drankje. In Alfama vind je geen café om je dorst te lessen of toeristenwinkeltjes met het soort souvenirs die al kapot zijn voor je goed en wel terug thuis bent.

P1110609

Alfama

De wereld is een dorp geworden. In amper 3 uur waren we in hartje Lissabon. Het heeft me bijna niets gekost. Dat cruiseschip brengt op 8 dagen toeristen van Barcelona naar Lissabon via tal van andere steden. Een week later was ik alweer op citytrip. In Glasgow, een stad die het decennialang moeilijk heeft gehad en zijn industriële geschiedenis van zich af probeert te schudden. Er komen toeristen voor een dag of 2 om dan verder te trekken naar de Highlands of het meer populaire Edinburgh.

De wereld is een dorp en voor sommige steden zoals Glasgow is dat voorlopig een zegen. Het was ooit een grimmige postindustriële stad die bekend stond als de moordhoofdstad van Europa. Ondertussen heeft de stad veel inspanningen gedaan en lokt het ook eindelijk toeristen. Dat betekent een nieuwe economie, meer werkgelegenheid en de stad wordt heropgewaardeerd. In populaire steden die al decennia toeristen lokken – Barcelona als ultiem voorbeeld – zorgt massatoerisme ervoor dat de locals vertrekken. In Barcelona klagen mensen dat ze zelf niet meer op de bus kunnen richting werk, familie of de sportschool. In Lissabon konden we geen tram nemen naar ons hotel op een hoge heuvel. Want het is tram 28 dat daar passeert. De typische gele tram waar toeristen de hele dag door staan voor aan te schuiven. Die tram nog pakken waarvoor hij bedoelt is – jezelf verplaatsen – is een illusie die Lissabonners al lang aanvaard hebben.

Ik ga het hier niet hebben over vliegtuigen en hoe vervuilend die zijn. Of over die immense berg afval van het cruiseschip. Ik ga zelf ook niet minder reizen. Dit is geen pleidooi voor minder toerisme. Dit is een vaststelling, of nog eerder een bedenking. Reizen inspireert net zoveel als je het met de neus op feiten drukt die je liever zou negeren.

P1110608

Alfama

Toen ik wandelde door Alfama besefte ik dat de wijk twee mogelijke toekomsten heeft. Ofwel trekken alle jongeren eruit weg en raakt de wijk binnen een tien- tot max. twintigtal jaar stevig in verval waardoor toeristen hem links laten liggen voor hippere delen van de stad. Ofwel maken we er een soort Bokrijk van om een inkijk te geven in hoe het leven toen was. Maar dan zonder local karakter dat het nu nog zo de moeite maakt.

In beide scenario’s zal het Lissabon van nu niet meer hetzelfde zijn als het Lissabon over 20 jaar. De ontstedelijking (of hoe noem je dat?) van de jongere generatie is nu al een feit. Verandering is het pad voor elke wereldstad en ik ben ervan overtuigd dat Glasgow een stap vooruit heeft gezet. Net zoals ik ervan overtuigd ben dat, als het ooit komt, ook deze stad geen massatoerisme aan kan. Elk mes snijdt aan twee kanten.

Charme is iets tijdelijks en de wereld mag dan wel een dorp zijn: alles is mogelijk is niet hetzelfde als alles wordt beter. De enige constante: alles is voortdurend in verandering.

En niet elke overpeinzing op deze blog moet tot een conclusie leiden. Soms is overpeinzen alleen meer dan voldoende.

Massatoerisme nu de wereld een dorp is geworden, wat denken jullie daarvan?