Zolder

Eigenlijk wilde ik deze post ‘oranje’ noemen. Omdat onze noorderburen zo snoeihard uithaalden gisteren. Omdat ook ik dacht dat het jongetje van 21 met al zijn klasse zijn wereldtitel zou verlengen. Maar oranje is geen goede titel voor het verhaal wat ik wil vertellen.

Ik noem deze post Zolder. Zolder, wat ken ik je goed. Jij, die elke tweede kerstdag tot een feest weet te maken. Ik ken elke meter, weet elke bocht liggen. En toch stond ik daar niet in die gevaarlijke afdaling. Maar ik was er wel. In gedachten. In gedachten deden mijn enkels alweer pijn van urenlang in een scheve houding te staan en hadden mijn voeten het ijskoud.

Zolder, wat heb je me teleurgesteld. Je hebt me zelfs een beetje pijn gedaan. Ik was gisteren mijn kluts helemaal kwijt. Niet dit. Niet in mijn Zolder. Maar vandaag heb je me verrast. Je hebt me opgebeurd, op het puntje van mijn stoel gezet. Je hebt me opnieuw verliefd doen worden. Zolder, wat ben je mooi.

Toen Wout Van Aert om iets na 16u als eerste over de finish reed, besefte ik dat het niet Zolder was die me heeft teleurgesteld. Het zijn mensen die dat hebben gedaan. Mensen zoals jij en ik die ook fouten maken. Dat is menselijk en dat verdient begrip.

Hoe kan je het in godsnaam een Thalita De Jong kwalijk nemen dat ze heeft gewonnen? Een meisje dat zo getalenteerd, zo ontwapenend is? Een meisje dat met haar klasse doet denken aan Vos. Marianne Vos die op haar beurt zo ontwapenend zat te supporteren voor haar ploeggenote, terwijl ze zelf baalde dat ze er niet bij was. Natuurlijk is ‘ons’ meisje daar niet blij mee en huilde ze bittere tranen. Maar deze teleurstelling moet snel weggespoeld worden, er zijn ergere dingen.

Een meisje van 19 dat heel de sport bezoedeld heeft bijvoorbeeld. Ik wil hier geen uitspraken over doen. Bewust of niet, waarheid of leugen. Het feit is dat het een domper zet op alle vreugde. Mechanische fraude heet dit dan. Een primeur voor jou, mijn beste Zolder. Een bondscoach in tranen en de geruchtenmolen met dat irritante wijzende vingertje naar nog meer renners. Het is nog te vroeg voor mopjes, maar van mij mogen ze er snel zijn. Deze kleine sport heeft relativering nodig en humor is de beste troost.

En dan waren er nog de supporters. Met tientallen waren ze afgezakt naar het circuit van Terlaemen. En ze riepen tot ze geen stem meer hadden. Jammer genoeg riepen ze soms de foute dingen en gooiden ze met de foute dingen. Zolder heeft bij mij altijd de reputatie gehad van één van de crossen met het meest faire publiek. Jammer dat dit dan anders blijkt op het moment dat heel de wereld meekijkt. Gelukkig zijn Mathieu en Lars volwassen en nuchter genoeg om hier mee om te gaan.

Velen zullen deze wereldkampioenschappen slapstick noemen. Een brommertje, een te vroeg juichende Tsjech, een akkefietje met een schoen,… Laten we het woord slapstick vergeten jongens. Laten we deze wereldkampioenschappen plaatsen in het genre drama. Een goed drama doet je schrikken en maakt je daarna aan het huilen. Maar een goed drama brengt aan het einde ook verlossing en laat je toch nog genieten. Die verlossing kwam vandaag, met twee geweldig spannende wedstrijden en mooie winnaars.

Proficiat Jens Dekker, Evie Richards, Thalita De Jong, Eli Iserbyt en Wout Van Aert met jullie wereldtitels!

Zolder, wat ben je mooi. Tot op 26 december 2016!

P.S. Het WK van 2002 is 14 jaar geleden. Zullen we anders binnen 14 jaar een nieuwe afspraak maken? In 2030? En moeten de kampioenen die dan zullen heersen nog geboren worden? 

De laatste keer

Beste Sven,

Het was de laatste keer. De laatste keer die boomstammen, die ellendig lange trap, die beklimming van de Balenberg, jouw Balenberg, en dan die ene gevaarlijke afdaling waar je ook nog eens je broek scheurde. Het was de laatste keer dat je aan de start stond van jouw Grote Prijs. De laatste keer dat we geen commentaar nodig hadden om te weten waar de renners zich bevonden. Het geroep was overdonderend genoeg, overal waar jij passeerde. Meer dan 12.000 mensen waren naar de Balenberg gekomen, vooral voor jou, het was waanzinnig.

Voor velen is 1 januari een dag van ontkateren, van opnieuw veel eten en van familie. In Baal worden de nieuwjaarswensen traditiegetrouw geuit in de modder en de koude. Ontkatert wordt er nog niet, integendeel. Ik kan me geen andere nieuwjaarsdag voorstellen. Gelukkig is dat ook niet nodig, want er komt een volgende, zonder de kannibaal, maar met alle toppers aan de start en een ploegleider, die er 12 keer won, aan de kant.

Uiteraard won de kroonprins de race, wie houdt hem tegen in de modder? Maar jij werd er tweede en je mocht dat podium op. Je kon je supporters geen mooier nieuwjaarscadeau geven. De massa vierde je tweede plaats als een overwinning en scandeerde merci Svenneke. Had jij ook zo’n kippenvel?

Het is nog niet voorbij, het is pas voorbij wanneer je de streep over bent in Oostmalle. Wanneer het sportpaleis twee dagen lang op zijn grondvesten heeft gedaverd. Maar het was de laatste keer in Baal, daar waar de toekomst lonkt. Het Sven Nys Cycling Center is in volle opbouw en voor jou wordt er een ereplaats voorbehouden. Als je daar dan binnenkort achter je bureau zit en je kijkt naar jouw Balenberg en je luistert eens even heel goed. Heel aandachtig. Dan zal je ze nog horen roepen. Merci Svenneke. Merci Svenneke. Merci. Kippenvel voor altijd.

Eén van je ontelbare supporters,

Annelies

Sterretjes

Nee, ik ga het niet hebben over Twitter die deze week zijn sterretjes in hartjes veranderde. Ik ga het hebben over andere sterretjes. Over de sterretjes in het veldrijden. De cross telt vele stercoureurs maar allemaal zien ze momenteel de sterretjes voor hun ogen vliegen. Dat is de schuld van één man. Nu ja, van een jongetje van nauwelijks 21 jaar.

8/10. In acht van de tien wedstrijden waaraan Wout Van Aert deelnam reed hij als eerste over de streep. Dat zijn de feiten. Wat de feiten niet weergeven is dat hij die acht wedstrijden heeft gewonnen met overmacht. Met belachelijk veel overmacht. Las Vegas, Neerpelt, Erpe-Mere, Gieten, Ronse, Kruibeke, Zonhoven, de Koppenberg,… Toegegeven, hij smeet niet elke keer met minuten maar het oogde allemaal zo vlotjes, zo gemakkelijk.

Oké, behalve dat ene moment in Ronse waar Wout tot een paar ronden voor het einde niet de sterkste in koers leek. Dat was hij waarschijnlijk ook niet, maar hij was wel de slimste. Hij reed weg waar niemand volgde en kwam uitgeteld over de meet. Toen leek het mogelijk om de heerschappij te doorprikken. En dat deed Lars Van Der Haar de week erna in zijn Valkenburg.

Maar die nederlaag in Valkenburg betekende niet dat de zegereeks ten einde was. Lars versloeg Wout nog wel in Boom maar de demonstraties van Van Aert in Zonhoven en Oudenaarde waren fenomenaal. Op de mythische Koppenberg, het echte begin van het seizoen, had niemand een antwoord op die ene moordende versnelling. Hij finishte ruim een halve minuut voor de rest.

Van Der Haar is in de vorm van zijn leven. Nys is terug op niveau. Pauwels is goed, Meeusen begint onder de mensen te komen. Er staat bovendien een hele horde jonge renners te springen om het beste van zichzelf te geven met Sweeck, Merlier en de kleine Vanthourenhout op kop. En toch zien ze allemaal sterretjes. Ze zien hem vertrekken en weten dat het weer voorbij is. Op maandag dan maar terug de fiets op en hopen dat je dit weekend beter kunt of dat hij minder goed is. Het is de enige manier… (En laat ons niet vergeten dat er thuis nog een jongetje staat te trappelen om ook eens een cross te rijden en Van Aert alle kleuren van de regenboog te laten zien.)

Als al de rest nu al weken sterretjes ziet, wie houdt hem dan tegen in Huijbergen om de sterretjes te plukken? Want dat is de inzet komende zaterdag op het Europees kampioenschap. Een blauwe trui met sterretjes. Ik zie hem al schitteren. Of toch niet?

Vier mooie jaren

Afgelopen vrijdag was het zover. Het einde van een tijdperk. Onder het motto eentje is geentje ging ik voor de tweede keer naar de proclamatie van de faculteit Sociale Wetenschappen van de KU Leuven. Dit keer om een geweldige periode af te sluiten samen met de vriendinnetjes. Of mijn studententijd de mooiste periode uit mijn leven zal zijn, dat weet ik nog niet. Wat ik wel weet is dat het vier mooie jaren waren.

Vier jaar geleden, toen ik eindelijk van die middelbare school af was, ging voor mij een nieuwe wereld open. Als boerenmeisje voor het eerst naar de grote stad Leuven en dat elke dag met de trein (ik was nogal optimistisch toen ^^).

Al snel bleek dat Leuven niet zo’n grote stad is. Maar wat vaststaat is dat Leuven geweldig is! Ik ga Leuven ontzettend missen. De clash tussen jong en oud, de terrasjes die na één zonnestraal al vol zitten, het lekkere eten, de mooie gebouwen, … Leuven, je bent nog niet van mij af, ik zal je blijven bezoeken.

De trein: tja ik heb dat vier jaar gedaan. Elke dag opnieuw. Correctie: elke dag dat er geen treinstaking was (en er was nogal vaak een staking). Ik ben ook niet elke dag op tijd in de les geraakt (ofwel veel te vroeg natuurlijk). Enfin, ik zou uren kunnen vertellen over mijn belevenissen met de NMBS tijdens de afgelopen vier jaar maar ik zal het kort houden: ik denk niet dat ik nog vaak een trein zal nemen.

p1020091

En dan het studeren zelf. Eindresultaat: een bachelor Communicatiewetenschappen en een master Bedrijfscommunicatie. Goed voor 240 studiepunten, meer dan 40 opleidingsonderdelen (en dus evenveel examens), twee stages, twee seminaries, vele groepswerken en één Masterproef. Het was vaak afzien en blijven zwemmen maar ik heb de eindmeet gehaald.

Ik heb heel wat kennis vergaard over media en strategische communicatie maar ook over politiek en taalkunde, over recht en psychologie, over statistiek en wetenschap,… Het meest heb ik echter geleerd over mezelf. Ik ben niet langer dat meisje van vier jaar geleden. Ik heb ondertussen een vele ruimere blik op de wereld, een kritische blik ook. Ik heb ontelbare mensen ontmoet en met hun bijhorende achtergrond en levensvisie kennis gemaakt.

Na vier jaar leef en denk ik als een communicatiewetenschapper en dat… dat had ik niet verwacht. Het lijkt allemaal zo banaal: je gaat naar lessen, maakt opdrachten, leert de theorie en legt examen af. En dat steeds opnieuw en opnieuw. Maar het doet meer met je dan je denkt. Je neemt een bepaalde houding aan, een bepaalde mentaliteit, een levensvisie bijna. Ik ben nu een meisje van 22 met een kritische open geest. En dat valt niet in punten of graden te omschrijven. Dat is iets dat ze me nooit meer afpakken.

Beste KU Leuven, u hebt mij gevormd als persoon. En laat dat nu net het doel van een universiteit zijn: onderwijs en vorming. Ik dank u en alle mensen waarmee ik de afgelopen vier jaar in contact ben gekomen. Bedankt voor vier mooie jaren! 

Bijna (maar nog niet helemaal…)

We schrijven begin september. Op het journaal zijn huilende kindjes met veel te grote boekentassen te zien. En ongeruste moeders. De hervorming van het secundair onderwijs is opnieuw een hot topic. De kusthoreca is voor het eerst in jaren tevreden. Het was een prachtzomer. Laundry Day warmt zich op voor wat één van de laatste grote festivals van de zomer zal zijn. Maar over iets wordt nog niet gepraat. Nog niet. Het is nog te vroeg.

Ik kan het alvast ruiken. Zelfs een beetje proeven. Het is aantocht. Maar het is nog te vroeg. De zon schijnt nog, sommige bloemen staan nog in bloei. Te vroeg. In Amerika en China kan het al, in België nog niet. Geduld, Annelies. Geduld.

Ik ben een zomermeisje. Ik hou van de lange warme dagen waarin mensen buiten komen en gewoon gezellig wezen. Ik hou van terrasjes en van languit liggen in parken. Ik hou van gratis festivals en al die andere dingen die bij vakantie horen. Ik hou van de zomer.

Maar diep vanbinnen hou ik ook van de koude en de modder. Diep vanbinnen wil ik mijn botten alvast klaarzetten. Ik wil renners zien afzien in die kou en in die modder. Ik wil naar buiten kunnen gaan met mijn muts scheef op mijn hoofd en met een niet bij de muts passende sjaal om mijn nek staan roepen naar lichamen die zichzelf afbeulen in een modderig veld. Of in een zandvlakte. Of op gevaarlijk glad ijs. Om de week erna, wanneer het nu toch echt wel te koud is om buiten te komen, met een tas thee en een haardvuur dichtbij diezelfde groep lichamen zichzelf opnieuw te zien afbeulen. Deze keer horen ze me niet maar ik roep naar het scherm alsof ze dat wel doen.

Voor sommige zal het het eerste profseizoen ooit zijn. Voor hem is het het laatste. Het is het seizoen waarin de tussengroep voor de laatste keer gekneld zit tussen jong en oud. Voor je het weet zal die tussengroep zelf behoren tot de categorie oud. De jeugd moet bevestigen. Zij staan te trappelen om zich te bewijzen. Hij wil nog één keer genieten. Nog één keer schitteren in zijn speeltuin.

Het wordt een pracht van een veldritseizoen. Ik kan het ruiken, proeven en al vaag voelen. Maar voorlopig enkel nog huilende kindjes met veel te grote boekentassen in beeld. Nog even geduld. Nog heel even.

Tot die dag aan de overkant van de grote plas. Tot Las Vegas op woensdag 16 september.