De bubbel

Ik weet eigenlijk niet zo goed hoe ik mijn gevoel momenteel moet uitleggen. Maar het besef kwam toen ineens de eerste veldrit van het seizoen voor de deur stond en ik totaal niet mee was. Normaal kijk ik er weken op voorhand naar uit en herbekijk ik zelfs crossen van het vorige seizoen. Ik lees alle nieuwtjes en interviews uit de kranten.

Maar dit jaar niet, de eerste cross overviel me zelfs (“nu al?”) en zo is het met veel. Ik miste deze zomer heel wat dingen waar ik normaal elk jaar naartoe ga. Het voorjaar, ik kan me daar eigenlijk amper nog iets van herinneren. Mijn agenda voor de komende weken, zelfs maanden, is gewoonweg leeg.

En toch heb ik het te druk voor alles precies. Slapen, werken voor het hoofdberoep, aan de bouw werken. Mijn leven is een beetje gedegradeerd tot die dingen. En ik klaag niet, want ik werk aan en voor de toekomst en ik ben bevoorrecht dat ik dit kan doen. Maar ik leef in een soort bubbel en dat is precies wel de eerste keer dat het me overkomt.

Het lijkt alsof de tijd vliegt en er tegelijk niets wezenlijks gebeurd. Elke dag duurt eeuwen en ineens zijn we twee weken verder. Ik denk dat deze woorden mijn gevoel het best omschrijven.

Ik heb me laten vertellen dat bubbels bij het leven horen. Zo zegt men altijd van kersverse ouders dat even alleen de baby telt. Dus ik kan me voorstellen dat ik iets soortgelijks meemaak. Mijn kindje is een huis. En dat kindje heeft veel aandacht nodig.

Dus sorry lieve vrienden als ik minder van me laat horen, of sorry als ik minder reageer op jullie blogs. Of als mijn blogberichten niet meteen van het allerhoogste niveau zijn. Het kan niet altijd een longread zijn.

Het komt allemaal wel goed. Zoals met alles. Het is een periode. En onder die bubbel van mij maak ik er het beste van. Probeer ik te genieten. Hoe klein de blijmakers ook zijn. En probeer ik vooral niet te veel na te denken over die lege agenda. Want het is tot nu toe geen probleem geweest mijn dagen door te komen.

Ik hoop tegen november (tegen dan staat de ruwbouw) weer helemaal die bubbel te kunnen doorprikken en eerlijk gezegd kijk ik daar enorm naar uit. Want ik kan niet wachten om weer van alle facetten van het leven te proeven. En alles met aandacht te beleven.

Heb jij soms wel eens het gevoel in zo’n bubbel te zitten?

Over mijn angsten en trappen met gaten

In een ver ver verleden ergens in 2018 vroeg Evi mij wat mijn grootste angsten zijn. Toevallig eentje waar ik de laatste tijd wel wat mee in mijn hoofd zit. Want ik ben nu veel angstiger dan vroeger als kind of puber. En al mijn angsten kunnen ook geklasseerd worden onder hetzelfde probleem: mijn controledrang.

Ik kan me ontzettend opwinden, zorgen maken of piekeren over zaken die ik niet kan controleren. Beslissingen die door iemand anders worden gemaakt, hoe mensen naar mij of anderen kijken, ziektes en de dood. Op slechte dagen kan dat zelfs het weer zijn. Allemaal zaken die een impact op het leven kunnen hebben, maar waar je zelf geen invloed over hebt. De zelfhulpliteratuur is dan duidelijk: je moet dat loslaten. Maar dat is een pak makkelijker gezegd dan gedaan natuurlijk.

Mijn grootste angst is dus dat mijn geliefden van mij worden weggenomen. Letterlijk door overlijden, maar ook doordat ze mij niet meer graag zien en dus maar uit mijn leven verdwijnen. Dat klinkt heel serieus en dat is het soms ook. Eens ik in een doemdenkspiraal zit is het heel moeilijk om daar meteen weer uit te raken.

Er is dat mooie gezegde dat mensen zich hun leven lang zorgen maken om zaken die nooit gebeuren. En ik probeer dat zo veel mogelijk voor ogen te houden. Ik denk – en hoop – dat ik naarmate ik ouder word ook wel echt beter ga worden in dingen loslaten.

Op een lager niveau heb ik natuurlijk ook wat banale angsten. Ik heb diepte- of valvrees. Niet te verwarren met hoogtevrees. Zet mij op een hoge betonnen toren die stevig staat en ik heb geen bang. Zet mij op een trapladder van ochgot 1,5m en ik schreeuw het uit. Alles wat wiebelt of schommelt, eikes! Met #projecthuis en een hoeveelheid aan stellingen en ladders is dat momenteel geen evidente.

En dan heb je nog trappen waar je kan doorkijken. Meestal zo van die ijzeren treden met gaten in. En als Satan het helemaal op mij gericht heeft dan zijn het ijzeren draaitrappen met gaten, waardoor onder elke trap alleen maar een afgrond te zien is. St-Pauls Cathedral in Londen was de max! Maar daar heb ik het echt bijna uitgeschreeuwd op die laatste draaitrappen. Naar boven lukt dan nog met veel geduld en doorzettingsvermogen. Maar naar beneden, dat is echt de hel.

Oh en glazen liften, of überhaupt liften, daar ben ik niet zo zot van. Ik stap alleen in liften die ik ken, die van het werk of het lief bv. En liften waar ik zeker van ben dat ze stevig zijn of waar snel hulp kan verleend worden bv. een lift in het ziekenhuis. Een glazen lift met dus ook een glazen vloer is met ogen toe naar boven en alleen als het echt niet anders kan. Hoe hard ik trappen ook haat en altijd vuurrood en uitgeput boven kom. Het is soms nog altijd beter dan het risico nemen om vast te zitten in een lift.

Een laatste ding waar ik niet zo zot van ben zijn grote mensenmassa’s. En zeker grote mensenmassa’s die stilstaan als ze eigenlijk vooruit moeten gaan. Om die reden zal ik altijd voor zitplaatsen kiezen op een concert en ga ik amper naar festivals. Ik stap ook niet op een overvolle trein waar mensen Twister op moeten spelen. Ik wacht echt regelmatig op de volgende, tenzij het opnieuw niet anders kan. Ik krijg het dan heel warm en moet mezelf echt tot kalmte aanmanen. Ik ben al een paar keer heel duizelig geworden op een overvolle warme trein, voornamelijk in België, want ja het Belgische treinsysteem zuigt enorm hard. Die ervaringen helpen niet echt om deze angst te relativeren. In de Londense metro heb ik dan weer minder dat benauwend gevoel omdat daar de metro om de twee minuten stopt en ik dus altijd naar buiten kan.

Ik zit, zoals je ondertussen wel door hebt, niet graag vast zonder controle. Haha, altijd die controledrang weer ^^. Ik ben dan wel weer niet iemand die schrik heeft van spinnen of andere vieze beesten zoals slangen ofzo. Ze moeten gewoon niet per se op mij komen zitten weet je wel? Maar ik zal het niet uitroepen als er ineens een spin in de kamer over de vloer loopt. Ik ben vrij zeker dat die mij niet gaat opeten namelijk. En ik heb er ook controle over hoe dicht ik zo’n beest bij mij laat komen ;).

Wat zijn jullie grote of kleine angsten?

8 willekeurige feitjes over mij

Onder het motto het moeten niet altijd diepzinnige posts zijn vol inzichten om mij wat beter te leren kennen deel ik vandaag acht random dingen over mezelf. Gratis en voor niks, jawel. Feitje nummer 7 geloof je nooit. 😀

  • Ik eet elke dag chocola en ik merk – zonder zever – een effect als ik dat niet doe. Op vakantie is die chocola niet altijd vanzelfsprekend en dan ontstaat er na een aantal dagen een ontzettende drang naar chocola waardoor ik chagrijnig word als die onvervuld blijft. Er zijn ergere verslavingen waarschijnlijk, maar zonder mijn dagelijkse cacaoshot kan ik echt niet.
  • Ik was als kind altijd een moeilijke eter, maar heb de laatste jaren een serieuze inhaalbeweging gedaan. Het resulteert alleen nog in het feit dat ik absoluut geen vis eet. En nee ook geen schaaldieren. Ik lijd dus meestal wat langer honger op etentjes aangezien de hapjes en het voorgerecht vaak met vis zijn. Waardoor ik ook altijd veel medeleven voel met mensen die om andere reden bepaalde zaken niet eten bv. een allergie of een veggie/vegan levensstijl.
  • Ik heb eigenlijk een grondige hekel aan sociale media en was er ook heel laat bij met Facebook, Instagram en aanverwanten. Facebook maakte ik aan omdat er op de unief te veel groepswerken waren die daar werden besproken. Als online marketeer moet ik daarnaast wel de nodige accounts in stand houden om mijn werk te kunnen doen. En er is mijn blogpagina natuurlijk. Maar als ik echt kon kiezen mochten ze dat afschaffen.
  • Ik haat het om materialistische dingen te kopen. Aka ik ben geen shopping queen. Niet alleen kledij, schoenen, handtassen, maar ook gsm’s en andere praktische zaken. Minimalisme is al mijn levensstijl van in de vroege jaren 2000 (eat that hipsters) en ja dan loop ik soms rond in schoenen die eigenlijk kapot zijn of te grote broeken omdat ik wat ben afgevallen. Zolang ik maar niet naar de winkel moet.
  • In dezelfde categorie heb ik nog een grotere hekel aan de supermarkt. Hoe altijd alles van plaats verandert, mensen die met hun kar in de weg staan, jengelende kinderen, het hoogste schap waar je net niet aan kan, mensen met te veel klein geld aan de kassa, jengelende kinderen… Ik wil hier weg.
  • Ik heb niets met sporten die je alleen en op eigen initiatief moet gaan doen. Zoals lopen of fietsen. Naast saai, is het moeilijk om me te motiveren na een lange dag en dus stel ik het uit met de gedachte dat het morgen ook nog kan. Maar dat dan elke dag. Samengevat: ik ben nogal lui en blijf graag in de zetel liggen. Daarom heb ik een soort sociale druk nodig om op een vast tijdstip per week naar een groepsles te gaan. Vandaar dat mijn danslessen en de zumba zo goed werken. Ik heb even weinig zin om die sportkleren aan te trekken en die zetel uit te komen, maar anders ben ik niet meer mee met de pasjes dus ja, ik moet wel.
  • Ik ben nogal direct in de omgang. Ik zeg wat ik denk.Maar ik heb daar vaak wel zeer grondig over nagedacht. Het is dus niet zo dat ik er zaken uitflap. Ik denk gewoon zo hard na over de inhoud, dat ik vergeet aandacht te besteden aan de vorm. En dus kan ik al eens fel of bot overkomen. Maar nooit zonder dat wat ik zeg ook op iets slaat. Waardoor ik er vaak mee weg kom. En mijn naaste omgeving dit aan mij apprecieert. Maar iemand die mij niet kent die kan soms raar opkijken. Sorry not sorry.
  • Ik heb zodus een hekel aan smalltalk. Vooral aan de telefoon. Mensen bellen jou met een reden, dus maak maar direct je punt. In mijn job heb ik leren smalltalken aan de telefoon en tijdens meetings. Maar ik heb het niet zo graag over hond van de tante van de ex-vriendin van je schoonbroer. Dat boeit me helemaal niet. Geef mij maar diepgaande gesprekken die echt over iets gaan.

Herkenbare puntjes? Of helemaal niet?

Winter

De winter. Eigenlijk is het elk jaar hetzelfde liedje. Het is voor mij de moeilijkste periode van het jaar. En dan heb ik het vooral over januari, februari en maart.

Mijn lijf wil niet mee. Ik ben ziek, maar niet ziek genoeg. Moe. Steeds weer moe. Ik slaap goed, maar sta moe op. Op zaterdag moet ik een hele dag bekomen van een werkweek. zondag vliegt voorbij en hup, weer een hele werkweek achter de feiten aanhollen. Geen wonder dat het dan soms ook mentaal niet mee wil zitten.

Deze winter zat het in de herfst al enorm in mijn hoofd dat ik een moeilijke periode zou krijgen. Voornamelijk omdat vorige winter echt moeilijk was, mede door het B-12 tekort en mentale onrust. Dat ik daar levend ben uitgekomen, dat snap ik nog altijd niet. Dat ik een kilo of 6,7 afviel, dat heb ik ondertussen begrepen.

Maar dus had ik schrik voor deze winter. En het ik nam me dan ook voor om goed voor mezelf te zorgen. Dat deed ik in de mate van het mogelijke door al in november wat verlof in te plannen en het drukke december te combineren met zoveel mogelijk rustdagen. Ik werd in december al eens ziek en bleef zelfs thuis van het werk. Check, check, check. Ik leefde naar de kerstvakantie toe. Eindelijk rust!

Maar de kerstvakantie bracht noch mentaal, noch lichamelijk rust. In Keulen blokkeerde mijn lichaam na één dag intensief wandelen. Ik had enorme spierpijn. Deels omdat het best koud was, deels om het op was. Maar niets wat rust niet zou kunnen oplossen.

Ik had zelfs zin om te gaan werken na de veel te drukke kerstvakantie. Na twee dagen werken kreeg de griep me te pakken. Het was 10 jaar geleden dat ik nog zo ziek was. Deze keer maakte ik misschien wel de fout te snel te gaan werken. Alhoewel ik er nog altijd van overtuigd ben dat ik lichamelijk goed genoeg was om te werken. Mijn omgeving was het daar niet mee eens en liet dat blijken, dat zorgde bij mij voor een onbehaaglijk gevoel. Ik wou niet elk uur horen dat ik er slecht uitzag, dat wist ik zo ook wel.

Januari bleek de drukste maand in een tijdje. Elk weekend sociale verplichtingen. Behalve dat ene weekend dat ik dus in mijn bed stak. Het bleek een niet zo interessante maand qua projecten op het werk. Het was daarnaast op kantoor best druk met veel lawaai en ik kon dat even niet verdragen. Ook mijn jobinhoud zorgt momenteel even voor wat muizenissen. Ik was dus niet bepaald het zonnetje op kantoor.

Dit weekend was er dan effectief eens twee dagen rust. En mijn lijf laat dat al meteen ontgelden met een algemeen ziekelijk gevoel zonder ziek te zijn. Decompressie of toch een nieuw virusje? Wie zal het zeggen?

Februari wordt opvallend rustiger. Met drie vrije weekends en een paar dagen vakantie (waar wel al wat zaken staan ingepland). Die tijd wil ik gebruiken voor mezelf en natuurlijk voor #projecthuis waar nog wel wat stappen gezet moeten worden. In maart daarentegen zijn al drie weekends volboekt, waaronder een vijfdaagse citytrip naar Parijs. Ik hou alle nieuwe afspraakjes af en neem deze keer wel een extra dag verlof na de citytrip. Het zal een drukke maand worden, maar dat ik me daar nu al van bewust ben is een zeer goed teken.

Stilaan begint het door te dringen dat ik deze winter wel zal overleven. Soms bestudeer ik angstvallig die weegschaal, maar deze keer gaan er geen kilo’s af. Het is niet hetzelfde als vorig jaar. Ik ben een jaar sterker geworden. En ik besef vooral dat ik een cruciale fout heb gemaakt.

Ik ben al van september bang voor de winter. Ik ben mezelf al vanaf toen aan het inprenten dat deze maanden donker en moeilijk zullen worden. Tuurlijk wordt dit dan nu bevestigd. Dat is het principe van een self-fulfilling prophecy.

Ik zal nooit een wintermens worden. Ik zal ook nooit begrijpen wat mensen zo leuk vinden aan de winter. Ik vind het met momenten verschrikkelijk. Maar minder leuke momenten zijn er het hele jaar door. Het is niet omdat ik denk dat die er meer zijn in de winter, dat dat ook effectief zo zal zijn deze keer.

Ik moet met mijn hoofd omhoog vooruitkijken. April en de maanden daarna zijn nog volledig door mezelf in te vullen met leuke dingen. Maar waarom wachten op leuke dingen? In februari heb ik een paar dagen vakantie. In maart ga ik naar Parijs. Dat is geweldig!

Deze winter is niet meer helemaal te redden. Ik heb me soms door melancholie en negativiteit laten meeslepen. Maar volgend jaar wil ik dat anders aanpakken. Je bent wat je denkt. En ik denk soms wat teveel. Laten we afspreken dat jullie me volgend jaar in september tegenhouden om al over de winter te beginnen, oké?

De witte wolf

Zegt de parabel ‘the one you feed‘ je nog iets? Kort samengevat: ik zat met heel wat onrust en angstige gevoelens in mijn hoofd. Veel meer dan anders. Ik ben altijd een zeer positief persoon geweest. Zo’n ‘alles komt altijd goed’ persoon. Sorry, voor wie dit zo’n lastig zinnetje is. But it does. Het komt goed

Daar ben ik namelijk weer zelf getuige van. Die zwarte wolf is er niet zomaar gekomen. Ik heb maanden gepiekerd over waar die vandaag kwam. Want ik vond niet meteen een echte aanleiding. Een beetje druk op het werk was het enige dat ik kon bedenken. Maar of dat nu zo’n gevolgen kon hebben?

Dat mijn lichaam ondertussen stop aan het zeggen was had ik nog niet echt door. Ik ben soms geweldig goed in negeren. Tot het warm weer werd en bijna geen enkele van mijn zomerkleren nog pasten. In de andere seizoenen draag ik wijde bloesjes en strakke jeansbroeken, dat blijft vaak goed zitten. Maar mijn shortjes en rokjes vielen letterlijk op de grond. Na 10 jaar lang altijd maatje M te hebben gehad (en ik zonder nadenken in recordtempo pashokjes kon bezoeken) kon ik in de winkel ineens een S en zelfs soms een XS aan. Zonder moeite.

Toen besefte ik dat ik die parabel best letterlijk kon nemen. De zwarte wolf zat niet alleen in mijn hoofd. Hij was letterlijk aan het eten, van mijn lichaam.

En nog heb ik eigenlijk te lang gewacht met actie te ondernemen. Mijn overgevoelige sinussen en pijnlijke rug kregen uiteindelijk aandacht, want het zal dat wel weer zijn. Maar soms moet je dieper zoeken. Na weer een week fysieke problemen zette ik de stap naar een bloedonderzoek.

Het is belachelijk simpel. Mijn witte wolf heet B12. En hij heeft te weinig eten gekregen, zoals de parabel het al voorspelde. Een serieus B12-tekort veroorzaakt een uitgebreid symptomenlijstje, zo vertelt het internet mij. En mijn checklist werd in razendsnel tempo afgevinkt. Ja ook depressieve gevoelens en gewichtsverlies staan op de lijst. Samen met vermoeidheid, concentratieverlies, duizeligheid, hoofdpijn, maagproblemen en al die andere klachten die de afgelopen maanden bij mij hebben aangeklopt. En ik was zo dom om ze binnen te laten.

Het fijnste is dat ik weet dat ook het mentale gevoed werd (of net niet gevoed werd) door dit tekort. Dat ik dus nog steeds die positieve Annelies kan zijn. Dat er niets mis is met mij op dat vlak. Die angst gaat passeren. Het komt goed.

Dus hoewel ik al in mijn gedachten de witte wolf meer aan het voeden was, krijgt hij nu ook letterlijk wat extra supplementen. En ik een stamp onder mijn kont. Self-care enzo.

En jullie self-care, hoe zit het daar mee?

The one you feed

Er heerst al maanden best wat onrust in mijn hoofd. Je kan het quarter life noemen, of gewoon een periode waar ik door moet. Het feit dat fysiek niet alles goed draait heeft er waarschijnlijk ook mee te maken. Maar er is onrust. Die zich bij mij vooral uit in angst: irrationele angst om mensen, huisdieren en dingen te verliezen.

Stilaan lukt het om deze angstgevoelens weg te duwen, van me af te zetten. En er is een inzicht dat me geholpen heeft. Eentje die ik tegenkwam bij Kelly. The one you feed. Het komt van een parabel maar om het kort te houden: het gaat erom dat je zelf kiest welke gevoelens je in stand houdt. Welke wolf je eten geeft dus.

Ik ben al veel te lang die zwarte angstige wolf eten aan het geven. Te weinig aan het waarderen wat er is. Ik ben de lichtpuntjes aan het vergeten. Ik geef aandacht aan wat er niet is en dat is eigenlijk te belachelijk voor worden. Want het is er niet. Het beeld dat ik in mijn hoofd heb is onbestaande. Waarom me er dan door laten opjagen?

Het heeft er allemaal mee te maken dat het laatste jaar als een roetsjbaan is voorbij gevlogen. Ik heb sinds kort op het werk eindelijk tijd om verder te denken dan de volgende week. Ik denk dat dat geleden is van vorig jaar september. Om eens wat dingen te doen die niet hyperbilleable zijn waar de klant op wacht en dat ik moet kiezen welk dringend project eerst voorrang krijgt. En dan heb je nog project huis, een nieuwe relatie, een gezondheid die niet mee wil. Ergens is het niet meer dan normaal dat die zwarte wolf rustig heeft kunnen eten. Maar overdaad schaadt, hij moet op dieet.

Dus geef ik wat meer aandacht aan die fysieke basis. En probeer ik even van de wat rustigere periode te genieten (ook al is dat best moeilijk- want hey ik wil billeable werk en kendet?). En bij elke zwarte gedachte komt the one you feed naar boven. Om die gedachte weinig of toch minder kans te geven. Stap voor stap.

Soms moet je die onrust toelaten. En aanvaarden dat die er is. Maar dat wil niet zeggen dat die onrust je leven mag overnemen. Ik heb weer heel wat bijgeleerd de laatste tijd.

Hoe ga jij om met angstige of andere zwarte gevoelens?

Het groene monster

Je kent ze wel. Die mensen met een hoge gunfactor. Mensen met veel vrienden en kennissen wiens successen door iedereen positief worden onthaald en met wie enorm wordt meegeleefd als het minder gaat. Ik heb die gunfactor blijkbaar niet. En geen zorgen dit wordt geen ‘wee mij’ post. Ik wil het vandaag hebben over iets waar ik al sinds mijn kindertijd mee te maken heb: jaloezie. Iets dat een bepaalde korte periode in mijn leven ook op mij heeft gewogen. Iets wat ik nu gelukkig kan plaatsen.

Maar ik blijf het belangrijk vinden om over die zaken te schrijven die misschien niet iedereen wil horen. En ik hoop van harte dat ik wat nu ga vertellen niet verkeerd wordt opgenomen. Een vooroordeel is snel gemaakt. Maar ik wil net de andere kant eens tonen.

Nu ik in een relatie zit besef ik dat ik eigenlijk helemaal geen jaloers persoon ben. Bij mij draait alles rond vertrouwen, zolang dat er is ga ik helemaal voor een vriendschap of liefde. Is het vertrouwen weg dan stopt het verhaal ook voor mij. Of zo is het toch nu. Ik heb ondertussen de stap gezet om niet langer energie te stoppen in mensen die het niet verdienen. En dat is de beste beslissing ooit geweest.

Ik denk niet dat ik me een dag tijdens mijn lagere schooltijd kan herinneren waarop mijn klasgenoten niet probeerden om het beter te doen dan ik. Want ik was bij de besten van de klas en als ze een puntje meer hadden op een toets smeerden ze dat maar al te graag in mijn gezicht. Punten konden mij eigenlijk niet schelen. Ik wou het goed doen voor mezelf en was vooral blij wanneer ik kon vertrekken naar het middelbaar. Want ik was vroeger dan anderen klaar met mijn kindertijd.

Daar werd het eigenlijk alleen maar erger. Ik deed Latijn en dus werd ik automatisch in een bepaald hokje geplaatst door de andere klassen, maar ook binnen de richting (vooral tijdens de eerste 2 jaren) vonden mensen het niet leuk als ik hogere punten had dan hen. Opnieuw: ik was daar niet mee bezig. Ja, ik vond het leuk om goed te scoren. Maar ik heb 6 jaar Latijn gedaan omdat ik het echt interessant vond (en ja ik besef dat veel Latinisten dat zeggen ter verdediging van het feit dat het eigenlijk een dode taal is. Maar wat maakt dat eigenlijk uit? Laat iedereen eens gewoon studeren wat hij/zij wil), niet omdat het zogezegd een hogere standaard met zich mee bracht. Ik vind sowieso dat de mentaliteit binnen Latijn allesbehalve volwassen was bij sommigen. Het was een en al streverij en fakeheid en sorry maar daar deed ik niet aan mee. Ik leerde de lessen en legde examen af en mocht steeds naar het volgende jaar. Dat was het voor mij.

In het derde middelbaar kwam ik in een klein klasje terecht waar dat tegen elkaar op boksen niet meer van tel was en ik ook effectief klasgenoten hielp met de vakken, want we wilden allemaal samen afstuderen. En dat is gelukt. En ja we zaten vaak samen met andere klassen en dan werden we vreemd bekeken, maar ik had even weinig interesse in die mensen als zij in mij.

Tot nu toe had al die jaloezie weinig effect op mij. Het ging over zoiets stom als punten… Maar wanneer ik naar de universiteit vertrok veranderde dat. Niet zozeer dat er binnen de richting problemen waren. In tegendeel: Communicatiewetenschappen is geen richting van ‘stoefers’. Het is juist heel chill tussen studenten en dat was een echte verademing. Iedereen is bezig met zichzelf en met slagen, of dat nu in eerste of tweede zit is, met een 10 of een 16, maakt niet uit. Je helpt elkaar erdoor. Dus dat zat goed.

Maar vroegere (school)vriendinnen kwamen in de problemen en hadden in het eerste jaar moeite met slagen, in totaal andere studierichtingen weliswaar. Terwijl ik van een lange vakantie kon genieten moesten zij studeren in augustus. En toen begon de jaloezie echt uit de hand te lopen. De stille verwijten waren een feit. Dat mijn richting minder moeilijk zou zijn, dat ik niet moest studeren, of dat ik net te hard mijn best doe en een strever ben (echt consistent waren ze niet in hun verwijten ^^). En de meest hatelijkste: dat het voor mij allemaal makkelijker is dan voor hen.

Ik verloor vriendinnen. Ik kon hun vooroordelen niet meer verdragen. Ik sloot gelukkig wel nieuwe vriendschappen maar daar durfde ik niet mezelf bij zijn. Ik durfde niet zeggen dat ik schrik had voor een examen (want als ik er dan door was zouden ze vinden dat ik had overdreven). Dat ik het belangrijk vond om goede punten te halen (want mijn ouders betaalden tenslotte het studiegeld en de boeken..). Zeggen dat je met een 10 niet tevreden bent was wel echt not done. Dus dat zei ik niet. Ik liet niemand proactief weten hoe het met mijn punten gesteld was en of ik geslaagd was. Ook al vroeg iedereen er achter. En als ik al iets zei was het enkel ‘geslaagd’. No way dat ik punten ging meegeven.

Opnieuw: er zijn uitzonderingen. Mijn studievriendinnen van toen (die dezelfde vakken hadden en ook goed wilden scoren) en de vrienden die nog steeds mijn vrienden zijn (met rede dus) daar kon ik het wel aan zeggen, mezelf bij zijn. Maar ook daar had je een uitzondering. Eentje die ik tijdens de eerste twee bachelorjaren enorm geholpen had, ook in augustus, en die me dan, eens ze doorhad dat we een andere master zouden gaan studeren, kei hard liet vallen. (Het duiveltje op mijn schouder denkt soms dat als ik het zou kunnen ik mijn hulp terug zou intrekken en haar diploma dan misschien geen feit zou zijn. Ik ben ook maar een mens jongens en dit was een heel groot mes dat nog steeds in mijn rug steekt. Hopen op excuses doe ik al lang niet meer, maar dat heb ik wel lang gedaan).

Enfin het komt er op neer dat wanneer ik mijn eerste diploma, bachelor Communicatiewetenschappen, met grote onderscheiding behaalde ik daar eigenlijk niet blij om kon en durfde zijn. Na 3 jaar hard werken. Dat is waanzinnig besef ik nu. Maar het was wel zo.

Ik weet dat mensen (nog altijd) denken dat het allemaal gemakkelijk geweest moet zijn voor mij. Dat ik een jaar klierkoorts had en toen in volle examenperiode ben ingestort omdat ik me niet langer dan een kwartier kon concentreren op mijn boeken dat herinnert niemand zich. Dat ik eens een examen heb afgelegd terwijl alles in mijn hoofd duizelde. Van uitputting, stress of fysieke klachten – ik weet het nog altijd niet. Maar dat mijn benen trilden toen ik mijn blad afgaf en ik buiten de aula onmiddellijk op de grond moest gaan zitten van de zwarte plekken voor mijn ogen dat weet ik nog wel. En dat ik toen dacht: ‘Awel ja, als ik nu buis dan heeft iedereen ten minste wat hij wil’. En toch buisde ik niet want ik had wel degelijk gestudeerd voor dat vak, hoe ziek ik ook was. En sorry maar dat is enkel en alleen mijn eigen verdienste geweest, nah!

Ondertussen zijn we enkele jaren verder en gelukkig is de wereld best wel veranderd. Tegenwoordig is perfectionisme en het goed willen doen iets positiefs. Ook van de vrienden die zijn overgebleven weet ik gewoon dat ze me nemen zoals ik ben. Ja ik heb een nerdie streverige perfectionistische kant. Maar ik heb ook een andere kant. Ik gebruik mijn ‘intelligentie’ (hatelijk woord want het klinkt zo zelfingenomen, zie ik ben mezelf weer aan het verdedigen…) om anderen te helpen. Ik heb zowel in de lagere school, als in het middelbaar als op de unief vriendinnen geholpen met vakken. Notities delen, oefeningen samen maken, zaken uitleggen. Wanneer ze het maar vroegen. Soms ook wanneer ze het niet vroegen maar ik wist dat ze het nodig hadden. Soms ook in augustus terwijl ik eigenlijk vakantie had. Mijn doel was en is nog altijd bij eender welke samenwerking: samen de finish halen. En ja je wilt graag een goede tijd neerzetten, maar eigenlijk is die tijd bijzaak.

Als ik dan jaren later een dankjewel krijg van een oude studievriendin omdat ik haar ooit geholpen heb met een herexamen, terwijl ik dat eigenlijk al was vergeten, dan weet ik dat ik het juiste heb gedaan. Hoe moeilijk het ook was. Ik ben niet in de fout gedaan. Er is niets mis met het goed willen doen. Met ergens hard voor te werken. Het is fout van anderen om te denken dat ik dat cadeau heb gekregen. Om jaloers te zijn of wat ik heb (bereikt).

Ik moet mij niet slecht voelen als anderen zo nodig jaloers willen zijn op mij. Ik ben hier niet de slechterik. Ik help anderen, zo veel als ik kan. Nog steeds trouwens. Zij zijn degenen die aan de zijlijn commentaar staan te geven en dat is the easy road. Zij zijn fout. En toch heb ik daar een kleine twee jaar mee geworsteld. Ik voelde mij slecht terwijl zij hun eigen ego konden vergroten door mij naar beneden te halen.

Ik weet dat ik niet de enige ben die dit gevoel ooit gehad zal hebben. Dus lieve lezer. Laat jou nooit maar ook echt nooit naar beneden halen door dit soort mensen. Die mensen kunnen jou alleen maar naar beneden halen omdat ze zelf al beneden staan. En dat is niet de richting die jij wil uitgaan.

Werk hard voor je dromen, doe altijd je best en vooral help elkaar. Of zoals de mama zegt tegen Cinderella in de gelijknamige Disneyfilm (de live actionversie trouwens, zie nerdie, ik zei het toch): Have courage and be kind.

Oké dit was een lang verhaal! En voor mij moeilijk om te brengen. Mensen die door het leven lijken te fietsen krijgen nu eenmaal veel commentaar. En het is not done om daar dan iets van te zeggen blijkbaar, want wat heb ik te klagen? Maar ik wou dit toch vertellen. Any thoughts?