Een gezonde geest in een…

Ik vertelde al eerder dat ik niet zo goed ben in self-care. En als ik er dan toch even tijd voor maak is dat vooral tijd die ik stop in mentaal opladen. In mijn hoofd proberen vrijmaken en rust te nemen. Ik besteed amper tijd aan mijn fysieke zelf, vandaar die blauwe plekken, droge huid, en ja, ook die wallen onder mijn ogen zo nu en dan.

In Flow 7 kreeg ik het inzicht mee dat dit een maatschappelijk probleem aan het worden is. Wij focussen zo hard op het rationele. Wij zijn voortdurend aan het nadenken, vergaderen, typen en lezen op het werk. Thuis zijn we het ene huishoudelijke klusje na het andere aan het doen terwijl die telefoon constant trilt door allerlei meldingen. Naar de sportschool gaan is de volgende to do op het mentale lijstje. En geef toe, zelfs tijdens het lopen zijn we bezig ons mentaal te voeden door naar podcasts of TED talks te luisteren.

Er is sprake van een ‘ontlijving’ in onze maatschappij. De lijven waar we dan nog wel mee in contact komen via sociale media zijn perfect gebruind, mager, afgetraind en vooral bewerkt. Ze lijken in het niets op dat flabberige (is dat een woord?) lichaam dat onder je kleren zit. Waardoor je je nog meer gaat afzetten tegen dat lichaam van jou.

We moeten terug meer appreciatie voelen voor ons lichaam. Want geef toe, je kan er fantastische dingen mee. We moeten opnieuw onze imperfecties koesteren. Opnieuw gaan voelen.

Vandaar het grote succes van yoga en meditatie, waarbij je terugkeert naar de basis: je ademhaling en in het geval van yoga daarna een aantal poses doet om opnieuw contact te maken met je lichaam.

Het heeft me wel wat wakker geschud, want ook het laatste waar ik mee bezig wilde zijn was dat lichaam. Sinds kort ga ik voor mijn nek en rug af en toe naar de kine. En daar werd ik vlakaf geconfronteerd met hoe hard mijn lijf uit balans is. Er is werk aan de winkel.

Komt erbij dat mijn lijf door het B-12 tekort ook best wat veranderd is (met name wat kilo’s minder waardoor er hier en daar wat botstructuur zichtbaar is) en ik het sowieso wat moeilijk had met die verandering, want ja, het valt nu eenmaal op. Ik heb er ondertussen terug vrede mee. Ik ben ik. En ik heb nooit echt grote complexen gehad over mijn lichaam. Dan is het echt wel te laat om hier nu nog mee te beginnen, neen? 😀

Dus in plaats van altijd maar bezig te zijn met dat koppeke ga ik vanaf nu nog wat meer naar mijn lichaam luisteren. En misschien geldt dat voor jou ook wel. We hebben maar één lichaam en moeten het er de hele rit mee doen. Laten we dat dan ook verzorgen. En mee opnemen in die oh zo belangrijke self-care.

Het is een inzicht dat ik jullie niet wou onthouden. En het leidde ertoe dat ik voor het eerst in een dikke tweeënhalf jaar mij ziek meldde op het werk. Omdat het lichaam tegen pruttelde. Normaal zou ik daar keihard doorgaan en dat in het weekend moeten bekopen. Nu koos ik bewust voor wat mijn lijf nodig had: rust en de juiste medicatie. Stap voor stap.

Ben jij vaak bewust bezig met het verzorgen van je lichaam? Of net niet?

Advertenties

Over HSP en stempels

‘Jij bent nu eenmaliger wat hooggevoeliger voor die zaken dan anderen hier’ aldus mijn zaakvoerder tijdens een persoonlijk gesprek waarin ik hem vertelde dat ik nog eens had nagedacht over zijn uitspraak dat ik gevoelig ben voor de emotionele balans op de werkvloer tijdens mijn evaluatie in het voorjaar. Dit gesprek was in de periode dat de groepsdynamiek aan het veranderen was, waarover ik hier al schreef. Ik werd hiermee met de neus op de feiten gedrukt: ja, ik ben gevoelig aan de balans op kantoor. Door mij hierop hooggevoelig te noemen ging er opnieuw een venster open in mijn brein, mijn zaakvoerder weet mij in ieder geval op allerlei manieren bezig te houden ;).

Ik was nog nooit door iemand hooggevoelig genoemd. En zoals altijd begin ik daar dan wat over na te denken en wat meer te lezen over hoogsensiviteit. De conclusie van mijn mini-onderzoekje was dat ik wel degelijk bepaalde kenmerken vertoon, maar zeker niet allemaal en dat de term hoogsensitief niet noodzakelijk de meest correcte stempel is voor mij.

Een tijdje later las ik het bericht van Sofie, die met dezelfde vraag worstelt, en eigenlijk deed me dat het volgende beseffen:

Waarom willen we toch zo graag stempels op elkaar plakken? Natuurlijk geeft dat houvast en helpt het de dingen te kaderen. Als iemand hoogsensitief is kan de ander daar rekening mee houden. Maar dat is het net. In de realiteit geven we iedereen maar een stempel (introvert, ADHD, dyslexie, HSP…), maar passen we ook echt ons gedrag naar die persoon aan? Ik denk het niet.

Wat mijn zaakvoerder bedoelde met mijn hooggevoeligheid is dat ik heel snel aanvoel hoe anderen zich voelen. En vooral wanneer collega’s met iets zitten ga ik dat zelf ook meedragen en wil ik daar iets aan veranderen (wat meestal niet eens kan). Ik kan daar dus echt door beïnvloed worden. Ik voel intuïtief aan dat iemand gaat vertrekken (ik ben letterlijk nog nooit geschrokken door zo’n aankondiging), struggelt met de werkdruk of gewoon gefrustreerd is door het een of het ander. Op zich is dat goed want ik kan tijdig steun bieden, maar ik draag het natuurlijk ook zelf mee. En dat is een zware last op mijn schouders. Ik kan letterlijk blokkeren als ik een collega zie struggelen omdat mijn hoofd alleen maar zoekt naar oplossingen.

Maar dat is nog iets anders dan het typische hokje dat de maatschappij aan een HSP’er heeft gegeven: snel wenen, gevoelig voor wat je tegen hem/haar zegt (‘die is lichtgeraakt zeg’), niet goed om kunnen met lawaai en andere prikkels etc.

Wat niet wil zeggen dat ik die kenmerken niet vertoon. Ik heb echt problemen met felle lichtprikkels. Fel wit licht van een computerscherm of koplampen van een auto, daar krijg ik bijna onmiddellijk pijn van aan mijn ogen. Maar met geluid heb ik dat dan weer niet. Ik functioneer meestal goed in ons open office en als dat niet het geval is, ligt het meestal aan mijn introverte karakter dat ik me terugtrek. Net zoals ik wel tegen een feestje kan, maar niet drie avonden na elkaar. Ik ween snel als er me iets dwarszit, maar niet noodzakelijk bij een film, serie of boek. Alhoewel ik met ouder worden het steeds moeilijker heb om het droog te houden bij een trieste scène.

Dus ja, voor wie dit leest is het misschien duidelijk. Ik vertoon kenmerken van hoogsensitiviteit, maar ik ben ook niet meteen het meest extreme geval dat op deze aardbol rondloopt.

De vraag rijst in welke mate het echt noodzakelijk is om tot een conclusie te komen of ik nu wel of niet hooggevoelig ben. Heb ik die stempel wel nodig? Wel, neen.

Het is belangrijk dat ik mezelf goed leer kennen. Dat ik besef hoe gevoelig ik ben aan de algemene sfeer op het werk. En dat anderen dat misschien ook beseffen en daar rekening mee houden in de mate van het mogelijk. Maar vooral dat ik daar rekening mee kan houden en een evenwicht kan vinden dat voor mij werkt. Ik moet nog heel lang  verder met mezelf en hoe beter ik mezelf ken, hoe makkelijker ik het me kan maken. Dat is veel belangrijker dan die stempels.

Wat vind jij van die stempels die we elkaar opleggen?

En omdat ik hoe langer hoe meer ervan overtuigd raak dat die hooggevoelige kantjes mijn persoonlijkheid toch wel wat beïnvloeden ben ik op zoek naar goede literatuur over dit onderwerp (het boek van Fleur Van Groningen hoef je me niet aan te raden, ik ben op zoek naar iets algemener dan een persoonlijke memoire). Tips?

Over influencers, bloggers en #spon

Er zijn een aantal woorden waarbij de rillingen over mijn lijf lopen. Bungee jumpen, cliff diven en andere zaken die met hoog klimmen en diep vallen te maken hebben. Om over trappen met gaten in nog maar te zwijgen. Maar het heeft niet enkel met fysieke angsten te maken dat ik bepaalde zaken niet kan horen. In mijn job is een van die woorden ‘influencer’. Van dat woord gaat het haar op mijn armen echt rechtop staan.

Ik denk dan aan een 19-jarige die perfecte travelselfies post voor haar 20.000 volgers. Maar dat is natuurlijk niet het correcte beeld. Een influencer is iemand die op een bepaalde manier een (meestal commerciële, maar bv ook politieke) boodschap verspreid naar zijn/haar publiek gelinkt aan een merk dat daarom al dan niet gevraagd heeft. Influencer marketing betekent dat je dat soort mensen aanspreekt en betaalt of op een andere manier beloont om over je merk te praten (online).

Het is het soort marketing dat niet binnen mijn takenpakket valt. Ik word er dus vooral mee geconfronteerd als consument zelf en als blogger die andere blogs leest en de gesponsorde verhaaltjes er zo al na één zin uithaalt. Meestal toch.

Disclaimer: ik kijk niet neer op bloggers die samenwerkingen aangaan en wil echt niemand tegen het hoofd stoten met deze post. Ik vind het zelfs interessant om te volgen en voorbeelden te lezen/bekijken. Ik wil gewoon even mijn gedachten op een rijtje zetten. Dat is mijn goed recht, net zoals het jouw recht is om een samenwerking met een merk aan te gaan. #Nojudgement.

Aanleiding tot dit bericht is de aanbeleving van de Raad voor Reclame dat influencers die op een bepaalde manier betaald worden om iets te promoten dit transparanter moeten doen. Meer specifiek moeten ze de hashtags #spon, #adv, #prom of #reclame vermelden. En moeten is een groot woord, want het gaat om een aanbeveling. Er is nog geen influencerpolitie.

Ik vind dit maar een logische. Je gaat op vraag van iemand anders over iets schrijven (en face it: je schrijft er bijna altijd positief over), dan mag je ook aangeven dat dit gesponsord is. Er zijn namelijk altijd lezers die de link niet zullen doorhebben en dat vind ik dit ongepaste beïnvloeding (of hoe noem je zoiets). Ik heb het gevoel dat de meeste bloggers die ik volg dat al deden, voordat deze aanbeveling het nieuws haalde. Mocht ik iemand volgen die dat niet doet, is dit voor mij wel een reden om hem/haar te ontvolgen. Je bent eerlijk of je bent het niet.

Ik erger me er dan ook zelden aan. Het is eerder dat ik het soms jammer vind. Heel wat bloggers die ik al volg vanaf het begin waren eerst klein en zijn dan stilaan beginnen groeien. En dan merk je dat ze ineens een pak meer samenwerkingen aangaan. Of dat ze een bijberoep beginnen en dat actief promoten. Ze worden dus commerciëler op een bepaalde manier. En soms vind ik dat jammer, omdat die nieuwe content niet altijd is wat ik wil lezen. Dat is vaak wat verder weg van het oorspronkelijke onderwerp van de blog en dan zit er voor mij niets anders op dan ergens anders te gaan lezen. Maar het tegendeel bestaat zeker ook: soms is het helemaal wat ik wil lezen en ben ik super geïnteresseerd in het bijberoep van die persoon.

En ik kan het niemand kwalijk dat de onderwerpen waarover ze schrijven evolueren, want hun leven evolueert natuurlijk ook. En soms moet je concluderen dat je het niet meer zo interessant vindt en ontvolg ik een blog. Dat is ook helemaal niet erg vind ik. Meer nog: mijn eigen blog evolueert ook constant qua inhoud. Dus ik kan voor 100% begrijpen waarom een blogger een omslag maakt.

Goede voorbeelden van #spon vind je vooral bij travel bloggers. Ook de Belgische en Nederlandse. Een korte tijd geleden verscheen ineens dezelfde bestemming in mijn tijdlijn. Ik zie er nog altijd posts over verschijnen momenteel. Ik had van die bestemming nog nooit bewust gehoord en de eerste keer dacht ik: “Ah tof, dat is een originele vakantie!”. Bleek dat het ging om een georganiseerde bloggersreis naar die bestemming. En nu begint het mij toch wat te irriteren dat ik al 50 artikels heb zien passeren die uiteraard allemaal over hetzelfde gaan, want ze hebben daar hetzelfde programma afgewerkt. Maar opnieuw no judgement, die reis zag er fantastisch uit en de bloggers geven allemaal in hun post aan dat het een gesponsorde trip is.

Alleen was ik eerst echt helemaal mee. En voelde ik me een klein beetje bedrogen als ik op het einde van de post over de samenwerking las. Stom eigenlijk, want die bestemming is leuk. Maar ik hoef er gewoon niet over gebombardeerd te worden. Want ik mag wel marketeer zijn en door de trucjes zien, toch weet ik dat ook ik beïnvloed wordt door reclame en sponsoring. Het werkt bij iedereen weet je.

En bewust naar ergens op vakantie gaan om erover te bloggen is ook anders dan iemand die na wat sparen en een periode uitkijken naar zijn/haar verlof op reis gaat en achteraf een verslagje post. Opnieuw no judgement, maar ik vraag me gewoon af hoeveel van die bloggers die bestemming echt op hun bucket list hadden staan?

Samenwerkingen kunnen dus echt wel werken. Als er een dikke match is tussen het merk/de bestemming en de blogger in kwestie. Maar dat is niet altijd het geval. Ik ben zelf nog nooit benaderd geweest, ik schrijf ook nooit reviews van producten ofzo. Ik schrijf over mijn leven. Dan val je moeilijk in een bepaalde categorie natuurlijk. Ik link bij boeken zelfs gewoon naar Goodreads en niet naar één of ander partnerprogramma waarmee ik een centje kan verdienen. Ook al zou ik dat centje wel kunnen gebruiken, ik wil daar persoonlijk niet mee bezig zijn.

Want één keer een samenwerking en je wordt al snel in een hokje geplaatst. Kathleen van Verbeelding verwoordde het mooi. “Ik blijf het gevoel hebben dat ik mij altijd moet verantwoorden als ik iets wil vertellen over een product dat ik zélf heb gekocht en dat ik leuk vind.” Ik ken Kathleen persoonlijk en als er nu één ding is dat ik weet, is dat zij altijd super authentiek blogt, ook als zij heel zelden eens een samenwerking aangaat. Het is altijd Kathleen haar echte stem en ik vind het ontzettend jammer dat zij het gevoel heeft dat ze zich moet verantwoorden.

Ik wil dat gevoel niet en dus is sponsoring geen ding op deze blog. Alles is vanuit mezelf geschreven, de goede en de slechte dingen. Of ik nu blog over uitjes die ik ben gaan doen, citytrips, boeken die ik gelezen heb of whatever. Van sponsoring is geen sprake. Dat is mijn keuze.

Ik weet hoeveel tijd er kruipt in een blog onderhouden. Als jij als blogger die samenwerking interessant vindt. Why not? Ik ga hier niet beweren dat ik nooit van mijn leven zou openstaan voor zoiets. Zoals Kathleen dat altijd ook zo mooi zegt: you do you he.

Maar dankzij #spon heeft een lezer wel meer macht in handen. Om die content te consumeren die hij/zij echt wil consumeren. Als ik geen zin heb in een gesponsorde boodschap kan ik die er nu veel sneller uitfilteren. Voor elke boodschap is een publiek, ook voor gesponsorde boodschappen. #spon is dus alleen maar een win-win voor beide kampen. En dat vind ik zeker een goede evolutie.

Beetje een moeilijke post om te schrijven omdat ik echt niemand in zijn gat wil bijten (voor de Nederlanders: voor het hoofd wil stoten). Dus ik hoop oprecht dat ik dat ook niet gedaan heb ❤️.

Vind jij #spon een goede evolutie?

Quarter life #3: is dit het nu?

2018 is het jaar dat ik 25 word. Voor velen is dat de ideale leeftijd. Je moet nog veel beslissingen maken in je leven. Alles kan nog. Maar het is tegelijk de leeftijd dat velen zich wat vastrijden. Dat de keuzemogelijkheden je belemmeren. Dat je je afvraagt of dit het nu wel is. Wat dit ook mag zijn.

Omdat er over schrijven kan helpen om het onderwerp toegankelijker en meer bespreekbaar te maken vond ik het een goed idee om een rubriek in het leven te wijden die enkele moeilijkheden, vragen, onzekerheden over de quarter life bespreekt. Want er is zoveel zever over te vinden online en dat helpt de vooroordelen niet echt de wereld uit.

Ik heb al eens van gedachten gewisseld over de checkboxes die we allemaal willen vervullen en de standaard die is weggevallen. Vandaag vertel ik jullie wat meer over dé vraag die steeds met een quarter life en ook een mid-life crisis wordt geassocieerd: Is dit het nu?

We kennen het fenomeen van een mid-life allemaal. De kinderen zijn het huis uit, op het werk moddert het allemaal maar wat aan en in je relatie is het niet meer wat het geweest is. De man des huizes beslist om de sleur te doorbreken en koopt een nieuwe sportwagen, gaat een nieuwe sport beoefenen of doet aan extra sport tussen de lakens met zijn minnares. Insert dramatische scène in een Hollywoodfilm.

Net zoals er vaak wordt overdreven rond een mid-lifecrisis, is dat ook het geval met een quarter life crisis. De vraag ‘Is dit het nu’ is dus zeker niet op iedereen van toepassing en wil niet zeggen dat iedere jongere op zijn 25ste besluit de wereld rond te trekken.

Maar 25 is wel de leeftijd dat je vaak in een vast stramien belandt. Je bent afgestudeerd en dus verloopt je leven op een gestructureerdere manier: werk, hobby’s, een minder bloeiend social leven en al dan niet een partner. De impulsieve beslissingen die je als student vaak maakte en de vrijheid om te kiezen wat je met elke dag wil gaan doen zijn niet meer aan de orde. Het is logisch dat je dan begint na te denken of de keuzes die je gemaakt hebt wel de juiste zijn.

Zit ik in de juiste sector? In het goede bedrijf? Is dit de partner waarmee ik mijn hele leven verder wil? Wil ik gaan huren of kopen? Bouwen of verbouwen? Waar wil ik dan gaan wonen? Ik merk dat het steeds meer deze onderwerpen zijn die de gesprekken met mijn vrienden overheersen, eerder dan het volgende feestje in de plaatselijke parochiezaal. Dat is niet meer voor ons.

En ergens is het dubbel, want ‘is dit het nu?’ is geen correcte vraag. We zijn 25 en eigenlijk ligt alles nog open. Is mijn job niet mijn ding, wie houdt mij dan tegen te veranderen? Of een sabatjaar in te lassen en te gaan reizen of zelfs opnieuw te gaan studeren? Noem ons verwend, maar er is niets mis mee om bij te sturen wanneer je het gevoel hebt dat het anders kan. Ik snap dat iemand van 50 jaar soms al eens terugkijkt en het gevoel krijgt dat hij/zij alle belangrijke beslissingen uit het leven al heeft genomen. Maar op je 25ste zou je dat gevoel niet mogen hebben.

En dus wordt ‘is dit het nu?’ eerder een vraag als ‘is dit nu wel wat ik wil?’. En dan is daar opnieuw dat verhaal dat omdat alles mogelijk is, er per definitie ook te veel mogelijk is. Het gras lijkt altijd groener op Instagram. Mogelijk omdat het gras daar bewerkt wordt door een of andere filterapp.

En stel dat op je 25ste toch die vraag rijst. Is dit het nu? Moeten we dan daar eigenlijk wel een probleem van maken? Is het niet logisch dat we ons af en toe afvragen of we wel willen doen wat we doen? Maakt dat ons niet net menselijk? Ik zie een kat zichzelf niet afvragen of het wel een goed idee is om weeral een dutje te doen. Een robot kan misschien wel Wikipedia doorbladeren en een quizvraag beantwoorden, maar zal niet snel in een existentiële crisis belanden.

Het is normaal dat we soms allemaal twijfelen over waar we mee bezig zijn. Jezelf in vraag stellen is helemaal niet zo erg. Wie is er niet onzeker? Ook die ene persoon waarvan het lijkt dat hij van zijn droom zijn beroep heeft kunnen maken zal soms twijfelen of hij ermee door moet zetten.

Op je 25ste, wanneer je voor die eerste keer al een tijdje in datzelfde stramien zit, zal die vraag dus zeker eens opdoemen. Je kan die vraag met alle rationaliteit proberen te beantwoorden of hem negeren. Maar misschien moeten we allemaal ons gezond verstand, onze gutfeeling, gebruiken en gewoon blijven doen wat goed voelt.

Is die job niets meer voor jou? Kijk dan uit naar ander werk. Ben je niet meer gelukkig in je relatie? Praat erover. Maar is alles wel oké? Doe dan vooral verder en zie die vraag als een soort tussentijdse evaluatie. Noodzakelijk om even stil te staan bij wat we doen, maar nu ook niet zo cruciaal dat je je hele leven ervoor op pauze moet zetten.

Komt de vraag ‘Is dit het nu?’ al eens bij jou op?

Waarom onze Instagramfeeds allemaal hetzelfde zijn en waarom dat oké is

Vrij recent haalde een Instagramaccount het nieuws. Deze keer geen BV die zijn liefdesleven uit de doeken deed of een te blote foto postte. Het account Insta-repeat lijst in elke foto die ze posten 12 andere foto’s van echte Instagrammers op die wel heel erg op elkaar lijken.

12 mensen in dezelfde kleur jas in een kano met hun rug naar de camera. 12 mensen staan in de opening van een rots of bovenop een rots uitkijkend over een vlakte. 12 mensen in het midden van de weg. Of in het midden van een brug. Altijd weer die rug naar de camera. 12 foto’s genomen binnenin een tent met zicht op de rivier. Een rood huisje in de natuur…

Bron: Insta-repeat

En van al deze dingen was het niet eens moeilijk om 12 foto’s te vinden. Er zijn er honderden in exact hetzelfde kader gepost via de populaire app.

Het is op zijn minst freaky te noemen. Maar de media zouden de media niet zijn als ze het allemaal nog een beetje willen opkloppen. Het zou zogezegd een account zijn dat kritiek heeft op hoe weinig origineel we zijn op dit visuele sociaal medium. Dat het creatieve Instagram oncreatief is geworden. Dat we allemaal hipsterreizigers zijn die met dezelfde foto’s thuiskomen.

Het account tagt ook steeds de 12 mensen van de foto’s en sommigen nemen dat niet bepaald goed op. Het lijkt een aanval op hun creativiteit en ze voelen zich in hun hipstergat gebeten.

Maar eigenlijk is het gewoon een mooi account om te volgen. Het legt iets diepers bloot. Niet dat de eenheidsworst ons creatief brein kapotmaakt. Neen, het toont aan dat we allemaal hunkeren naar het gevoel om er bij te horen. Om iets te creëren waarvan je weet dat het aanvaard zal worden. Dat het je bevestiging zal geven.

Wij zijn sociale dieren. Wij doen dingen voor, met en door anderen. Een foto maken puur voor onszelf, eigenlijk bestaat dat niet. Je maakt een foto van een bepaalde belevenis om het te delen met iemand die er op dat moment niet bij is. En ja: ook om dat moment te behouden en die herinneringen tastbaar te maken. Maar wees eens eerlijk, hebben we die foto’s echt nodig om een herinnering op te slaan? Ik denk dat foto’s zelfs een herinnering vervagen. Op een foto zie je niet dat je net 3 bussen hebt moeten nemen om ergens te geraken of die dag barstende hoofdpijn had. Dat zijn details die vervagen. Het moment aan die waterval met je gele regenjas wordt door de foto mooier dan het eigenlijk echt was.

Door dit account lijken we verwikkeld in een grote eenheidsworst van mensen die elkaar naapen, maar eigenlijk zijn we gewoon allemaal op zoek naar bevestiging. Die is fysiek niet altijd makkelijk te verkrijgen, maar online kan iemand aan de andere kant van de wereld jouw foto een hartje geven. En of we dat nu willen toegeven of niet: elke like of reactie doet ons goed voelen. En laat dat nu net het resultaat zijn waarop ons brein staat geprogrammeerd. Jezelf gewaardeerd voelen.

Ik heb zolang een haat-liefde verhouding gehad met Instagram. Het gevoel dat ik een perfecte foto moet nemen voor ik aan een beetje likes raak. Ik postte dus ook al lang helemaal niks meer. Ik heb de laatste jaren een massa foto’s gemaakt en vaak zitten daar echt mooie plaatjes tussen. Ik had alleen niet de nood om deze te posten en door mijn volgers hun referentiekader van perfect te laten gaan. Voor mij was die foto perfect, ik hoefde niemand die me zei dat dit niet zo was.

Toen het lief en ik op Malta door de historische stad Mdina aan het wandelen waren herkende ik ineens een plekje. “Dit is the famous blue door” zei ik. Het lief snapte niet waar ik het over had, maar vond het bij nader inzien inderdaad een mooie gevel met de kleur van de deur en de felle paarse bloemen.

IMG_4207.jpeg

“Neem eens een foto van mij.” vroeg ik. “Dan zal ik je later laten zien waarover ik het heb.” Als volleerd hipster ging ik aan de deur staan poseren, wat ik normaal niet zo snel doe. En met “volleerd hipster” bedoel ik allesbehalve hipster want met mijn flueroze loopschoenen onder mijn felgeel kleed en met bezweet voorhoofd zal ik niet meteen de hoofdprijs winnen in de Instagrampoppemiekeswedstrijd.

En toen deed ik Instagram open op de locatietag Mdina en vond ik dit:

43323058_473519403154112_2649155426108571648_n.jpg

The Blue door is alomtegenwoordig

Het gaat eindeloos door, die foto’s van mensen aan het blauwe deurtje. Het is de meest geinstagramde (is dat een werkwoord?) locatie van het stadje. Het lief snapte daardoor meteen wat ik had bedoeld met ‘famous blue door’. Dit deurtje zou perfect op Insta-repeat kunnen. Deze foto heeft me terug doen lachen met Instagram en het allemaal doen relativeren.

Sinds kort post ik af en toe foto’s die ik met mijn camera heb genomen, de laatste jaren of zelfs vrij recent. Niet met mezelf op, gewoon foto’s die ik zelf mooi vind. En die ik wil delen. En nee, ik heb niet veel likes. En nee, de foto’s zijn ook niet origineel. Mijn feed lijkt zelfs waarschijnlijk op die van jou. So what? We lijken allemaal op elkaar en dat is net goed. Ik vind het te leuk om foto’s te nemen om die in een onaangeraakt mapje op mijn computer te laten staan (en ik zit heel erg achter met mijn fotoboeken).

Druk de volgende keer bij een leuke foto in je tijdlijn wat sneller op dat hartje. Ook al heb je die foto al gezien en snak je zelf naar vakantie. Waardering geven doet minstens evenveel deugd als waardering krijgen.

Ben jij actief op Instagram of net niet?

Een beetje introvert is best oké #3

Het is nooit de bedoeling geweest dat dit een soort van rubriek zou worden, maar af en toe heb ik blijkbaar nood om een potje te lullen over mijn introvertheid. Een kleine twee jaar geleden heb ik mijn introvertheid leren omarmen en een jaar geleden handelde ik er zelfs al naar om mezelf af en toe wat meer alleentijd te geven.

Ik botste keihard tegen mijn introvert karakter tijdens #BAS1516. De dynamiek in een groep kan mij blijkbaar anders op zaken doen reageren. Hij kan mij net aanweziger maken of in een hoekje stil verzeild doen raken. Toen ik twee jaar geleden begon te werken op mijn huidige job startte ik samen met 4 andere collega’s. Voor de bestaande collega’s was dit meteen een grote groep nieuwe mensen erbij en ik heb al vaak horen zeggen dat dit de sfeer op kantoor toen erg hard heeft beïnvloed. Drie van de collega’s die toen samen met mij zijn gestart zijn extravert en heel aanwezig, terwijl onze developmentteams van nature uit heel introvert zijn. Zij moesten daar toen wel hard aan wennen.

Ik vond gelukkig snel mijn plaatsje in de groep. Het jaar daarop vertrokken heel wat collega’s, er kwam ook regelmatig iemand nieuw bij, maar ons totaalaantal bleef min of meer hetzelfde. Tot nu.

Sinds juni is er één collega weggegaan en er zijn 7 collega’s bijgekomen. De helft van hen vervangt ook effectief iemand die is vertrokken, maar er is ook gewoon extra mankracht bijgekomen.

Voor alle duidelijkheid: die mankracht was effectief nodig. Het was op zijn zachtst gezegd druk en dat is het nog altijd. Er zou nog 5 man extra bij kunnen met het huidige werk. Maar voor mij is het eerlijk gezegd even genoeg geweest.

De dynamiek in de groep is weer zoek. Ik merk nu hetzelfde als wat de anderen twee jaar geleden ook gehad moeten hebben. We moeten aan elkaar wennen. In elk team zit een nieuw gezicht. Met een eigen karakter. En het zijn heus niet allemaal extraverten. Dat is het zeker het probleem niet. Het is eerder zoeken naar balans, naar structuur.

Ik kruip er onbewust van in mijn schulp. Er zijn het laatste jaar wat mensen vertrokken met wie ik goed klikte en het heeft even wat tijd nodig om dat gevoel te krijgen bij de nieuwen. Ik ben overgevoelig aan de sfeer op het werk en merk gewoon dat iedereen zoekende is, waardoor ik zelf ook enorm op zoek ben naar iets dat ik niet kan definiëren (hoera, weer zo’n duidelijke blogpost van mij!!). Toen vorige week de laatste nieuwe collega begon was ik zelfs niet meer enthousiast. Er zijn even genoeg nieuwe gezichten. We zijn nog nooit met zoveel geweest…

Ik weet dat dit allemaal gaat loslopen. De mensen zijn goed geselecteerd. Ze passen in de groep. En ze zijn minstens even onzeker als wij allemaal. Eén op één heb ik al fijne gesprekken gehad. Maar mijn introverte persoon is op zoek naar een referentiekader. En dat is er nog niet.

Dus had ik even helemaal geen zin in een weekendje met één van de teams (dat niet het mijne was en dus was ik sowieso al iets meer een outsider) en in een teambuildingsactiviteit met zijn allen.

En weet je wat. Ik heb even moeten doorbijten. Maar dat weekendje en vooral die teambuilding zijn helemaal goed gekomen. Ik probeer tijd te nemen om één-op-één mensen te leren kennen. En af en toe zonder ik me toch even bewust af. Ik hoop zo dat dit allemaal op zijn pootjes valt. Zoals het dat altijd doet.

Het was weer even geleden dat mijn introvertje en ik elkaar kwijt waren. Maar deze keer ben ik niet tegen de muur gelopen. Deze keer heb ik het ‘probleem’ mooi op voorhand kunnen uitspreken en maatregelen kunnen treffen. De tijd nemen om te wennen. Me niet in die extraverte rol duwen, want dat vraagt zoveel energie. En zo doe ik mezelf elkaar keer wat minder pijn. Want zo’n muur die gaat niet vanzelf aan de kant. Daar moet je over klimmen om een botsing te vermijden.

Hoe ga jij om met een nieuwe groepsdynamiek?

Over je passie volgen en je dromen najagen

Het is een beetje een tegendraadse post, want de ondertitel van mijn blog is passie als toverwoord. Maar daarin gaat het vooral over dingen met passie doen. Ook alledaagse dingen. Het gaat niet zozeer om je passie volgen. Want dat is iets dat ik zelf namelijk nog niet heb uitgevogeld hoe ik dat dan moet doen.

Wat is mijn passie? Heb ik een passie? Of heb ik er meerdere? Het is nogal belangrijk om dit te weten voor je het kunt volgen. Ik las over het laatst in een online tijdschrift (sorry ik weet echt niet meer waar) iets over hoe iedereen naarstig zijn dromen probeert na te jagen en hoe dat voor een vreemd gevoel kan zorgen als je zelf nog niet helemaal weet wat je passie is. Dan loop je maar wat verdwaald rond in een stad die je niet kent.

Wel sorry maar hoe herkenbaar is dat? Ik doe een aantal dingen heel graag. En dat zijn dingen die ik doe uit mezelf en voor mezelf. Zonder dat iemand zegt dat ik het moet doen. Schrijven bijvoorbeeld. Ik doe het moeiteloos, graag en spendeer er vrije tijd aan. Ik doe dit eigenlijk nog maar 3 jaar, want voor deze blog had ik niet het flauwste benul dat dit iets voor mij was. Ik heb het soms nodig om te functioneren, dat schrijven. Het gaat me dan niet om publiceren of reclame te maken rond de blog. Nee, puur schrijven op zich. Woord per woord. Om mijn gedachten op een rijtje te zetten. Dat zijn ook mijn beste stukken vind ik zelf. Schrijf ik zoals afgelopen weekend eens niet (want op vakantie), dan zit mijn hoofd de week erna dubbel zo vol. Dat moet eruit.

Maar is schrijven nu mijn passie? Ik denk dat niet. Mensen zeggen dat je van je droom, hobby of passie je beroep moet proberen maken. Wel, ik schrijf soms tijdens mijn werkuren voor klanten en ik kan je nu al één ding zeggen: dat is niet hetzelfde. Ik denk dat schrijven voor mezelf een passie kan zijn, maar het zou nooit mijn beroep kunnen zijn (het is momenteel een groot deel van mijn job, maar ik bedoel hier enkel puur schrijven). In de eerste plaats omdat niemand mij zou betalen om over mijn gedachten te schrijven (als je hier niet mee akkoord bent – en je hebt geld op je bankrekening – gelieve me dan nu te contacteren!), maar vooral omdat het dan van moetes is (want SEO en wensen van klanten, je lezer vooropstellen enzoverder).

Moeten is niet tof weet je wel? Moeten maakt iets dat je graag doet tot een plicht. En je plichten ga je amper je passie noemen, toch?

Wat is dan mijn passie? Ik vind dansen leuk. Maar zou het niet professioneel kunnen doen. Geschiedenis is zeker een zwaar interesseveld, vooral bepaalde periodes. Ik vind marketing en reclame de max, maar zou het geen droomjob willen noemen. De koers en de cross, dat is uitermate boeiend. Verstand op nul en topsport kijken. Maar of het meer is dan dat?

Ik weet het niet. Ik heb geen passie om te volgen. Ik heb verschillende interesses en hobby’s waaraan ik graag mijn vrije tijd besteed. Maar een duidelijke passie die boven alles staat?

Je ziet veel bloggers een bucketlist, life list, 40 things before 40 (en weet ik veel hoe ze het noemen) opstellen. En ja, er zijn heel wat dingen waarvan ik vaak zeg dat ik ze eens wil proberen of meegemaakt hebben. Op roadtrip, leren drummen, een ballonvaart om maar enkele voorbeelden te noemen. Ik zou dat in een soort van bucketlist kunnen gieten. Maar opnieuw: een droom? Of zelfs maar een droomjob? Ik vrees dat ik je het antwoord schuldig moet blijven.

En dat klinkt raar om te zeggen. Want natuurlijk droom ik wel. Wat als ik de Lotto zou winnen? Wat als ik een jaar zonder job zou kunnen? Ik kan wel heel wat fijne dingen verzinnen om mijn tijd mee te vullen. Maar wat-als scenario’s zijn niet hetzelfde als wat die coaches bedoelen wanneer ze zeggen dat je er voor moet gaan, voor die droom.

Er valt weinig na te jagen als je elke dag er het beste van probeert te maken vind ik. Waarom zou ik wachten tot ik gevonden heb wat ik wil najagen? Laat mij maar gewoon elke dag fijne dingen doen. Hoe klein ook.

Ik ben keihard zo’n lijstjesmens als ik naar een nieuwe stad ga. Ik wil zoveel zien, zoveel bezoeken, overal gaan eten. Maar ik kan dat ook vrij goed loslaten. Soms ligt het mooiste plaatje om de hoek en uit je route. En dat besef is goud waard. Wat heb ik er aan als ik me vastbijt in iets en dan al het andere moois niet meer zie?

Heb jij een passie? Of struggle je hier ook een beetje mee? 

P.S. Dit is niet echt een samenhangende post denk ik. Het was gewoon weer zo eentje die eruit moest. Nu is dat uit mijn systeem.