Lissabon #2: de wijk Graça

Omdat Sevilla zo goed was meegevallen boekten Leen en ik een tweede citytripje naar Zuid-Europa. Zelf was ik nog nooit in Portugal geweest en hoewel ik ondertussen al weet dat ik hou van de mediterraanse sfeer wist dit land met zijn eigen accenten me heel erg te bekoren. We vertrokken midden april. De week na de paasvakantie was het allemaal wat rustiger en goedkoper. Het werden 5 dagen vol hoogtemeters, tuktuks, smalle straatjes, uitzichtpunten waar je tanden van uitvallen én kloosters. Amen.

Na eerst Baixa & Chiado verkend te hebben, kregen we op onze tweede dag te maken met regen. Tegelijkertijd was er in België de eerste warmtegolf van het jaar. Omdat we Lissabon hadden geboekt om al in april zon mee te pikken baalden we een iene miene beetje, maar toch werd het een prachtige dag, misschien wel mijn favoriet van de hele vakantie.

We deden die dag de wijken Graca, Alfama & Castelo aan. Hier vind je tientallen bezienswaardigheden. Nogal veel voor één post dus jullie krijgen vandaag een eerste lading foto’s.

De wijk Graça 

Graça is een vroegere arbeiderswijk en bevindt zich op een heuvel, zoals bijna elke wijk in Lissabon ^^. De straten zijn hier iets breder dan in Alfama & Castelo, waardoor het gele trammetje een beetje meer ruimte krijgt.

Aan het miradouro de Graça word je getrakteerd op mooie uitzichten o.a. op het Castelo de Sao Jorge.

thumb_P1110720_1024

thumb_P1110733_1024

Zoals altijd vind je er een kiosk met terrasje, ditmaal in de schaduw van het convento de Graça. De kerk kan je gratis even binnenlopen, zeker doen!

Voor de kerk is een gezellig pleintje met een ietwat speciale trap. Een soort schildpadpatroon als je van bovenaf kijkt en een leuk zwart-wit tegelpatroon in de treden zelf.

thumb_P1110731_1024.jpg

thumb_P1110730_1024.jpg

Stiekem foto’s posten met @leenvdb er mee op, altijd spannend 😀

Zoals je kan zien was er hier al een waterzonnetje doorgebroken aangezien we dit uitzichtpunt als laatste aandeden (en dus een hele klim voor onze rekening namen). In de voormiddag bezochten we het andere deel van deze wijk. En dat begon met een bezoek aan een klooster.

Mosteiro de Sao Vicente De Fora

Het is een hele mondvol, maar dit klooster is een soort pantheon voor de Bragança-dynastie van Portugal. Aangezien één van hen, Catharina van Bragança, ooit koningin van Engeland is geweest (de vrouw van Charles II) was mijn interesse gewekt. Wisten wij veel dat we prachtige tegeltjes en binnenkoeren te zien zouden krijgen. Dit klooster werd een instant favoriet en de genomen foto’s zijn niet te tellen.

Ik denk dat de inkom ongeveer 4 euro bedroeg en we waren er bijna alleen. Er was één bus Japanners gedropt na ons, die we hebben voorgelaten zodat wij in alle rust verder konden ontdekken.

thumb_P1110500_1024

Je komt binnen via ondergrondse gangen en al snel zie je het typische Portugese blauw-wit. Eerst bezoek je enkele binnenkamers die prachtig zijn gedecoreerd, daarna kom je op de binnenkoer of patio.

We keken onze ogen uit. Het witte van het gebouw in combinatie met de blauwe tegels en de mooie zuilenk. Het doet wat sprookjesachtig aan.

thumb_P1110516_1024

De regen zorgde voor een prachtige weerspiegeling van de zuilen op de grond.

thumb_P1110544_1024

thumb_P1110533_1024

Het klooster is veel groter dan je denkt. Op de benedenverdieping zijn twee van deze gigantische binnenkoeren, een kapel en natuurlijk de tombes van de koninklijke familie.

thumb_P1110542_1024

thumb_P1110546_1024

Op de eerste verdieping vind je een hele collectie fabels van Jean De La Fontaine in blauw-witte tegels. De wolf en de ooievaar bijvoorbeeld. Hier hebben we wel even rondgelopen om de bordjes te lezen en de fabels in ons op te nemen.

thumb_P1110553_1024.jpg

Je kan ook naar het dakterras waar je nog eens getrakteerd wordt op een prachtig uitzicht over de Taag, Graça en Alfama.

thumb_P1110589_1024

thumb_P1110567_1024

De twee prachtige klokkentorens die ook zeer luid zijn, ik spreek uit ervaring!

thumb_P1110579_1024

Zicht op het patio van bovenaf

Na een dikke 2 uur ronddwalen op deze rustige plek was het al opgeklaard toen we buiten kwamen. We passeerden het immense Pantheao Nacional, een ronde kerk waar opnieuw heel wat bekende Portugezen liggen begraven. We pasten hiervoor omdat we net 2u in een klooster waren binnen geweest, straks wilden ze nog dat we onze geloften zouden afleggen ;).

thumb_P1110592_1024

Het pleintje achter dit pantheon is bekend voor zijn leuke vlooienmarkt. Die stond er niet, maar we namen wel enkele foto’s bij de prachtige kleurrijke tegelmuur.

Miradouro’s in tweevoud

Graca is echt wel de wijk van de uitzichtpunten. De miradouro das portas de sol is misschien wel het bekendste. Je kijkt uit over de smalle steegjes en felgekleurde daken van de wijk Alfama.

thumb_P1110619_1024.jpg

Herken je het klooster van die ochtend?

thumb_P1110618_1024

thumb_P1110627_1024

Om de hoek vind je de miradouro de Santa Lucia. Dit is het mooiste uitzichtpunt omwille van de plek an sich, met een leuk parkje en opnieuw blauw-witte tegeltjes en een uitzicht dat reikt tot aan de Taag.

thumb_P1110628_1024

We aten niet in de wijk zelf, maar wandelden naar beneden langs de Taag en een grote cruiseterminal om te belanden bij Cais de Pedra. Gourmetburgers in een hipsterzaak met zicht op de cruiseschepen en een zelfgemaakte bitterbal als tapa. Heerlijke lunch die we verdiend hadden na al dat klimmen naar die prachtige uitzichtpunten.

Bezocht jij al eens een klooster?

Advertenties

Lissabon #1: Biaxa & Chiado

Omdat Sevilla zo goed was meegevallen boekten Leen en ik een tweede citytripje naar Zuid-Europa. Zelf was ik nog nooit in Portugal geweest en hoewel ik ondertussen al weet dat ik hou van de mediterraanse sfeer wist dit land met zijn eigen accenten me heel erg te bekoren. We vertrokken midden april. De week na de paasvakantie was het allemaal wat rustiger en goedkoper. Het werden 5 dagen vol hoogtemeters, tuktuks, smalle straatjes, uitzichtpunten waar je tanden van uitvallen én kloosters. Amen.

We verbleven in Tings Lissabon. Ons hotel lag op het hoogste punt van het centrum. Verder was het volledig in orde. Maar als je een hotel boekt in Lissabon kan het dus nuttig zijn om te checken hoe hoog je hotel ligt. Want elke avond 100 meter klimmen na een hele dag citytrippen in de hoogte kan al eens tegenvallen.

Langs de andere kant: we werden elke ochtend wakker en het eerste wat we zagen was dit prachtige uitzicht. De Miradouro da Senhora do Monte is met voorsprong de mooiste miradouro (Portugees voor uitzichtspunt), je moet er alleen even voor zweten. Pro-tip: trappen zijn niet beter dan omhooglopende weg. Ik herhaal niet: trappen zijn niet alleen de hel, ze zijn dat bootje in de onderwereld waar je nooit meer uit kan. Nah.

thumb_P1120155_1024.jpg

Op onze eerste dag (na heel wat gesleur met de koffers) besloten we de modernste wijken in de stad te bezichtigen. Dat leek ideaal voor een halve dag en dat was het ook! Daarnaast was het een perfecte kennismaking met de geschiedenis van Lissabon. Alles komt eigenlijk neer op de verwoestende aardbeving, gevolgd door een tsunami en enorme brand in 1755. Lissabon was volledig van de kaart geveegd. Je ziet heel duidelijk het verschil tussen de wijken die voor een deel overeind bleven en nu dus in de categorie ‘oud’ vallen en het nieuwe ‘moderne’.

Onze wandeling startte aan het hooggelegen Parque Eduardo VII en zou ons leiden tot aan de Taag. Het park is heel straightforward aangelegd met twee brede wandelboulevards. Bovenaan is er een monument ter herdenking van de ramp in 1755 én heb je uiteraard een prachtig uitzicht.

thumb_P1110348_1024.jpg

thumb_P1110350_1024.jpg

Beneden aan het park is een druk verkeersplein met in het midden een standbeeld van de Marqués de Pompal. Hij was premier na de aardbeving en heeft meegeholpen om dit stadsdeel, Biaxa, weer op te bouwen. Hier vind je ook veel grote hotels en officiele gebouwen zoals ambassades.

thumb_P1110356_1024.jpg

De Avenida Da Liberdade kan je vergelijken met de Champs-Elysees in Parijs (of dat denk ik toch, Leen gaat mij eens meenemen naar daar). Een brede laan die uitkomt in het hart van het centrum. Er stonden marktkraampjes, zijn leuke winkels en veel fijne pleintjes. Aan de rechterkant kwamen we langs de elevador da Gloria, een trammetje (het was ons eerste trammetje dat we zagen!) dat je kan nemen om je voeten te laten rusten als je het hogergelegen Chiado wil verkennen.

thumb_P1110364_1024.jpg

Toeristenfoto: check! Wij bleven nog even beneden en stapten richting Rossio, langs het mooie station naar misschien wel het bekendste plein. Met het theater en fonteinen, maar toch is het vooral het zwart witte gegolfde vloerpatroon dat de aandacht trekt.

thumb_P1110372_1024.jpg

thumb_P1110380_1024

Ik nam er ook mijn favoriete foto van de hele vakantie. Ongewild. Het gaat namelijk om een heuse photobomb:

thumb_P1110376_1024.jpg

Rossio is dé toeristische wijk met de winkelstraat met alle grote ketens. Je vindt er ook de bekendste lift van Lissabon, gemaakt door een leerling van Eiffel. De Elevador de Santa Justa brengt je naar Chiado voor 5 euro. Als je heel veel geduld hebt. De rij aan de kassa is namelijk immens lang (of toch toen wij er passeerden). We stapten naar boven – weliswaar trager dan met een lift – waar je langs de ruïnes van Carmo eigenlijk exact hetzelfde uitzicht hebt als in de lift. 5 euro bespaard check, zei het met wat verloren zweet.

thumb_P1110439_1024.jpg

Maar eigenlijk waren we naar boven gestapt om de ruïnes van het klooster van Carmo te bezoeken. Het was de grootste kerk voor de aardbeving en wonder boven wonder zijn de pijlers van deze gotische kerk blijven staan. Het is zeer mooi behouden allemaal en in het grasveld lagen zelfs mensen te chillen. Een oase van rust in een wereldstad. Ik was onder de indruk hoe sterk de constructie geweest moet zijn om de ramp te overleven. Jammer genoeg stond de zon heel slecht om goede foto’s te kunnen nemen. Toegang tot de ruïnes en het archeologisch museum binnen kostte 3,50 euro. Een koopje!

thumb_P1110402_1024

thumb_P1110419_1024

We lesten onze dorst bij een kiosk op het gezellige pleintje voor de kerk. Kioskjes zijn daar een typisch iets, toffer dan binnen zitten op café in ieder geval.

Daarna was het tijd voor de laatste stop: het paleizenplein. Alleen staat er geen paleis meer, opnieuw door de aardbeving. Het Praca do Comércio blinkt vandaag als weleer met een mooie arc en felgele gebouwen die dienst doen als ministerie én natuurlijk een ruiterstandbeeld van een koning. Een wereldstad zonder, dat kan niet.

thumb_P1110470_1024.jpg

Dit mooie plein ligt aan de Taag. Ik had geen idee dat het zo’n brede rivier zou zijn. En door de golven kreeg ik echt een beetje een zeegevoel.

thumb_P1110474_1024.jpg

Nadien was het welletjes en namen we de metro richting hotel waar ons nog een beklimming wachtte. We aten in het Aziatische restaurant van ons hotel met een verrukkelijke chocoladetaart als dessert. Geslaagde dag!

Ben jij al in Lissabon geweest?

Een dunne lijn

We schrijven half april. Een regenachtige zondag in Lissabon. We besluiten Alfama, een bekende wijk onder toeristen, te verkennen. We kopen een kaartje voor een klooster waar we bijna alleen rondlopen. De andere toeristen slapen uit of wachten tot de bui voorbij is. Op een bus Japanners na. De regen kan ons niet deren. We genieten van het uitzicht. De geschiedenis van het gebouw. We nemen veel te veel foto’s. Mislukte selfies. Ergeren ons aan de Japanners.

Weer buiten hebben we honger. De Time To Momo (een reisgids) leidt ons naar een hipster Burgerrestaurant aan het water. Op het terras hebben we uitzicht op een cruiseschip. Er wordt afval uitgeladen. Na een uur eten zijn ze nog steeds niet klaar. De ene camion afval wisselt de andere af. Terwijl een nieuwe lading passagiers aan boord stapt.

P1110601

We vertrekken naar de wijk Alfama. Kleine gezellige straatjes. Veel foto’s. Met toeristen erop deze keer. Het is gestopt met regenen en dus wat drukker. De huizen zijn schattig. Klein. Vervallen. De was hangt buiten aan het raam. Hier en daar ligt er afval. Bomma’s staan op de eerste verdieping toe te kijken hoe toeristen selfies nemen met de deurtjes. Kleine deurtjes. Heel dicht tegen elkaar. Wat verderop aan de kade in het moderne deel van de stad bouwen ze een spiksplinternieuwe cruiseterminal. In Alfama zijn ze niet bezig met cruises. 2018 heeft hier niet zo hard zijn intrede gedaan. Jonge kinderen spelen op de trappen. Kijken al niet meer op van toeristen.

Het voelt allemaal wat raar aan. Alfama is de armste wijk van de stad. Het is ook de wijk die in alle reisboekjes staat. Het heeft charme dat zeker. Maar het voelt als binnengluren. En dat is iets waarvan je moeder altijd heeft gezegd dat je dat niet mag doen. Hier verdienen ze niets aan het toerisme. Want na de selfies trekken de mensen verder naar een hippe bar voor een drankje. In Alfama vind je geen café om je dorst te lessen of toeristenwinkeltjes met het soort souvenirs die al kapot zijn voor je goed en wel terug thuis bent.

P1110609

Alfama

De wereld is een dorp geworden. In amper 3 uur waren we in hartje Lissabon. Het heeft me bijna niets gekost. Dat cruiseschip brengt op 8 dagen toeristen van Barcelona naar Lissabon via tal van andere steden. Een week later was ik alweer op citytrip. In Glasgow, een stad die het decennialang moeilijk heeft gehad en zijn industriële geschiedenis van zich af probeert te schudden. Er komen toeristen voor een dag of 2 om dan verder te trekken naar de Highlands of het meer populaire Edinburgh.

De wereld is een dorp en voor sommige steden zoals Glasgow is dat voorlopig een zegen. Het was ooit een grimmige postindustriële stad die bekend stond als de moordhoofdstad van Europa. Ondertussen heeft de stad veel inspanningen gedaan en lokt het ook eindelijk toeristen. Dat betekent een nieuwe economie, meer werkgelegenheid en de stad wordt heropgewaardeerd. In populaire steden die al decennia toeristen lokken – Barcelona als ultiem voorbeeld – zorgt massatoerisme ervoor dat de locals vertrekken. In Barcelona klagen mensen dat ze zelf niet meer op de bus kunnen richting werk, familie of de sportschool. In Lissabon konden we geen tram nemen naar ons hotel op een hoge heuvel. Want het is tram 28 dat daar passeert. De typische gele tram waar toeristen de hele dag door staan voor aan te schuiven. Die tram nog pakken waarvoor hij bedoelt is – jezelf verplaatsen – is een illusie die Lissabonners al lang aanvaard hebben.

Ik ga het hier niet hebben over vliegtuigen en hoe vervuilend die zijn. Of over die immense berg afval van het cruiseschip. Ik ga zelf ook niet minder reizen. Dit is geen pleidooi voor minder toerisme. Dit is een vaststelling, of nog eerder een bedenking. Reizen inspireert net zoveel als je het met de neus op feiten drukt die je liever zou negeren.

P1110608

Alfama

Toen ik wandelde door Alfama besefte ik dat de wijk twee mogelijke toekomsten heeft. Ofwel trekken alle jongeren eruit weg en raakt de wijk binnen een tien- tot max. twintigtal jaar stevig in verval waardoor toeristen hem links laten liggen voor hippere delen van de stad. Ofwel maken we er een soort Bokrijk van om een inkijk te geven in hoe het leven toen was. Maar dan zonder local karakter dat het nu nog zo de moeite maakt.

In beide scenario’s zal het Lissabon van nu niet meer hetzelfde zijn als het Lissabon over 20 jaar. De ontstedelijking (of hoe noem je dat?) van de jongere generatie is nu al een feit. Verandering is het pad voor elke wereldstad en ik ben ervan overtuigd dat Glasgow een stap vooruit heeft gezet. Net zoals ik ervan overtuigd ben dat, als het ooit komt, ook deze stad geen massatoerisme aan kan. Elk mes snijdt aan twee kanten.

Charme is iets tijdelijks en de wereld mag dan wel een dorp zijn: alles is mogelijk is niet hetzelfde als alles wordt beter. De enige constante: alles is voortdurend in verandering.

En niet elke overpeinzing op deze blog moet tot een conclusie leiden. Soms is overpeinzen alleen meer dan voldoende.

Massatoerisme nu de wereld een dorp is geworden, wat denken jullie daarvan?