Parijs #6: Palais Luxembourg en Quartier Latin

In maart 2019 trokken Leen en ik 5 dagen naar Parijs. Het was voor mij de eerste echte kennismaking met de lichtstad. We zijn alweer aanbeland aan de vierde dag en na een heuse uitstap naar Versailles, begon de vakantie wat te wegen. We deden het vandaag dus wat ‘rustiger’ aan (20.000 stappen ipv. 30.000 bedoelen we daar mee ^^) en kozen ervoor om twee wandelingen uit Time To Momo te combineren in het centrum van de stad. En die zonovergoten dag startte aan het prachtige palais du Luxembourg.

Het palais du Luxembourg vind je in de prachtig jardin du Luxembourg en is gebouwd in de jaren 1600 in opdracht van Maria De Medici, gemalin van Henry IV. Het was na diens dood, Henry IV is vermoord door een radicale priester die vond dat hij de calvinisten te goed gezind was, dat Maria niet meer in het Louvre wou verblijven en dus maar dit bescheiden optrekje liet bouwen. Lang heeft ze er niet van kunnen genieten want Maria werd uiteindelijk verbannen door kardinaal Richelieu, die de touwtjes in handen had zolang Louis XIII nog niet oud genoeg was om te regeren. Tijdens de Franse Revolutie is het paleis even gebruikt als gevangenis. Vandaag is het eigendom van de Franse staat. Je kan het bij mijn weten niet bezoeken.

We zwierven wel een tijdje rond in de tuin, nadat we natuurlijk enkele typische foto’s namen voor het paleis in de ‘Luxembourg stoeltjes’. Het moet er zalig vertoeven zijn met een boek onder een lentezonnetje en ondertussen naar de voorbijgangers gapen. Ik denk dat dit wel eens een van mijn favoriete plekjes in Parijs kan zijn.

Foto @ditisleen

In de tuin vind je mooie marmeren beelden van enkele sterke vrouwelijke koninginnen en hertoginnen. Maria De Medici was een Florentijnse dus zie je heel wat Italiaanse invloeden terug in het paleis, de tuin, de beelden en de keuze van vrouwen die zo’n beeld hebben gekregen. Zo vond ik er Margaret Of Anjou, koningin van Engeland, en Valentina De Milan, hertogin van Orléans, terug.

Foto @ditisleen

Ok, ik ben enthousiast over deze plek, ik geef het toe. Vanaf de jardin du Luxembourg wandelden we richting pantheon. Een gigantisch gebouw op een verkeersplein. Oorspronkelijk bedoeld als een kerk is dit ondertussen een begraafplaats van heel wat Franse beroemdheden zoals Voltaire, Zola en Hugo.

Je kan het pantheon bezoeken tegen een kleine prijs, wij besloten niet naar binnen te gaan. Het was mooi weer en we hadden nog wat parken tegoed. Een beetje verborgen in een onopvallend straatje vonden we de Arènes de Lutèce. In de Romeinse tijd was dit een amfitheater en die vorm kan je nog steeds goed onderscheiden aan het ronde plein en de stenen trappen.

Op naar jardin des plantes. Dit is opnieuw een groot park met botanische tuinen, speeltuin, serres... Je vindt er ook het Muséum national d’Histoire naturelle. De serres kom je blijkbaar enkel binnen tegen betaling, dat is voor een volgende keer.

Vanaf de jardin des plantes stapten we de typische studentenwijk van Quartier Latin binnen. Het was voormiddag en dat gaf de kasseistraatjes een heel andere sfeer dan ’s avonds. De cafés zijn dicht, de studenten lagen waarschijnlijk nog te slapen (of aan het studeren, wie zal het zeggen?) en het was nog redelijk rustig in de straten.

Quartier Latin verwelkomt al sinds de 14de eeuw studenten. We aten een snelle pizza als lunch in een typisch studentenrestaurant (Leuven vibes!).

Typische pub, met the ‘white man’ van street artist Jérôme Mesnager 

Van hieruit begaven we ons kriskras door de vele straatjes op weg naar Île de la Cité en de Notre-Dame (daarover kon je hier al lezen), en die wandeling is voor een volgende post :).

Wat is jouw favoriete park in Parijs?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Roemenië #3: Brasov

In juli 2019 maakte ik mijn voorlopig laatste echt grote (rond)reis. We gingen toen 7 dagen naar Roemenië, meer bepaald voor een roadtrip doorheen een deel van Transsylvanië. Ik schreef daarover al eens een uitgebreide gids. Roemenië is niet de meest typische reisbestemming. Maar het heeft wel alles te bieden: cultuur, natuur, steden, platteland, geschiedenis… en lekker eten.

Na een bezoek aan het koninklijke Peles Castle kwamen we aan in Brasov, onze eerste overnachting in Transsylvanië. Brasov is een oud stadje dat aan de voet van de Karpaten ligt, meer bepaald aan de berg Tampa. Er komen wel wat toeristen, vooral omdat het een goede uitvalsbasis is voor excursies naar andere trekpleisters (o.a. het kasteel van Dracula in Bran) in de streek. Wij sliepen in Drachenhaus, een prima hotel in het midden van de stad met excellent ontbijt. Ik heb er gelukkig geen draken gespot en er zijn ook geen vampieren ons ’s nachts komen lastig vallen.

Het was avond tegen dat we arriveerden en hadden ingecheckt. We maakten alvast een wandeling doorheen het leuke centrum. De letters Brasov staan Hollywoodgewijs op de berg Tampa, waar je ook met een kabellift heen kan om van het uitzicht te genieten. Dat hebben wij wel niet gedaan.

Piata Sfatului, het grote plein midden in het Saksische centrum met het stadhuis.

We kozen om bij Prato, een wat chiquere Italiaan, te gaan eten en het was er echt heerlijk. Na nog een ijsje bij Betty Ice Cream waar een super vriendelijke madame ons zelfs korting gaf omdat ik nog geen echt kleingeld in Lei had verzameld om terug te geven. Het is wel de teneur van deze stad: de mensen zijn er ontzettend vriendelijk en warm.

Naast leuke parkjes en middeleeuwse straatjes, vonden we ook wat street art in Brasov.

De volgende morgen verkenden we de stad eerst wat op onszelf, en dronken een koffie bij CH9 Kaffeehaus aan de Black Church.

Daarna sloten we aan bij de gratis walking tour van Walkabout. Wat een aanrader! We waren met een heel klein groepje en de gids wist echt veel interessante dingen te vertellen. Het centrum van Brasov is eigenlijk het oude Saksische (dus Duitse) centrum.

Alle wegen in dit centrum komen uit op het piata sfatului met het prachtige stadhuis. Het is ook daar dat de wandeling start.

Piata Sfatului met centraal het stadhuis

Maar de topbezienswaardigheid is ‘The black church’. De kerk is gotisch en gebouwd door de Duitse gemeenschap. Oorspronkelijk was dit een katholieke kerk, maar tijdens de reformatie in de 16de eeuw werd ze protestants. Je ziet binnen nog een paar overblijfselen van de muurschilderingen uit de katholieke kerk, maar verder is het interieur heel sober. In de 17de eeuw woedde er een brand in Brasov en ook de kerk zou getroffen zijn. Sindsdien wordt het ‘de zwarte kerk’ genoemd. Een bezoek aan de binnenkant van de kerk kost 10 lei per persoon.

The black church

Volgende stop: Rope street. Het kleinste straatje van de stad en volgens hen van Europa, al klopt dat niet. Rope street dankt zijn naam aan het feit dat het gebruikt werd door brandweermannen om zich met hun blusuitrusting te verplaatsen tussen beide delen van de stad.

Rope street

Rope street verbindt het toeristische gedeelte van de stad met de buitenwijken die leiden naar de stadsmuren. Als Saksische stad was natuurlijk ook Brasov ommuurd om invallen vanuit het oosten (de Turken en consoorten) af te weren.

Stadsomwalling

En zo kan je langs de mooie stadsomwalling wandelen, met deze opvallende ronde toren als blikvanger. Maar ook aan de andere kant van de stad vind je enkele speciale toegangspoorten, zoals de Schei poort.

De Schei poort

De sprookjesachtige Ekaterina Gate is mijn persoonlijke favoriet. Die staat in een leuk parkje op de grens met het Roemeense gedeelte van de stad.

Ekaterina gate

De wandeling neemt je ook mee buiten de Saksische kern, want daar wacht eigenlijk een nieuw stadscentrum. Naast de Saksen, heeft Brasov ook heel wat Roemeense inwoners. Met een eigen orthodox geloof. We bezochten de orthodoxe kerk St. Nicolas Church onder begeleiding van de gids, want het orthodoxe geloof heeft andere rituelen dan wat wij kennen uit een katholieke kerk. Zo staan er geen stoelen, en moet je bij de binnenkomst een van de emblemen kussen. Op het einde van de wandeling geef je de gids een vrije bijdrage, maar de onze was meteen weg en vroeg niet naar een fooi. Het was dus echt een gratis tour. Voor wie niet in Brasov stopt, ook in Boekarest kan je wandelingen volgen met Walkabout. Dikke aanrader!

Gezellig straatje in het Roemeens gedeelte van de stad

Naast de Saksische en Roemeense gemeenschap is er nog een sterke Hongaarse vertegenwoordiging. Die hebben dan weer hun eigen scholen en kerk, in het katholieke geloof. En dan heb je nog de roma, die een beetje buiten de samenleving staan. Dit alles zorgt voor een smeltkroes aan culturen en invloeden en die zie je allemaal terug in Brasov, de poort naar Transsylvanië.

de orthodoxe St. Nicholas Church.

Na de wandeling pikten we nog een lunch mee bij Bistro de l’Arte in een gezellig straatje. Ik denk dat we een pasta aten en dat die heel lekker was. Brasov was voor ons een aangename ontdekking en voor mij persoonlijk de favoriete stop uit de trip. Er is nog heel wat te verkennen in de buurt, waardoor ik er graag naar terug zou keren. Absoluut de moeite dus, allen daarheen!

Wij stapten opnieuw de auto in en reden door het Roemeense platteland op weg naar Viscri.

Welke minder bekende stad heeft jouw positief verrast op vakantie?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Londen #14: Natural History Museum

Ik schreef de vorige keer over die ene koude dag dat we op pad waren met de Statikbende in Londen. Na een niet zo’n goede nacht, waren het lief en ik de eersten aan het ontbijt. Met wat alcohol in het bloed voel je blijkbaar die oude airco minder fel, aldus de collega’s die wat langer hadden doorgezakt ;). We zagen de meeste collega’s daardoor pas ’s avonds terug in de trein, aangezien we op tijd de metro namen om nog iets van de dag te maken.

Het was echt koud en ze voorspelden heel wat regen. We gingen dus op zoek naar een binnenactiviteit. Ik denk dat het uiteindelijk Leen was die graag naar het Natural History Museum wilde. Het is één van de meestbezochte musea in Londen, en gratis voor iedereen. Het is vooral bekend als kindvriendelijk museum omdat er dino’s te bekijken zijn en ook andere opgezette dieren. Voor een gevarieerde groep brengt het dus ieder wat wils, hoewel ik nu niet meteen stond te popelen. Tot ik er binnen was. Voor mij was dit museum een complete positieve verrassing!

Het Natural History Museum ligt in de wijk South Kensington op Exhibition Road. Ernaast en ertegenover zijn het Science Museum and het Victoria & Albert Museum te vinden. Het gebouw dateert uit de 19de eeuw en is een mix van allerlei bouwstijlen (Romaans, Neogotiek & Victoriaans).

Je komt binnen in het nieuwe stuk van het gebouw, waar een dinoskelet je al meteen opwacht. Het museum is vrij groot en opgedeeld in 4 kleuren/themagebieden, waarvan zoölogie het bekendste is. Wij namen de vrij spectaculaire roltrap naar boven voor het stuk over aardbevingen en orkanen (de rode zone). In dit stuk van het museum is er minder ruimte en staat alles wat dicht bij elkaar waardoor je al snel een druk gevoel krijgt.

Maar eens we in het ‘oude’ gebouw kwamen viel mijn mond steeds meer open van het gebouw zelf en begon ik minder aandacht te besteden aan de tentoonstelling.

Dit is volgens mij de groene zone met mineralen en fossielen.

En dan kom je in de grote hal. Met het skelet van een blauwe vinvis aan het plafond. Velen noemen dit Hogwarts in het echt. Ik ben geen Harry Potter mens, maar dit is effectief één van de mooiste ruimtes die ik ooit heb gezien.

Het zit hem ook vooral in de details, op je plafond vind je botanische bloemen, aapjes en andere dieren.

Ik keek mijn ogen uit en het was echt moeilijk om alles goed op foto vast te leggen. Ik zou zeggen, ga er gewoon zelf eens naar binnen!

Hierna was het aanschuiven bij de dino’s waar een vast parcours is gemaakt langs alle skeletten, met als hoogtepunt een reconstructie van een bewegende Tyrannosaurus Rex. We gingen nog een aantal andere gangen in met opgezette dieren, maar ik vind dat ergens ook wat eng :D. Ik vind dit absoluut een aanrader om te bezoeken, ook zeker met kinderen.

Wanneer je buitengaat en via Exhibition Road omhoog wandelt, passeer je langs de Royal Albert Hall (voor de gelegenheid met kerstboom) en kan je zo via het Albert Memorial naar Hyde Park. Wij namen aan de andere kant van het park de metro naar Shoreditch voor de lunch. Ondertussen begon het te regenen.

Pizza East stond al even op mijn lijstje en ze hebben ook vegan opties voor ons Leen. Dus voila het resultaat was deze smakelijke lunch. Pizza East is echt super groot, maar toch is het in enkele ogenblikken na openingstijd vol. Het is een populaire zaak, dus wees er op tijd bij (of reserveer op voorhand). Voorlopig de beste pizza die ik al in Londen heb gegeten.

Foto @ditisleen

We wandelden nog in de regen naar Old Spitalfields Market omdat die overdekt was. We bekeken nog wat kraampjes en dan was het stilaan wel tijd om onze bagage weer op te pikken aan het hotel en naar huis te vertrekken.

Het is ondertussen van december 2018 geleden dat ik nog in Londen was, met dank aan covid. Ik kijk er zo naar uit om weer de Eurostar op te stappen.

Wat is jouw favoriete Londens museum?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Valencia #1: street art in Carmen

In maart 2020 (jawel, vlak voor de eerste lockdown) vertrok ik voor 5 dagen naar Valencia. Ik deed hier al eens een uitgebreid verslag van hoe die reis is verlopen in tijden van corona. Vanaf de vierde dag sloten restaurants en bezienswaardigheden hun deuren, gelukkig zaten wij op een airbnb appartement waar we zelf ons potje konden koken. Valencia is en blijft een populaire citytripbestemming en de stad is dat ook helemaal waard volgens mij. We hebben uiteraard niet ons volledige lijstje kunnen afwerken, maar we hebben toch wel een aantal hele fijne dingen gedaan. En die tips deel ik graag met jullie.

Van de de luchthaven naar het centrum

Op woensdag 11 maart vlogen we vanaf Zaventem met Ryanair naar de luchthaven van Valencia. Van daar kan je heel makkelijk de metro nemen naar het centrum. Een metropasje kost 1 euro, nadien kan je het opladen met geld (beetje zoals de Oyster Card in Londen). Voor een enkele metrorit van de luchthaven naar het centrum betaal je 3,90 euro. We stapten uit aan Xativa (dat is aan het mooie noordstation) en gingen inchecken op ons appartement. Omdat we te vroeg waren dronken we al iets op een lokaal pleintje bij een café waar ze niet zo goed Engels spraken. Maar er was zon en een blauwe lucht, heerlijk!

Street art in El Carmen

Vandaag stond er een street art wandeling op de planning. We hadden een plekje gereserveerd bij Free tour Valencia. Afspraak op het Plaza de la Virgen, het grote plein in het oude stadscentrum met zicht op de kathedraal. Als late lunch aten we churros op een bankje in de zon. We namen ook alvast enkele foto’s op het plein. Je ziet allerlei gele dranghekken staan in de achtergrond. Die waren er net als de churroskraampjes speciaal voor Las Fallas, het grootste festival van de stad. Dat zou een week nadien starten, maar een paar uur later kregen we te horen dat het voor het eerst sinds WOII werd afgelast omwille van de coronacrisis. De eerste van vele alarmbellen tijdens de vakantie. Soit, vandaag scheen de zon en gingen we op zoek naar street art.

Plaza de la Virgen

Op het afgesproken uur maakten we kennis met onze gids Valentina. Zij is duidelijk heel gepassioneerd door street art en verhuisde naar Valencia voor de liefde. El carmen is één van de oudste wijken van de stad en heeft al heel wat watertjes doorzwommen. Dat mag je best letterlijk nemen want de wijk is volledig overstroomd toen de rivier Turia buiten zijn oevers trad in 1957. Veel huizen werden nooit opgeknapt en daarom was dit een armere buurt in de afgelopen decennia. Recent is de heropwaardering begonnen en is het één van de meer sfeervolle wijken van de stad. Ook met dank aan de straatkunst natuurlijk.

En Valentina zou ons twee uur lang door de straten loodsen, op zoek naar mooie werken.

De eerste stop was een lange street art muur waar een fotograaf een aantal van zijn foto’s heeft laten schilderen door graffiti artiesten. Bovenstaande foto met het kussend koppel is beroemd op Instagram en het bijgeloof zegt dat als je ervoor zou kussen met je partner je eeuwig samen zou blijven. Je vindt deze werken in de Carrer de Moret (ook werk van Deih die niet op deze foto staat trouwens).

Smalle straatjes zijn typerend voor El Carmen. Eén van mijn favoriete Valenciaanse artiesten werd Chikitine, herkenbaar door zijn fantasyfiguren met meerdere ogen. Maar ook onze eigen Leuvense Bisser kwamen we tijdens de wandeling tegen, omdat Valentina wist dat we van België waren natuurlijk.

Andere herkenbare artiesten waren Lemon (bandietenmannetjes met hartjes en spuitbussen), Barbi (roze figuren) en Julia Loos die overal zwarte katten plaatst. Onderstaande foto is een werk van Disneylexa die zeer vrouwelijke werken maakt geïnspireerd op Zuid-Amerika. Je ziet er ook de Lemon-mannetjes op terugkomen.

Heel wat wereldbekende street artists vinden hun roots in Valencia. Voornamelijk door de XLF-crew die opkomende artiesten een kans geeft. Deih, die vaak fantasywerken maakt en we ook tegenkwamen tijdens de wandeling, is een voorbeeld van een artiest die ondertussen internationale faam kent. En dan hebben we mijn favoriet Julieta die kleurrijke en dromerige werken maakt van jonge meisjes. Dit werk heet ‘in between dreams’.

Ondertussen heeft deze Julieta ook twee werken in Leuven gemaakt en trekt ze dus de wereld rond. Ze heeft het echt wel geschopt tot mijn top drie geliefde street artists.

Naar het einde van de wandeling toe, al wat verder van het centrum weg, kwamen we bij twee grote muren terecht. Eentje bij een gemeenschapstuintje en een ander bij een basketpleintje (waar je ook nog een Bisser kan spotten trouwens).

De Griekse figuren die je hieronder afgesneden ziet op de foto is een werk van Pichiavo, die je ook in andere wereldsteden kan ontdekken. Je herkent ook een Julieta en Barbi konijntjes als je goed kijkt op deze muur. Je vindt deze muur op het placa de la Botxa.

Dit was het eindpunt van de meer dan twee uur durende wandeling. Ik heb al best wat street art wandelingen gedaan maar dit was by far één van de beste. Valentina had duidelijk heel wat expertise en doordat verschillende artiesten terug kwamen begon je zelf patronen te zien. Het hoeft jullie dus niet te verwonderen dat Carmen zichzelf snel bombardeerde tot mijn favoriete wijk van de stad.

We gaven Valentina nog een fooi (in ons geval 10 euro per persoon, maar je bent helemaal vrij om zelf een bedrag te kiezen) en zochten ons terug een weg naar het centrum. We ploften neer bij een tapaszaak in een straat achter het plaza de la virgen. Bar El Almudin is zeker en vast een aanrader voor gevarieerde tapas en goede wijn. Daarvoor ga je naar Spanje toch?

Ben jij al eens in Valencia geweest? Zie jij zo’n street art wandeling zitten?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie

Meer street art?

Malta #9: Ramla walk

Eind augustus 2018 trokken het lief en ik voor 7 dagen naar Malta & Gozo. Over onze planning en alle praktische zaken zoals vervoer en verblijf kon je al lezen in deze heuse overzichtspost. Malta bleek veel meer te bieden dan we hadden verwacht en daarom post ik met plezier van elke dag ook een meer gedetailleerd verslag.

Vandaag was onze laatste dag op Gozo, morgen zouden we terugvliegen naar huis. Het bleek ook de warmste dag van de hele trip. De gevoelstemperatuur zou doorheen de dag oplopen naar 38 graden en als je dan op een asfaltweg loopt waaruit de warmte zo naar boven komt is het zweten geblazen.

Maar toch stond er vandaag nog heel wat op de planning. Inspiratie vonden we bij de Ramla Walk op Visit Gozo die we volledig wandelden, maar dan in omgekeerde richting. We wilden namelijk voor de drukte op Ramla Beach zijn en ’s avonds weer aankomen in Marsalforn, waar we verbleven. De wandeling was 8km lang met een aantal interessante stops onderweg.

Ramla is een van de weinige zandstranden op Malta & Gozo. Het is ook één van de bekendste en mooiste. We namen al vroeg de bus naar Ramla en de weg naar het strand was bezaaid met toeristenkraampjes die zich opmaakten voor een drukke dag. Maar gelukkig was er op het strand zelf nog amper volk te bekennen.

Ramla is ook bekend om de zeer specifieke kleur zand. Ik had het nog nooit eerder gezien. Het is zo wat goudbruin. Kenmerkend is ook een mariabeeld in het midden van het strand. Ik voelde me deze ochtend niet zo fit en dat merk ik aan het feit dat ik amper een goede foto van het strand heb genomen. Op onderstaande foto na die toch de kleur van het zand meegeeft. En ja, ik lag dus te doezelen in de schaduw van het mariabeeld.

thumb_P1140029_1024

We bleven wat zonnen en zwemmen in de zee. Let wel: er is geen enkele schaduw op het strand (behalve het mariabeeld). Dus zorg voor een parasol als je hier een hele dag wil doorbrengen, want de hitte weegt door. Er zijn wel douches, waar we gretig gebruik van gemaakt hebben en enkele restaurants om iets te eten en te drinken, denk niveau vervallen Blankenberge :D.

In de buurt van Ramla kan je ook mooie wandelingen maken met zicht op het strand, iets dat net niet paste in onze planning. Maar op naar de wandeling nu! Vanaf het lager gelegen Ramla was het een beklimming richting het stadje Xaghra. Eerst liep deze over een asfaltweg, wat later via wandelpaadjes.

thumb_P1140031_1024

Eens aangekomen in Xaghra vond ik het onmiddellijk een fijn stadje. Ik weet niet juist waarom, maar ik voelde er een goede vibe. We waren wel stilaan uitgeput, het was echt warm. In de schaduw van de prachtig centraal gelegen kerk ploften we neer bij Oleander, voor een heerlijke pasta. Een aanrader om iets te gaan eten- met dank aan The Lonely Planet voor de inspiratie.

thumb_P1140051_1024

Doel van de namiddag? Een bezoek aan de Ggantija tempel, UNESCO beschermd en de oudste megalithische resten die op Malta te vinden zijn. Het wordt geschat dat de tempel werd gebouwd ergens tussen 3600 en 3000 V.C. Daarmee is de tempel ouder dan Hagar Qim & Mnandra op het eiland Malta. Een ticketje voor de tempel kost volgens mij een euro of 8 en daarbij zit ook de toegang tot de Ta Kola windmolen bij in.

thumb_P1140071_1024

Eerst kom je in een soort minimuseum met wat uitleg over de tempel en de opgravingen, daarna kan je via een mooi onderhouden pad naar de tempel wandelen.

thumb_P1140081_1024

De tempel is in minder goede staat dan Hagar Qim & Mnandra en ik vond het ook minder indrukwekkend. Wat ik wel fascinerend vond is dat deze tempel in de 18de eeuw ontdekt werd en dat hier al in de 19de eeuw heel wat ‘toeristen’ over de vloer kwamen. Zij lieten hun stempel graag achter door hun naam in de eeuwenoude stenen te graveren. Een soort 19de eeuwse graffiti dus.

thumb_P1140077_1024

We bleven er niet super lang hangen, maar uiteindelijk heb ik geen spijt van dit bezoek. We liepen nadien langs de Ta Kola windmolen en besloten om dit minieme windmolenmuseum ook binnen te stappen (uiteindelijk hadden we al een ticket hé). Het lief had wat overtuigingskracht nodig, maar voor je het wist zaten we in de top van windmolen. Allemaal niet speciaal, maar het was wel eens tof. En we waren letterlijk de enigen in het museum.

thumb_P1140061_1024

Vroeger stonden Malta en Gozo trouwens vol met windmolens, deze dateert uit de 17de eeuw. Tijd nu voor de afdaling van Xaghra richting Marsalforn. Dit zou nog een hele tocht worden.

thumb_P1140117_1024

In de verte zie je Marsalforn al liggen.

Het werd letterlijk heet onder onze voeten. Maar hoe dichter bij Marsalforn we kwamen, hoe meer bomen we zagen. Gelukkig! De boulevard richting Marsalforn beach was aangenaam om te wandelen. De Ramla Walk is wel een wandeling die ik nog eens opnieuw zou durven doen. Het was een fijne afsluiter van de vakantie.

IMG_4509

Na een welverdiende douche maakten we ons op voor een laatste diner. Bij kaarslicht deze keer. Il Gabbiano ligt helemaal aan het einde van de baai in Marsalforn en zet ’s avonds wat tafels buiten. Wij claimden het laatste tafeltje. Het was er super gezellig en romantisch. Het eten was ook lekker, al herinner ik me vooral het dessert (ook al weet ik niet meer exact wat ik had qua dessert, ik weet nog dat het lekker was). Prioriteiten.

En zo kwam er een einde aan onze 8-daagse trip. De dag erna moesten we vroeg uit de veren. Een taxi bracht ons naar Mgarr, waar we de ferry namen en opnieuw opgewacht werden om naar het vliegveld  te rijden met een busje. Ons hotel had de luchthaven transfer geregeld, want op de bus vertrouwden we niet wegens een strakke timing (en zondag).

Malta & Gozo was voor mij een ideale bestemming voor een weekje. Het is een zonzekere bestemming en je kan er zowel wandelen als dingen bezoeken. Het eten viel ook beter mee dan ik op voorhand had verwacht. Ik zou zo teruggaan!

Plan jij een tripje naar Malta?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Parijs #5: dagtrip naar Versailles

In maart 2019 trokken Leen en ik 5 dagen naar Parijs. Het was voor mij de eerste echte kennismaking met de lichtstad. Eén van mijn wensen was om een dag uit te trekken voor het paleis van Versailles. Dat deden we op de derde dag en het weer zat gelukkig helemaal mee. Ik had op voorhand redelijk veel gelezen om ons bezoek zowel praktisch als inhoudelijk voor te bereiden en daarom zal dit ook best een uitgebreide post worden. Dus ga er even voor zitten.

Van Parijs naar Versailles

Versailles bereik je vanuit Parijs het makkelijkst met de trein (met de wagen kan natuurlijk ook). Hiervoor moet je vertrekken vanuit een RER C station. Dit is één van de vijf spoorlijnen die het centrum van de stad verbindt met de voorsteden en nummer C gaat dus tot in Versailles. Wij namen de metro tot in Javel, maar bekijk zeker welk RER C station het dichtst bij jouw vertrekpunt zit. Je moet een apart ticket kopen voor deze trein. Heen en terug komt dit op 7,10 euro. Ik herinner me nog dat het wat gedoe was met die ticketjes aan de automaat, maar uiteindelijk is het wel gelukt.

De treinrit duurt een twintigtal minuten (afhankelijk van het station waarin je vertrekt). De juiste halte voor het paleis van Versailles is “Versailles chateau rive gauche“. Bij het uitgang wandel je dan het blokje rond en je ziet het paleis meteen opdoemen. Uiteindelijk bleek het best eenvoudig om er te geraken, maar reken dat je heen (en dus ook terug) een uurtje kwijt bent met de metro, ticketten, trein en wandelen tot aan het paleis. Belangrijk om mee te nemen in je time management.

Inkom en wachtrijen

Versailles staat bekend om zijn lange wachtrijen aan de inkom. Wij hadden daar geen last van om een aantal redenen:

  • Het paleis opent om 10u. We waren er iets vroeger zodat we bij de eersten waren die binnen konden. Het is sowieso aangeraden om vroeg te komen, aangezien de bussen Japanners vaak vanaf 10u aan het paleis gedropt worden.
  • We waren er in maart. Vanaf 1 april start het echte toeristische seizoen, wat wil zeggen dat het paleis langer open is, de fonteinen aan staan en er allerlei events zijn. In maart is het dus nog betrekkelijk rustiger. Volgens mij kan je ook perfect in het voorjaar of vroege najaar rustig genieten als je de fonteinen toch in actie wil zien. Maar in de zomermaanden moet je er sowieso rekening mee houden dat het heel druk kan worden.
  • We waren er op een weekdag (woensdag). Op maandag is Versailles gesloten, op dinsdag zijn alle musea in Parijs gesloten waardoor iedereen naar Versailles trekt en in de weekends is het sowieso drukker. Ga dus op een woensdag of donderdag naar Versailles en de kans op rust is een pak groter.
  • We kochten online een ticket. Maar vergis je niet: je gaat nog altijd moeten aanschuiven in een (lange) wachtrij. Het is gewoon een andere rij en die gaat iets sneller voorruit omdat er geen aankoop meer moet gebeuren telkens.

Versailles is gratis voor EU burgers onder de 26-jaar. Maar vergeet ook dit gratis ticket niet op voorhand online te bestellen! En ook als jongere moet je in de online wachtrij wachten (al doet de site uitschijnen dat je sneller binnen kan, dat is dus niet). Voor een volwassene raad ik aan om een passport ticket te kopen, dit geeft toegang tot het paleis, beide trianon estates en de tuinen. Dit ticket komt op 20 euro. Een ticket zonder de trianons kost 18 euro, en voor die 2 euro vind ik beide trianons echt wel een aanrader dus niet twijfelen om dat er bij te nemen. Een vergelijking van alle tickets vind je hier

Binnen moet je zowel bij het paleis als de trianons je rugzak steeds in een locker stoppen. In de tuinen mag je je rugzak wel bij je hebben en dus kan je perfect een picknick meenemen. Dat is ook wel aangeraden omdat de eetgelegenheden op het domein uiteraard heel toeristisch zijn en het net leuk is om een plekje in de tuinen uit te zoeken. Als je alles redelijk gedetailleerd en rustig wil bezoeken zou ik zeker 6 uur uittrekken voor het volledige bezoek. Samen met de rit heen en terug is Versailles dus een echte daguitstap.

Het paleis van Versailles

Onder koning Louis VIII was Versailles een klein jachtslot. Zijn zoon Louis XIV, de later zonnekoning, breidde het paleis decennialang uit. Het was een constante bouwwerf waar duizenden arbeiders tegelijk aan werkten in povere arbeidsomstandigheden. Louis wou van Versailles het centrum van de wereld maken. En dat deed hij ook door alle nobelen te verplichten om in het paleis te komen wonen. Die edelen zaten er letterlijk opgehoopt zonder veel hygiëne, het stonk dus enorm in Versailles. Ook de twee volgende koningen, Louis XV (bekend van al zijn maîtresses zoals madame de Pompadour) en de gedoemde Louis XIV, verbleven in Versailles. Tijdens de Franse Revolutie werd het koningskoppel gedwongen in het Tuilerieënpaleis in Parijs te gaan leven en werd Versailles verlaten. Nadien verbleef Napoleon nog regelmatig in Le grand Trianon, maar zijn plannen om Versailles te verbouwen bleven uit. Onder koning Louis Philippe werd het paleis voor het eerst omgedoopt tot een museum.

Als je vroeg genoeg gaat kan je nog relatief profiteren van een leeg binnenplein en een niet te drukke spiegelzaal.

Voor een bezoek aan het paleis zijn er een aantal vaste routes die je moet volgen. Je krijgt ook een audiogids mee die inbegrepen zit in de prijs. Ze zijn altijd wel iets aan het renoveren, dus reken erop dat je misschien niet alles te zien krijgt. Zeker als je buiten het seizoen gaat. Tijdens ons bezoek waren de slaapvertrekken van Marie Antoinette en de galerij van de veldslagen niet toegankelijk. De kapel waren ze ook langs buiten aan het renoveren maar konden we wel binnenin bekijken.

Versailles is een plaatje. We wandelden zaal per zaal van de ene verbazing in de andere. Volledig beschilderde plafonds, veel bladgoud en marmer… het is een echt luxepaleis. Ik maakte dus vooral foto’s van de plafonds, wat ook weer handig is want dan staat er geen volk mee op :). Overal kom je de beeltenis van Louis XIV tegen. De koning was immer aanwezig.

De bekendste ruimte is natuurlijk de spiegelzaal en ik had zelf niet verwacht om er ook zo overdonderd door te zijn. Er zijn zoveel details om op te letten. De 73 meter lange zaal is de grootste ruimte van het paleis en bevat maar liefst 357 spiegelpanelen.

De route leidt verder ook nog naar de slaapkamer en enkele andere persoonlijke vertrekken van de koning. Louis XIV was de uitvinder van het Franse hofprotocol waarbij elke dag nobelen werden uitgekozen om ‘le petit et le grand lever’ bij te wonen en de koning kledingstukken aan te reiken.

Le roi governe par lui même, een inscriptie zodat niemand er zou aan twijfelen dat Louis XIV een absolute vorst is.

Na de vertrekken is het normaal tijd voor de galerij van de veldslagen, maar die moesten we dus overslaan. Je komt vervolgens in enkele zalen ingericht na de Franse Revolutie die van Versailles een chauvinistisch museum moesten maken.

Sommige toeristen razen door het paleis en laten daarom bepaalde zalen links liggen. Ik vond deze nochtans een echt pareltje.

In de mesdames-vleugel kan je nog enkele kamers bezichtigen van de zogenaamde mesdames, de dochters van Louis XV die ongetrouwd aan het hof verbleven. Ze waren vreselijk elitair en geen enkele Europese prins was goed genoeg voor hen. De kamers staan vol met schattig meubilair. De prinsessen brachten hun tijd door met muziek spelen, lezen en thee drinken. En Marie Antoinette op haar zenuwen werken, dat ook :).

Trek zeker een uur of drie uit om in het paleis zelf alles te bezichtigen. Uiteraard kan het korter, maar wij bekeken elke zaal en luisterden aandachtig naar de audiogids die best relevante informatie gaf. Ik ben zo iemand die alles op haar gemak gezien wil hebben, zeker in dit soort plekken. Het zijn de details en de achterliggende verhalen die het hem doen.

De tuinen

Voor sommigen zijn de tuinen van Versailles een nog groter hoogtepunt dan het paleis zelf. Versailles was een echt lusthof naar Romeinse normen ontworpen. Het staat daardoor vol met beelden en fonteinen die naar de Oudheid verwijzen. Voor 1 april kan je er geen werkende (lees spuitende) fonteinen bewonderen, maar dat deerde ons niet.

De grote fontein aan het paleis met zicht op het Grote Kanaal verderop.

De tuinen zijn opgedeeld in bosquets, kleine hofjes met elk hun eigen inrichting. Ze waren niet allemaal open voor publiek toen wij er waren, maar het was fijn verkennen.

Eén van de vele bosquets.
De paardenfontein, o.a. bekend uit de intro van de serie Versailles, die trouwens een kijktip is om je bezoek aan Versailles voor te bereiden ;).

Le petit trianon en le hameau de la reine

Veel minder toeristen brengen een bezoek aan de trianons, het is er dus rustiger dan in het hoofdpaleis.

Het is een hele wandeling naar de andere kant van het domein, maar iets na de middag (na een deugdoende picknick in een bosquet) kwamen we aan bij le petit trianon. Dit optrekje werd gebouwd door Louis XV voor zijn maîtresse madame de Pompadour. Maar het werd vooral favoriet bij koningin Marie Antoinette. In le petit trianon kwam Marie Antoinette tot rust ver weg van alle hofetiquette. Het was haar eigen optrekje, compleet met opnieuw een prachtige romantische tuin.

Le petit trianon is smaakvol en minder kitscherig ingericht dan het hoofdpaleis.

Nog wat verder in die tuin vind je le hameau de la reine. Een soort Bokrijk dat Marie Antoinette liet bouwen om boerin te kunnen spelen… Ik moet je niet vertellen dat ze best wat kritiek over zich heen kreeg voor deze wat vreemde uitgave. Een watermolen, moestuin, bakkerij, stallen voor de dieren….. Hier speelde Marie Antoinette het gewone leven na, terwijl in Parijs kinderen verhongerden.

Le grand trianon

Le grand trianon was dan weer het optrekje van de koning. Vooral de Zonnekoning sliep er vaak met zijn maîtresse Madame De Montespan. Ook Napoleon verbleef er regelmatig en verkoos het boven het grote kasteel verderop. Het is eigenlijk een paleis op zich te noemen. Toen wij er waren konden we maar de helft bezoeken omdat de rest gerestaureerd werd. Dat vond ik wel jammer, want ik vond het interieur best mooi.

We zetten onze wandeling verder opnieuw richting het hoofdpaleis om nog enkele andere bosquets te ontdekken. Zorg er zeker voor dat je stevige wandelschoenen aandoet want je legt best wat kilometers af op het domein. Voor het bezoek aan de tuinen en de twee trianons moet je opnieuw een uur of drie uittrekken. En dan nog zul je niet alles gezien hebben, je kan er makkelijk meerdere dagen doorbrengen.

Het park is immens groot en gratis toegankelijk dus ooit wil ik er wel eens een langere wandeling langs het Grote Kanaal doen.

Of een boottochtje op het kanaal, dat kan ook.

Ik vond Versailles een super ervaring. Ik ben natuurlijk heel erg into de geschiedenis en bezoek altijd graag paleizen. Maar Versailles is wel echt een unieke bestemming en op een weekdag in maart valt het erg mee qua drukte. Ook in het stadje Versailles zelf kan je zeker wat tijd doorbrengen, dat staat voor een volgende keer op de planning. Nu waren we best moe van al dat stappen en namen we opnieuw de RER C trein naar Parijs.

Ben jij al eens in het paleis van Versailles geweest?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Met de Museumpas #6: het Rubenshuis in Antwerpen

Tijdens onze vakantie besloten we een dagje naar Antwerpen te gaan om ’s avonds te gaan eten met een vriendin die er woont. In de namiddag haalden we met plezier onze Museumpas nog eens boven. Er is best veel keuze in Antwerpen moet ik zeggen en daarom kozen we gewoon het bovenste resultaat van de website (lekker makkelijk) en dat is meteen ook het bekendste museum van ’t Stad (toch voor buitenlandse toeristen): het Rubenshuis.

Het Rubenshuis ligt pal in de stad, niet ver van de Meir en is dus makkelijk bereikbaar met de trein. Aan de overkant van het gebouw staat een soort glazen tickethuis met lockers en de museumshop.

Door corona kreeg je geen audiogids mee, maar een boekje met tekst bij bepaalde werken. Je reserveert best op voorhand want de kamers zijn niet zo groot en dus zijn de groepen per uur klein. Wij waren er op een doordeweekse dag en er hing een bord dat voor vandaag alles volzet was. Zoals gezegd: dit museum is best bekend en drukbezocht. En ik snap wel waarom: Rubens heeft er gewoond en gewerkt en er hangen heel wat unieke werken uit de 15de, 16de en 17de eeuw. En het gebouw zelf is een kunstwerk op zich.

Zo zonder audiogids en met een boekje merk je meteen dat lezen en kijken tegelijk best moeilijk is. Wij waren in totaal een uurtje zoet in het binnengedeelte. Het is er niet zo groot en de uitleg in het boekje is misschien wel wat beperkter dan het geval zou zijn met audiogis.

In elke ruimte van het voormalig huis, of zeg maar paleis, van Rubens hangen schilderwerken. Van hemzelf, maar vaak ook van vrienden of werken die Rubens zelf in zijn bezit had. Ik ben geen kenner van Rubens, maar vond het wel fijn om meer zicht te krijgen op zijn leven en de kunstenaars die hem beïnvloed hebben.

Blikvanger binnen was deze kamer met een buste van Seneca, ook zijn werkkamer waar enkele grote werken ophangen vond ik heel indrukwekkend. Mijn favoriet werk was ongetwijfeld de Titiaan die er hing, een Italiaanse schilder waar ik wel een boontje voor heb.

Het Rubenshuis heeft een mooi binnenplein en een smaakvol aangelegde tuin. Op het binnenplein vind je een portiek in Romeinse stijl. Een klein folieke van de heer Pieter Paul.

Het was geen geweldig weer (#zomer2021), maar we bleven nog wel even op een bankje zitten in de tuin.

Ik vond het op zich zeker een leuk bezoek. Ik had het alleen iets groter verwacht denk ik. Het Rubenshuis moet het vooral hebben van een vaste collectie, er is geen ruimte voor expo’s. Dit museum is perfect te combineren met andere bezienswaardigheden in Antwerpen. Ik ben heel blij dat ik er eens geweest ben, maar ik hoef er omwille van de vaste collectie niet meteen opnieuw naartoe.

Een volwassen ticket kost 8 euro, behalve op woensdag dan is het gratis voor iedereen (zeker op tijd reserveren!). Met een museumpas heb je altijd ‘gratis’ toegang.

Wat is jouw favoriete museum in Antwerpen?

Roemenië #2: Peles Castle

In juli 2019 maakte ik mijn voorlopig laatste echt grote (rond)reis. We gingen toen 7 dagen naar Roemenië, meer bepaald voor een roadtrip doorheen een deel van Transsylvanië. Ik schreef daarover al eens een uitgebreide gids. Roemenië is niet de meest typische reisbestemming. Maar het heeft wel alles te bieden: cultuur, natuur, steden, platteland, geschiedenis… en lekker eten.

De vorige keer vertelde ik jullie alles over de hoofdstad Boekarest. Na een dag rondwandelen in die stad haalden we de volgende morgen onze huurauto op in de buurt van de luchthaven bij Klasswagen en konden we aan onze miniroadtrip in Transsylvanië beginnen. Vandaag vertel ik jullie alles over onze eerste stop: Peles Castle.

Peles Castle?

Peles Castle ligt in het stadje Sinaia, ook populair in de winter als skioord want het ligt aan de Karpaten. Sinaia is 2,5 uur rijden vanaf Boekarest en slechts 20 minuten van Brasov, de grootste stad van Transsylvanië. Om die reden is het een populaire daguitstap vanuit één van beide steden. Al is het echte Draculakasteel Bran, dat ook in de buurt ligt, vaak nog populairder bij toeristen. Maar Peles is een koninklijke residentie en beloofde een prachtig interieur. Veel meer een sprookjespaleis dan Bran en dus twijfelden we niet om hier even halt te houden.

Het kasteel, Castelul in het Roemeens, ligt op een stevige heuvel. Je parkeert de auto iets lagerop (prijs van de parking is 20 lei) en wandelt dan naar boven waar het kasteel je verwelkomt. Doe dus best stevige stapschoenen aan. We arriveerden er rond de middag en hadden onze lunch bij om te picknicken in het gras. In de bijgebouwen van het kasteel zijn enkele toeristische restaurants/cafés maar heel erg de moeite zijn ze niet.

Een koninklijke binnenkant

Het hoeft jullie niet te verbazen dat ik alleen al bij het zien van het gebouw door het dolle heen was. Peles heeft echt een enorm mooie buitenkant waar je mooie plaatjes kan schieten. We schoven meteen aan in de rij voor een ticket om ook de binnenkant te bewonderen. Je kan enkel binnen via een georganiseerde rondleiding van 45 minuten in het Engels of het Roemeens. We kozen voor de volledige tour van 60 lei per persoon en we betaalden daarnaast nog 35 lei om foto’s te mogen maken. 

Even wat geschiedenis. Peles is een neorenaissancistisch paleis uit de 19de eeuw en werd gebruikt als zomerpaleis door de koninklijke familie. Het werd gebouwd voor koning Carol I die er leefde met zijn koningin Elizabeth. Koningin Marie beviel er dan weer van de troonopvolger Carol II. Tijdens het communisme werd het paleis al even omgedoopt tot een museum, maar dictator Ceaușescu sloot het opnieuw. Na 1989 werd het terug opgelapt en weer tentoongesteld voor het grote publiek.

De grote hal

Binnen maakt vooral het glazen plafond en het gedetailleerde houtsnijwerk van de grote hal indruk. We kwamen er meerdere keren voorbij tijdens de tour en het bleef me verbazen. We passeerden heel wat andere mooie kamers. Ik herinner me ook een indrukwekkende wapenkamer en een soort Arabisch getint salon waar thee werd gedronken.

In de balzalen hangen grote sierlusters die doen denken aan Versailles. Dit is echt een prinsessenpaleis. Ik vond de uitleg van de gids ook zeker niet slecht, alleen zijn de groepen wel heel groot en de akoestiek van de kamers zijn daar niet op voorzien. Dus ik kroop zoveel mogelijk op de eerste rijen om iets te verstaan.

Je kan kiezen om alleen de benedenverdieping te zien of ook de boven. Dus ergens halverwege de tour namen we afscheid van sommigen, dat was een beetje vreemd. Ik raad zeker aan om het geheel te bezichtigen want er kwamen nog wat prachtige kamers aan. Na een klein uur stonden we weer buiten en wandelen we de kleine kasteeltuin in. Vanaf het kasteel heb je ook een goed zich op de Karpaten.

Uiteraard moesten we enkele plaatjes schieten bij het paleis :).

Het broertje: Pelisor Castle

Nadat Carol I Peles had laten bouwen, bleek dit optrekje niet te voldoen voor zijn opvolger, koning Ferdinand. Daarom liet hij iets hogerop Pelisor Castle bouwen, in art nouveau stijl. Dit gebouw met zijn kleurrijke dak is tot vandaag nog steeds in handen van de erfgenamen van de laatste Roemeense koning die tot 2017 nog woonde in zijn paleizen. Ook Peles is officieel nog steeds van de monarchie maar wordt verhuurd aan de staat. Pelisor is ook toegankelijk voor publiek maar heeft beperktere openingstijden en daar waren we niet op voorzien. We wandelen wel even naar boven om het te bewonderen langs buiten.

Dit gebouw heeft meteen een minder groot prinsessengehalte natuurlijk, maar ik ben wel fan van het dak! En toen was het tijd om weer naar de auto te stappen. Ik had eigenlijk niet verwacht dat er zo’n pareltje van een paleis in de Roemeense bergen zou schuilen. In tegenstelling tot Bran is Peles minder bekend en dat is totaal onterecht. Je merkt wel dat er stilaan nood is aan een volgende restauratieronde, maar dat droeg bij aan het ‘oude’ gevoel. Wat mij betreft mag dit paleis zeker in de top 5 van de paleizen die ik al heb bezichtigd. (En dat zijn er toch al wel wat!).

Zeker een interessante stop dus. We zetten hierna koers naar Brasov, maar dat is voor een volgende keer.

Wat is het mooiste paleis dat je al hebt bezocht?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Berlijn #4: van de rauwe wijk Kreuzberg naar Eastside Gallery

Berlijn is nooit echt een stad geweest die me veel zei. Ja, het is een geschiedenisrijke stad, maar oorlogsgeschiedenis is niet echt mijn dada. Niet dat het me niet boeit, want het is te belangrijk om nooit te vergeten, maar het is gewoon niet mijn interesseveld. Toen het lief in september 2018 op conferentie ging naar de Duitse hoofdstad besloot ik toch drie daagjes aan te sluiten (met dank aan Ryanair werd dat zelfs nog een extra nacht 😒).

Na heel wat oorlogsgeschiedenis en een wandeling door Mitte besloten op we op onze laatste dag naar Kreuzberg te trekken. Een wijk wat verder weg van het centrum, bekend om zijn street art en opkomende hipsterplekken. In die zin wordt de wijk vaak vergeleken met Shoreditch in Londen, maar ik vond dat er toch een totaal andere sfeer hing.

We ontbeten trouwens nog wel in Mitte, bij de hipstertent Commonground en ik vond het er eigenlijk wel tof. We trokken nog eerst naar het gedenkstatte van de Berlijnse muur voor we de metro naar Kreuzberg namen. Dus uiteindelijk hadden we nog een halve dag om er te spenderen.

Kreuzberg

Waar Shoreditch al een heel toeristische wijk is en je er zeker op zondagen over de koppen loopt, ben je in Kreuzberg als toerist in de minderheid tussen alle locals en -ook te vermelden- drugsdealers.

Want enkele weken later kwam Kreuzberg alweer slecht in het nieuws omdat de politie drugsdealers had opgepakt in Gorlitzer park. Het is een rauwe arme buurt, ook al vragen ze enkele straten verder miljoenen voor een optrekje omdat ze de buurt aan het herwaarderen zijn. In die zin moet je in bepaalde delen van Kreuzberg ’s avonds zeker oppassen en is het niet meteen een wijk om te verblijven.

P1140546

Klinkt allemaal heel negatief, maar als ik terugdenk aan Berlijn heb ik de beste herinneringen aan Kreuzberg. Ik vond het er echt heel chill. We aten de beste pizza ooit en wandelden in alle rust langs kunstwerken op straat. Ik heb me er geen moment onveilig gevoeld. Ik had op voorhand enkele straten opgezocht met heel wat street art werken en ook de app street art cities hielp ons navigeren.

P1140522

Als eerste passeerden we langs Victor Ash’s beroemde werk ‘Astronaut Cosmonaut’. Het staat ondertussen al meer dan 10 jaar op een muur in de Mariannenstrasse.

Tussendoor passeer je ook heel normale straten met soms felle graffiti en tags, maar soms ook het doodnormale leven zoals een school waar kinderen op de speelplaats spelen. Ik wil maar zeggen dat je niet te snel conclusies moet trekken als je de foto’s ziet.

P1140533

P1140547

De Skalitzer Strasse staat bekend om heel wat street art en op het kruispunt met de Oranienstrasse vind je er zelfs een gigantisch werk van onze Belgische trots uit Gent: ROA. 

P1140540

De onderkant zat jammer genoeg bedekt achter werken. Het zijn niet meteen gelukkige dieren die ROA hier afbeeldt. Maar ik ben fan van zijn werk en de boodschap die hij wil brengen. Ons menselijk stedelijk leven heeft een impact op de dieren die er leven, en die impact is meestal niet zo positief.

Ondertussen hadden we honger en de Time To Momo bracht ons naar pizzeria Zola. Het is wat zoeken naar de ingang. Je moet langs wat gebouwen door voor je op het rustig binnenplein een plaats kan uitzoeken op het terras. We hadden pas veel later door dat Zola in de top vijftig van beste pizzeria’s van Europa te vinden is. En jawel, het is één van de beste pizza’s die ik ooit heb gegeten en spotgoedkoop. We zaten echt tussen de locals te genieten van de zon. Zware aanrader! Ik keer er sowieso naar terug.

Dat Zola net op deze plek is gevestigd is geen toeval. De straten rondom het pittoreske landwehr canal zijn ze aan het herwaarderen. Hier zitten gezinnen te picknicken of lezen hipsters een boek aan de oever.

P1140562

Na een deugddoende lunch keerden we terug naar het rauwe deel van de wijk en wandelden we door Gorlitzer park, het park waar dus drugsdealers zouden huizen. We zagen er op dat moment veel politie, maar blijkbaar kon je er gratis je fiets laten graveren, dus er was niets aan de hand :D.

P1140575

We liepen nog langs wat werken, waarvan deze van Natalia Rak favoriet bleek. Zij is een Poolse straatkunstenares met vaak kleurrijke werken die bloemen bevatten. Dit werk heet ‘Tommorow never come’ en is gemaakt voor het Berlin mural fest in 2018.

P1140600

Hierna zakten we neer bij koffiebar Five Elephant, zij hebben verschillende vestigingen in Berlijn. Koffie en een stuk taart, meer hoeft vakantie niet te zijn soms.

In plaats van de metro terug te nemen besloten we nog een heel stuk door te wandelen en voor we het wisten staken we de spree over langs de Oberbaumbrucke. Dit is de mooiste brug van Berlijn in neogotische stijl.

P1140631

Steek je die brug over, dan kom je aan Eastside Gallery, waar het langste stuk van de Berlijnse muur is blijven staan. In 1990 hebben hier 118 kunstenaars hun visie op vrijheid op de muur geschilderd en deze straatkunst is nog steeds zo goed als in tact. Er waren ook plots veel meer toeristen. Eastside Gallery staat natuurlijk in elke reisgids.

P1140637

Hierna was het tijd om de koffers te pakken en naar de luchthaven te vertrekken. Mijn eerste kennismaking met Berlijn was kort, maar divers. Het is een stad met zoveel gezichten. Ik heb heel veel zin om nog een aantal keer terug te keren en alle gezichten te ontdekken. En nog eens pizza te gaan eten in Kreuzberg, een wijk die sowieso elke keer een ander uitzicht zal hebben.

Dit is mijn voorlopig laatste post over Berlijn, lees zeker ook mijn andere verslagjes:

Wat is jouw favoriete plek in Berlijn?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.

Malta #8: de citadel van Victoria

Eind augustus 2018 trokken het lief en ik voor 7 dagen naar Malta & Gozo. Over onze planning en alle praktische zaken zoals vervoer en verblijf kon je al lezen in deze heuse overzichtspost. Malta bleek veel meer te bieden dan we hadden verwacht en daarom post ik met plezier van elke dag ook een meer gedetailleerd verslag.

Na een hele voormiddag in The Blue Lagoon en een middagwandeling op Comino keerden we terug naar Mgarr om de bus te nemen naar Victoria. Victoria is de hoofdstad van Gozo in het midden van het eiland. De lokale naam is Rabat, niet te verwarren met het stadje Rabat op Malta dat naast Mdina ligt (en uiteraard ook niet met de hoofdstad van Marokko).

Omdat we eigenlijk nog niet hadden gegeten kochten we een ijsje bij Bon Bon, omdat dat volgens the Lonely Planet de beste ijsjes van het eiland zijn. En het was ook echt bon (pun intended, yes!).

Schermafbeelding 2020-04-13 om 15.47.05

Eigenlijk hadden we voor Victoria niet echt een plan behalve dat we de citadel wilden bezoeken. We stapten daarom eerst wat rond en kwamen al snel in het middeleeuws aandoende centrum terecht met smalle steegjes.

thumb_P1130955_1024

Zo kwamen we ook langs de San Gorg basiliek verscholen op een gezellig pleintje.

thumb_P1130964_1024

Op naar de citadel nu. Het is een versterkte stad op de hoogste natuurlijke heuvel van het eiland. Vanop de citadel heb je een 360 graden uitzicht over Gozo. Het is een soort stad in een stad met kleine steegjes, een eigen basiliek en wat restaurants.

Als je de klim begint vanaf het centrum zie je rechts een bord ‘ingang’. Wij gingen kijken en kregen te horen dat alles ging sluiten en we geen ticket meer konden kopen. Paniek!

Blijkbaar heb je heel wat musea in de citadel en was dit de ingang om daarvoor een ticket te kopen. Maar gelukkig is de echte ingang tot de citadel hoger en kan je die altijd gratis bezoeken. Oef! De musea zagen er wel super interessant uit en ook de kerk zou ik wel eens willen bezoeken, dus als je meer tijd hebt lijkt me dit wel de moeite.

thumb_P1130968_1024

Alleen al rondwandelen in de citadel is de moeite. En doordat alle musea net gesloten waren, slenterden we er ook bijna helemaal alleen rond. Wat een contrast met het drukke Mdina.

thumb_P1130971_1024

thumb_P1130976_1024

Maar waar je echt voor komt is het uitzicht. Je kan namelijk op de uitkijkposten van de citadel gaan staan. En dan zie je het hele eiland.

IMG_4432

De zee die je hierboven ziet is ook de kustlijn waar wij verbleven. In tegenstelling tot Malta is er nog meer open ruimte op Gozo, vooral landbouwgrond.

IMG_4439

Het was al best een vermoeiende dag geweest dus we ploften neer op het terras van Ta’Ricardu, als enigen. Het is er volgens mij ook zeker de moeite om iets te eten. We bleven nog wat ronddwalen in de citadel voor we weer de bus opstapten richting Marsalforn. De dag voordien hadden we een eetplekje gespot in een baai verderop.

Qbajjar stond aangeprezen in de Lonely Planet en het was by far het lekkerste eten van de hele reis. Het is er super gezellig, met een ruime keuze aan verse gerechten en in plaats van een dessertenbuffet brengen ze een plateau waarop je een dessert mag aanduiden en daar komen ze je dan een verse portie van brengen. Ja hallo, voor mij is dat de hemel (ik kreeg mijn dessert zelfs niet op en ik krijg altijd mijn dessert op!).

Tegen mijn vrienden die naar Malta trekken en tips vragen roep ik als eerste dat ze hier moeten gaan eten, dus aub ga daar eten. Je zal het je niet beklagen.

Waar heb jij al eens een prachtig uitzicht gehad?

Op mijn reisgidspagina vind je een handig overzicht van alle bestemmingen die ik bezocht en de bijhorende blogposts die ik erover schreef. Zo vertrek je nooit zonder inspiratie op vakantie.