De witte wolf

Zegt de parabel ‘the one you feed‘ je nog iets? Kort samengevat: ik zat met heel wat onrust en angstige gevoelens in mijn hoofd. Veel meer dan anders. Ik ben altijd een zeer positief persoon geweest. Zo’n ‘alles komt altijd goed’ persoon. Sorry, voor wie dit zo’n lastig zinnetje is. But it does. Het komt goed

Daar ben ik namelijk weer zelf getuige van. Die zwarte wolf is er niet zomaar gekomen. Ik heb maanden gepiekerd over waar die vandaag kwam. Want ik vond niet meteen een echte aanleiding. Een beetje druk op het werk was het enige dat ik kon bedenken. Maar of dat nu zo’n gevolgen kon hebben?

Dat mijn lichaam ondertussen stop aan het zeggen was had ik nog niet echt door. Ik ben soms geweldig goed in negeren. Tot het warm weer werd en bijna geen enkele van mijn zomerkleren nog pasten. In de andere seizoenen draag ik wijde bloesjes en strakke jeansbroeken, dat blijft vaak goed zitten. Maar mijn shortjes en rokjes vielen letterlijk op de grond. Na 10 jaar lang altijd maatje M te hebben gehad (en ik zonder nadenken in recordtempo pashokjes kon bezoeken) kon ik in de winkel ineens een S en zelfs soms een XS aan. Zonder moeite.

Toen besefte ik dat ik die parabel best letterlijk kon nemen. De zwarte wolf zat niet alleen in mijn hoofd. Hij was letterlijk aan het eten, van mijn lichaam.

En nog heb ik eigenlijk te lang gewacht met actie te ondernemen. Mijn overgevoelige sinussen en pijnlijke rug kregen uiteindelijk aandacht, want het zal dat wel weer zijn. Maar soms moet je dieper zoeken. Na weer een week fysieke problemen zette ik de stap naar een bloedonderzoek.

Het is belachelijk simpel. Mijn witte wolf heet B12. En hij heeft te weinig eten gekregen, zoals de parabel het al voorspelde. Een serieus B12-tekort veroorzaakt een uitgebreid symptomenlijstje, zo vertelt het internet mij. En mijn checklist werd in razendsnel tempo afgevinkt. Ja ook depressieve gevoelens en gewichtsverlies staan op de lijst. Samen met vermoeidheid, concentratieverlies, duizeligheid, hoofdpijn, maagproblemen en al die andere klachten die de afgelopen maanden bij mij hebben aangeklopt. En ik was zo dom om ze binnen te laten.

Het fijnste is dat ik weet dat ook het mentale gevoed werd (of net niet gevoed werd) door dit tekort. Dat ik dus nog steeds die positieve Annelies kan zijn. Dat er niets mis is met mij op dat vlak. Die angst gaat passeren. Het komt goed.

Dus hoewel ik al in mijn gedachten de witte wolf meer aan het voeden was, krijgt hij nu ook letterlijk wat extra supplementen. En ik een stamp onder mijn kont. Self-care enzo.

En jullie self-care, hoe zit het daar mee?

Advertenties

The one you feed

Er heerst al maanden best wat onrust in mijn hoofd. Je kan het quarter life noemen, of gewoon een periode waar ik door moet. Het feit dat fysiek niet alles goed draait heeft er waarschijnlijk ook mee te maken. Maar er is onrust. Die zich bij mij vooral uit in angst: irrationele angst om mensen, huisdieren en dingen te verliezen.

Stilaan lukt het om deze angstgevoelens weg te duwen, van me af te zetten. En er is een inzicht dat me geholpen heeft. Eentje die ik tegenkwam bij Kelly. The one you feed. Het komt van een parabel maar om het kort te houden: het gaat erom dat je zelf kiest welke gevoelens je in stand houdt. Welke wolf je eten geeft dus.

Ik ben al veel te lang die zwarte angstige wolf eten aan het geven. Te weinig aan het waarderen wat er is. Ik ben de lichtpuntjes aan het vergeten. Ik geef aandacht aan wat er niet is en dat is eigenlijk te belachelijk voor worden. Want het is er niet. Het beeld dat ik in mijn hoofd heb is onbestaande. Waarom me er dan door laten opjagen?

Het heeft er allemaal mee te maken dat het laatste jaar als een roetsjbaan is voorbij gevlogen. Ik heb sinds kort op het werk eindelijk tijd om verder te denken dan de volgende week. Ik denk dat dat geleden is van vorig jaar september. Om eens wat dingen te doen die niet hyperbilleable zijn waar de klant op wacht en dat ik moet kiezen welk dringend project eerst voorrang krijgt. En dan heb je nog project huis, een nieuwe relatie, een gezondheid die niet mee wil. Ergens is het niet meer dan normaal dat die zwarte wolf rustig heeft kunnen eten. Maar overdaad schaadt, hij moet op dieet.

Dus geef ik wat meer aandacht aan die fysieke basis. En probeer ik even van de wat rustigere periode te genieten (ook al is dat best moeilijk- want hey ik wil billeable werk en kendet?). En bij elke zwarte gedachte komt the one you feed naar boven. Om die gedachte weinig of toch minder kans te geven. Stap voor stap.

Soms moet je die onrust toelaten. En aanvaarden dat die er is. Maar dat wil niet zeggen dat die onrust je leven mag overnemen. Ik heb weer heel wat bijgeleerd de laatste tijd.

Hoe ga jij om met angstige of andere zwarte gevoelens?

Het groene monster

Je kent ze wel. Die mensen met een hoge gunfactor. Mensen met veel vrienden en kennissen wiens successen door iedereen positief worden onthaald en met wie enorm wordt meegeleefd als het minder gaat. Ik heb die gunfactor blijkbaar niet. En geen zorgen dit wordt geen ‘wee mij’ post. Ik wil het vandaag hebben over iets waar ik al sinds mijn kindertijd mee te maken heb: jaloezie. Iets dat een bepaalde korte periode in mijn leven ook op mij heeft gewogen. Iets wat ik nu gelukkig kan plaatsen.

Maar ik blijf het belangrijk vinden om over die zaken te schrijven die misschien niet iedereen wil horen. En ik hoop van harte dat ik wat nu ga vertellen niet verkeerd wordt opgenomen. Een vooroordeel is snel gemaakt. Maar ik wil net de andere kant eens tonen.

Nu ik in een relatie zit besef ik dat ik eigenlijk helemaal geen jaloers persoon ben. Bij mij draait alles rond vertrouwen, zolang dat er is ga ik helemaal voor een vriendschap of liefde. Is het vertrouwen weg dan stopt het verhaal ook voor mij. Of zo is het toch nu. Ik heb ondertussen de stap gezet om niet langer energie te stoppen in mensen die het niet verdienen. En dat is de beste beslissing ooit geweest.

Ik denk niet dat ik me een dag tijdens mijn lagere schooltijd kan herinneren waarop mijn klasgenoten niet probeerden om het beter te doen dan ik. Want ik was bij de besten van de klas en als ze een puntje meer hadden op een toets smeerden ze dat maar al te graag in mijn gezicht. Punten konden mij eigenlijk niet schelen. Ik wou het goed doen voor mezelf en was vooral blij wanneer ik kon vertrekken naar het middelbaar. Want ik was vroeger dan anderen klaar met mijn kindertijd.

Daar werd het eigenlijk alleen maar erger. Ik deed Latijn en dus werd ik automatisch in een bepaald hokje geplaatst door de andere klassen, maar ook binnen de richting (vooral tijdens de eerste 2 jaren) vonden mensen het niet leuk als ik hogere punten had dan hen. Opnieuw: ik was daar niet mee bezig. Ja, ik vond het leuk om goed te scoren. Maar ik heb 6 jaar Latijn gedaan omdat ik het echt interessant vond (en ja ik besef dat veel Latinisten dat zeggen ter verdediging van het feit dat het eigenlijk een dode taal is. Maar wat maakt dat eigenlijk uit? Laat iedereen eens gewoon studeren wat hij/zij wil), niet omdat het zogezegd een hogere standaard met zich mee bracht. Ik vind sowieso dat de mentaliteit binnen Latijn allesbehalve volwassen was bij sommigen. Het was een en al streverij en fakeheid en sorry maar daar deed ik niet aan mee. Ik leerde de lessen en legde examen af en mocht steeds naar het volgende jaar. Dat was het voor mij.

In het derde middelbaar kwam ik in een klein klasje terecht waar dat tegen elkaar op boksen niet meer van tel was en ik ook effectief klasgenoten hielp met de vakken, want we wilden allemaal samen afstuderen. En dat is gelukt. En ja we zaten vaak samen met andere klassen en dan werden we vreemd bekeken, maar ik had even weinig interesse in die mensen als zij in mij.

Tot nu toe had al die jaloezie weinig effect op mij. Het ging over zoiets stom als punten… Maar wanneer ik naar de universiteit vertrok veranderde dat. Niet zozeer dat er binnen de richting problemen waren. In tegendeel: Communicatiewetenschappen is geen richting van ‘stoefers’. Het is juist heel chill tussen studenten en dat was een echte verademing. Iedereen is bezig met zichzelf en met slagen, of dat nu in eerste of tweede zit is, met een 10 of een 16, maakt niet uit. Je helpt elkaar erdoor. Dus dat zat goed.

Maar vroegere (school)vriendinnen kwamen in de problemen en hadden in het eerste jaar moeite met slagen, in totaal andere studierichtingen weliswaar. Terwijl ik van een lange vakantie kon genieten moesten zij studeren in augustus. En toen begon de jaloezie echt uit de hand te lopen. De stille verwijten waren een feit. Dat mijn richting minder moeilijk zou zijn, dat ik niet moest studeren, of dat ik net te hard mijn best doe en een strever ben (echt consistent waren ze niet in hun verwijten ^^). En de meest hatelijkste: dat het voor mij allemaal makkelijker is dan voor hen.

Ik verloor vriendinnen. Ik kon hun vooroordelen niet meer verdragen. Ik sloot gelukkig wel nieuwe vriendschappen maar daar durfde ik niet mezelf bij zijn. Ik durfde niet zeggen dat ik schrik had voor een examen (want als ik er dan door was zouden ze vinden dat ik had overdreven). Dat ik het belangrijk vond om goede punten te halen (want mijn ouders betaalden tenslotte het studiegeld en de boeken..). Zeggen dat je met een 10 niet tevreden bent was wel echt not done. Dus dat zei ik niet. Ik liet niemand proactief weten hoe het met mijn punten gesteld was en of ik geslaagd was. Ook al vroeg iedereen er achter. En als ik al iets zei was het enkel ‘geslaagd’. No way dat ik punten ging meegeven.

Opnieuw: er zijn uitzonderingen. Mijn studievriendinnen van toen (die dezelfde vakken hadden en ook goed wilden scoren) en de vrienden die nog steeds mijn vrienden zijn (met rede dus) daar kon ik het wel aan zeggen, mezelf bij zijn. Maar ook daar had je een uitzondering. Eentje die ik tijdens de eerste twee bachelorjaren enorm geholpen had, ook in augustus, en die me dan, eens ze doorhad dat we een andere master zouden gaan studeren, kei hard liet vallen. (Het duiveltje op mijn schouder denkt soms dat als ik het zou kunnen ik mijn hulp terug zou intrekken en haar diploma dan misschien geen feit zou zijn. Ik ben ook maar een mens jongens en dit was een heel groot mes dat nog steeds in mijn rug steekt. Hopen op excuses doe ik al lang niet meer, maar dat heb ik wel lang gedaan).

Enfin het komt er op neer dat wanneer ik mijn eerste diploma, bachelor Communicatiewetenschappen, met grote onderscheiding behaalde ik daar eigenlijk niet blij om kon en durfde zijn. Na 3 jaar hard werken. Dat is waanzinnig besef ik nu. Maar het was wel zo.

Ik weet dat mensen (nog altijd) denken dat het allemaal gemakkelijk geweest moet zijn voor mij. Dat ik een jaar klierkoorts had en toen in volle examenperiode ben ingestort omdat ik me niet langer dan een kwartier kon concentreren op mijn boeken dat herinnert niemand zich. Dat ik eens een examen heb afgelegd terwijl alles in mijn hoofd duizelde. Van uitputting, stress of fysieke klachten – ik weet het nog altijd niet. Maar dat mijn benen trilden toen ik mijn blad afgaf en ik buiten de aula onmiddellijk op de grond moest gaan zitten van de zwarte plekken voor mijn ogen dat weet ik nog wel. En dat ik toen dacht: ‘Awel ja, als ik nu buis dan heeft iedereen ten minste wat hij wil’. En toch buisde ik niet want ik had wel degelijk gestudeerd voor dat vak, hoe ziek ik ook was. En sorry maar dat is enkel en alleen mijn eigen verdienste geweest, nah!

Ondertussen zijn we enkele jaren verder en gelukkig is de wereld best wel veranderd. Tegenwoordig is perfectionisme en het goed willen doen iets positiefs. Ook van de vrienden die zijn overgebleven weet ik gewoon dat ze me nemen zoals ik ben. Ja ik heb een nerdie streverige perfectionistische kant. Maar ik heb ook een andere kant. Ik gebruik mijn ‘intelligentie’ (hatelijk woord want het klinkt zo zelfingenomen, zie ik ben mezelf weer aan het verdedigen…) om anderen te helpen. Ik heb zowel in de lagere school, als in het middelbaar als op de unief vriendinnen geholpen met vakken. Notities delen, oefeningen samen maken, zaken uitleggen. Wanneer ze het maar vroegen. Soms ook wanneer ze het niet vroegen maar ik wist dat ze het nodig hadden. Soms ook in augustus terwijl ik eigenlijk vakantie had. Mijn doel was en is nog altijd bij eender welke samenwerking: samen de finish halen. En ja je wilt graag een goede tijd neerzetten, maar eigenlijk is die tijd bijzaak.

Als ik dan jaren later een dankjewel krijg van een oude studievriendin omdat ik haar ooit geholpen heb met een herexamen, terwijl ik dat eigenlijk al was vergeten, dan weet ik dat ik het juiste heb gedaan. Hoe moeilijk het ook was. Ik ben niet in de fout gedaan. Er is niets mis met het goed willen doen. Met ergens hard voor te werken. Het is fout van anderen om te denken dat ik dat cadeau heb gekregen. Om jaloers te zijn of wat ik heb (bereikt).

Ik moet mij niet slecht voelen als anderen zo nodig jaloers willen zijn op mij. Ik ben hier niet de slechterik. Ik help anderen, zo veel als ik kan. Nog steeds trouwens. Zij zijn degenen die aan de zijlijn commentaar staan te geven en dat is the easy road. Zij zijn fout. En toch heb ik daar een kleine twee jaar mee geworsteld. Ik voelde mij slecht terwijl zij hun eigen ego konden vergroten door mij naar beneden te halen.

Ik weet dat ik niet de enige ben die dit gevoel ooit gehad zal hebben. Dus lieve lezer. Laat jou nooit maar ook echt nooit naar beneden halen door dit soort mensen. Die mensen kunnen jou alleen maar naar beneden halen omdat ze zelf al beneden staan. En dat is niet de richting die jij wil uitgaan.

Werk hard voor je dromen, doe altijd je best en vooral help elkaar. Of zoals de mama zegt tegen Cinderella in de gelijknamige Disneyfilm (de live actionversie trouwens, zie nerdie, ik zei het toch): Have courage and be kind.

Oké dit was een lang verhaal! En voor mij moeilijk om te brengen. Mensen die door het leven lijken te fietsen krijgen nu eenmaal veel commentaar. En het is not done om daar dan iets van te zeggen blijkbaar, want wat heb ik te klagen? Maar ik wou dit toch vertellen. Any thoughts?

Een leeg blad

Ik kan bijna niet geloven dat we alweer toe zijn aan een nieuw jaar. Enerzijds omdat het najaar als een sneltrein voorbij is gereden. In mijn hoofd zit ik nog in september. Anderzijds omdat december sowieso niet mijn favoriete maand is en ik de kerstgekte aan me voorbij laat gaan. Ik negeer dat het bijna Feestdagen zijn. 2018, dat is nog ver weg. En eerlijk gezegd heb ik er nog niet meteen zin in.

Een nieuw jaar is namelijk zoals een leeg notitieboekje. Je krijgt een nieuwe kans om het te vullen. Normaal vind ik dat fijn, maar dit jaar schrikt me dat allemaal een beetje af. We zijn namelijk 11 december en ik heb letterlijk 0,0 plannen voor het nieuwe jaar. Geen nieuwe uitdaging, geen vakantie geboekt, zelfs geen concert, musical of uitstapje ligt al vast. En dat is volgens mij de eerste keer ooit.

Hiervoor had ik ofwel studieplannen of begon ik met werken. En ja, het afgelopen jaar was ik al volledig aan het werk, maar ik had als starter geen volledige vakantie en heb mij dus kei hard gefocust op het werk en dan nog is het met 2 buitenlandse tripjes en een week staycation aan zee gelukt om veel uit mijn weinige vakantiedagen te halen. Mijn agenda was doorheen het jaar best goed gevuld.

Dit jaar is hij leeg, die future log van mij. En ik ben ondertussen wel al gewend aan de job. Dus is het tijd voor andere dingen, maar die laten dus nog op zich wachten. Hoe of wanneer ik mijn volle vakantiedagen ga opnemen? Geen idee! Wil ik mezelf verder ontwikkelen? Graag, maar ik weet niet waar beginnen. Een nieuwe hobby? Een cursus?

Klinkt voor sommige misschien zalig, een volledig jaar om in te vullen zoals je wil. Maar ik wil er natuurlijk iets van maken (ja hallo, perfectionisme). Ik weet wel dat 2018 een tussenjaar zal worden. En dat ik net daarom wat rustiger aan moet doen. In 2019 start project alleen wonen. Dat gaat een stresserende onderneming worden. Dus 2018 dient vooral om me te informeren, voor te bereiden en te sparen. Dus misschien kijk ik later terug op 2018 als een zalige rustige tijd. Maar momenteel zorgt het vooral voor onrust in mijn hoofd.

Schrijvers of bloggers kunnen al eens last hebben van angst voor de lege pagina. Omdat ze even vastzitten, last hebben van een ‘writers block’ of wel iets willen schrijven maar bang zijn dat het niet goed genoeg is. En daar vergelijk ik het nu even mee. Ik heb een volledig jaar dat ik nog moet schrijven en ergens heb ik schrik dat het niet spannend genoeg gaat worden. Dat het een standaard jaar zal zijn. Een recensie van drie op 5 sterren. Want zeg nu zelf, boeken van drie sterren, die blijven niet bij, toch?

Het zijn natuurlijk maar wat twijfels in mijn hoofd. Een jaar is wat je er zelf van maakt. En misschien wordt 2018 een topjaar. Er is gewoon dat twijfelachtig stemmetje in mijn hoofd waar ik even niet van af raak.

Kijk jij uit naar 2018? En heb jij wel eens twijfels over wat een nieuw jaar gaat worden?

Trots zijn

Ik ben een millennial. Van millennials wordt al eens gezegd dat ze veel willen, dat ze last hebben van keuzestress en dat ze daardoor makkelijk opbranden. Van millennials wordt tegelijk gezegd dat ze meer geven om ervaringen dan geld, dat ze vooral op zoek naar erkenning en waardering én naar een goede balans tussen werk en privé. Klopt allemaal wat mij betreft. Ik herken mij hier enorm in en vindt mezelf dan ook een ware millennial.

Ik geef niet alleen om geld, ik geef om ervaringen, om iets bij te leren. En ik ben op zoek naar voldoening, vooral voor mezelf. Maar nog meest ben ik waarschijnlijk op zoek naar erkenning. Er is alleen dat kleine probleempje: wanneer ik erkenning krijg heb ik op een of andere manier moeite om die te aanvaarden. Ik kan moeilijk trots zijn op mezelf. Waarschijnlijk is dat die te hoge lat van mij, dat perfectionisme.

Het is namelijk zo dat ik de laatste weken heel hard heb gewerkt en dat ik daar de erkenning voor krijg die ik eigenlijk wel verdien (deze zin is echt niet gemakkelijk geweest om neer te pennen). Maar dat het toch zo ontzettend moeilijk is voor mezelf om daar gewoon blij om te zijn. Om te zeggen ‘dank je’ en daar van te genieten. Om even te glimmen van trots.

IMG_0195

Side note: deze foto staat tegenwoordig garant voor een persoonlijk postje. Ik vind dat wel fijn zo die uniformiteit in foto’s. 

Ik denk dat ik sowieso iemand ben die sneller complimenten geeft dan dat ik ze krijg. Omdat iedereen ergens wel weet “Annelies, die redt zich wel”. Ik ben het gewoon om te zwemmen in mijn eentje op zoek naar de overkant. Om daarvoor hard te werken. Om daarvoor soms zelfs alles aan de kant voor te zetten. Ik haalde de erkenning uit mezelf. Omdat ik iets wilde en als dat dan lukte, dan was ik daar tevreden over.

Klinkt allemaal heel hard, maar ik ben gewoon om ergens alleen voor te vechten, om van niemand afhankelijk te zijn. En dat is soms verdomd moeilijk. Maar het is altijd goed gekomen. En ik ervan overtuigd dat dit een eigenschap is die mezelf er in moeilijke periodes nog vaak gaat doorhelpen.

Maar nu krijg ik ineens erkenning van collega’s, van het management, van vrienden die vinden dat ik goed bezig ben. En dat is even moeilijk. Trots zijn is iets dat ik nog moet leren. Maar ik wil het proberen. Iets vaker hulp vragen zal nog moeilijk zijn. Maar gewoon een eenvoudig ‘dankjewel’ wanneer iemand een blijk van waardering geeft, dat moet lukken toch? En dat dan wat langer onthouden en daar van genieten. Laten we dat proberen. Trots zijn, stap voor stap.

Over perfectionisme, controledrang en loslaten

Perfectionisme, ik heb er al zo vaak over willen schrijven. Ik had concepten opgeslagen die ik nadien weer verwijderde. Deze week las ik een post over perfectionisme bij Samaja (naar aanleiding van een boek dat nu op het lijstje komt). En toen kwam dit idee weer op te proppen. Perfectionisme is nu eenmaal zo’n groot deel van mezelf…

Maar ook een moeilijk deel omdat ik er nog niet echt de vinger op kan leggen hoe het mijn leven bepaalt en waar mijn perfectionisme start of stopt. Ik krijg er best wel opmerkingen over soms (zeker sinds ik aan het werk ben). “Je kan wel niet goed loslaten hé”, “Je bent weer kritisch aan het doen Annelies”, “Je kan niet over alles controle hebben”.

Ik wil alles goed doen. Ik wil alles te goed doen. Ik leg de lat voor mezelf hoog, op sommige vlakken te hoog. Maar ik ben ervan overtuigd dat ik zonder die hoge lat nu niet stond waar ik sta. Vooral tijdens mijn schoolperiode was, en ook momenteel op werkvlak is goed nooit goed genoeg. Tegelijk kan ik op sommige momenten heel laks zijn in dingen. Persoonlijke self care bijvoorbeeld, of ook met deze blog. Ik steek weliswaar veel tijd en moeite in de content, maar ik heb nog geen eigen domeinnaam, het design is al 2 jaar hetzelfde… Soms neem ik dus wel genoegen met ‘goed genoeg’. Is dat dan perfectionisme?

Ik denk dat ik best perfectionistisch ben, alleen niet op elk vlak. Wat ik echter wel extreem hard ben is een controlefreak. Ik kan dingen niet loslaten, ook al kan ik ze niet controleren. Zolang de controle bij mezelf ligt is er geen probleem. Iets dat ik moet doen is af wanneer ik het wil, een beslissing maken ligt bij mezelf. Als ik met andere woorden een avondje wil luieren in de zetel dan mag ik dat van mezelf. Ik heb geen problemen met een niet perfect moment, als ik het maar zelf kan bepalen.

Om dezelfde reden ben ik ook nooit aangeschoten wanneer ik alcohol drink. Ik weet waar mijn grenzen liggen en stop dan met drinken, want wat zou er gebeuren als ik verder ga? Dan verlies ik controle… En nog om diezelfde reden kan ik immens kwaad zijn op mezelf omdat iets niet lukt, of omdat ik naar mijns inziens heb gefaald. Want ik had in die situatie de controle en heb het dan naar mijn mening niet goed gedaan. Dan kan ik mezelf vervloeken en blijven piekeren over de “Wat als?”.

IMG_0195

Maar er zijn duizenden dingen die buiten mijn controleveld liggen. Een taak waarvoor je input van een collega nodig hebt, een afspraakje dat niet doorgaat omdat een vriendin niet meer kan, file waardoor ik te laat kom en ga zo maar verder. Vaak kan ik dat wel begrijpen en ga ik daar goed mee om, maar niet altijd. En op zo’n moment kan ik het niet loslaten en begint het aan mij te vreten.

En net dan komt mijn perfectionisme boven die de lat even hoog begint te leggen voor anderen dan voor mezelf . En krijg ik het idee ‘wat ik zelf doe, doe ik beter’. Of in het andere extreme ga ik mij rot piekeren of opjagen over zaken waar echt niets aan te doen valt. Hier wordt het gevaarlijk. Je gaat je eigen grenzen te buiten en er loert een burnout om de hoek.

Met andere woorden: ben ik perfectionistisch? Ja, maar dat op zich heb ik dat best wel in de hand. Heb ik last van controledrang? Ja, en dat zorgt ervoor dat ik moeilijk kan loslaten en zaken meezeul in mijn hoofd. Conclusie: het is wanneer mijn perfectionisme en controledrang elkaar vinden dat er problemen ontstaan.

De sleutel? Ik denk dat die ligt bij het loslaten. Dat gaf ik eerder ook al aan. Als ik kan loslaten wat buiten mijn controle ligt, gaat mijn perfectionisme enkel de kop op steken bij zaken die ik kan controleren en daar mag ik op zich mijn best voor doen toch? En ja, af en toe zal ik dan eens heel kwaad worden op mezelf. Maar daar bezorg dan ook enkel mezelf last mee.

Ik weet niet of deze redenering steek houdt. Het is moeilijk om dit allemaal onder woorden te brengen. Misschien gaat het allemaal wel best samen, dat perfectionisme en die controledrang. Maar het is niet slecht om er af en toe bij stil te staan.

Een beetje een warrige post denk ik, moet kunnen af en toe. Bij Samaja bleken er veel perfectionisten onder de bloggers te zitten. Zitten hier ook controlefreaks die zich hierin herkennen? 🙂

Het verhaal van de tabbladen

We schrijven een standaard dag op het werk. Een collega komt aan mijn bureau iets vragen. Zoals altijd open ik een nieuw tabje in mijn browser en dan volgt de opmerking. “Maar Annelies, je hebt 100 tabs (dit is een overdrijving, dat is wat mensen doen in zo’n situatie ^^) openstaan. Je moet dat dichtdoen als je dat niet meer nodig hebt hé”. En mijn antwoord luidde “Ja, maar ik heb dat allemaal nog nodig.” En toen werd het stil.

Een beetje ironisch allemaal want ik gaf in het verleden al eens tips om productiever te werken. En voor alle duidelijkheid: het open hebben staan van te veel tabbladen is NIET goed voor de productiviteit. Net zoals mijn computer op dat moment vastloopt, flipt mijn brein gewoon helemaal bij het steeds voller worden van die dekselse balk bovenaan mijn scherm.

Het klopte wel wat ik toen zei. Ik moest met elk tabblad nog iets doen (en standaard staan er sowieso een 6tal tabbladen – mailboxen, project management tool, Drive voor bestanden,…) altijd open. Het is door regelmatig te switchen van ‘project’ doorheen de dag – iemand komt iets vragen, een mail van een klant,… dat alle die verschillende vensters uiteindelijk naast elkaar belanden. Maar het is zoals het Inbox-Zero-principe zegt bij een gelezen mail die in de inbox blijft staan omdat je er nog iets mee moet doen: dat geeft stress. Nodeloze stress.

p1060260

Meer info over Inbox Zero, wat voor mij wel echt de manier is om stressloos met mijn mailbox om te gaan, vind je trouwens in deze post.

Eigenlijk staan die tabbladen vandaag wat symbool voor de mentale situatie waarin ik me bevind. Het is al eens chaotisch hierboven. Dit bericht illustreert perfect wat ik bedoel. Nogmaals: het gaat goed met mij, het is gewoon even een fase waar ik doormoet. Op het werk zijn er – zoals altijd – weer wat dingen aan het veranderen en het ziet er naar uit dat dit ook voor mijn hoofd een verbetering zal worden. Een dingetje minder op mijn piekerlijstje!

En eigenlijk is het simpel, ik moet gewoon sneller en vaker die tabs sluiten. Ik heb hier ondertussen al twee werkdagen goed opgelet: de eerste dag verliep goed en was het aantal tabbladen – naast de standaard van 6 vaste dus – verminderd naar een 5tal. 11 in totaal dus, kon ik best mee leven. De tweede dag was enorm chaotisch op het werk en dat resulteerde dan ook in een nieuw tabbladenrecord.

Langs de ene kant moet ik hier dus gewoon wat opletten, maar langs de andere kant horen al die tabbladen ook wel bij de aard van mijn job. Ik kan nu eenmaal niet 4 uur met hetzelfde document bezig zijn zonder onderbroken te worden. Dat zorgt voor variatie en is fijn, maar soms ook vervelend en stresserend.

Herkenbaar? Of ben jij net een pro in het managen van je tabbladen?