Quarter life #2: de standaard

2018 is het jaar dat ik 25 word. Voor velen is dat de ideale leeftijd. Je moet nog veel beslissingen maken in je leven. Alles kan nog. Maar het is tegelijk de leeftijd dat velen zich wat vastrijden. Dat de keuzemogelijkheden je belemmeren. Dat je je afvraagt of dit het nu wel is. Wat dit ook mag zijn.

Omdat er over schrijven kan helpen om het onderwerp toegankelijker en meer bespreekbaar te maken vond ik het een goed idee om een rubriek in het leven te wijden die enkele moeilijkheden, vragen, onzekerheden over de quarter life bespreekt. Want er is zoveel zever over te vinden online en dat helpt de vooroordelen niet echt de wereld uit.

Vorige keer had ik het over de oneindige lijst met checkboxes waaraan een 25-jarige wanhopig probeert te voldoen en dat dit een negatief effect heeft op het zelfbeeld als een box aftikken niet lukt.

Maar het feit dat die lijst überhaupt zo lang kan worden heeft te maken met het feit dat er vandaag geen standaard meer is om leven in te vullen.

Niets is nog standaard

Vroeger lag je leven al voor een groot deel vast op het moment dat je geboren werd. Denk maar aan middeleeuwen: je werd geboren in een bepaalde stand en dat bracht zaken met zich mee (voorrechten, plichten, financiële situatie…). Overgaan naar een andere stand was praktisch onmogelijk, je trouwde dan ook met iemand uit dezelfde stand en voor je  kinderen werd hetzelfde verhaal geschreven. Armoede hoorde er op die manier gewoon bij voor veel families.

Ok, ik wil ons niet gaan vergelijken met de middeleeuwen, maar zelfs in de tijd van onze ouders en vooral grootouders bepaalde de omgeving waarin je geboren werd heel veel. Het beroep dat iemand ging uitoefenen was niet toevallig heel vaak het beroep van een van de ouders (en vaak deden beide ouders hetzelfde beroep en was dit de reden dat ze elkaar hebben leren kennen). Kinderen die verder droomden dan dat werden vaak met de voeten weer op de grond gezet.

Vandaag is dat helemaal anders. We worden opgevoed met het idee dat alles mogelijk is. Dat we op zoek moeten gaan naar wat we echt willen, waar we gelukkig van worden. En dat leidt tot veel meer verschillende levenssituaties waarin mensen kunnen zitten dan de oorspronkelijke drie standen of 10 beroepen.

Kijk alleen al maar eens naar onze gezinssituatie: vroeger had je verloofd/getrouwd, single of weduwe/weduwnaar. Vandaag heb je daarnaast: wettelijk samenwonend, gescheiden, eenoudergezinnen (al dan niet door een scheiding of BOM’s), samengestelde gezinnen, in een relatie maar niet samenwonend (LAT-relatie), holebi-relaties, friends with benefits, it’s complicated… ;). Trouwen is niet langer de standaard. Er is zelfs geen standaard meer.

It’s complicated

Die laatste relatiestatus vat het mooi samen: het is allemaal een pak complexer geworden doordat de standaard is verdwenen. Maar een standaard zorgt voor een referentiekader. Iets om aan vast te houden, om naar toe te werken. Noem huisje, tuintje, kindje cliché, maar het is een patroon. Iets om te volgen. Het neemt veel stress en beslissingen weg.

Heel veel leeftijdgenoten hebben geen idee waar ze over een jaar zullen wonen en welke job ze over 5 jaar zullen uitoefenen. Door alle technologische veranderingen is het sowieso niet zeker dat een bepaalde job nog bestaat. Een horlogemaker dacht er 100 jaar geleden niet over na of hij zijn zaak wel zou overdragen aan zijn zoon zodat die genoeg werk zou hebben. Wie koopt er vandaag nog een horloge bij een echte horlogemaker? Wie draagt er überhaupt nog een horloge die geen fancy zwancy Fitbit is?

Er is geen standaard meer om aan vast te houden, er is ook geen kader meer. Ons referentiekader is voortdurend in verandering. Zekerheid is een schamel goed geworden. Dit is geen vroeger-was-het-beter pleidooi. Het feit dat iemand die in een ongunstige situatie is geboren zich daaruit kan werken vind ik fantastisch. Maar het maakt ook dat veel jongeren vastlopen op dingen omdat ze een weg zijn ingeslagen waar ze het eindpunt niet meer van zien.

We gaan op zoek naar een ander referentiekader. En daarvoor gaan we nog altijd kijken naar anderen. En de informatie over het leven van die anderen vinden we op sociale media. En dat is dan weer een oplossing die andere problemen met zich mee brengt. To be continued :).

Of toch een standaard?

En ik? Ik merk dat ik toch nog vaak de oude standaard als mijn referentiekader gebruik. Ik kom uit een goede omgeving en merk dat ik automatisch beter klik met mensen die dezelfde achtergrond hebben. Ik werk ook een vrij klassiek lijstje af: studeren, een auto, een job, volgende stap: een huis. Maar tegelijk durf ik tegen die standaard te schoppen. Kinderen staan bij mij niet op het lijstje. En oh wee, als ik dat durf uit te spreken!

Want dat is het echte probleem. Ik kan hier wel staan beweren dat er geen standaard is en dat alles mogelijk is, maar we kennen allemaal de mensen die verstoten worden uit de groep/de maatschappij/… omdat ze het patroon niet volgen.

In veel landen is homoseksualiteit hiervan jammer genoeg steeds een goed voorbeeld. Alles mag, maar verliefd worden op iemand van hetzelfde geslacht hoort blijkbaar niet bij alles.

Zo zie je maar: die alles mag wordt vooral gezegd door mensen wanneer het hen goed uitkomt. En dus is de standaard er meestal niet, maar soms toch wel. Niet moeilijk dat we het bos door de bomen niet meer zien als we als begin twintiger ons leven moeten vormgeven.

Merk jij veel van de standaard die er niet meer (of net wel nog) is?

Advertenties

Quarter life #1: checkboxes

2018 is het jaar dat ik 25 word. Voor velen is dat de ideale leeftijd. Je moet nog veel beslissingen maken in je leven. Alles kan nog. Maar het is tegelijk de leeftijd dat velen zich wat vastrijden. Dat de keuzemogelijkheden je belemmeren. Dat je je afvraagt of dit het nu wel is. Wat dit ook mag zijn.

De quarter life crisis hakt er bij veel leeftijdgenoten danig in. Ik merk dat ook rond mij. En ik weet dat ik zelf ook regelmatig heel onrustig word in mijn hoofd. Er is tegelijk ook weinig begrip van ouderen, want wat hebben wij te klagen? Het zal wel liggen aan het feit dat we millennials zijn: te verwend, te egocentrisch, te lui om echt iets met ons leven te doen, te weinig waardering voor wat we wel hebben.

Omdat er over schrijven kan helpen om het onderwerp toegankelijker en meer bespreekbaar te maken vond ik het een goed idee om een rubriek in het leven te wijden die enkele moeilijkheden, vragen, onzekerheden over de quarter life bespreekt. Want er is zoveel zever over te vinden online en dat helpt de vooroordelen niet echt de wereld uit.

Voor alle duidelijkheid: ik heb geen quarter life crisis. Ik ben wel in mij quarter life en deze vraagstukken zijn al allemaal eens op mijn pad gekomen zonder dat ze mijn leven beheersen. Toch een belangrijke nuance.

Vandaag wil ik het hebben over jezelf zo hard pushen om alle checkboxes in je leven te kunnen afvinken.

Afvinken

Want dit begin je wel te doen tijdens je quarter life: je vergelijkt je eigen situatie met die van een ander en ziet meteen heel wat gelijkenissen. Want iedereen lijkt een toffe job te hebben, een leuke partner, gaat regelmatig avontuurlijk op reis, woont op een eigen plekje… Al snel is er sprake van een soort mentale onuitgesproken checklist tussen leeftijdgenoten. En als je niet genoeg zaken van die lijst kan afvinken lijkt je leven niet de moeite waard.

Ik merk dat heel erg in gesprekken met vrienden en kennissen. De eerste grote uitdaging na het afstuderen is het vinden van een job en dan is het iedereen tegen elkaar op. De jacht op de leukste, meest uitdagende en prestigieuze job is geopend. Grappig genoeg is hoeveel je betaald wordt dan weer niet belangrijk. Het gaat om de inhoud. En laat dat nu net geen objectieve parameter zijn. Maar het is tegenwoordig niet makkelijk om überhaupt werk te vinden. Dus voor sommigen is dit al de eerste checkbox die leeg blijft. En moeten ze tekenen voor werk dat beneden hun kunde ligt. Dat kan je zelfbeeld sterk naar beneden halen.

Een tweede must lijkt het hebben van een droompartner en op zoek gaan naar een eigen nest samen. Ik had niet door hoe belangrijk deze was tot ik zelf mijn relatie aankondigde en ik in mensen hun gezicht de opluchting zag. Een goede job en een alleen-wonen-plan was er al, maar met een lief vinden had Annelies duidelijk meer problemen. Of dat was toch de algemene opinie. Het is alsof wij niet alleen bezig zijn met onze eigen checklist maar ook waken over die van een ander.

En dan heb je die ene vriend of vriendin bij wie een lange relatie ineens voorbij is. Er wordt ondertussen veel minder dan vroeger gezegd: je hebt nog tijd. Tinder wordt snel boven gehaald als lapmiddel. Als er 1 checkbox is waar ik van walg dan is het deze. Je kan perfect gelukkig zijn alleen, meer zelfs, het is dan dat je aantrekkelijk bent voor anderen. Mensen bij wie de relatie afspringt krijgen meteen ook een serieuze deuk in hun zelfbeeld.

En dan heb je het: alles-uit-je-leven-want-je-bent-nog-jong-motto nog. Saai zijn is te vermijden. Dus beginnen jongeren met een goede job en een lief al eens na te denken: is dit het wel? Als ik een jaar wil gaan rondreizen moet ik het dan niet nu doen? Voor ik een lening af te betalen heb en voor kinderen moet zorgen? Je hebt er die meteen alle zekerheid overboord gooien en vertrekken, maar het merendeel blijft verder doen en dromen. Ze zoeken het avontuur ergens anders. Gebruiken elke vakantiedag om op het vliegtuig te springen en wekken op sociale media de indruk dat alles wat zij doen zo veel indrukwekkender is dan jouw Netflix & chill.

Saai is een stempel die niemand wil. Maar niet-saai willen zijn is verdomd vermoeiend. Vergelijken kan dan opnieuw een moeilijk punt zijn voor je zelfbeeld. Het zelfbeeld krijgt het duidelijk danig te verduren. Niet moeilijk dat burn-outs en depressies steeds jongere slachtoffers maken. Want het probleem met zo’n checklist is niet alleen dat deze constant in je achterhoofd zit, maar ook dat het gewoon onmogelijk is om hem te vervullen.

Een onmogelijke opdracht

Voor iedere 25-jarige zal het moeilijk zijn om een volledig afgevinkte lijst te hebben. Als je voluit voor je job gaat dan moet je inboeten qua avontuur en de liefde heeft niemand onder controle. Er zijn daarnaast nog massa’s andere checkboxes denkbaar (een slank lichaam, het lekkerste en gezondste eten op Instagram kunnen gooien, freelancer zijn, een creatieve hobby en noem maar op…) en dat is het probleem: we willen te veel. Hoe meer er op de lijst staat hoe moeilijker deze te vervolledigen is. Logisch toch?

We vragen iets van onszelf dat niet kan. Maar wekken tegelijk de indruk aan iedereen dat het kan. Waardoor je jezelf gefaald vindt, want iedereen rond je lijkt er wel in te slagen. Het is een vicieuze cirkel. Een zeepbel waarvan je naald niet meer vindt om deze te doorprikken.

Met mijn lijst is het over het algemeen wel goed gesteld vind ik. Ik ben er niet fanatiek mee bezig. Of toch minder dan mensen rondom mij blijkbaar bezig zijn met mijn lijst. Dat lief maakt mijn leven leuker, maar ben ik daarom nu per se meer compleet?

Ik zou 10 jaar geleden getekend hebben voor wat ik nu heb. Wat wil niet wil zeggen dat ik het niet beter kan. Ik ben gelukkig realistisch genoeg om te beseffen dat ik nog alle tijd heb om die lijst uit te breiden. Daarbij als je op je 25ste al alles hebt, wat moet je dan de komende jaren nog doen? ;).

Volgens mij is zo’n checklist van alle generaties. Alleen stopte hij vroeger bij een partner, een huis en kinderen (dit is kort door de bocht uiteraard, maar je weet wat ik bedoel). Vroeger was er een vastomlijnd ideaal. Nu niet meer. Het kader is weggevallen en wanneer we zelf een ruim kader scheppen merken we te laat dat het invullen onmogelijk is.

Herkenbaar? Hoe ervaar jij die checkboxes?

Over selfhelpboeken en blauwe plekken

Ik ben slecht in het opvolgen van goede raad. En dan bedoel ik niet de raad van mijn mama of van vrienden. Maar de raad die jij en ik allemaal krijgen. Eet 3 stukken fruit per dag. Drink 2 liter water. Zet 10.000 stappen. Slaap voldoende. Je wordt er in de boekskes en online artikels mee doodgegooid. Gezondsadvies daar kan ik allemaal nog wel tegen, hoewel het tegenwoordig met die trends de spuigaten uitloopt: superfoods, ontbijtbowls, vegan, suikervrij, lactosevrij, ikeetalleennoggrasvrij…

De laatste jaren gaat het advies van ‘de expert’ (zonder naam maar met witte jas) verder dan onze fysieke gezondheid. Hij/zij draagt ook met plezier zorg voor onze mentale gezondheid. Want geef toe: we zijn te hard voor onszelf. En dan is daar dat woord: self-care.

We moeten weer voor onszelf leren zorgen en dan hebben ze het niet over een dagcrème of een oogroller (al zal de cosmeticasector dit met plezier opvoeren). Neen, we moeten zorg dragen voor onze innerlijke ik. Het zijn niet langer alleen experts in een witte jas die op het toneel worden getoverd, maar zowat iedereen lijkt een self-care expert geworden te zijn. Er worden heuse selfhelpboeken geschreven door mensen die het roer hebben omgegooid en daar intens gelukkig van zijn geworden. Het zijn de Koen Crucke’s van dit decennium, ze hebben alleen geen kilo’s gewicht verloren, maar hebben het licht gezien en zijn eindelijk weer wie ze willen zijn: zichzelf.

Je moet het eens Googlen: de zelfhulpboeken top 10. Ze komen in alle vormen en maten. Boeken om productiever te wezen, om net minder te werken, om een burnout te bestrijden, om jezelf nieuwe gewoontes aan te leren, om gewoonweg gelukkiger te worden… De zogenaamde ervaringsdeskundigen van het eerste uur zijn er alvast beter door geworden: hun boeken verkopen en ze verdienen een dikke cent bij. Of dacht je dat Gretchen Rubins nog iets anders doet dan podcasts vol leuteren en af en toe een boek schrijven?

Ik moet eerlijk toegeven dat ik nog nooit zo’n boek las, dus ja ik heb makkelijk spreken. De podcast van Gretchen staat hier zelfs op de subscribedlijst, al luisterde ik nog nooit. En weet je waarom? Omdat ik fameus suck (pardon my French) in self-care.

Ik ben wel supergoed in voldoende slapen en af en toe uit te rusten met een boek op de zetel. En eerlijk? Ik ben al meer dan tevreden als me dat lukt een paar dagen in de week. Want een dag duurt ook bij mij maar 24u. En dat is ok zo. Ik heb niet elke dag tijd voor een meditatiesessie van een kwartier en ik hoef geen productiviteitstip om dat kwartier per dag extra wel te hebben. Dus ja ik surf soms uren doelloos op mijn telefoon in plaats van mijn lichaam uitgebreid te verzorgen terwijl ik TED-talks luister. So be it. Noem me koppig, noem me een millennial, maar heb ik tijd over om zo’n boek te lezen én in de praktijk om te zetten? Niet echt.

Om je nog een heel concreet voorbeeld te geven: Mijn benen staan permanent vol blauwe plekken (tel daar in de zomer nog wat muggenbeten bij). Af en toe door het dansen, maar in het merendeel van de gevallen doordat ik zo lomp ben om tegen de tafel te lopen. Die tafel verandert nooit van plaats, maar ik blijf er tegen lopen om dan te vergeten hoe ik aan die blauwe plek kom. Elke keer. En niet alleen met de tafel. Ik loop overal tegen. Ik zie er op momenten echt wel uit alsof ik een dik pak slaag heb gekregen.

Zal ik dus proberen om mezelf aan te leren niet meer tegen een tafel te lopen in plaats van een megagezond superfood ontbijt klaar te maken nadat ik enkele ingewikkelde yogaposes heb gedaan om 6u ’s morgens? Is dat niet al self-care genoeg voor deze bijna 25-jarige millennial? Zal ik de baanbrekende nieuwe gewoontes en levensveranderingen nog maar even laten voor wat ze zijn?

P.S. Mochten jullie een selfhelpboek kennen dat echt wel de moeite is mag je het altijd laten weten. Zo wispelturig ben ik dan ook wel :).

Is het iets voor jullie zo’n selfhelpboek?

Picture imperfect #5: Blogperfectionist?

Ik ga deze post beginnen met iets dat jullie al lang weten: ik ben een perfectionist. Ik wil steeds de puntjes op de i zetten. Ik zal nooit van mezelf zeggen dat ik iets heel goed heb gedaan. Hoogstens goed.

Ik ben een controlefreak. Laat mij dus aub mijn ding doen of ik kan wel eens heel bot uit de hoek komen. Ik heb onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid nodig. Voor mij geen job waarbij ik eerst langs 5 oversten moet om een andere koffiebonenleverancier te kiezen (fictief voorbeeld: ik drink geen koffie).

Maar ik ben ook een blogger. En die blogger in mij wil het goed doen. Die wil controle hebben over wat ze wanneer publiceert. Maar die blogger is alles behalve een perfectionist.

Je leest hier onsamenhangende stukken die zeker niet allemaal van een journalistiek niveau zijn. Je vindt in elk stuk wel een spelfout (en dat terwijl ik op het werk bekend sta als een taalnazi). Ik lees niet elk artikel 15 keer na. Ik doe maximum een half uur over het schrijven van een blogpost, die ik 1 of 2 keer nakijk op fouten. En dan blijven er uiteraard fouten staan. It is what it is.

Ik heb geen blogplanning. Ik post wel sowieso iets op zondag en af en toe op woensdag. Soms zit ik zondagochtend nog iets te typen. Soms staat het klaar. Soms is het hier veel van hetzelfde, soms niet. Mijn focus is al 300x veranderd. En dat zal nog 300x opnieuw gebeuren. Alle foto’s heb ik zelf genomen, maar ik gebruik heel vaak dezelfde foto’s. Onbewerkt. Niet bijgesneden. Staat de horizon scheef? Jammer dan. Mijn titels zijn niet SEO proof. Ik optimaliseer mijn posts zelfs niet voor SEO. Mijn lay-out is dezelfde als toen ik 2,5 jaar geleden live ging. Ik maak geen reclame voor de blog. Ik doe geen samenwerkingen. Ik probeer op elke reactie te antwoorden. Ik schrijf.

Op mijn blog is dat perfectionisme dus duidelijk wat meer afwezig. In mijn job moeten mijn teksten inhoudelijk sterk, geoptimaliseerd voor zoekmachines én creatief zijn. Ik moet een lijst met synoniemen gebruiken. Ik moet call-to-actions bedenken. Overtuigen. Entertainen. Informeren. En dat allemaal in enkele zinnen. Ik ben dan niet ik. Ik ben het doelpubliek. In mijn job moet het. Daar ben ik die perfectionist die tot het uiterste wil gaan voor klanten. Dat maakt mij goed in mijn job.

Hier moet het niet. En dat is zalig. Dat maakt het bloggen voor mij zo leuk.

Als blogger kan ik diezelfde brok energie namelijk niet aan de dag leggen. Dit is mijn uitlaatklep. Hier kan ik schrijven zonder regeltjes. En ik weet best dat wanneer ik op publish druk het een goede post is. Ik weet dat ik kan schrijven, maar dat kan iedereen in blogland. En velen beter dan ik. En ja, ik zie dit als mijn portfolio. Maar niet om mijn literaire schrijfstijl (die overigens onbestaande is wat mij betreft ^^) te showen, maar om mijn persoonlijkheid en wilskracht kracht bij te zetten. Ik bewijs hier dat schrijven een hobby is waar ik tijd in wil steken en dat ik er in slaag om minstens 1 keer per week iets live te zetten dat steek houdt (of meestal toch).

Hier op deze blog ben ik ik. Hier lees je wat mij bezielt. Wat mij bezighoudt. Wat ik wil delen. Ik verkoop hier niets. Ik moet hier niemand overtuigen. Ik schrijf hier dingen van me af. En de ene keer is dat voor jou boeiender dan de andere keer. Alle begrip daarvoor. De perfectionist in mij vindt wat ik hier publiceer ook zeker niet heel goed. Ik zou nog veel willen doen met deze blog. Een nieuw thema, een eigen domeinnaam, meer posts per week,.. en god weet wat nog allemaal. Maar misschien is dat ook geen must. Misschien is het genoeg dat ik schrijf.

Dit is mijn plekje. Ik heb hier alle controle. En ik zeg dat het perfecte hier niet hoeft.

Ben jij een blogperfectionist?

Wat ik doe op een slechte dag

Soms wil je van de wereld verdwijnen. Je kan veel zeggen over Clouseau, maar ze weten iets vaak goed te verwoorden. Dansen, het is een mogelijkheid om een slechte dag te verjagen. Maar hoe pak ik dat nu aan? Hoe probeer ik er door te komen wanneer dat slechte gevoel me te pakken heeft?

Want slechte dagen, ze zijn er. Vaker dan ik zou willen. Soms zelfs enkele dagen achter elkaar. Er is ook geen vaste definitie van wat voor mij een slechte dag is. Dat kan met of zonder reden gewoon zo zijn. En het is soms verdomd moeilijk om er mee om te gaan. Een slechte dag past namelijk nooit in de planning (zeker niet van een perfectionist).

Accepteren

Dat ik vandaag niet de beste versie van mezelf kan zijn. Ik zal vandaag Mary Poppins gewijs niet supercalifragilisticexpialidocious gaan zingen (op een goede dag ook niet overigens, ik kan dat niet uitspreken ^^). Nee, soms voel je je kut (pardon my French) en is dat even nodig. Jezelf niet constant doen piekeren om het waarom, maar het gewoon accepteren kan dan al helpen. Op zoek gaan naar een oorzaak is allemaal heel nobel, maar gedane zaken nemen geen keer. Oorzaak of niet. Vandaag heb ik een slechte dag en dat is ok!

In bed kruipen

Eigenlijk ga ik op zo’n dagen altijd vroeg slapen. Om 21u mijn bed in. Moe ben ik meestal wel en vermoeidheid kan soms ook gewoon de oorzaak zijn van een slechte dag of week. Niets lijkt ’s morgens even erg als ’s avonds. Slaap doet verwerken. Slaap relativeert. En als het dat niet doet zorgt slaap er ten minste voor dat er weer enkele uren voorbij zijn. Weer dichter bij een goede dag dus.

Want dat is wel een belangrijke: niets duurt oneindig. Ook een slechte dag/week/tijd niet. Alles is eindig. Dat inzicht helpt me ook steeds vooruit.

Comfort entertainment

Die opgenomen documentaire, dat klassieke boek of die moeilijke yogales is niet voor vandaag. Neen, vandaag kiezen we voor die realityreeks waarbij het IQ van deelnemers opgeteld nog niet dat van je kat is, een misdaaddrama waarvan je het motief al na 2 minuten ziet aankomen en dat ene boek waar het hoofdpersonage haar leven nog meer overhoop ligt dan dat van jezelf. Guilthy pleasures worden dit vaak genoemd, ik noem het comfort entertainment. Het is er wanneer je het nodig hebt. En dat is op een slechte dag.

Ik herbekijk op zo’n moment ook vaak films en series die ik al 300 keer gezien heb (Casanova anyone?). Desnoods herbekijk ik een crosswedstrijd. Niet nadenken en kijken.

Alleen zijn

Heel veel mensen gaan net contact opzoeken op een slechte dag. En begrijp me niet verkeerd: ik vind erover praten heel belangrijk en ik heb genoeg mensen om me heen waarmee ik dat kan. Maar als het even niet gaat en er is geen aanwijsbare reden. Dan kruip ik mijn schulp. En dan ben ik even wat minder sociaal. Wat minder aanwezig. Laat mij maar gewoon even doen dan. Alleentijd is nodig om er weer bovenop te komen. Zodat ik snel weer fijn gezelschap ben.

Hoe ga jij om met een slechte dag?

Picture imperfect #4: ode aan onproductiviteit

Wat een mooie longread heeft Selma Franssen van Charlie Magazine geschreven over hoe onze maatschappij maakbaarheid inzake productiviteit en werkdruk oplegt. Alsof elke minuut nuttig besteed moet worden. Het is misschien typisch millennial dat ik dit zeg: maar als er nu een soort druk is die ik voel dan is het wel om mijn tijd goed te besteden. En als er nu één ding is waar ik soms mee worstel dan is het dat wel.

Want ik ben een dagdromer. Ik ben iemand die altijd minder minuten nodig heeft om iets te doen, maar er toch evenveel minuten als een ander aan besteed omdat mijn hoofd ineens ergens anders zit. Dat was zo op de middelbare school, op de unief en dat is met momenten ook zo op het werk. Een paar uur doorknallen op een project betekent ook dat ik verschillende keren ergens anders zat met mijn gedachten. That’s how I roll. Ik denk zelfs dat ik dat nodig heb om een goed resultaat te bekomen.

En de laatste tijd is doorknallen bij mij een moeilijke geworden. Ik word constant onderbroken door andere projecten. En dan hoor ik jullie al zeggen: dat is toch net wat goed voor jou werkt? Nee, werk onderbreken door meer werk zorgt ervoor dat er nog amper tijd overblijft om even weg te dromen. Om voor je uit te staren. Die tijd heb je niet en het zijn die kleine momentjes die ik zo koester. Want we kunnen wel tegen elkaar zeggen dat ’s avonds hersenloos voor tv zitten niet goed is. En vooral dat je ’s morgens op weg naar het werk nog maar best even een boek leest, de krant doorneemt of een blogje typt in plaats van uit het raam te staren. En ja, er zijn energieverspillers met sociale media en tv op kop die ons niet per se gelukkiger maken. Maar dat voor je uit staren is helemaal niet zo stom. Dat maakt je creatiever, gelukkiger en minder gestresseerd.

Fuck miracle morning, hell week en al die andere boeken die zeggen dat je per se voor 6u uit je bed moet komen om een rondje te joggen, granola met 0% vetpercentage te maken al luisterend naar een podcast over mindfulness. Om daarna minstens 8 uur hyperproductief achter je bureau te zitten. Alsof je daar dan ineens geen koffie meer voor nodig hebt. Om vervolgens thuis te komen, een heerlijk gezonde veganistische en glutenvrije maaltijd op tafel te toveren, bikram yoga te beoefenen, je bijberoep te onderhouden en de nieuwste aflevering – of een paar afleveringen- van Stranger Things gezien te hebben – want je moet toch kunnen meepraten aan het koffiemachine.

Ik weet niet wat jullie daarvan denken maar – pardon my French – een welgemeende f*** you aan de mensen die vinden dat we zo moeten leven en dat ons dat meer focus gaat opleveren.

In Flow 8 van 2017 stond een artikel over de voordelen van dagdromen. Over hoe belangrijk het is om te ontfocussen. Zo zorg je ervoor dat je brein ontspant. Door te gaan wandelen, te tekenen, te dagdromen en te prutsen. Srini Pillay drukt het als volgt uit:

Als je minder focust zie je meer.

Je staat meer open voor nieuwe ervaringen en komt op nieuwe ideeën. En die nieuwe ervaring kan best een portie bikram yoga zijn. Maar een dag heeft maar 24 uur. Laten we onproductiviteit daar dan ook een plaatsje in geven. Hyperproductief dat is een woord voor machines, niet voor mensen. Aanlummelen is een te mooi woord om naar te vergetelheid te verbannen.

Vandaag is het zondag en zak ik even onproductief achterover in de zetel. Wie doet er mee?

Over stappen zetten en verandering

“Isn’t it funny how day by day nothing changes, but when you look back everything is different.” C.S. Lewis

Een tijdje geleden schreef ik een post over hoe ik dacht/denk dat 2018 een weinig baanbrekend jaar zal worden. Een tussenjaar. Een leeg blad. Lieze schreef een gelijkaardige post over 2017, dat ze daarin geen grote stappen heeft gezet. Dat ze meer van 2018 wil maken. Dit zette me aan het denken. Klopt het wel dat wij denken dat er niets verandert? Een week na die post van mij werd ik met mijn neus al meteen op de feiten gedrukt. Dat klopt helemaal niet.

De mens houdt van nature niet van verandering. Verandering wordt door ons brein opgedeeld in de categorie gevaar, samen met brand, hongersnood en de angst om vermoord te worden door een voorbijganger wanneer we alleen wandelen in een donkere steeg. Ok, ik overdrijf misschien een beetje. Maar wij houden zo vast aan verandering. Of dat denken we toch, want zelfs tijdens dat vasthouden is alles continue in verandering.

Niets blijft hetzelfde in onze wereld, alleen lopen wij vaak enkele tellen achter om dat te beseffen. Het is dus niet zo dat er in 2017 niets is gebeurd of veranderd. En ook in 2018 zal onze wereld overhoop gehaald worden. Het is amper half januari en ik kan de veranderingen in mijn leven al niet bijhouden. Wij zetten allemaal elke dag stappen. En daar mogen we godverdomme trots op zijn. 

Het probleem met stappen zetten is dat je ze pas ziet op speciale momenten. Wanneer je achterom kijkt op het strand of in de sneeuw zie je de voetafdrukken die je achterlaat. Op een gewone doordeweekse dag niet. Wie kijkt er dan achterom? Waarom zou je? Maar je zet die stappen wel.

Op het strand, in de sneeuw zijn hier metaforen voor de leuke momenten. Die speciale momenten die je wil koesteren. Dan is achterom kijken leuk en je geniet van elke stap. Maar tijdens de ratrace waarin we elke dag verwikkeld zijn hebben we de tijd en/of zin niet om om te kijken, om te blijven stilstaan. We gaan vooruit. Ons brein maakt daarvan dat we elke dag hetzelfde pad bewandelen: van en naar het werk, naar de sportschool, in de zetel. Maar toch krijgen we elke dag nieuwe indrukken te verwerken, ontmoeten we nieuwe mensen en krijgen we kansen – die we ofwel aanvaarden ofwel negeren.

Wij zijn constant in beweging, onze voetafdrukken vervagen sneller dan wij beseffen. Stap voor stap ziet onze wereld er zo een stukje anders uit. En als je dan ineens de tijd neemt om terug te kijken of er gebeurt plots iets baanbrekend dan komt dat kei hard aan. Als een mokerslag. Hoe hard ons brein het ook probeert, je kan verandering niet stoppen. En dat is maar goed: altijd hetzelfde dat zou niet werken.

Stap voor stap, dat is het enige pad.

Hoe ga jij om met verandering?