Niet lineair

Ik vermoed dat ons brein voorgeprogrammeerd is om te houden van gelijkmatige rechte dingen. We houden van symmetrie. Van rechte lijnen. En dat nemen we ook mee naar andere aspecten van ons leven.

Maar het leven is niet lineair. Je gaat niet altijd recht vooruit. Soms spring je omhoog, zet je een stapje achteruit of val je keihard naar beneden. Soms wandel je op het gemak, hink je achterop, huppel je in het rond of ren je om ergens snel te zijn. Soms wil je nergens naar toe en blijf je staan. Soms weet je niet waar naartoe. En dan neemt iemand je bij de hand. Of je krijgt een duwtje in de rug.

Soms is de reis de bestemming. Soms heb je nog geen idee wat die bestemming kan zijn. Soms blijkt de bestemming een teleurstelling en moet je opnieuw op pad. Ben je weer terug bij af. Alsof de ‘terug naar start’-kaart van Monopoly zomaar in je schoot belandt. Er iemand een snok aan het touw geeft dat rond je middel hangt.

Onderweg kom je iemand tegen. Of je loopt net van iemand weg. Je voelt je down, maakt je klein, je hoofd verdwijnt in je schoot. Om een dag later te zweven, hoog in de lucht. Met de voeten vooruit. Niet bang voor wat er komt. Want komen zal het.

Soms is de top te hoog. Maar het uitzicht vanaf hier al meer dan genoeg. Soms is de klim de moeite waard. Soms gebeuren de mooiste dingen in een dal. Het kan vanaf hier alleen maar naar omhoog.

Het is allemaal niet lineair. En hoewel zo’n lijn met momenten de perfectie benadert, is het toch maar saai en voorspelbaar, niet?

Ik weet niet heel goed waarom deze tekst deze week uit mijn vingers kroop, maar het lijkt me een mooie reminder aan de onvoorspelbaarheid van het leven en hoe je je eigen pad maar best met niemand anders vergelijkt.

Hoe kijk jij naar jouw pad? Met zijn hoogtes en laagtes, of toch eerder lineair?

Control the controllables

Onlangs was er EINDELIJK een editie van de Tour De France voor vrouwen. 2022, dames en heren. Eén week in plaats van drie, maar wel met de hele wereldtop aan de start en een gebalanceerd parcours met voor ieder wat wils. En de meeste pers was zelfs blijven hangen van de manneneditie. We zijn er nog lang niet. Maar het is een grote stap, zeg maar sprong.

En dus las ik elk artikel over deze Tour, keek ik naar alle live uitzendingen, naar Vive Le Velo (normaal haat ik analisten die maar blijven lullen om het programma vol te krijgen) en volgde ik de rensters en ploegen nog wat actiever op sociale media. Ik consumeerde met andere woorden. Want hoe meer mensen kijken, luisteren, lezen en delen, hoe groter de vraag van het publiek om nog meer vrouwenkoers op de wereld los te laten. Hoe meer jonge meisjes geïnspireerd geraken dat ook zij op een dag in het geel kunnen rijden. En daar draag ik met plezier mijn steentje aan bij.

Ik zou 37 blogposts bij elkaar kunnen schrijven over deze eerste TDFF, maar aangezien de meeste lezers hier niet zo koersminnend zijn hou ik het op deze vandaag. Die eigenlijk niet over de koers gaat, maar over het leven.

Misschien hebben jullie namelijk toch ergens meegekregen wie de winnares van deze Tour De France was. Annemiek Van Vleuten is 39 en daarmee één van de oudsten uit het peloton. Ze begon dan ook pas op haar 24ste met professioneel wielrennen. Ze is olympisch kampioen tijdrijden, behaalde zilver in de wegrit en een ex-wereldkampioene. En momenteel niet te kloppen in de bergen. Ze rijdt iedereen daar op minuten.

Annemiek rijdt bij een minder sterke ploeg en heeft daar bewust voor gekozen omdat ze andere jongere rensters wil begeleiden. Annemiek gaat vaak in andere werelddelen (Columbia bv.) trainen en rijdt in de winter koersen voor de fun in bv. Australië. Annemiek heeft haar eigen hashtag bij de ploeg #Miekithappen.

Diezelfde Annemiek was de eerste drie dagen van de Tour serieus ziek. Ze heeft twee dagen niet gegeten. Een soort buikgriep. Maar zat dus wel op de fiets in het peloton. Vanaf de 4de dag ging het beter. Op dag 7 en 8 won ze de etappes. De twee zwaarste van de hele Tour.

Hoe sterk moet je mentaal wel niet zijn om dat te kunnen? Om er in te blijven geloven, ook als je ziek bent. En misselijk over een toilet gebogen hangt of zelfs halverwege een rit even de bosjes in moet gaan omdat diarree nu eenmaal bij buikgriep hoort. Dat je dan nog steeds die klik kan maken om een paar dagen later te winnen. Met overtuiging.

Het gaat allemaal om ‘control the controllables’. Annemiek’s favoriete zinnetje. Wat je niet kan controleren moet je loslaten. ‘Ik was nu eenmaal ziek, daar kan ik niets aan doen, ik kan alleen proberen me daar niet druk in te maken, mijn lichaam rust te geven en te vertrouwen dat het weer goed komt’.

Control the controllables. Elke keer opnieuw dat ze het aanhaalt in een interview (en dat is best vaak) raakt het mij. Het vat de zin van zowat alles samen. En het is ook een van de grootste uitdagingen van het leven. Loslaten wat je niet kan controleren.

En zo zit de koers niet alleen vol spanning, maar ook vol levenslessen. Want die rensters op de fiets, dat zijn gewoon vrouwen zoals jij en ik. Met hun eigen zorgen, problemen en vreugdes. Zij zijn al eens ziek, verliezen een geliefde, hebben last van hormonen of liefdesverdriet. Iedereen heeft zijn verhaal. Lorena Wiebes viel na haar eerste ritzege van twee in totaal in de armen van haar broer. Niets speciaals, tot je hoort dat haar broer aan het afkicken is van een zware drugsverslaving en op dit moment er nog altijd niet in slaagt om te leven zonder. Dat hij pas sinds heel recent zich weer verzoend heeft met zijn gezin en dat Lorena nog elke dag strugglet met hem te vertrouwen.

Deze vrouwen fietsen graag, omdat ze er fun in hebben. En soms is die fun misschien wat minder groot. Maar het is hun uitlaatklep. Ze hebben elk hun eigen verhaal. En hebben vaak moeten vechten om op die fiets te mogen. Want full-time profrenster zijn is een hard leven, zeker voor een vrouw. We zijn er nog niet. Maar het zijn de verhalen van Annemiek, Lorena en al die anderen die inspireren en die ons doen geloven dat alles mogelijk is. Zolang je maar loslaat wat je niet kan controleren. Want daar wordt niemand gelukkiger van.

Ben jij goed in zaken loslaten?

Over wat creativiteit wel is

Ik herinner me nog zo’n moment in -ik denk- het 5de leerjaar. Het was vrijdagnamiddag en die was gevuld met het vak wereldoriëntatie. Wat de helft van de tijd zoveel betekende als we knutselen iets rond een bepaald actueel thema. Wat deze keer het thema was herinner ik me niet meer maar het kwam erop neer dat we een grote bloem moesten tekenen op een A4-blad en die dan ook inkleurden.

We hadden aan de kant van de gang een smal hoog raam dat redelijk lang was en waaraan langs de buitenkant (in de gang dus) een soort touw hing met wasknijpers op waar de juf bepaalde knutselwerkjes kon aanhangen. Maar niet van iedereen, want zoveel wasknijpers zijn er niet.

Zoals steeds koos de juf de bloem van mijn vriendinnetje die mooi kon tekenen en kwam mijn tekening alweer niet aan de muur. Op mijn rapport stond steevast iets van ‘Annelies heeft niet zo’n fijne motoriek’ of ‘Ze is niet echt creatief’.

Ik heb heel lang daardoor gedacht dat ik echt niet creatief was. Bij elke opdracht rond mijn persoonlijkheid waarbij je goede en slechte eigenschappen moest opsommen was creatief het eerste dat bij negatief terechtkwam in mijn hoofd. Het heeft jaren geduurd voor ik besefte dat creatief niet gelijk is aan goed kunnen tekenen of knutselen. Creativiteit is eigenlijk iets heel anders.

Ik zou mezelf vandaag best een creatief persoon noemen. Conceptueel bedoel ik dan want ik kan nog steeds niet beter dan stokmannetjes tekenen. Maar tekenen is dan gelukkig ook niet mijn beroep. En zelfs niet één van mijn hobby’s. Ik bedenk blogonderwerpen en schrijf ze uit. Ik maak collages in mijn bullet journal. Ik bedenk creatieve campagneconcepten voor klanten. Mensen komen naar mij voor die andere blik op zaken. Ik durf de dingen al eens om te draaien of zelfs helemaal om te denken.

Er zijn 16-jarigen die computergames ontwikkelen of hun geld verdienen met TikTok. Of gewoon scholieren die er aan denken dat ze hun vriendinnetje in quarantaine toch bij de speeltijd kunnen betrekken door ermee te facetimen. Ik hoop dat zij zich nooit slecht hebben gevoeld over een bloementekening die niet werd opgehangen.

Hoe kijk jij naar creativiteit en zou je jezelf creatief noemen?

Acceptatie

Ik hou niet echt van conflicten of onrust. Meer nog: ik haat dat gevoel en ik loop er met momenten van weg. Typisch voor mijn persoonlijksheidstype (qua MBTI ben ik een ISFJ of INFJ, afhankelijk van op welke dag ik het invul). Ik ben iemand die zoveel mogelijk rekening probeert te houden met anderen. En het is nu eenmaal moeilijk, of beter gezegd onmogelijk, om twee mensen op de eerste plaats te zetten: jezelf en de ander. En dat is iets waar ik het met momenten wel eens moeilijk mee heb.

Afgelopen week kondigde iemand die ik jarenlang goed heb gekend een grote levensgebeurtenis aan via Instagram. Voor mij toch. Ik ga ervan uit dat ze andere dichtere vrienden wel al eerder persoonlijk op de hoogte bracht. Maar ik behoor niet meer tot dat groepje.

Ik voelde daarbij meteen van alles binnenkomen in mijn buik (dat is de F uit mijn persoonlijkheidstype). Ik ging er zelfs vanuit dat ik hier verdrietig om zou zijn. Het is nooit leuk om geconfronteerd te worden met een gebroken vriendschap. Ik ging er vanuit dat ik me gekwetst zou voelen en het enkele dagen met me mee zou dragen.

Maar na de initiële verbazing bleef dat verdriet uit. Hoe close we ook ooit zijn geweest, op een gegeven moment merkte ik dat vooral ik nog energie stak in onze vriendschap. En dat de moeite en het initiatief altijd van mij, of andere vrienden, moest komen. Normaal zou ik blijven volhouden, maar op een bepaald moment ben ik er mee gestopt. Ik heb even voor mezelf gekozen.

Ik kan dit hier schrijven omdat ik er zeker van ben dat die persoon mijn blog niet leest. Ze zou ook niet de naam van mijn werkgever kunnen opnoemen (of mijn functie) en ze heeft nog nooit gevraagd hoe het gaat met de bouw. Niet uit slechte wil. Maar omdat ze andere prioriteiten stelt in haar leven.

En dat is allemaal ok. Ik heb indertijd de juiste keuze gemaakt. Mijn deur zal altijd openstaan om het contact opnieuw op te bouwen, maar ik ga nergens op zitten wachten. We zien wel hoe het loopt. En ik heb haar oprecht proficiat gewenst, omdat ik het ook echt meen. En haar ‘dankjewel’ was ook gemeend. En misschien is dat alles voorlopig wel voldoende.

Ik was vooral verbaasd van mezelf dat ik dit al op een goede manier had verwerkt. De acceptatie in mijn hart was er al, deze trigger was gewoon nog even nodig om mijn verstand dat ook duidelijk te maken.

Hoe ga jij om met een gebroken vriendschap?

Functionele emoties

Nog niet zo lang geleden vertelde ik hier over emoties laten zijn. Om ze toe te laten. Niet af te stoten. Maar ik had het toen over emoties toelaten aan jezelf. Om gewoon dat verdriet of die boosheid te voelen. Want die gevoelens mogen er zijn. Maar je kan dat eigenlijk ook wel een pak breder trekken. Wordt het niet eens tijd dat we als maatschappij emoties beginnen toelaten?

In mijn jeugd was het net alsof wenen niet mocht. Als ik gevallen was en mijn knie zag rood, dan probeerden mijn ouders me vooral zo snel mogelijk te sussen. ‘Het is niet erg, een plakker erop en stop nu maar met wenen’. Want dat wenen, dat kon niet.

En als ik me pijn deed was er nog best veel begrip. Maar op dagen dat ik huilde om andere reden (boosheid, moeheid… het is voor mij ook al lang geleden :p), was er nog minder begrip. Hoe sneller ik stopte met wenen, hoe beter, want ik had geen reden om verdrietig te zijn.

Ik denk dat velen zich hierin zullen herkennen. Het zit gewoon vervat in onze Vlaamse opvoeding: niet klagen, gewoon verder doen. En misschien is die mentaliteit wel een van de vele redenen dat zovelen strugglen met het tonen van hun emoties. Want als het als kind al niet mocht, ga je als volwassene al helemaal niet publiekelijk beginnen wenen. Huilen wordt dan een soort taboe. Iets dat je in stilte op je eentje doet.

Ik ben zo iemand bij wie huilen ook best functioneel kan zijn. Wanneer het vaatje vol is, loopt het over. En nadien wordt het beter want er is weer plaats. Er komt weer ruimte vrij.

Laat ons die ruimte geven aan onze emoties en aan elkaars emoties. Het is dan misschien niet zo aantrekkelijk om iemand te zien huilen, maar het is oké. Het mag er zijn. We hoeven dat niet weg te moffelen onder de sluier der liefde. Laat dat vat maar even wat leger lopen. En dan kunnen we er daarna weer tegenaan.

Heb jij moeite met het tonen van emoties in het openbaar?

Generatie ongeduld

Vrijdagavond en ik plof in de zetel. De opties zijn eindeloos. Ik kan inloggen op Spotify en eender welk nummer nu afspelen. Zo vaak ik wil. Of ik open Netflix of Disney+ en klik op ‘nu afspelen’. Wanneer ik op Amazon een ebook koop wordt het onmiddellijk naar mijn e-reader gestuurd en kan ik het een paar minuten later beginnen lezen. Deliveroo brengt een warme maaltijd aan huis. Niet onmiddellijk na bestelling, maar toch vaak binnen het uur.

Bovenstaande typeert een beetje de on-demand maatschappij waarin we momenteel leven. Alles is beschikbaar, vaak in realtime. Een webshop met een levertijd van enkele weken zal een pak minder verkopen wanneer hetzelfde product bij een concurrent een dag later al in huis kan zijn.

Dit hoeft allemaal niet zo negatief te zijn, maar het verklaart ook wel onze mentaliteit over dingen die minder materieel zijn. Het is namelijk niet zo complex om meteen toegang te krijgen tot een maaltijd, een film of een boek dat je koop in een webshop. Maar voor andere dingen in het leven werkt dat zo niet.

Ook al dalen we coronacijfers. Een normale besmettingsvrije samenleving komt niet zomaar op bestelling. Net zomin als dat lagere cijfer op de weegschaal wanneer we al een volle dag aan het diëten zijn. Of die promotie op het werk (of extra klanten voor je bijberoep) na een groot succes. We zijn generatie ongeduld geworden.

“Impatience is a dream killer. Good things take time” las ik onlangs ergens. Door ongeduldig te zijn maken we onze eigen dromen en passies kapot. We geven dat dieet of die sportlessen op omdat het toch geen effect lijkt te hebben. Ik had die grote offerte op het werk allang afgeschreven omdat de klant niets meer van zich liet horen binnen de beloofde timing en nogal flauw reageerde op de reminder. ‘Niet gelukt’, dacht ik met een wrang gevoel. Tot een week later de bevestiging kwam dat ze met veel enthousiasme met ons in zee willen gaan. Good things take time.

Dit geldt nog meer op vlak van zelfzorg. Een nieuwe routine kweken heeft tijd nodig. En eens die routine er is, moet daar nog wat tijd overgaan voor het tot een zichtbaar resultaat leidt. Geef jezelf die tijd. Zet door. Geniet van de weg er naartoe. En dan komt het echt wel. En dat zeg ik even hard tegen mezelf als tegen jou. Want ik stond vooraan toen ze de porties ongeduld uitdeelden.

Misschien moeten we soms terug wat meer leren uitkijken naar dat pakje dat op de stoep landt, in plaats van vol ongeduld op de klok te kijken omdat de e-mail zei dat het pakje er al moest zijn. Alle goede dingen nemen zijn tijd. Dan mag jij die tijd ook echt wel nemen.

Ben jij een geduldig persoon?

Wat je van een pandemie leren kan

We kunnen er niet omheen. De jaren 2020 en 2021 zullen voor altijd verbonden zijn met het woord covid en hopelijk stopt het hier en moeten we volgend jaar niet de conclusie maken dat dit voor 2022 ook nog geldt. Maar niet alles is kommer en kwel deze dagen en deze situatie heeft er ook voor gezorgd dat we weer heel wat zaken hebben bijgeleerd. Ook over onszelf. Ik dacht dat het wel eens fijn kan zijn om dat op te lijsten. Dus bij deze mijn poging. Het zijn zaken die ik heb geleerd, dus dat stemt niet noodzakelijk overeen met jouw ervaring.

We zijn veerkrachtiger dan we vaak denken

Van de ene op de andere dag moesten we allemaal omschakelen naar binnen blijven, thuiswerken, sociale contacten beperken, afstand houden… en hoewel dat niet eenvoudig was en is, is dat bij velen toch min of meer gelukt. We vonden nieuwe routines en andere manieren om in contact te blijven. Ik vind dat we allemaal een schouderklopje verdienen voor die omschakeling, hoe moeilijk het soms ook was. Wij mensen houden van nature niet van verandering, maar eigenlijk zijn we ook best flexibele en veerkrachtige wezens. En dat vond ik chique om te beseffen.

Er zijn lichtpuntjes overal, als je maar goed kijkt

We worden dagelijks overstelpt met slecht nieuws. Nooit eerder kregen we een dagelijkse update over hoeveel mensen er sterven of in het ziekenhuis belanden, niet bepaald een opbeurend bericht. Los van alle andere mediaheisa over de maatregelen, vaccinproblemen, mensen die de regels niet volgen, varianten die opduiken. Het perspectief ontbrak heel lang en elk goed bericht werd wel door een ander negatief nieuwtje de grond in geboord. Je wordt hier snel moedeloos van. Maar toch is het mij, en velen met mij, gelukt om regelmatig de lichtpuntjes te zien. We klappen misschien al even niet meer voor de zorg en er wordt niet meer gezongen in de meeste straten, maar er is nog altijd wel veel solidariteit.

Collega’s die voor elkaar inspringen, buren die helpen met de boodschappen, vrienden die luisteren, mensen die achter hun mondmasker proberen glimlachen. Het gebeurt. Het is er. En het geeft hoop. We komen er samen wel uit. Het is makkelijk om je te laten meeslepen in die negatieve spiraal, maar deze crisis heeft me echt doen beseffen hoe belangrijk het is om te focussen op het positieve.

Ik heb mijn introverte zelf en alleentijd omarmd

Alleen zijn is niet noodzakelijk hetzelfde als eenzaam zijn. En ik kan goed alleen zijn. Maar binnenblijven staat niet meteen synoniem voor alleen zijn als je huisgenoten hebt. Dus ik heb enerzijds beseft dat ik redelijk goed alleen kan zijn (of toch me kan bezig houden als alle hobby en sociale activiteiten wegvallen) en anderzijds is het duidelijk dat ik ook echt nood heb aan alleen zijn en stilte af en toe. En dat laatste was/is niet evident, hoe contradictorisch dat ook klinkt.

Ik denk dat die nood aan alleentijd bij heel veel mensen naar voren is gekomen de laatste maanden. Dus laat ons dat ook onthouden nadat alles weer kan.

En dit zijn nog maar de eerste drie dingen die bij mij opkwamen. Wat heb jij geleerd tijdens deze pandemie?

Mijn not to do lijst

De inspiratie vloeit hier niet echt zoals het zou moeten, maar gelukkig zijn er nog heel wat andere bloggers die wel interessante dingen online gooien. Zoals Evi en haar not to do lijst. Zij maakte een lijstje met zaken die ze niet meer wil doen. Omdat ze niet goed zijn voor haar mentaal en/of fysiek welzijn, of omdat ze gewoon te veel tijd vragen, tijd die er dan niet is voor echt belangrijke zaken. Zo’n lijstje kan helpen om je grenzen aan te geven, of gewoon om er eens bij stil te staan.

En dus dacht ik, ik ga me er ook eens aan wagen. Het zijn allemaal nog werkpuntjes, het een al wat groter dan het andere. Maar het zijn ook allemaal zaken die mijn welzijn negatief beïnvloeden. Dus het is belangrijk om er aandachtig voor te zijn.

  • Te laat gaan slapen
  • De signalen die mijn lichaam geeft negeren (vooral dan mijn rode vlaggetjes)
  • Mijn intuïtie negeren
  • Niet elke dag lezen
  • Mezelf de grond in boren
  • Mezelf constant verontschuldigen
  • Te veel tijd op sociale media doorbrengen
  • Mezelf afvragen of ik wel een goede partner, vriendin, collega… (vul zelf aan) ben
  • Zaken waar ik tegenop zie uitstellen
  • Projecten op mij nemen omdat niemand anders het belangrijk lijkt te vinden (letterlijk overgenomen van Evi, deze kwam namelijk redelijk hard binnen)
  • Het gevoel hebben van alleen iets te moeten dragen (emotioneel, maar vaak ook werkgerelateerd)
  • Geen pauzes nemen
  • Me schamen omdat ik overprikkeld ben. Ik ben wie ik ben, en ik heb meer verwerkingstijd nodig dan iemand anders
  • Te weinig vakantie inplannen
  • Geen tijd maken om te schrijven
  • Te weinig naar buiten gaan
  • Te veel in mijn hoofd leven en daardoor te weinig genieten

Herkenbaar? Wat staat er op jouw not to do lijst?

Over intuïtie

In een heel ver verleden schreef ik al eens dat ik de meeste keuzes vanuit mijn hart maak en dat ik soms op een fractie van een seconde een levenskeuze heb gemaakt omdat het juist voelt. Afgelopen week las ik dit interview over intuïtie (het is blijkbaar een plus-artikel dus geen idee hoe ik dat heb kunnen lezen :p). Het is in ieder geval stof genoeg voor deze blogpost.

Ik kreeg vroeger altijd de kriebels als iemand, vaak een soort coach of yogalerares of iemand anders die zich bezighoudt met je mentaal welzijn, luidop aanraadde om je intuïtie te volgen en toe te laten. Het leek me altijd zoiets zweverig. Alsof er een stem diep binnen in je zit die je gaat vertellen waar je echt gelukkig van wordt. Ik weet niet hoe jij dit leest, maar mijn oogballen beginnen spontaan te rollen bij dit soort taal.

Gelukkig heb ik geleerd dat intuïtie niet zo hoeft te zijn. Ik heb erop leren vertrouwen. Intuïtie gaat om dat voorgevoel vooraf aan iets of dat bevestigende gevoel achteraf. ‘Ik wist het’ zeggen de meesten dan. Een makkelijk zinnetje, maar echt iets aanvoelen is veel minder eenvoudig. (In coronatijden beweren allemaal te kunnen voorspellen wat er gaat gebeuren, maar daar draait het helemaal niet om bij intuïtie.)

En bij mij is dat helemaal geen stemmetje waarmee ik in gesprek ga. Het is een soort berusting die me verzekert dat dit het juiste is om nu te doen. Of het foute en dat ik het dus beter niet doe. Het gaat bij mij niet enkel om keuzes trouwens, ook om mensen. Ik voel vaak intuïtief aan of iemand wel of niet te vertrouwen is. En ik ga eerlijk zijn: ik heb me daar in het verleden al eens serieus in vergist, in beide richtingen. Iemand vertrouwt die dat niet verdiende en te vroeg een oordeel geveld over iemand die wel helemaal te vertrouwen is. Dus ik ben misschien meer op mijn hoede op dit vlak. Vaak net omdat ik mijn voorgevoel negeerde en iedereen een kans wou geven. Dus tegenwoordig ben ik daar veel strenger in geworden. Mensen genieten niet meteen mijn volle vertrouwen, ik probeer eerst aan te voelen of dat juist voelt.

Sommige mensen verwarren intuïtie met instinct. Je instinct dient om te overleven. Het is de flight-fight-freeze modus waarin je onbewustzijn in een ogenblik een keuze maakt zodat je het morgen nog kan navertellen. Bij intuïtie gaat het om een aanvoelen over dingen die misschien niet minder levensbelangrijk zijn, maar wel minder gevaarlijk.

Er zijn er die intuïtie vooral koppelen aan vrouwen. Wij zouden er beter in zijn dan mannen. Ik heb geen idee of dat zo is. Intuïtie wordt ook sneller toegeschreven aan introverten of hsp’ers. Ik denk dat daar misschien wel iets in zit. Introverten zijn types die misschien wat beter luisteren, ook naar zichzelf. Ze nemen waar, eerder dan dat ze het voortouw nemen in bepaalde situaties. Maar ik denk eigenlijk dat intuïtie iets is waar iedereen naar kan leren luisteren. En hey, nu ga ik klinken als zo’n zweverig persoon, sorry not sorry. “Je moet er voor openstaan”. Want het is zo makkelijk om je gevoel te negeren of kapot te rationaliseren. Onze huidige maatschappij verheerlijkt nu eenmaal ons brein, onze ratio. En daardoor vergeten we soms onze emoties, onze intuïtie die ons iets wil vertellen.

Mocht ik ooit een blogbericht schrijven over mijn levenslessen dan zou ik er sowieso iets inzetten over ‘het luisteren naar je gevoel’. Is dit nu oud worden? :D.

Luister jij vaak naar je intuïtie?

Lente

Ik weet niet meer wat exact ik aan het lezen was toen mijn oog viel op het zinnetje ‘soms is het beter om even niets te doen, om te wachten tot het weer in de plooi valt’. Er viel op dat moment weer vanalles op zijn plaats in mijn hoofd.

Als controlefreak heb ik een enorme drang om zaken te willen oplossen. En hoewel ik steeds beter word in het verschil zien tussen wat ik wel of niet kan controleren, is geen actie ondernemen niet echt mijn sterkste kant. Maar soms moet je de boel even de boel laten. Erop vertrouwen dat het weer goed komt. Dat alles zich herstelt. Soms is even afwachten even slim als actie ondernemen. In het merendeel van de gevallen maken we ons zorgen om iets dat nooit gaat gebeuren.

Het is zoals de natuur die zich tijdens de herfst al begint voor te bereiden op een harde winter in de wetenschap dat de lente er daarna weer aankomt. Geen bloem die zich zorgen maakt of die volgende lente wel weer in bloei zal komen. De natuur beschikt over een soort intrinsiek vertrouwen dat alles wel weer goed komt.

En daarom wil ik dat vertrouwen ook hebben. De lente is in het land. Het is misschien nog even wachten op dat echte warme weer, die bloesems en een terrasje. Maar welke boel je ook ervaart op dit moment, het lost zich wel weer op. En je hoeft die last niet altijd zelf op je eentje te dragen. Soms is het beter om even niets te doen. Neem rust. Neem tijd. Om de boel even de boel te laten.

Kan jij makkelijk even niets doen?