Geen zorgen?

Ik maak me soms van die bedenkingen. En dat wil ik dat van me af schrijven in een blogpost. Maar ik wil allesbehalve mensen beschuldigen met mijn woorden. Het gaat deze keer om iets dat zelfs niet vaak op mijn leven van toepassing is, want ik ben er nog net te jong voor. Maar mijn pupillen rollen aan een snelvaart door mijn oogkassen bij het horen van een zin zoals hieronder.

Wat moet dat gemakkelijk zijn voor jou, zo zonder kinderen, jij hebt geen zorgen.

Aargh. Ik wil hier niet beweren dat kinderen geen zorgen met zich mee brengen. Want dat doen ze wel. Let’s be honest. Maar let’s be honest again. Dat weet je als je aan kinderen begint. Dus die uitspraak zegt eigenlijk meer over jou dan over je gesprekspartner… En het is behoorlijk arrogant van jou om te denken dat zorgen alleen maar betrekking kunnen hebben op kinderen.

Maar opnieuw ik wil niet wijzen naar ouders. Ik wil wijzen naar die mensen die vinden dat hun zorgen staan boven alle andere zorgen van anderen. Van die mensen die in elk gesprek proberen overtreffen wat jij vertelt. Dat kan gaan over negatieve zaken (Oh, je oma heeft kanker, maar zij is dan ook al oud, mijn nicht is veel jonger en heeft ook kanker.) of over positieve dingen (Ah tof, je bent naar Malta geweest, kijk mijn foto’s van Canada, daar zie je pas mooie natuur).

We kennen allemaal zo iemand. En jammer genoeg is het vooral een feit in de context van kinderen. Zeker mensen zonder drommels krijgen het dan vaak te verduren. Maar ook ouders onderling kunnen er wat van. “Ah je slaapt niet goed ’s nachts met die baby, wacht maar tot je twee kleine kinderen hebt zoals wij, dan slaap je pas echt niet; wacht maar tot ze puberen, dan beginnen de problemen pas echt…).

Het ding is namelijk dit: emoties (en je zorgen maken is per definite een sterke emotie) zijn niet, nooit of te nimmer, vergelijkbaar tussen mensen. Wat jij helemaal niet verontrustend vindt kan iemand anders nachtenlang wakker houden. Het heeft gewoon geen zin om zorgen te vergelijken.

Iedereen heeft een ander perspectief op de dingen. En dat is de kern van het probleem. Wanneer jij praat vanuit jouw perspectief, waarin bv. het hebben van kinderen je aanzienlijk meer doet piekeren, iemand anders zijn situatie gaat beoordelen zal dat enkel maar leiden tot kwetsende vergelijkingen. Je kwetst iemand altijd dan. Hoe goed je het ook bedoelt.

Er is geen overtreffende trap in emoties. Sommige mensen kunnen pijn, verdriet of frustraties voelen over zaken waarvan jij het met de beste wil van de wereld niet kan begrijpen. Dat is moeilijk om mee om te gaan. Maar daar is ook een mooi woord voor: empathie. Oftewel, je proberen in te leven in de situatie van een ander. En laat dat nu net datgene zijn dat bij personen die ‘wacht maar’ of ‘geen zorgen’ uitspraken doen ontbreekt.

Niemand hoort graag dat hij of zij zich zorgen maakt om iets belachelijks. Geef maar toe, dat wil jij toch ook niet horen?

Amen. Tot zover mijn preek van de dag :D.

Krijg jij vaak van dit soort opmerkingen?

Advertenties

Opposites attract?

Recent hadden we op het werk een sessie rond MBTI. Een hele dag lang zelfs. Ik zou er ondertussen een boek over kunnen schrijven. Maar ik had het er hier al eens over (spoiler: de test zorgde opnieuw voor een andere uitslag bij mij, ik ben blijkbaar niet zo makkelijk in een hokje te stoppen). Misschien wijd ik er nog wel eens een post aan, maar voorlopig viel mijn aandacht op een andere zinnetje dat besproken werd.

Opposites attract. Oftewel: de meesten onder ons worden verliefd op iemand die andere persoonlijkheidskenmerken heeft dan hij- of zijzelf. Bijvoorbeeld: een introvert voelt zich aangetrokken tot een extravert omdat die hem/haar naar buiten trekt en altijd een gesprek weet aan te knopen, een extravert valt voor een introvert omdat die zo goed kan luisteren. Samen ga je elkaar uitdagen en ontwikkel je de tegenovergestelde skills door de jaren heen meer en meer. Zo zal de introvert steeds makkelijker extravert uit de hoek kunnen komen en omgekeerd.

Er begon meteen een soort kritisch alarmbelletje af te gaan in mijn hoofd. Het lief en ik zijn niet alleen twee introverten, maar verschillen verder maar één letter van elkaar blijkbaar. T & F. Ofwel de typische verdeling dat de man een thinker is en de vrouw een feeler. Dit klopt bij ons ook, gelukkig maar, want ik ben een vrij harde feeler en heb absoluut iemand nodig die me helpt relativeren.

Interessante sidenote: ik kwam een T uit op mijn test, omdat ik als feeler (dat blijkbaar zorgt voor een groot aanpassingsvermogen) had geleerd om mij meer als thinker te gedragen doordat mijn omgeving heel thinkgericht is. Zoals ‘de expert’ het zo plat verwoordde ‘den IT, dat is een typische thinkerswereld’. Heerlijk toch, die veralgemeningen?

Onze expert zei er natuurlijk ook meteen bij dat na twee jaar relatie de verschillen steeds meer en meer beginnen opvallen en dit kan zorgen voor frustraties. En het eeuwige elkaar proberen veranderen (waarbij hij meteen bevestiging vroeg aan een van de wat oudere vrouwen uit de groep: “En hoeveel is uwe man al veranderd in al die tijd?” “Niets?” “Exact!”)

Ik kon het niet laten om na de sessie nog eens even langs te gaan met wat kritische vragen rond het opposites attract thema. Of het soms niet beter is dat mensen iets meer op elkaar lijken. Omdat het net die frustraties kan verminderen, omdat er op langere termijn meer begrip is.

Neem nu het voorbeeld dat Susan Chain in haar boek Quiet aanhaalt over een introvert-extravert koppel. Mevrouw wil graag elke vrijdagavond rustig in de zetel zitten, meneer doet niets liever dan op vrijdag vrienden uitnodigingen voor een etentje. Ik moet je niet vertellen wie de introvert en wie de extravert is zeker? Susan stelt dat het koppel hun ‘crisis’ heeft overwonnen met een compromis. Twee avonden in de maand een etentje, de overige twee avonden rust.

*Insert mijn kritische geest*. Als meneer en mevrouw allebei introvert of allebei extravert zouden zijn, zouden ze elke vrijdagavond hebben wat ze willen, toch?

Ik kreeg de repliek terug dat 75% van de koppels, twee of drie MBTI-letters verschillen. En zeker bij drie letters is dat al best moeilijk en zorgt dat vaak voor vuurwerk. Een koppel met 0 of 1 letter verschil komt veel minder voor. Maar dat hoeft op zich geen probleem te zijn. Feeler-thinker zorgt sowieso voor de sterkste tegenstellingen, dus daar blijven wij niet van bespaard. We gaan enkel iets minder gedwongen worden om de andere eigenschappen te ontwikkelen. Zo kunnen we niet van elkaar leren om ons extraverter te gedragen.

Gelukkig zijn clichés niet altijd correct. In den IT zijn zogezegd ook alleen maar introverten. Dat wij absoluut geen standaard IT-bedrijf zijn was na die dag wel duidelijk. We hebben heel wat extraverten en gelukkig ook een heel aantal feelers. Dus wat dat betreft zijn er leermogelijkheden genoeg om mijn extraverte kant te ontwikkelen denk ik.

Opposites attract? Het zal voor mij nog wat een mysterie blijven denk ik.

En hoe zit dat bij jullie? Lijk je qua persoonlijkheid net wel of net niet op je partner?

 

Gastblog: Talitha over haar quarter life

Of we een keer van gastbloggen konden doen? Op die vraag van Talitha zei ik heelhuids ‘Hoe kan het zelfs dat dat nog nooit eerder is gebeurd?’. Waarop mijn blogje bij haar verscheen vol lovende woorden. En nu is het aan mij om deze intro vol te lullen over haar, met even positieve noten. Dat kost me gelukkig geen enkele moeite!

Maar ik ga het kort houden. Talitha is één van de beste copywriters/creatives die ik ken. En neen, ik ken haar niet persoonlijk. Dat gevoel heb ik wel door haar blog te lezen, haar persoonlijkheid spat namelijk van het scherm. Ik zag wel ooit haar portfolio. En believe me, you’re a lucky bastard als je met haar mag samenwerken.

We hebben dus wel wat gemeen. Naast onze gemeenschappelijke achtergrond in reclame en schrijven, ergeren we ons aan veel zaken, eten we graag taart (wie de foto bovenaan niet snapt komt duidelijk te weinig op haar blog), kunnen we zeer ironisch uit de hoek komen (en Talitha ook heel DRAMATISCH) en volgens mij houdt ze ook niet van trappen met gaten in. Want WIE WEL? De levende hel zeg ik je.

Enfin, genoeg inleiding. Het woord is aan copyqueen Talitha.


Annelies heeft al een paar keer over de zogeheten quarterlifecrisis geschreven. Je weet wel, dat ding dat wij millennials een tijdje geleden hebben verzonnen om nog een pakske meer te kunnen zagen over al ons ingebeelde leed en entitled zelfmedelijden. Right. Ik roep nogal vaak dat ik me inmiddels al aan de verkeerde kant van 25 bevind – waarop doorgaans met gegrinnik (-25-jarigen) dan wel met gesputter (+25-jarigen) wordt gereageerd – maar ik ben wel degelijk nog een twintiger. Ik kan evenwel niet direct antwoorden op de vraag of ik zélf met zo’n crisis zit of die wellicht al achter de rug heb. Enfin, zo’n grote crise zal het dus sowieso wel niet zijn, maar toch. 

Ik begrijp de quarterlifecrisis namelijk wel. Annelies verwoordde het al treffend: als twintiger begin je naarstig tje eigen leven te vergelijken met anderen. En daar loopt het veelal mis. Want hoe de fuck spelen die anderen dat allemaal klaar? Een droomjob vinden, de perfecte relatie onderhouden, een geweldig huis kopen, waanzinnig veel vrienden hebben waarmee ze exotische vakanties beleven en zowat elk weekend spectaculaire feestjes mee vieren,… Terwijl ik in een permanente staat van verwarring en met droogshampoo gemaskeerd semi-vettig haar lijk te verkeren en al die exotische vakanties vooral passief in mijn Instagram feed meemaak, languit in vegetatieve toestand op de zetel met hier en daar wat popcorn in mijn bh (als ik er al eentje draag).

Het is een soort checklist, zegt Annelies. Eentje waarvan we met z’n allen onszelf hebben wijsgemaakt dat het gelijkstaat aan hoe geslaagd ons leven is. Laten we ‘m even overlopen.

Een coole job waar je gelukkig van wordt en die ook nog eens achterlijk goed verdient

Ik beken: mijn job is heel belangrijk voor mij. Het is een essentieel stukje van mijn identiteit. Ik haal er veel voldoening en, sure, ook wel een hoop eigenwaarde uit. Ik ben echter geen workaholic: ik weiger om structureel over te werken en zodra de deur achter me dichtgaat, zet ik alle werkgerelateerde gedachten uit mijn hoofd. Ben ik erg goed in. Maar tijdens de uren die ik op mijn werk doorbreng, wil ik wel gelukkig worden van wat ik doe. En dus heb ik me al aan wat job hopping gewaagd, tot ik iets vond dat ik echt tof vond. Als ik het ergens niet meer leuk vind, heb ik er ook geen probleem mee om weg te gaan en iets anders te zoeken. Maakt dat mij verwend? Misschien. Maar ik weiger om me 40+ uur per week ergens ongelukkig te voelen, puur omwille van de zekerheid/het geld/de prestige/het gemak/de toffe mensen. En het boeit me werkelijk geen ene moer wat de rest van de wereld daarvan vindt. 

Ik vind zelf dat ik een heel coole job heb (native reclamecampagnes bedenken bij Medialaan/De Persgroep). Ik word er gelukkig van. Verdient helaas niet achterlijk goed, maar zeker wel voldoende. Dus ja, aan deze checkbox hecht ik zeker wel belang en ik heb me er in mijn beginjaren op de arbeidsmarkt ook écht wel zorgen over gemaakt, ettelijke uren slaap aan verloren en een paar liter tranen om verspild. Check, check, check.  

De perfecte relatie met de perfecte man/vrouw en dan nog een hoop perfecte kinderen ook

Ik ben al zowat driehonderd miljoen jaar samen met mijn Lief, give or take a few. Oké ja: zeven en een klets, om iets preciezer te zijn. Wij hebben zeker niet de Perfecte Relatie. Maar wij amuseren ons nog elke dag kostelijk met elkaar. Hij is mijn favoriete persoon ter wereld en kent me door en door. Alles is leuker en beter met hem erbij. Het is geen Perfecte Relatie met hoofdletters, maar hij is wel mijn Lief met hoofdletter. Technisch gezien is hij, sinds een paar maanden, zelfs mijn Verloofde. Dus ja, deze checkbox kan ik in elk geval afvinken. Ik ben al sinds mijn twintigste van ’t straat, dus ik heb me nooit zorgen hoeven maken over ‘op tijd’ een lief vinden. Dat onderdeel van de grote QLC ken ik dus niet. Integendeel: ik heb het stiekem zelfs altijd wel wat jammer gevonden dat we elkaar zo snel zijn tegengekomen, omdat ik het oprecht tof vond om single te zijn als student. 

En wat betreft kinderen: neen, dank u. Kan ik nu echt nog niet aan. Ik voel daar ook hoegenaamd geen druk over. Onze kat is op dit moment ruim voldoende kots- en kakopruimwerk, dank je feestelijk. 

Een eigen huis met oprit en grote tuin en vrijstaande brievenbus die bij de bakstenen van de voorgevel passen enal

Aaah, de Belgische droom. Ik heb zelf de voorbije negen jaar in Amsterdam doorgebracht, alwaar iedereen in veredelde schoendozen van 50m2 op elkaar gepropt zit, daar huurprijzen van vier cijfertjes voor neertelt en dat allemaal heel normaal vindt. Bijgevolg heb ik bijlange nog niet genoeg geld kunnen sparen om ook maar in de buurt te komen van een enigszins realistische eigen inbreng. Een eigen huis ligt voor ons dus zeker nog niet direct in het verschiet. Da’s een heel gekke aankondiging voor de meeste van mijn leeftijdgenoten, kan ik u vertellen, gezien de doorsnee Vlaming je basically beschouwd als gefaald in het leven als je voor je dertigste nog geen eigen appartement of huis bezit. Het liefst plant je er natuurlijk zelf nog eentje neer, rap-rap voor de broodnodige betonstop, maar tot die tijd koop en verbouw je dat het een lieve lust is. 

Tja. Bouwen interesseert me echt helemaal niets. Ik vind nieuwbouwhuizen ook nooit echt mooi, dus dat scheelt. Ik hoef geen grote tuin, hoef niet op een vrijstaand stuk grond in de suburbs te wonen, hoef geen 3 aparte wc’s en dubbel zoveel slaapkamers als er eigenlijk ooit mensen in het huis gaan wonen. Ik vind het prima om iets kleiner te wonen. Maar ik wil uiteindelijk wel een huis kunnen kopen en, toegegeven, daar maak ik me soms ook wel wat zorgen over. Vooral als ik het vergelijk met leeftijdsgenoten, die zo goed als allemaal al een eigen woning bezitten. Kan ik soms wel een beetje panisch of verdrietig door worden. Maar dan bedenk ik even later ook: ik heb bijna een decennium van mijn leven in de, wat mij betreft, mooiste stad ter wereld doorgebracht en dat pakt niemand mij meer af. Ik heb er financiële achterstand door op gelopen, maar in vergelijking met mijn leeftijdsgenoten heb ik er wel een heel bijzondere studententijd aan overgehouden. Worth every euro of it, zeg ik u. 

Alles uit het leven halen want je bent jong en je wil wat en al die Pinterest-tegeltjes-bullshit

Ja, je moet feesten en festivals afschuimen en elke vrijdag comazuipen en al je zuurverdiende geld opmaken aan hipstervakanties met rugzakken in Thailand en op een opblaasbare zwaan ronddobberen in een zwembad in Bali en elk vrij weekend gaat cityhoppen all over Europa. Ik weet het allemaal wel. Ik wil ook wel graag groots en indrukwekkend en meeslepend leven, maar tegelijkertijd is het nieuwe seizoen van Queer Eye net op Netflix en is mijn zetel zo zacht en was mijn week zo druk en stond ik net al een uur in de file, so fuck it. Ik heb al lang geen last meer van FOMO – een van de beste voordelen van aan de andere kant van 25 zitten, geloof ik. Het zal allemaal wel, met je feestfoto’s op Instagram. Lijkt me allemaal erg vermoeiend. 

Over all denk ik dus dat het wel goed zit met mijn QLC. Over dingen als FOMO en mijn carrière heb ik me vroeger een pak drukker gemaakt dan nu. Het zal wel de berusting van de latere twintigerjaren zijn, I guess. Daar staat tegenover dat de serieuzere topics des levens, zoals een eigen huis kopen en hoe-ga-ik-in-godsnaam-ooit-een-bruiloft-organiseren-laat-staan-betalen, me nu ineens zorgen beginnen te baren. Omdat, ja, ik mijn situatie vergelijk met anderen. Ik heb er dus wel een beetje last van. Maar evengoed besef ik: ik kan mijn situatie niet één-op-één vergelijken met die van anderen. Om handenvol geld uit te geven aan hun frequente verre vakanties werkt een bevriend stel soms weken aan een stuk zeven dagen op zeven. Om haar enorme huis te kunnen betalen, blijft een vriendin van mij al drie jaar noodgedwongen bij een job die ze haat. Dat zijn dingen die ik er bijvoorbeeld niet voor over heb. En dus heb ik minder geld en huur ik nog steeds een appartement. You win some, you lose some. Je maakt keuzes and you deal with it.

That’s grown-up life, hastn. En we hebben nog een jaar of dertig om keihard aan al die gemaakte keuzes te gaan twijfelen, wanneer onze mid-life crisis aanbreekt. HOEZEE!

(Niets) Nieuws

Het is eigenlijk nog niet zo lang geleden. De tijd dat ik de actualiteit intensief volgde. Tijdens mijn eerste jaar op de unief, met niet alleen communicatie- maar ook politieke vakken, werd gezegd dat het nieuws volgen goed zou zijn voor je resultaten. Om alle actuele voorbeelden in de les te begrijpen begon ik dus elke dag braaf de actualiteit te volgen.

In het derde jaar koos ik voor allemaal politieke vakken als keuzevakken. Internationale organisatie, by far mijn favoriet, belichtte organisaties zoals de VN, NAVO, IMF… Plots begreep ik nog veel meer van die politieke artikels online. Ook op vakken als bestuurskunde en overheidsmanagement waardoor ik moeiteloos onze 6 regeringen en parastatalen en intercommunalen uit elkaar kon houden, kijk ik soms met weemoed terug. Mijn nerdie kant leefde op.

Ik heb zelfs heel lang getwijfeld om een extra master politieke wetenschappen te gaan studeren. Ik besefte gelukkig dat dit niet meteen een job zou opleveren en koos voor het meer praktische BAS. Maar ik heb lang spijt gehad dat ik die master nooit zou kunnen volgen. Het zou een jaar puur uit interesse geweest zijn. Voor mezelf. En dat leek heel aanlokkelijk. Vandaag heb ik geen spijt meer van die beslissing.

Tijdens BAS was ik amper thuis en ineens had ik veel minder tijd om het nieuws te volgen. Bovendien kon ik niet altijd meer mee met het politieke nieuws. Ik herinner mij autoritjes naar mijn stage waar het radionieuws mijn enige bron was van wat er in de wereld gebeurde. De aankondiging van de aanslagen in Brussel staat me nog bij alsof het gisteren was.

Journalistiek was trouwens een andere optie, want schrijven bleek ineens wel iets voor mij. Naast het feit dat de kans sowieso klein zou geweest zijn dat ik überhaupt aan een job in de journalistiek geraakt was, ben ik nog blijer dat ik deze keuze niet gemaakt heb. Ik zou geen job in de journalistiek willen, het zou me ziek maken.

Vandaag ben ik geëvolueerd naar een bijna complete nieuwsmijder. Tv-nieuws kijk ik al heel lang niet meer (want ik ben nooit thuis om 7 en ik kijk liever andere dingen terug). Online scroll ik nog amper door de kranten, ik denk dat ik nog wel een krant volg op Facebook, maar aangezien die app niet meer op mijn telefoon staat… In de auto speel ik voornamelijk mijn eigen muziek, want ik kan niet meer tegen al dat getetter.

Ik kan het niet meer opbrengen om naar het nieuws te kijken/luisteren/lezen. Ja, het vraagt tijd en energie die ik misschien niet heb, maar dat is het niet alleen. Ik volgde namelijk geen politieke richting, maar een communicatierichting. En dan word je dood geslagen met de effecten van de media en vooral met framing en de manier waarop alles eenzijdig wordt getoond in de media.

Om een lang verhaal kort te maken: ik kan geen nieuws meer volgen omdat ik dan niets anders doe dan mij opwinden over de onjuistheid, foute representatie of subjectieve woordenschat die gebruikt wordt. Ik erger mij zo hard aan de media dat ik tegen de tv of het computerscherm begin te roepen. Hoe zaken op de agenda gezet worden. Zoals hoe wij ineens massaal, en enkel in februari, bezig zijn met wel/geen alcohol drinken (as if?). Hoe mensen bang gemaakt worden. Hoe bepaalde groepen van de maatschappij weergegeven worden. Hoe er überhaupt groepen gemaakt worden. Hoe cijfers uit wetenschappelijk onderzoek misbruikt worden om toch maar dat ene feit dat ze willen bewijzen te staven (causale verbanden, niet elke journalist heeft er kaas van gegeten).

Ik haal de trucjes er zo uit. Daarom lees ik ook zo weinig thrillers, omdat ik de stilistische trucjes om mensen verdacht te maken ook nogal makkelijk onderschep. Wel, dat is met de media ook zo. Mijn energie kan wel anders gebruikt worden dan me elke dag op te winden over het nieuws. Dus ik volg het niet meer. Dat wil niet zeggen dat ik niet weet wat er in de wereld gebeurt. Je pakt altijd dingen mee. Om bv. de klimaatdiscussie en Trump kan je niet heen, hoe graag ik dit soms ook zou willen (vooral in het geval van Trump dan).

Maar het zijn voor mij vluchtige stukjes informatie waar ik me niet langer in vastbijt. Het is een beetje zoals het weer. Je weet wat je mag verwachten als je naar buiten gaat, maar af en toe mispak je je eens en is het wat kouder dan gedacht. En dan sta je toch weer te roepen op de pers.

Nieuws mijden heeft me meer rust gebracht. Paradoxaal genoeg voel ik me er ook meer betrokken door met de wereld. Ik ben volop bezig met de mensen rondom mij. Met de zaken die me echt boeien. En dat maakt mijn leven rijker. Wat echt telt in het leven, daar ga je namelijk altijd wel tijd voor maken.

Volg jij het nieuws intensief?

Quarter life #5: we doen allemaal maar wat

Mijn leeftijd staat op 25 ondertussen. Voor velen is dat de ideale leeftijd. Je moet nog veel beslissingen maken in je leven. Alles kan nog. Maar het is tegelijk de leeftijd dat velen zich wat vastrijden. Dat de keuzemogelijkheden je belemmeren. Dat je je afvraagt of dit het nu wel is. Wat dit ook mag zijn.

Omdat er over schrijven kan helpen om het onderwerp toegankelijker en meer bespreekbaar te maken vond ik het een goed idee om een rubriek in het leven te wijden die enkele moeilijkheden, vragen, onzekerheden over de quarter life bespreekt. Want er is zoveel zever over te vinden online en dat helpt de vooroordelen niet echt de wereld uit.

Er is geen recept

Uit mijn vorige posts liet ik al een aantal zaken uitschijnen. Er blijkt een lijst met checkboxes die we willen aanvinken, er is een soort impliciete standaard om aan te voldoen en anderen hebben verwachtingen over hoe wij ons leven gaan invullen. Al deze zaken lijken er op te wijzen dat er zoiets bestaat als een pad naar geluk. Een recept dat je moet volgen om tot een goed resultaat te komen.

Je raadt het al: dat is er niet. Er is niet een recept dat voor iedereen naar geluk leidt. Het leven zou anders nogal saai, eentonig en voorspelbaar zijn. Misschien willen we wel allemaal hetzelfde gerecht bereiden, maar onze koelkast zit nu eenmaal vol met andere ingrediënten die zorgen voor een verschillend smaakaccent.

En we hebben niet allemaal een chef-kokdiploma. We zijn amateurs, hobbykoks die proberen om iets deftigs op tafel te toveren. Oftewel: we doen allemaal maar wat.

We doen allemaal maar wat 

En dat is helemaal niets leeftijdsgebonden wat mij betreft. We mogen de beste hobbykok zijn, maar dat wil niet zeggen dat het potje eens niet kan overkoken, of dat het vlees altijd de perfecte cuisson zal hebben. Een nieuw sausje kan al eens schiften… Voor jullie nu echt honger krijgen zal ik de metafoor even stoppen. Maar: you get the point.

Hoeveel levenservaring we ook (denken te) hebben, we blijven ons best doen in de hoop dat het iets wordt. We doen allemaal maar wat we denken dat goed is. Niemand heeft de waarheid in pacht.

Dat is op zich goed. Het probleem is dat we dat verbloemen. Iedereen lijkt het voor elkaar te hebben. We geven aan elkaar niet toe dat we eigenlijk geen idee hebben. Waardoor we van elkaar denken dat er toch een recept moet bestaan, alleen dat wijzelf dat dan net niet hebben ontdekt. Ook hier doen sociale media meer kwaad dan goed. Net als een foodblogger gaan we daar enkel mooie foto’s tonen van een geslaagd gerecht op een mooi wit bord.

Nog maar 25

Maar als je al wat ouder bent dan kan je dat plaatsen. Dan besef je dat je dat recept niet per se nodig hebt. Dat het zonder ook wel goed komt. Je hebt het namelijk al heel je leven zonder moeten doen. Je begint stilaan te begrijpen dat de weg naar het eindresultaat vaak mooier is dan dat resultaat zelf. Op je 25 heb je dat inzicht niet noodzakelijk.

En dus raak je in paniek. Word je onzeker. En kan je al eens blokkeren of crashen. Want je weet niet meer welke pad je moet nemen. Je lijkt de enige persoon op de wereld die het niet voor elkaar heeft. “Ik weet het niet” uitspreken wordt synoniem voor falen. En niemand wil falen. We willen niet toegeven dat we soms een omweg maken langs donkere steegjes.

We zijn nog maar 25. We hebben niet al die jaren ervaring om iets te plaatsen. Eigenlijk zijn we nog lang niet volwassen, als dat al ooit bestaat. We zijn nog jong, in een wereld vol mogelijkheden en vol mensen die doen uitschijnen dat ze alles voor elkaar hebben.

Ik heb zelf heel erg het gevoel dat mensen altijd meer van mij verwachten omdat ik vaak als volwassener wordt gezien dan mijn leeftijd. Maar ik blijf ‘nog maar’ 25, met ook nog maar 25 jaar ervaring en met de onzekerheden die inherent bij die leeftijd horen.

We doen allemaal maar wat is dan het inzicht dat je absoluut nodig hebt om te relativeren. Maar daarvoor moeten we eerst stoppen met elkaar als chef-koks te zien. En terugkeren naar de amateurs die we eigenlijk echt zijn. Ik ben er van overtuigd dat we onze onwetendheid wat vaker met elkaar moeten delen. Dat het taboe eraf moet.

Wanneer we toegeven dat ‘ik weet het niet’ geen schande is, dat twijfels en mislukkingen bij het leven horen en dat we allemaal zoekende zijn zal dat zorgen voor veel interne rust. Bij jezelf en bij de mensen rondom je.

Ik neem mij alvast voor om vaker uit te spreken dat ik het niet weet. Dat ik maar wat doe. En om te luisteren wanneer anderen mij dezelfde boodschap willen brengen.

Doe jij ook maar wat?

We zingen niet over geluk

And it’s hard to write about being happy
‘Cause the older I get
I find that happiness is an extremely uneventful subject

Het is de openingszin van het liedje ‘No choir‘ van Florence+ The Machine. (Ik ben mij aan het voorbereiden op hun Sportpaleisconcert en daar hoort het leren van de onbekendere liedjes op de nieuwe CD natuurlijk ook bij).

Deze zin viel me op, omdat ik eerder al een interview zag met P!nk bij Ellen Degeneres waarbij het ook ging over geluk en hoe kunst in al zijn vormen vooral ontstaat door pijn en niet zozeer door geluk. Ik voeg het interview er even bij:

“Does art ever come from happiness?” “No.”

“Pain is a catalyst for change, it’s a motivator, it’s worth talking about.”

Ik denk dat ik hen gelijk moet geven. Ik merk dat ik zelf veel makkelijker ga schrijven wanneer het wat moeilijker gaat. En moeilijk hoeft echt niet meteen ongelukkig of pijn te betekenen. Ellen noemt het een soort leegte die je gaat vullen met kunst, in mijn geval schrijven. Door het op te schrijven, is het uit mijn hoofd en verwerk ik het beter.

Wil dat dan zeggen dat je minder stilstaat bij geluk? Want door er niet over te schrijven vergeet je die momenten misschien te koesteren. Waarschijnlijk wel. In hetzelfde liedje bezingt Florence ook hoe dit gelukkige moment compleet vergeten zal worden. “There will be no grand choirs to sing, no chorus will come in, no ballad will be written, it will be entirely forgotten…”.

Klinkt een beetje triest. Dat we de positieve momenten lijken te vergeten en focussen op het negatieve. Maar het is gewoon zo. Bij een negatieve ervaring treden er gewoon veel meer coping mechanismen op waardoor je hoofd heel erg je best doet om het te verwerken. En het een iets meer blijvende indruk nalaat.

Daardoor zijn we meer geneigd het negatieve te onthouden en voorbij te gaan aan de goede dingen. Daarom dat het noteren van lichtpuntjes zo belangrijk is. Daarom dat ik soms even geen inspiratie heb om te schrijven, omdat alles even goed gaat. En ook dat is ergens onzin want zoals P!nk het zo mooi zegt “dan schrijf ik wel over iets anders”. Er valt altijd over iets te schrijven, maar de nood is dan vaak minder groot.

Het toont tegelijk ook aan dat constant geluk niet bestaat. We worden creatiever wanneer we ongelukkig zijn, wanneer er iets mis is. We gaan dan actie ondernemen, in al zijn vormen. En dat maakt dat er vandaag dat ene liedje door je radio knalt of er start-ups bestaan die iets nieuws proberen. Pijn houdt de wereld evenzeer draaiende als geluk.

Het is gewoon weer zo’n inzicht dat me overviel, al luisterend naar Florence haar stem op een drukke ochtend. Ik moet niet constant gelukkig zijn. Het is niet erg om je soms rot te voelen. Je bent lang niet de enige. Ik zou ik niet zijn zonder pijn, verdriet en woede.

Maar die mooie momenten wil ik toch wat vaker koesteren. Een ballade erover schrijven gaat misschien wat ver. Maar die lichtpuntjes blijven zien, daar gaan we voor.

Haal jij soms inspiratie uit een liedje?

Quarter life #4: sociale verwachting

2018 is het jaar dat ik 25 word. Voor velen is dat de ideale leeftijd. Je moet nog veel beslissingen maken in je leven. Alles kan nog. Maar het is tegelijk de leeftijd dat velen zich wat vastrijden. Dat de keuzemogelijkheden je belemmeren. Dat je je afvraagt of dit het nu wel is. Wat dit ook mag zijn.

Omdat er over schrijven kan helpen om het onderwerp toegankelijker en meer bespreekbaar te maken vond ik het een goed idee om een rubriek in het leven te wijden die enkele moeilijkheden, vragen, onzekerheden over de quarter life bespreekt. Want er is zoveel zever over te vinden online en dat helpt de vooroordelen niet echt de wereld uit.

Vandaag heb ik het over verwachtingen, sociale druk en hoe wij elkaar allemaal in hokjes proberen te plaatsen, terwijl niemand van ons in een hokje past.

Jullie beurt

Het was op het trouwfeest van een vriendin, die, en ik zeg dit zonder dat het iets hoeft te betekenen, een aantal jaartjes ouder is dan mezelf. Maar daardoor was ik met mijn 25 lentes bij de jongste aanwezigen van de vriendenkring. Het was tegelijk ook de eerste grote sociale aangelegenheid (in afwachting van kerst, dan gaat de sociale verwachting pas echt los gaan) waar het lief en ik aanwezig waren. En waar je dus andere koppels ontmoet die je niet heel goed kent.

En dan zie je het van ver aankomen. Eén, twee, drie…. ‘Wanneer is het aan jullie?’.

Ik heb doorheen de jaren heel wat talenten ontwikkeld. En al zeg ik zelf, een van die grote talenten is de snelheid waarmee ik de pupillen kan doen draaien in mijn ogen. Rologen, ik kan dat echt heel goed en dit was wederom de perfecte kans om het nog eens te bewijzen.

Enfin, alle gekheid op een stokje. Die vraag is perfect normaal zekers? Er zit daar een prachtig koppel te shinen aan de hoofdtafel en trouwen is onvermijdelijk het onderwerp van de dag. Dus ofwel heb je het dan over hoe je eigen grote dag was, ofwel moet je met heel veel enthousiasme vertellen hoe je je eigen huwelijk ziet en dat het nu echt wel eens tijd wordt dat het lief me gaat vragen. Een andere optie lijkt er niet te zijn. Als je, zoals ik, helemaal geen mening hebt over trouwen dan val je uit de boot.

In verwachting

Eigenlijk was dit één grote inleiding tot het punt dat ik wil maken:

Ik ben in verwachting. En voor je rare dingen begint te denken of dit als een mega grote aankondiging ziet. Jij ook. Wij zijn allemaal in verwachting. In sociale verwachting. Bij mij heet het kind momenteel een eigen huis (‘Wanneer ga je er in wonen?’ is de vraag ik die het meeste hoor, terwijl ik letterlijk nog maar net een afgewerkte fundering heb ^^) en heel soms ook, zoals bovenstaand voorbeeld illustreert, ‘trouwen’. Jij bent misschien in verwachting van een partner, een kind (maar dan zonder al effectief zwanger te zijn) of een baan.

Mensen hebben verwachtingen over hoe jij je leven invult en gaan je daar ook op wijzen. Ze verwachten dat je het stappenplan volgt. Dat begint met ‘Weet je al wat je wil gaan studeren’ als je amper 16 bent, gaat over in ‘Heb je al een job?’, ‘Heb je de liefde al gevonden’ en  ‘Waar ga je wonen?’. En als je dan eindelijk gesetteld bent, mag je nog geen 2 keer ademhalen of je moet letterlijk in verwachting zijn van je eerste kind en oh hopelijk heb je dat huisdier niet overgeslagen en dat trouwfeest, dat moet toch wel echt jullie grote moment worden.

Het stopt nooit 

Ik mag op de vraag ‘wanneer is het jullie beurt om te trouwen?’ antwoorden ‘binnenkort’ of ‘we gaan nog enkele jaren sparen’ en dan krijg ik hoogstwaarschijnlijk een half opgetrokken wenkbrauw (oei die verdienen niet genoeg) en een positief antwoord. Ik kan wat stouter zijn en antwoorden dat ik niet wil trouwen. Dan krijg je twee opgetrokken wenkbrauwen en ‘wacht maar, je gaat nog boos zijn wanneer hij wacht met je te vragen’. Of ik kan antwoorden dat ‘het verdomme uw zaken niet zijn’ of ‘dat er steeds meer koppels scheiden’ en dan heeft mijn gesprekspartner geen wenkbrauw meer over en ik geen gesprekspartner meer (nu ik dit zo bekijk was dit eigenlijk de beste keuze geweest, maar ik koos toch voor de tweede optie).

Die sociale druk stopt nooit. Een getrouwd koppel krijgt vragen over de kinderwens, een koppel met een kind krijgt vragen over een tweede. En als je denkt dat het daarbij blijft probeer dan eens te mee te doen aan de wedstrijd voor het beste kind. ‘Kan die van jou al lopen, praten, wiskundevraagstukken oplossen of zijn avocadotoast op Instagram zetten?’

Anderen gaan altijd de stippellijntjes van jouw toekomst voor zichzelf invullen en je daarop aanspreken. Je komt er nooit vanaf.

Hokjesdenken

Maar het is ook eigen aan de mens. Wij proberen zaken te categoriseren in hokjes om ons denkproces te vergemakkelijken. Wij kunnen niet om met onzekerheid en die hokjes helpen om daarvan af te komen. Aan elke leeftijd hangen associaties vast. Zo ben je als 25-jarige verondersteld al een partner en eigen plekje te hebben en moet je stilaan aan trouwen en kinderen beginnen denken. Die associaties geven de mensen aan de kersttafel een houvast om jouw levenssituatie te begrijpen.

En wat als je expliciet maakt dat je niet in het hokje dat ze voor jou voorzien hebben past? Wel, ik heb dit zelf al zo vaak geprobeerd met de boodschap ‘ik wil geen kinderen’. Believe me, er is geen uitspraak die harder tegen het normale hokje ingaat dan dat. Kinderen krijgen zit in onze natuur. Daar bestaat blijkbaar geen twijfel over mogelijk.

Vergelijk zo’n uitspraak met die rok waar je echt niet in raakt, met de beste wil van de wereld. Het is je lievelingsrok. Wel, je gaat je met alle kracht die je hebt in die rok wurmen en als dat niet lukt sla je met volle overtuiging aan het diëten. Want je moet die rok weer kunnen dragen.

Op dezelfde manier gaan mensen jou toch in dat hokje duwen. Want een incongruent antwoord zoals ‘ik wil geen kinderen’ zorgt voor een slecht gevoel bij de toehoorder (het wetenschappelijke woord hiervoor is dissonantie) en mensen gaan er alles aan doen om van dat gevoel af te raken. En daarom zeggen zij dingen als ‘wacht maar tot die biologische klok begint te tikken’. Ze doen jouw antwoord af als een uitspraak die ze niet serieus hoeven te nemen, want je bent nog te jong om te weten wat goed voor je is.

Om van hun eigen slechte gevoel af te raken gaan mensen dus opmerkingen maken die je slecht doen voelen. Want ‘wacht maar’ opmerkingen, daar krijg ik echt moordneigingen van.

Sociale verwachting en de quarter life

Wat heeft dit nu met de quarter life te maken? Wel, sociale verwachting zorgt voor een expliciete druk van je omgeving om ergens aan te voldoen (bv. de ideale partner vinden). Maar als je tijdens een quarter life crisis vol vragen zit en niet meer weet wat je met je leven wil, maakt deze druk dat alleen nog maar erger.

Want je weet met de beste wil van de wereld echt niet wat je moet antwoorden op die goedbedoelde vraag van je tante. En zij laat daarop haar afkeuring duidelijk blijken (om vooral haarzelf uit de wind te zetten) en jij blijft met een nog slechter gevoel achter.

Er bestaat niet echt een oplossing voor die sociale verwachting. Zoals ik al zei: het stopt nooit. Je gaat dus een manier moeten vinden om er mee om te gaan zonder dat je elke keer gefrustreerd raakt. En zelf heb ik daar zeker ook nog veel moeite mee.

Ik probeer er een beetje op te letten dat ik zelf niet van die uitspraken doe. Zodat ik niemand met dat rotgevoel opzadel. Dat is al een begin.

Heb jij soms last van sociale verwachtingen?